Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Gevonden zoektermen (1)
brein
Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBNHO:2020:9969

Rechtbank Noord-Holland
09-12-2020
09-12-2020
C/15/305490 / HA ZA 20-473
Verbintenissenrecht
Bodemzaak,Eerste aanleg - enkelvoudig

Verstekvonnis in zaak op grond van Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (Wamca)

Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/305490 / HA ZA 20-473

Vonnis van 9 december 2020

in de zaak van

de stichting

STICHTING BREIN,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaats] ,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen worden hierna ook genoemd “BREIN” en “ [gedaagde] ”.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

BREIN heeft [gedaagde] op 21 juli 2020 gedagvaard tegen de roldatum 5 augustus 2020. Haar vordering betreft een vordering op grond van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (Wamca). Bij een dergelijke procedure moet acht geslagen worden op de bepalingen in artikel 1018c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

1.2.

BREIN heeft op 23 juli 2020 voldaan aan de vereisten uit artikel 1018c lid 2 Rv, te weten het binnen twee dagen na dagvaarding indienen van de dagvaarding ter griffie van de rechtbank en het doen aantekenen van de vordering in het centraal register voor collectieve acties.

1.3.

Voor [gedaagde] heeft zich geen advocaat gesteld waarna op 5 augustus 2020 verstek is verleend.

1.4.

Vervolgens is de zaak overeenkomstig het bepaalde in artikel 1018c lid 3 Rv aangehouden voor de duur van drie maanden om andere belangenorganisaties als bedoeld in artikel 3:305a BW gelegenheid te geven eveneens een collectieve vordering in te stellen voor dezelfde gebeurtenis(sen) waarop de onderhavige collectieve actie is gebaseerd en over gelijksoortige feitelijke en rechtsvragen.

1.5.

Tijdens de aanhoudingsperiode heeft geen andere belangenorganisatie een collectieve vordering ingesteld voor dezelfde gebeurtenissen.

1.6.

Vervolgens is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

In de eerste plaats moet worden beoordeeld of BREIN kan worden ontvangen in haar vordering. Die beoordeling vindt plaats aan de hand van het bepaalde in artikel 1018c lid 5 Rv en artikel 3:305a BW.

2.2.

Naar het oordeel van de rechtbank kan BREIN in haar vorderingen worden ontvangen. Daarbij wordt het volgende in overweging genomen.

BREIN voldoet aan de vereisten zoals vermeld in artikel 3:305a lid 1, lid 3 en lid 6 BW. Voorts heeft BREIN voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van voortdurend en herhaald inbreukmakend handelen op de rechten van de bij haar aangesloten rechthebbenden die hierdoor schade lijden. Zij heeft verklaard dat de schade per rechthebbende weliswaar niet bijzonder groot is, maar dat de rechthebbenden er wel een groot belang bij hebben dat tegen dit handelen wordt opgetreden en dat dit handelen wordt gestaakt en gestaakt zal blijven. Hieruit volgt voldoende dat het voeren van deze collectieve vordering efficiënter en effectiever is dan het instellen van individuele vorderingen.

2.3.

Een belangrijk uitgangspunt bij de totstandkoming van de Wamca is dat het schikken van een zaak aantrekkelijker is geworden, onder meer door de verbetering van de kwaliteit van collectieve belangenbehartigers en de coördinatie van collectieve procedures.

2.4.

Uit hetgeen BREIN heeft aangevoerd blijkt voldoende dat zij geprobeerd heeft met [gedaagde] een schikking te treffen. Aanvankelijk leek zij hierin ook geslaagd aangezien [gedaagde] op 13 januari 2020 een onthoudingsverklaring heeft ondertekend strekkende tot het staken en gestaakt houden van iedere inbreuk op auteurs- en naburige rechten van de aangeslotenen van BREIN in mailgroepen of elders (zoals websites of facebookgroepen), op straffe van een onmiddellijk opeisbare boete van € 500,00 en onder de verplichting een schikkingsbedrag van € 750,00 te voldoen. Bovendien zou zij de inhoud van onthoudingsverklaring geheim houden.

2.5.

[gedaagde] heeft het bedrag van € 750,- voldaan maar is voor het overige de verplichtingen uit de onthoudingsverklaring niet nagekomen. BREIN heeft [gedaagde] vervolgens in een sommatiebrief van 24 februari 2020 gesommeerd haar inbreukmakend handelen te staken en gestaakt te houden, een rectificatie te plaatsen, een boetebedrag van

€ 5.000,00 en een schikkingsbedrag van € 7.500,- te betalen. Bij deze brief was een concept van de onderhavige dagvaarding meegezonden.

2.6.

[gedaagde] heeft niet volledig voldaan aan de inhoud van de sommatiebrief en zij heeft een beroep gedaan op betalingsonmacht. BREIN heeft haar vervolgens meermalen in de gelegenheid gesteld die betalingsonmacht en haar stelling dat zij en haar partner als gevolg van de boete van BREIN niet worden toegelaten tot een schuldsaneringsregeling met bewijsstukken te onderbouwen. Hieraan heeft [gedaagde] niet voldaan. Ook heeft zij het schikkingsbedrag niet voldaan, waarna BREIN tot dagvaarding is overgegaan.

2.7.

BREIN heeft gesteld dat [gedaagde] op grond van het schenden van de door haar getekende onthoudingsverklaring van 13 januari 2020 inmiddels een bedrag van € 170.500,- aan boetes heeft verbeurd, maar dat zij aanleiding ziet haar vordering uit hoofde van de verbeurde boetes op dit moment te beperken tot € 7.500,-.

2.8.

Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, behoudens het navolgende.

2.9.

De rechtbank ziet aanleiding de gevorderde dwangsom te matigen en aan de te verbeuren dwangsommen een maximum te verbinden, op de wijze als hierna te vermelden.

2.10.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. BREIN vordert een proceskostenveroordeling overeenkomstig het bepaalde in artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en heeft daartoe specificaties van in totaal € 18.659,56 aan advocaatkosten (exclusief griffierecht) overgelegd. De rechtbank is van oordeel dat de onderhavige zaak een normale zaak betreft in de zin van de Indicatietarieven in IE-zaken 2017, zodat een bedrag van maximaal

€ 17.500,00 als redelijk en evenredig geldt. Het gevorderde bedrag aan proceskosten zal derhalve tot dit bedrag worden toegewezen. De proceskosten aan de zijde van BREIN worden tot op heden begroot op:

- dagvaarding € 102,96

- griffierecht 2.042,00

- salaris advocaat 17.500,00

Totaal € 19.644,96

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

verklaart voor recht dat [gedaagde] met het gratis delen van auteursrechtelijk beschermde e-books via, in elk geval de groepen “ […] ” en “ […] ” zoals beschreven in de dagvaarding, inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van de bij BREIN aangesloten rechthebbenden;

3.2.

gebiedt [gedaagde] om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op de auteursrechten en/of naburige rechten van de bij BREIN aangesloten rechthebbenden te staken en gestaakt te houden, waaronder in elk geval begrepen het uitwisselen van e-books, muziek en audioboeken, op straffe van een dwangsom van € 1.500,-- per dag, een deel van een dag daaronder begrepen, of € 500,- per individuele inbreuk zulks ter keuze van BREIN, dat [gedaagde] na ommekomst van genoemde termijn niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum aan de te verbeuren dwangsommen van € 75.000,-;

3.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 7.500,- (zevenduizend vijfhonderd euro) uit hoofde van verbeurde boetes;

3.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van BREIN tot op heden begroot op € 19.644,96;

3.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Röell en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2020.1

1type: 1155coll:

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.