RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Afdeling Privaatrecht
Sectie Kanton - locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 6298911 CV EXPL 17-6562
Uitspraakdatum: 24 januari 2018
[eiser]
wonende te [woonplaats]
gemachtigde mr. L. de Vries, advocaat te Uitgeest
eisende partij
NHV Verzekeringen B.V.
gevestigd Arcadialaan 40
1813 KN Alkmaar
gedaagde partij, verschenen bij de heer M. Schoen in persoon.
2 De feiten
2.1.
[eiser] is professioneel fotograaf en handelt tevens onder de naam [naam] .
2.2.
[eiser] is de maker van een foto van een ongeluk op de [plaats ongeluk] (hierna: de foto). De foto is in 2003 gemaakt. [eiser] heeft de foto met vermelding van zijn naam als maker opgenomen in zijn beeldbank.
2.3.
De foto is te zien geweest op de website www.nhvverzekeringen.nl bij informatie over door NHV Verzekeringen aangeboden autoverzekeringen.
2.4.
NHV Verzekeringen heeft voor het gebruik van de foto geen toestemming gevraagd van [eiser] .
2.5.
De gemachtigde van [eiser] heeft NHV Verzekeringen op 22 juli 2016 aangeschreven ten aanzien van de inbreuk. Omdat een reactie uitbleef heeft de gemachtigde van [eiser] NHV Verzekeringen op 10 augustus 2016 en op 17 augustus 2016 nogmaals aangeschreven. De foto is vervolgens door NHV Verzekeringen van haar website verwijderd.
2.6.
Op 26 augustus 2016 heeft de gemachtigde van [eiser] NHV Verzekeringen aangeschreven met een voorstel ter vergoeding van de door [eiser] als gevolg van de inbreuk geleden schade.
2.7.
Partijen hebben hierover geen overeenstemming bereikt. Wel heeft NHV Verzekeringen een bedrag van € 250,- als vergoeding overgemaakt op de derdenrekening van de gemachtigde van [eiser] .
3 De vordering
3.1.
[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad voor recht zal verklaren dat NHV Verzekeringen inbreuk heeft gemaakt op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eiser] . Voorts vordert [eiser] dat NHV Verzekeringen wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 540,- voor inbreuk op zijn auteurs- en persoonlijkheidsrechten, subsidiair tot betaling van een schadevergoeding die de kantonrechter redelijk voorkomt, te vermeerderen met de wettelijke rente. Een en ander met veroordeling van NHV Verzekeringen in de proceskosten ex artikel 1019h Rv, waaronder salaris gemachtigde en buitengerechtelijke incassokosten alsmede met veroordeling tot betaling van nakosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat hij heeft geconstateerd dat NHV Verzekeringen zonder zijn toestemming en zonder naamsvermelding de foto ‘Auto ongeluk’ heeft geplaats op haar website. NHV Verzekeringen heeft door deze handelwijze inbreuk gemaakt op de auteursrechten en persoonlijkheidsrechten van [eiser] . [eiser] heeft daardoor schade geleden, bestaande uit gederfde licentie-inkomsten ten bedrage van € 270,-. Daarnaast lijdt [eiser] (immateriële) schade door de inbreuk op zijn persoonlijkheidsrechten en op zijn exclusieve recht om uitsluitend zelf te bepalen waar en hoe zijn foto’s worden gebruikt. Bovendien heeft [eiser] de inbreuk zelf moeten constateren en moet hij in het algemeen veel moeite doen om zijn rechten te handhaven. Hoewel er geen overeenkomst met NHV Verzekeringen is, kan de schade volgens [eiser] naar analogie van algemene voorwaarden worden begroot. De totale schade vanwege de inbreuk wordt door [eiser] begroot op drie maal de hoogte van de licentievergoeding voor het gebruik van de foto, vermeerderd met een vergoeding voor het ontbreken van de naamsvermelding, begroot op eenmaal de hoogte van de licentievergoeding, oftewel een bedrag van € 1.080,-. [eiser] beperkt zijn vordering tot het bedrag waarvoor hij bereid was de kwestie buitengerechtelijk af te doen, te weten € 540,-.
6 De beoordeling
6.1.
Bij de beoordeling van het geschil stelt de kantonrechter voorop dat de foto naar haar oordeel een auteursrechtelijk beschermd werk betreft, waarvan [eiser] de maker is. De foto heeft een eigen oorspronkelijk karakter en draagt het persoonlijk stempel van [eiser] , nu [eiser] bij het maken van de foto (onbestreden) keuzes heeft gemaakt ten aanzien van onder meer de hoek waarin het ongeluk is gefotografeerd, de objecten, personen en omgevingskenmerken die op de foto te zien zijn. Eén en ander is tussen partijen ook niet (langer) in geschil. Daarnaast is van belang dat NHV Verzekeringen niet heeft betwist dat zij geen toestemming had om de foto op haar website te plaatsen.
6.2.
NHV Verzekeringen voert echter aan dat een derde haar website heeft gebouwd en dat deze derde de foto rechtmatig heeft afgenomen. Dit is door [eiser] betwist en door NHV Verzekeringen niet nader onderbouwd, zodat aan dit verweer voorbij wordt gegaan.
6.3.
Daarnaast doet niet ter zake of de foto is geplaatst door de bouwer van de website, diens stagiaire of door NHV Verzekeringen zelf. NHV Verzekeringen is als gebruiker van haar website immers zelf verantwoordelijk voor de inhoud daarvan. Van NHV Verzekeringen als onderneming mag worden verwacht dat zij zich ervan vergewist of de foto auteursrechtelijk beschermd is en wie de maker van de foto is alvorens daarvan gebruik te maken. Het had op de weg van NHV Verzekeringen gelegen onderzoek te doen om te achterhalen wie de maker van de foto was. Dat de foto vrijelijk op het internet gedownload kon worden, maakt dat niet anders.
6.4.
Ook aan het verweer van NHV Verzekeringen dat zij geen kwade opzet had, gaat de kantonrechter voorbij. Ook een onbewust schenden van het auteursrecht komt voor rekening en risico van NHV Verzekeringen.
6.5.
Verder voert NHV Verzekeringen aan dat het formaat en de resolutie van de foto dermate zijn aangepast dat het nog maar de vraag is of gesproken kan worden van inbreuk op het auteursrecht van [eiser] . Dit verweer faalt. Uit de door [eiser] overgelegde afdruk van de website van NHV Verzekeringen blijkt dat de foto duidelijk, met daarin de voor de foto kenmerkende eigenschappen, te zien is. Er is dus sprake van een openbaarmaking van de foto. Daarbij is niet relevant hoe groot de foto is en, anders dan NHV Verzekeringen suggereert, ook niet hoeveel mensen de website bekeken hebben. Dat de foto 14 jaar oud is doet evenmin ter zake; het auteursrecht van [eiser] vervalt op grond van artikel 37 Auteurswet pas 70 jaar na de 1e januari volgend op zijn overlijden.
6.6.
De conclusie van het voorgaande luidt dat NHV Verzekeringen inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van [eiser] . De gevorderde verklaring voor recht zal worden toegewezen. NVH Verzekeringen dient tevens de schade die [eiser] ten gevolge van de auteursrechtinbreuk heeft geleden te vergoeden.
6.7.
Over de hoogte van de toe te wijzen schadevergoeding overweegt de kantonrechter als volgt. Tussen [eiser] en NHV bestaat niet een contractuele relatie. [eiser] vordert in deze procedure tweemaal de misgelopen licentievergoeding die hij normaliter in rekening brengt, te weten een bedrag van € 270,-. Als niet weersproken staat vast dat dit in overeenstemming is met de richtprijzen fotografie 2012. Mede gelet op de door [eiser] overgelegde voorbeelden van door andere fotografen gehanteerde tarieven, komt dit bedrag de kantonrechter redelijk voor. Nu onbestreden is aangevoerd dat [eiser] naast het mislopen van de gebruikelijk gehanteerde licentievergoeding (immateriële) schade heeft geleden door het ontbreken van naamsvermelding bij de foto en door de inbreuk op zijn exclusieve recht om uitsluitend zelf te bepalen waar en hoe zijn foto’s worden gebruikt, acht de kantonrechter de additionele vergoeding naast het honorarium dat [eiser] bij regulier gebruik van de foto zou hebben ontvangen op zijn plaats.
6.8.
Het voorgaande brengt mee dat NHV Verzekeringen naar het oordeel van de kantonrechter aanspraak heeft op een bedrag van € 540,- voor vergoeding van de als gevolg van de auteursrechtinbreuk geleden schade. NVH Verzekeringen heeft reeds een bedrag van € 250,00 aan NVH Verzekeringen overgemaakt. Gesteld nog gebleken is dat dit bedrag door NVH Verzekeringen is teruggestort. De kantonrechter zal NHV Verzekeringen dan ook veroordelen tot betaling van het restantbedrag van € 390,00. NHV Verzekeringen zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. [eiser] vordert een veroordeling van NHV Verzekeringen in de volledige proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv en heeft daartoe een kostenspecificatie van het salaris van de gemachtigde tot en met de conclusie van repliek ter hoogte van € 1.859,03 overgelegd. Een proceskostenvergoeding op de voet van artikel 1019h Rv is toewijsbaar omdat de zaak betrekking heeft op handhaving van rechten van intellectuele eigendom in de zin van artikel 1019 Rv.
6.9.
Voor zover NHV Verzekeringen tegen de hoogte van het gevorderde bedrag heeft aangevoerd dat niet te begrijpen is waarom [eiser] direct een gemachtigde heeft ingeschakeld en dat hoge proceskosten hadden kunnen worden voorkomen, wordt dat verweer gepasseerd. [eiser] heeft in de stukken uitgelegd waarom hij ervoor kiest om bij inbreuk een gemachtigde in te schakelen, namelijk omdat regelmatig sprake is van inbreuk op zijn auteursrechten, hij veel in het buitenland verblijft en hij geen jurist is, waarbij hij overigens de kosten van bijstand voor werkzaamheden die hij gemakkelijk zelf zou kunnen doen voor zijn eigen rekening neemt. Daarbij komt dat [eiser] met het voorstel in overleg te treden over de schade en met zijn schikkingsvoorstellen aan NHV Verzekeringen de mogelijkheid heeft geboden het verder oplopen van kosten te voorkomen, welke mogelijkheid NHV Verzekeringen niet heeft aangegrepen. Weliswaar heeft zij bij wijze van vergoeding een bedrag van € 250,- overgemaakt op de derdenrekening van de gemachtigde van [eiser] , maar hiermee kwam zij niet tegemoet aan het schikkingsvoorstel dat haar was gedaan en het was niet aan NHV Verzekeringen om de hoogte van het bedrag te bepalen. De hoogte van de opgegeven (proces)kosten is door NHV Verzekeringen niet bestreden, zodat de kantonrechter het salaris van de gemachtigde tot en met de conclusie van repliek conform de opgave van [eiser] zal begroten. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat de opgevoerde kosten het binnen de rechtspraak vastgestelde indicatietarief voor een zeer eenvoudige IE-zaak als de onderhavige niet te boven gaat, zodat de opgevoerde kosten niet onredelijk hoog zijn. Derhalve zullen de proceskosten van [eiser] worden begroot op een bedrag van € 1.859,03 aan salaris van de gemachtigde, vermeerderd met een bedrag van € 103,10 aan kosten voor de dagvaarding en een bedrag van € 78,00 aan griffierecht, oftewel in totaal op een bedrag van € 2.040,13.
6.10.
De kostenveroordeling heeft betrekking op zowel de voor als na de uitspraak gemaakte kosten, en levert daarom voor alle kosten, ook voor eventuele nakosten, een executoriale titel op (zie HR 19 maart 2010, NJ 2011, 237 en nog eens herhaald in HR 14 februari 2014, NJB 2014, 421). Een aparte veroordeling in de nakosten als gevorderd naast de kostenveroordeling blijft dan ook achterwege.