RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 7007066 \ CV EXPL 18-5046
Uitspraakdatum: 31 oktober 2018
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [woonplaats]
eiser
verder te noemen: [eiser]
gemachtigde: mr. K.M. van Boven
[gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
verschenen in persoon
1 Het procesverloop
1.1.
[eiser] heeft bij dagvaarding van 30 mei 2018 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord en later aanvullende stukken ingediend.
1.2.
Op 14 september 2018 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [eiser] heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting heeft [eiser] een akte aanvullende producties, tevens vermeerdering eis toegestuurd.
2 De feiten
2.1.
[eiser] is een professioneel fotograaf en is gespecialiseerd in culinaire fotografie. Hij handelt onder de naam [handelsnaam eiser] en gebruikt de artiestennaam [artiestennaam]. [eiser] plaatst zijn foto’s op zijn Flickr-account en enkele daarvan staan ook op zijn website www.[handelsnaam eiser].nl. [eiser] heeft (onder andere) de volgende vier foto’s gemaakt: ‘Kom snert met rookworst en katenspek’, ‘Bord erwtensoep’, ‘Hollandse gehaktbal’ en ‘Uitsmijter ham’ (hierna: de foto’s).
2.2.
[gedaagde] heeft een broodjeszaak genaamd [handelsnaam gedaagde] . [gedaagde] houdt voor [handelsnaam gedaagde] een facebookpagina aan, waarop zij foto’s plaatst van gerechten die zij verkoopt.
2.3.
[gedaagde] heeft twee van de foto’s van [eiser] , te weten ‘Kom snert met rookworst en katenspek’ en ‘Bord erwtensoep’, bij tien berichten op haar facebookpagina gezet. [eiser] heeft hiervoor geen toestemming gegeven en zijn naam is niet vermeld bij de foto’s. Nadat [gedaagde] was aangeschreven door [eiser] over het gebruik van twee van zijn foto’s, heeft ze deze verwijderd. [eiser] heeft in zijn brieven aanspraak gemaakt op een vergoeding voor het gebruik van de foto’s. [gedaagde] heeft geen vergoeding betaald, ook niet nadat de concept-dagvaarding naar haar was toegestuurd.
2.4.
Na het uitbrengen van de dagvaarding heeft [eiser] geconstateerd dat [gedaagde] in 2016 ook de twee andere foto’s op de facebookpagina van haar broodjeszaak heeft geplaatst. Het gaat om ‘Hollandse gehaktbal’ en ‘Uitsmijter ham’. Na hierover te zijn aangeschreven door [eiser] , heeft [gedaagde] het gebruik van deze foto’s niet gestaakt. Evenmin is zij tot betaling van een vergoeding voor het gebruik van deze foto’s overgegaan.
3 De vordering
3.1.
[eiser] vordert – samengevat en na vermeerdering van eis – dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 1.740,00 en [gedaagde] beveelt de inbreuk op zijn auteurs- en persoonlijkheidsrechten volledig te staken, onder het stellen van een dwangsom en [gedaagde] te veroordelen in de volledige proceskosten van € 2.518,82 en in de nakosten van € 100,00, en tot vergoeding van wettelijke rente.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] zonder zijn toestemming vier foto’s van hem heeft gebruikt, terwijl dat gebruik van twee daarvan nog steeds voortduurt. Zij heeft daarbij ten onrechte niet de (artiesten-)naam van [eiser] gebruikt. [eiser] lijdt hierdoor schade, die hij heeft berekend conform de richtprijzen van de Stichting Foto Anoniem en de artikelen 9 en 10 van de algemene voorwaarden van DuPho. Op grond van artikel 1019h Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) maakt [eiser] aanspraak op een volledige proceskostenvergoeding. [eiser] stelt dat hij – naast zijn eenmanszaak – ook in loondienst was, maar inmiddels als werknemer met pensioen is. Hij fotografeert nog steeds voor zijn eenmanszaak en er zijn bedrijven die een licentie van hem kopen voor het gebruik van zijn foto’s. Hij is geen oplichter, die bewust het gebruik van zijn foto’s uitlokt met het doel daaraan te verdienen. Hij heeft nooit gezegd dat hij dit soort procedures voert om daaraan geld te verdienen, aldus nog steeds [eiser] .
5 De beoordeling
5.1.
De vier foto’s van [eiser] zijn auteursrechtelijk beschermd. De foto’s hebben een eigen oorspronkelijk karakter en dragen het persoonlijk stempel van de maker. Alleen de maker heeft het recht zijn werk openbaar te maken. Dat staat in artikel 1 van de Auteurswet. Dat betekent voor [gedaagde] dat zij de foto’s niet zonder toestemming van [eiser] mocht gebruiken. [gedaagde] had geen toestemming van [eiser] om de foto’s op de facebookpagina van haar broodjeszaak te plaatsen. Zij heeft ook niet geprobeerd de maker ervan te achterhalen, terwijl op één van de foto’s het watermerk ‘[artiestennaam]’ zichtbaar is. Zij heeft bovendien de naam van [eiser] niet bij de foto’s vermeld, terwijl ook dat op grond van de Auteurswet wel moet. Dat staat in artikel 25 Auteurswet.
5.2.
Voor het kunnen aannemen van een inbreuk op een auteursrecht geldt niet de voorwaarde dat [gedaagde] wist dat zij foto’s plaatste terwijl dat niet mocht. Opzet of kwade trouw is voor een inbreuk geen voorwaarde. Er rust op [eiser] ook geen verplichting om zijn foto’s technisch te beveiligen, zodat hergebruik zonder toestemming niet mogelijk is. Dat [gedaagde] de foto’s via internet heeft gevonden en dacht dat het gebruik ervan (en zonder naamsvermelding) mocht, blijft dan ook voor haar eigen risico.
5.3.
Volgens [gedaagde] is sprake van misbruik van recht omdat [eiser] zijn auteursrechten bewust inzet en het onbevoegd gebruik van zijn foto’s uitlokt om eraan te verdienen. Door [eiser] is deze stelling betwist.
5.4.
Van misbruik van recht is sprake als [eiser] zijn auteursrechten inzet met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor die rechten zijn verleend. Er kan ook sprake van zijn als [eiser] in redelijkheid niet tot de uitoefening had kunnen komen, gelet op de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang van [gedaagde] dat daardoor wordt geschaad. Dit staat in artikel 3:13 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Deze hoge drempel wordt niet snel gehaald.
5.5.
De kantonrechter vindt dat door [gedaagde] onvoldoende is gesteld om de conclusie te kunnen dragen dat sprake is van misbruik van recht. Het feit dat [eiser] inkomsten krijgt als hij opkomt voor zijn rechten en dat [gedaagde] hierdoor wordt geschaad (omdat zij moet betalen), is hiervoor onvoldoende. De stelling van [gedaagde] dat er vele gedupeerden zijn, die voor rechtsbijstand voor inbreuken op auteursrechten niet verzekerd zijn en dat [eiser] geld verdient aan het claimen van zijn rechten (en dit volgens haar ook zo verklaard heeft tegenover een gedupeerde) en gedupeerden aanschrijft, toont evenmin uitlokking aan. Daarbij maakt [eiser] volgens [gedaagde] gebruik van bepaalde software om zijn foto’s te volgen. Ook als [gedaagde] deze stellingen zou bewijzen, dan volgt hieruit niet dat [eiser] bewust foto’s op internet plaatst met het enkele doel overtredingen uit te lokken. Ter zitting heeft [eiser] uitgelegd dat hij alleen optreedt tegenover bedrijfsmatige gebruikers van zijn foto’s en dat hij nog steeds licenties uitgeeft en betalende klanten voor zijn culinaire foto’s heeft. Met zijn fotografie is hij niet gestopt, wel is hij met pensioen ten aanzien van zijn werk in loondienst. Hij heeft er nog steeds een zakelijk belang bij dat zijn naam bij de foto’s wordt vermeld. Dit alles is niet betwist door [gedaagde] . Daarmee is het belang van [eiser] bij het optreden tegen onbevoegd gebruik van zijn foto’s, voldoende aangetoond. Of hij bij het optreden tegen inbreuken al dan niet gebruikt maakt van software (wat door [eiser] overigens is betwist) is verder niet relevant. Het staat [eiser] vrij om inbreuken op zijn foto’s te controleren en zo nodig te bestrijden. Verder heeft [eiser] aan [gedaagde] voldoende gelegenheid gegeven om een procedure bij de kantonrechter te voorkomen.
5.6.
De conclusie is dan ook dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van [eiser] door zonder toestemming en zonder naamsvermelding vier foto’s van [eiser] te plaatsen op de facebookpagina van haar broodjeszaak. Zij heeft daarmee onrechtmatig gehandeld tegenover [eiser] en is daarom verplicht zijn schade te vergoeden.
5.7.
[eiser] heeft bij de berekening van zijn schade aansluiting gezocht bij de tarieven die gelden voor foto’s waarvan de eigenaar onbekend is en die door de Stichting Foto Anoniem worden gebruikt. Op grond van deze tarieven zou [eiser] recht hebben op een bedrag van
€ 1.195,00 voor het gebruik van de vier foto’s. Hij heeft vervolgens onder verwijzing naar de algemene voorwaarden van DuPho een verhoging toegepast van vier keer de licentievergoeding, waarmee hij op een bedrag van € 4.780,00 uitkomt. Hij beperkt echter zijn schade tot het gevorderde bedrag van € 1.740,00.
5.8.
De kantonrechter wijst het gevorderde schadebedrag toe. Bij de berekening van het schadebedrag is niet alleen het bedrag aan gemiste licentievergoeding richtinggevend, waarmee op een bedrag van € 1.195,00 wordt gekomen. Ook wordt in de hoogte van de toe te wijzen schadevergoeding veelal meegenomen dat het gebruikelijk is (zie hiervoor ook de licentievoorwaarden van DuPho) dat bij onbevoegd gebruik, er meer wordt betaald dan alleen de licentievergoeding. Ook het ontbreken van de naamsvermelding vormt een zelfstandige grondslag voor het vorderen van schadevergoeding en lijdt tot een verhoging van het schadebedrag. De verhoging met een bedrag van € 545,00 komt de kantonrechter om deze redenen niet onredelijk voor, terwijl daartegen ook geen verweer is gevoerd. De kantonrechter zal het gevorderde schadebedrag van € 1.740,00 dan ook toewijzen.
5.9.
Door [gedaagde] is niet betwist dat er nog steeds twee foto’s van [eiser] op de facebookpagina bij de berichten van 2016 staan, te weten: ‘Hollandse gehaktbal’ en ‘Uitsmijter ham’. Dat [gedaagde] niet weet hoe zij deze foto’s moet verwijderen en deze zelf niet heeft gezien omdat ze uitsluitend via haar telefoon gebruik maakt van de facebookpagina van haar broodjeszaak, komt voor haar risico. Zij moet ervoor zorgen dat de twee foto’s verwijderd worden omdat het gebruik ervan niet is toegestaan. De vordering van [eiser] die hierop ziet, wordt dan ook toegewezen, waarbij de gevorderde dwangsom wordt gematigd. Als de foto’s niet binnen 72 uur (drie dagen) na het wijzen van dit vonnis verwijderd zijn, verbeurt [gedaagde] een dwangsom van € 50,00 per dag dat de inbreuk voortduurt met een maximum van € 2.500,00.
5.10.
Door [eiser] is rente gevorderd maar hij heeft niet gesteld waarover. De vordering is daarom te onbepaald en wordt om die reden afgewezen.
5.11.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt. Hierbij komen de werkelijk gemaakte advocaatkosten van [eiser] voor in aanmerking op grond van artikel 1019h Rv. De gevorderde advocaatkosten van € 2.210,25 zijn voldoende gesteld en onderbouwd en worden toegewezen, vermeerderd met de verdere kosten (griffierecht en dagvaarding), die hierna worden genoemd.
5.12.
De kostenveroordeling heeft betrekking op zowel de voor als na de uitspraak gemaakte kosten, en levert daarom voor alle kosten, ook voor eventuele nakosten, een executoriale titel op (zie het arrest van de Hoge Raad van 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116 en nog eens herhaald in het arrest van de Hoge Raad van 14 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:335). Een aparte veroordeling in de nakosten als gevorderd naast de kostenveroordeling blijft dan ook achterwege.
6 De beslissing
6.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 1.740,00,
6.2.
beveelt [gedaagde] de inbreuk ten aanzien van de foto’s ‘Hollandse gehaktbal’ en ‘Uitsmijter ham’ volledig te staken binnen 72 uur na het wijzen van het vonnis onder verbeurte van een dwangsom van € 50,00 per dag dat de inbreuk voortduurt met een maximum van € 2.500,00,
6.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 99,91
griffierecht € 226,00
salaris gemachtigde € 2.210,25 ;
6.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.5.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.K. Korteweg en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter