vonnis
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
zaaknummer / rolnummer: C/17/135917 / KG ZA 14-218
Vonnis in kort geding van 27 augustus 2014
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AEBI SCHMIDT NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Holten,
eiseres,
advocaat: mr. G. Verberne te Amsterdam,
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE SÚDWEST-FRYSLÂN,
zetelende te Sneek,
gedaagde,
advocaat: mr. D.A. Westra te Leeuwarden.
Partijen zullen hierna "Aebi Schmidt" en "de gemeente" worden genoemd.
1 De procedure
1.1.
Aebi Schmidt heeft de gemeente in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare terechtzitting van 13 augustus 2014.
1.2.
Aebi Schmidt heeft toen gevorderd dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
I. de gemeente gebiedt de ongeldigverklaring van de inschrijving van Aebi Schmidt ongedaan te maken;
II. de gemeente verbiedt de aanbesteding in te trekken, althans gebiedt de intrekking van de aanbesteding ongedaan te maken;
III. de gemeente gebiedt de inschrijving van Aebi Schmidt alsnog in behandeling te nemen en te beoordelen conform het bestek;
subsidiair:
IV. de gemeente verbiedt met Schuitemaker een onderhandelingsprocedure zonder aankondiging te volgen, althans gebiedt een dergelijke onderhandelingsprocedure af te breken;
zowel primair als subsidiair:
V. zodanige andere voorzieningen treft als hij juist acht;
VI. de gemeente veroordeelt in de kosten van het geding.
1.3.
Ter terechtzitting hebben beide partijen hun standpunten toegelicht, waarbij hun advocaten gebruik hebben gemaakt van pleitnotities. De gemeente heeft daarbij geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van Aebi Schmidt, met veroordeling van Aebi Schmidt - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - in de kosten van het geding.
1.4.
Partijen hebben producties overgelegd.
1.5.
Het vonnis is bepaald op heden.
2 De feiten
2.1.
De gemeente heeft op 7 februari 2014 een aankondiging gepubliceerd inzake de openbare aanbesteding van een opdracht voor de levering van winterdienstmaterieel. Meer specifiek betreft het de levering van zowel natzoutstrooiers, sneeuwploegen, powerpacks als routebegeleidings- en strooimanagementsystemen.
2.2.
Ten behoeve van de aanbesteding heeft de gemeente een Beschrijvend document d.d. 31 januari 2014 (hierna te noemen: het Bestek) opgesteld. Tevens zijn er op 12 maart 2014, 18 maart 2014 en 25 maart 2014 Nota's van Inlichtingen zijdens de gemeente verschenen.
2.3.
In paragraaf 3.4. van het Bestek zijn de geschiktheidseisen opgenomen. Subparagraaf 3.4.2. bevat eisen aan de technische bekwaamheid van de inschrijver. Aldaar is onder meer vermeld:
3.4.2.
Technische bekwaamheid
Referentie per kerncompetentie
De gemeente wenst een ondernemer te contracteren die naar het oordeel van de gemeente over voldoende deskundigheid en ervaring beschikt op het gebied van levering van winterdienstmaterieel. Hiertoe worden de volgende referenties gevraagd die aan alle gestelde eisen moeten voldoen.
(…)
Referentie kerncompetentie 4
Inschrijver heeft in de periode van drie (3) jaar voor publicatiedatum een of meerdere routebegeleidings- en strooimanagementsystemen, uitgevoerd in in ieder geval de Nederlandse taal van het type dat inschrijver in onderhavige aanbesteding offreert, geleverd. De routebegeleidings- en strooimanagementsystemen zijn in de winter van 2012/2013 tot tevredenheid van de referent voor de bedoelde werkzaamheden ingezet.
(…)
Indien één of meer door u bij deze inschrijving overgelegde referenties niet aan alle gestelde eisen voldoen, wordt de inschrijving terzijde gelegd en komt u niet meer voor gunning in aanmerking. Om te verifiëren of de overgelegde referentie(s) aan alle gestelde eisen voldoe(t)(n), behoudt de gemeente Súdwest-Fryslân zich het recht voor de opgegeven referent(en) te benaderen. De tevredenheid van de referent wordt bepaald door onder meer de vragen of de medewerkers van de referent naar tevredenheid met het betreffende materieel hebben gewerkt, of er veel storingen zijn geweest, of er voldoende service en ondersteuning conform de gemaakte afspraken is geleverd en of de storingen naar behoren en conform de gemaakte afspraken zijn opgelost. (…)
2.4.
Hoofdstuk 4 van het Bestek bevat het Programma van eisen en wensen. In paragraaf 4.10 zijn de eisen aan het strooimanagementsysteem en automatisch strooien opgenomen. Aldaar is onder meer bepaald:
Strooimanagement
1. Het strooimanagementsysteem maakt deel uit van de levering en biedt de gemeente online overzicht over zowel de actieve- als de uitgevoerde strooiacties. Het strooimanagementsysteem is bedoeld voor het winterdienstmaterieel zoals in dit aanbestedingsdocument omschreven en dient voorbereid te zijn voor modulaire uitbreiding. Het strooimanagementsysteem is van het meest actuele type; software en digitale documenten/kaarten zijn van de meest recente uitgave.
(…)
2.5.
In de 1e Nota van Inlichtingen is inzake paragraaf 3.4.2. van het Bestek ten aanzien van kerncompetentie 4 de volgende vraag vermeld:
"Met kerncompetentie 4 verlangt u van inschrijvers ervaring met de levering van één of meer routebegeleidings- en strooimanagementsystemen. Routebegeleidings- en strooimanagementsystemen zijn evenwel 2 verschillende systemen, die zich moeilijk laten vangen in toevallig 1 referentie. Een routebegeleidingssysteem dient voor het aansturen van de strooier volgens een vooraf ingestelde route. Middels instructies wordt de chauffeur begeleid en kan zich concentreren op de verkeerssituatie. Een strooimanagementsysteem heeft als doel om tijdens en achteraf een analyse te kunnen maken van de gereden routes en is bedoeld voor de coördinator/manager. Feitelijk bestaat deze kerncompetentie dus uit twee kerncompetenties. Wij gaan ervan uit dat inschrijvers met meerdere referenties kunnen aantonen ervaring te hebben met de levering van routebegeleidingssystemen alsmede met strooimanagementsystemen. Beide systemen hoeven met andere woorden niet beslist in één enkele referentie aangetoond te worden, maar mag ieder voor zich dus ook met meerdere referenties. Is onze veronderstelling juist?"
Het antwoord op deze vraag door de gemeente is dan:
"De gemeente wenst door middel van deze aanbesteding in één keer zowel een routebegeleidings- als een strooimanagementsysteem in één keer af te nemen. Derhalve is geen sprake van 2 verschillende systemen, maar van 1 geïntegreerd systeem. Van 2 kerncompetenties is dan ook geen sprake. Ook hier wensen wij proven technology. Daarom willen wij een inschrijver contracteren die beide systemen in dezelfde combinatie en configuratie uitgeleverd heeft en waarbij de beide systemen aantoonbaar goed hebben gefunctioneerd in de winter 2012/2013. Wij handhaven de gestelde referentie-eis.
2.6.
Aebi Schmidt is één van de partijen die (tijdig) op de aanbesteding van de opdracht heeft ingeschreven. Zij heeft bij haar inschrijving ter zake kerncompetentie 4 een referentie gevoegd van de gemeente Hoorn. In deze referentie is onder meer vermeld:
Referentie 4
|
Toelichting
|
Organisatie van opdrachtgever
|
Gemeente Hoorn
|
Plaats van uitvoering
|
Hoorn
|
Type van ten behoeve van deze referent geleverd(e) routebegeleidings- en strooimanagementsyste(e)m(en)
|
Nidos Smart Winter Care (Autologic strooiroute-begeleidingssysteem en automatisch strooien), Nido Winterlogic Live strooimanagement-programma
|
Uitgevoerd in de Nederlandse taal
|
Ja
|
Datum van aflevering routebegeleidings- en strooimanagementsyste(e)m(en)
|
Juli 2012
|
Aantal routebegeleidings- en strooimanagementsyste(e)m(en)
|
5 stuks Autologic en Winterlogic Live
|
Inschrijver verklaart dat de routebegeleidings- en strooimanagementsystemen in de winter van 2012/2013 tot tevredenheid van de referent voor bedoelde werkzaamheden zijn ingezet
|
Ja
|
2.7.
Bij brief van 27 juni 2014 heeft de gemeente aan Aebi Schmidt medegedeeld dat haar inschrijving, net zoals alle andere inschrijvingen, ongeldig is verklaard, dat de gemeente de lopende aanbestedingsprocedure intrekt en gaat onderhandelen met één der inschrijvers, Schuitemaker Industrial BV (hierna te noemen: Schuitemaker). Daartoe stelt de gemeente in deze brief onder meer:
"De door de gemeente gevoerde aanbestedingsprocedure ter zake de levering van winterdienstmaterieel, gepubliceerd op 7 februari 2014 wordt ingetrokken.
Bij deze aanbesteding zijn de inschrijvingen op twee verschillende categoriëen gronden ongeldig verklaard. De eerste categorie betreft een categorie, waarbij de opgegeven referenties buiten de periode vallen die door de gemeente is aangegeven. De tweede categorie, is een categorie, waarbij de opgegeven referenties het in het geheel niet mogelijk maken om te beoordelen of de onderneming wel voldoet aan de gevraagde ervaring ter zake de kerncompetenties. Aangezien dit thans de tweede aanbesteding is en de gemeente een dringend belang heeft bij tijdige vervanging van het winterdienstmaterieel, dit zodat de veiligheid van de medewerkers en de burgers van de gemeente Súdwest-Fryslân gewaarborgd is, zal de gemeente overgaan tot een onderhandelingsprocedure met de laagste inschrijver, waarvan de referenties buiten de gevraagde periode vallen, maar waarvan de referenties naar het oordeel van de gemeente voorlopig wel voldoende inzicht geven in de ervaring ter zake de kerncompetenties. Concreet betekent dit dat de gemeente gaat onderhandelen met Schuitemaker Industrial B.V.
(…)
Inzake uw inschrijving delen wij mee dat uw inschrijving is uitgesloten van de aanbesteding op de hierna te noemen gronden.
(…)
De door u opgegeven referent voor kerncompetentie nummer 4 heeft aangegeven dat de systemen, zoals door u vermeld, geleverd zijn in 2008 en dit valt ruim buiten de periode van drie jaar voor publicatiedatum van deze aanbesteding.
Van de inschrijvers, waarvan de referenties buiten de gevraagde periode vallen, bent u niet de inschrijver met de laagste prijs. (…)"
2.8.
Aebi Schmidt heeft bij brief aan de gemeente van 7 juli 2014 geprotesteerd tegen de ongeldigverklaring van haar inschrijving. Hiertoe meldt Aebi Schmidt onder meer:
"(…) Wij hebben wel degelijk geldig ingeschreven. U stelt dat de door ons opgegeven referent heeft aangegeven dat de betreffende systemen in 2008, en daarmee buiten de referentieperiode, zijn geleverd. Het klopt inderdaad dat Aebi Schmidt in 2008 systemen heeft geleverd aan de genoemde referent. Dit betrof echter slechts de eerste levering aan deze referent. Daaropvolgende leveringen aan de referent hebben ook in 2012 plaatsgevonden, zoals wij hebben aangegeven in de inschrijving, en vallen daarmee zeker wél binnen de gevraagde referentieperiode. In 2012 is een voorloopmachine met AutoLogic verhuurd aan de gemeente, de aanloop op de uiteindelijke levering in 2014. (…)"
2.10.
Vervolgens heeft de gemeente Aebi Schmidt bij brief van 10 juli 2014 medegedeeld:
"(…) De levering waaraan u refereert in uw inschrijving op Tab 5 Referentie 4 is uw offerte EH120716000 d.d. 12-07-2012 de opdrachtbevestiging van de gemeente Hoorn d.d. 17-12-2012.
Naar aanleiding van de bijlagen hebben wij nogmaals contact opgenomen met de heer Geerlings van de gemeente Hoorn en hij heeft mondeling nadere uitleg gegeven op zijn schriftelijke bevestiging en ons op 9 juli jl. wederom mondeling laten weten dat het managementsysteem in 2008 is aangekocht en dat alleen de onderdelen Autologic en Winterlogic Live zijn bijgekocht.
Wij mogen ervan uitgaan dat wanneer de door u opgegeven referent niet kan bevestigen dat het systeem in de periode drie jaar voorafgaand aan de aanbesteding aangeschaft is, deze niet als geldige referent kan worden beoordeeld. (...)"
2.11.
Aebi Schmidt levert sinds 2008 winterdienstmaterieel aan de gemeente Hoorn. In 2008 heeft zij strooiwagens geleverd. Deze zijn voorzien van een kastje waarin destijds een softwarepakket is geplaatst. In 2011 heeft Aebi Schmidt een nieuw systeem - het hiervoor genoemde Smart Winter Care systeem - ontwikkeld voor geïntegreerde routebegeleiding en strooimanagement. Dit systeem omvat onder meer een GPRS modem die op een strooiwagen kan worden geplaatst, een internetapplicatie die het mogelijk maakt om "live" strooiacties te volgen en te controleren, een online informatie- en beheerssysteem dat alle gegevens van de uitgevoerde strooiacties bewaart en ordent, alsmede (verdere) nieuwe software. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de bestaande kastjes in de strooiwagens.
3 Het standpunt van Aebi Schmidt
3.1.
Aebi Schmidt legt aan haar primaire vorderingen ten grondslag dat de gemeente haar inschrijving ten onrechte ongeldig heeft verklaard. Daartoe voert zij het volgende aan. De in het Bestek genoemde kerncompetentie 4 is gekoppeld aan het type routebegeleidings- en strooimanagementsysteem dat inschrijvers daadwerkelijk aanbieden in onderhavige aanbestedingsprocedure. In het geval van Aebi Schmidt is dat het Smart Winter Care systeem. Om te voldoen aan deze bestekseis moet Aebi Schmidt in de laatste drie jaar voorafgaand aan de publicatiedatum van de aanbesteding dit systeem hebben geleverd én moet het systeem in de winter van 2012/2013 naar tevredenheid van de betreffende referent zijn gebruikt. Aebi Schmidt voldoet aan deze eis, nu zij aan de gemeente Hoorn (pas) in 2012 het Smart Winter Care Systeem heeft geleverd én dit systeem naar tevredenheid van de gemeente Hoorn in de winter van 2012/2013 is gebruikt. Dat al in 2008 een onderdeel van het systeem - het kastje - is geleverd, maakt dit niet anders. Volgens het Bestek is niet doorslaggevend de datum van levering van een onderdeel van het gevraagde systeem, maar de datum van levering van het totale (geïntegreerde) systeem. In het Bestek is ook niet bepaald dat het te leveren systeem niet mag voortbouwen op eerder geleverde systemen en/of dat alle drie onderdelen van het systeem in de laatste drie jaren moeten zijn geleverd. Daarenboven heeft Aebi Schmidt aan de gemeente Hoorn in 2012 een extra (zesde) strooiwagen geleverd (lees: verhuurd) die compleet was uitgerust met het Smart Winter Care systeem en inclusief kastje is geleverd. Nu de inschrijving van Aebi Schmidt ten onrechte ongeldig is verklaard, dient de gemeente - onder ongedaanmaking van haar beslissing tot intrekking van de aanbestedingsprocedure - deze inschrijving alsnog te beoordelen.
3.2.
Aebi Schmidt legt - kort samengevat - aan haar subsidiaire vorderingen ten grondslag dat het de gemeente niet is toegestaan om, na intrekking van de aanbestedingsprocedure, zonder voorafgaande openbare aankondiging enkel met Schuitemaker in onderhandeling te treden.
4 Het standpunt van de gemeente
4.1.
De door Aebi Schmidt ingediende referentie van de gemeente Hoorn voldoet níet aan de bestekseis dat inschrijver in de periode van drie jaar voorafgaand aan de publicatiedatum van de aanbesteding één of meerdere routebegeleidings- en strooimanagementsystemen in een geïntegreerd systeem in dezelfde combinatie heeft geleverd. Daartoe stelt de gemeente dat de vijf hardware modules voor routebegeleiding (AutoLogic) reeds in 2008 door Aebi Schmidt aan de gemeente Hoorn zijn geleverd. In 2012 heeft de gemeente Hoorn slechts een abonnement op Smart Winter Care afgenomen, waarbij de in 2008 geleverde AutoLogic modules zijn geupdate. In 2012 is géén geïntegreerd systeem geleverd, maar enkel nieuwe software en een modem. Losse onderdelen van het systeem zijn op verschillende momenten geleverd, zo stelt de gemeente.
4.2.
De gemeente was na intrekking van de aanbestedingsprocedure gerechtigd om zonder voorafgaande aankondiging in onderhandeling te treden met Schuitemaker, nu er sprake was van ongeschikte inschrijvingen als bedoeld in artikel 2:32 aanhef en sub a AW 2012.
5 De beoordeling van het geschil
5.1.
Het spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen wordt voldoende aanwezig geacht.
5.2.
De kern van het geschil betreft de vraag of de door Aebi Schmidt ingediende referentie van de gemeente Hoorn (productie 9 bij de dagvaarding) voldoet aan het vereiste dat in het bestek in paragraaf 3.4.2. van het Bestek ten aanzien van kerncompetentie 4 is gesteld, alwaar is bepaald dat "inschrijver in de periode van drie jaar voorafgaand aan de publicatiedatum van de aanbesteding een of meerdere routebegeleidings- en strooimanagementsystemen van het type dat inschrijver in onderhavige aanbesteding aan de gemeente offreert, geleverd heeft"
5.3.
De voorzieningenrechter stelt het navolgende voorop. Volgens vaste rechtspraak (HvJ 29 april 2004, zaak C-496/99 (Succhi di Frutta) en HR 4 november 2005, NJ 2006, 204) kent het aanbestedingsrecht twee centrale beginselen: het beginsel van gelijke behandeling van inschrijvers en het daarvan afgeleide transparantiebeginsel. Het beginsel van gelijke behandeling van inschrijvers beoogt de ontwikkeling van een gezonde en daadwerkelijke mededinging tussen de aan de aanbestedingsprocedure voor een overheidsopdracht deelnemende ondernemingen te bevorderen en vereist dat alle inschrijvers bij het opstellen van het in hun offerte gedane voorstel dezelfde kansen krijgen: voor alle mededingers moeten dezelfde voorwaarden gelden. Het transparantiebeginsel strekt, in samenhang daarmee, ertoe te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen en impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure in het aanbestedingsbericht of in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, opdat enerzijds alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde wijze kunnen interpreteren, en anderzijds de aanbestedende dienst in staat is om metterdaad na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria die op de betrokken opdracht van toepassing zijn.
5.4.
De vraag waar het blijkens de hiervoor weergegeven rechtspraak primair om gaat is of de gemeente de referentie-eis op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze heeft geformuleerd, opdat alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte daarvan kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde wijze kunnen interpreteren. Deze vraag zal bevestigend kunnen worden beantwoord wanneer het mogelijk is – door middel van uitleg van de referentie-eis – vast te stellen hoe alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers die eis zouden interpreteren. Eisen uit het Aanbestedingsdocument (bestek) moeten worden uitgelegd aan de hand van de "CAO-norm" (zie onder meer gerechtshof Leeuwarden, 20 november 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BY3635 en gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 juli 2014: ECLI:NL:GHARL:2014:5273) waarbij het transparantiebeginsel de grenzen van de uitleg bepaalt. Daarbij komt het aan op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de aankondiging van opdracht en het bestek zijn gesteld. Bij die uitleg kan tevens worden gekeken naar de elders in de aanbestedingsstukken gebruikte formuleringen.
5.5.
De in geschil zijnde referentie-eis dient naar het oordeel van de voorzieningenrechter, mede in het licht van de 1e Nota van Inlichtingen ter zake, aldus te worden uitgelegd dat de inschrijver - in de referentieperiode - een geïntegreerd routebegeleidings- en strooimanagementsysteem van het type dat hij thans aan de gemeente offreert, in dezelfde combinatie en configuratie aan een derde geleverd dient te hebben. Het routebegeleidings- en strooimanagementsysteem als zodanig moet, in andere woorden, één geïntegreerd pakket vormen en beoordeeld moet worden of een zodanig geïntegreerd systeem in de referentieperiode geleverd is aan een derde. De voorzieningenrechter vindt in het Bestek en de Nota's van Inlichtingen géén steun voor de stelling van de gemeente dat onder het geïntegreerde routebegeleidings- en strooimanagementsysteem óók de hardware (lees: het kastje dat zich in de strooiwagens bevindt) moet worden verstaan. In het Bestek is nergens (expliciet) vermeld dat andere onderdelen van het systeem dan het (huidige) routebegeleidings- en strooimanagementsysteem in de afgelopen drie jaar geleverd moeten zijn of dat het routebegeleidings- en strooimanagementsysteem niet zou mogen voortbouwen op eerder geleverde systemen. Het gaat aldus (slechts) om de levering van het geïntegreerde routebegeleidings- en strooimanagementsysteem (de software). Niet ter zake doet dus of de hardware, zoals in dit geval, buiten de referentieperiode is geleverd.
5.6.
Voldoende aannemelijk is geworden - mede aan de hand van de in dat verband overgelegde producties - dat Aebi Schmidt in de laatste drie jaar voorafgaand aan de publicatiedatum van de aanbestedingsprocedure een geïntegreerd routebegeleidings- en strooimanagementsysteem geleverd heeft aan een derde, in dit geval de gemeente Hoorn, en wel in de vorm van het (nieuwe) Smart Winter Care Systeem, waarin de routebegeleiding en het strooimanagement geïntegreerd zijn. Vast staat immers dat het Smart Winter Care systeem (pas) in 2012 aan de gemeente Hoorn is geleverd. Ten slotte is voldoende aannemelijk geworden dat het systeem naar het oordeel van deze referent, aantoonbaar goed heeft gefunctioneerd in de winter van 2012/2013.
5.7.
De conclusie moet dan ook zijn dat de inschrijving van Aebi Schmidt aan de onderhavige referentie-eis (kerncompetentie 4) voldoet en dat deze inschrijving door de gemeente op onjuiste gronden ongeldig is verklaard. De gemeente dient daarom de intrekking van de aanbestedingsprocedure ongedaan te maken en de inschrijving van Aebi Schmidt alsnog te beoordelen. De daartoe strekkende vorderingen van Aebi Schmidt zijn dus toewijsbaar.
5.8.
Gelet op het vorenstaande behoeft de subsidiaire vordering van Aebi Schmidt en al hetgeen partijen in dat verband te berde hebben gebracht geen bespreking meer.
5.9.
De gemeente zal als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van Aebi Schmidt als volgt vastgesteld:
- explootkosten € 77,52
- vast recht € 608,00
- salaris advocaat € 816,00
-------------
€ 1.501,52.
6 De beslissing
1. gebiedt de gemeente om de intrekking van de onderhavige aanbesteding ongedaan te maken;
2. gebiedt de gemeente om de ongeldigverklaring van de inschrijving van Aebi Schmidt ongedaan te maken en deze inschrijving alsnog in behandeling te nemen en te beoordelen conform het Bestek;
3. veroordeelt de gemeente in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Aebi Schmidt vastgesteld op € 1.501,52;
4. verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5. wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Smit en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2014.