13 BESLISSING
- verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 tot en met 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart niet bewezen het meer of anders ten laste gelegde en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 7 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een levenslange gevangenisstraf;
- beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- een zwart vuurwapen (pistool) met SIN-nummer: AAMO1514NL;
- een zilverkleurige demper met SIN-nummer: AAMO1526NL;
De vordering van [benadeelde 1] , moeder van [slachtoffer 3]
- -
wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 17.500,- (zegge zeventienduizend en vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 1] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op € 521,60;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 1] , € 17.500,- (zegge zeventienduizend en vijfhonderd euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- -
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [benadeelde 2] , zus van [slachtoffer 3]
- -
wijst de vordering van [benadeelde 2] toe tot een bedrag van € 386,59 (zegge driehonderdzesentachtig euro en negenenvijftig eurocent), bestaande uit materiële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 2] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op € 1.513,57;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 2] , € 386,59 (zegge driehonderdzesentachtig euro en negenenvijftig eurocent) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [benadeelde 3] , zus van [slachtoffer 3]
- -
bepaalt dat de benadeelde partij, [benadeelde 3] , niet-ontvankelijk is in haar vordering en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- -
compenseert de kosten tussen partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt;
De vordering van [benadeelde 4] , echtgenote van [slachtoffer 4]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 4] , toe tot een bedrag van € 71.894,07 (zegge eenenzeventigduizend achthonderdvierennegentig euro en zeven eurocent), bestaande uit € 10.644,07 voor materiële schade en € 61.250,- voor immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 4] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 4] , € 71.894,07 (zegge eenenzeventigduizend achthonderdvierennegentig euro en zeven eurocent) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [benadeelde 5] , zoon van [slachtoffer 4]
- -
wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 5] ;
- -
veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan [benadeelde 5] van een bedrag van € 20.000,- (zegge twintigduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 5] ,
€ 20.000,- (zegge twintigduizend euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
De vordering van [benadeelde 6] , zoon van [slachtoffer 4]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 6] , toe tot een bedrag van € 17.500,- (zegge zeventienduizend en vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 6] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 6] , € 17.500,- (zegge zeventienduizend en vijfhonderd euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [benadeelde 7] , vader van [slachtoffer 1]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 7] , toe tot een bedrag van € 20.000,- (zegge twintigduizend euro), bestaande uit immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 7] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 7] , € 20.000,- (zegge twintigduizend euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [benadeelde 8] , moeder van [slachtoffer 1]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 8] , toe tot een bedrag van € 17.500,- (zegge zeventienduizend en vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 8] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 8] , € 17.500,- (zegge zeventienduizend en vijfhonderd euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [benadeelde 9] , zus van [slachtoffer 1]
- -
bepaalt dat de benadeelde partij, [benadeelde 9] , niet-ontvankelijk is in haar vordering en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- -
compenseert de kosten tussen partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt;
De vordering van [benadeelde 10] , partner van [slachtoffer 2]
- wijst de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 10] , toe tot een bedrag van € 186.183,- (zegge honderdzesentachtig duizend en honderd drieëntachtig euro), bestaande uit
€ 166.183,- voor materiële schade en € 20.000,- voor immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 10] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 10] , € 186.183,- (zegge honderdzesentachtig duizend en honderd drieëntachtig euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [benadeelde 11] , zoon van [slachtoffer 2]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 11] , toe tot een bedrag van € 25.500,- (zegge vijfentwintigduizend en vijfhonderd euro), bestaande uit € 5.500,- voor materiële schade en € 20.000,- voor immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 11] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 11] , € 25.500,- (zegge vijfentwintigduizend en vijfhonderd euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [benadeelde 12] , zoon van [slachtoffer 2]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 12] , toe tot een bedrag van € 28.250,- (zegge achtentwintigduizend en tweehonderdvijftig euro), bestaande uit € 8.250,- voor materiële schade en € 20.000,- voor immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 12] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 12] , € 28.250,- (zegge achtentwintigduizend en tweehonderdvijftig euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [benadeelde 13] , dochter van [slachtoffer 2]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 13] , toe tot een bedrag van € 42.250,- (zegge tweeënveertigduizend en tweehonderdvijftig euro), bestaande uit € 22.250,- voor materiële schade en € 20.000,- voor immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 13] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 13] , € 42.250,- (zegge tweeënveertigduizend en tweehonderdvijftig euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [benadeelde 14] , vader van [slachtoffer 2]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 14] , toe tot een bedrag van € 17.500,- (zegge zeventienduizend en vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 14] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 14] , € 17.500,- (zegge zeventienduizend en vijfhonderd euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [benadeelde 15] , moeder van [slachtoffer 2]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 15] , toe tot een bedrag van € 17.500,- (zegge zeventienduizend en vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 15] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 15] , € 17.500,- (zegge zeventienduizend en vijfhonderd euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [benadeelde 16] , zus van [slachtoffer 2]
- -
bepaalt dat de benadeelde partij, [benadeelde 16] , niet-ontvankelijk is in haar vordering en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- -
compenseert de kosten tussen partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt;
De vordering van [benadeelde 17] , zus van [slachtoffer 2]
- -
bepaalt dat de benadeelde partij, [benadeelde 17] , niet-ontvankelijk is in haar vordering en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- -
compenseert de kosten tussen partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt;
De vordering van [benadeelde 18] , broer van [slachtoffer 2]
- -
bepaalt dat de benadeelde partij, [benadeelde 18] , niet-ontvankelijk is in zijn vordering en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- -
compenseert de kosten tussen partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt;
De vordering van [slachtoffer 5]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 5] , toe tot een bedrag van € 143.654,39 (zegge honderddrieënveertigduizend zeshonderdvierenvijftig euro en negenendertig eurocent), bestaande uit € 43.654,39 voor materiële schade en 100.000,- voor immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 5] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer 5] ,
€ 143.654,39 (zegge honderddrieënveertigduizend zeshonderdvierenvijftig euro en negenendertig eurocent) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [benadeelde 19] , partner van [slachtoffer 5]
- wijst de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 19] , toe tot een bedrag van € 21.820,- (zegge eenentwintigduizend achthonderdtwintig euro), bestaande uit € 1.820,- voor materiële schade en 20.000,- voor immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 19] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op € 50,-;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 19] ,
€ 21.820,- (zegge eenentwintigduizend achthonderdtwintig euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [benadeelde 20] , moeder van [slachtoffer 5]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 20] , toe tot een bedrag van € 20.525,- (zegge twintigduizend vijfhonderdvijfentwintig euro), bestaande uit € 525,- voor materiëleschade en 20.000,- voor immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 20] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op € 50,-;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 20] , € 20.525,- (zegge twintigduizend vijfhonderdvijfentwintig euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [benadeelde 21] , zus van [slachtoffer 5]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 21] , toe tot een bedrag van € 20.928,35 (zegge twintigduizend negenhonderdachtentwintig euro en vijfendertig eurocent), bestaande uit € 928,35 voor materiële schade en € 20.000 voor immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 21] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op € 50,-;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 21] , € 20.928,35 (zegge twintigduizend negenhonderdachtentwintig euro en vijfendertig eurocent) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [slachtoffer 6]
- -
wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 6] ;
- -
veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan [slachtoffer 6] van een bedrag van € 60.571,07 (zegge zestigduizend vijfhonderdeenenzeventig euro en zeven eurocent), bestaande uit
€ 17.621,07 voor materiële schade en 42.950,- voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer 6] ,
€ 60.571,07 (zegge zestigduizend vijfhonderdeenenzeventig euro en zeven eurocent) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
De vordering van [benadeelde 22] , moeder van [slachtoffer 6]
- -
bepaalt dat de benadeelde partij, [benadeelde 22] , niet-ontvankelijk is in haar vordering en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- -
compenseert de kosten tussen partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt;
De vordering van [slachtoffer 7]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 7] , toe tot een bedrag van € 26.426,19 (zegge zesentwintigduizend vierhonderdzesentwintig euro en negentien eurocent), bestaande uit € 4.776,19 voor materiële schade en 21.650,- voor immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 7] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op € 2.062,50;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer 7] , € 26.426,19 (zegge zesentwintigduizend vierhonderdzesentwintig euro en negentien eurocent) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [slachtoffer 18]
- -
wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 18] ;
- -
veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan [slachtoffer 18] van een bedrag van € 7.500,- (zegge zevenduizend vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer 18] , € 7.500,- (zegge zevenduizend vijfhonderd euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
De vordering van [slachtoffer 9]
- -
wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 9] ;
- -
veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan [slachtoffer 9] van een bedrag van € 10.000,- (zegge tienduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer 9] , € 10.000,- (zegge tienduizend euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
De vordering van [slachtoffer 12]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 12] , toe tot een bedrag van € 15.721,08 (zegge vijftienduizend zevenhonderdeenentwintig euro en acht eurocent), bestaande uit € 721,08 voor materiële schade en € 15.000,- voor immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 12] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op € 136,80;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer 12] ,
€ 15.721,08 (zegge vijftienduizend zevenhonderdeenentwintig euro en acht eurocent) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [slachtoffer 13]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 13] , toe tot een bedrag van € 27.715,- (zegge zevenentwintigduizend zevenhonderdvijftien euro), bestaande uit € 17.715,- voor materiële schade en € 10.000,- voor immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 13] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer 13] ,
€ 27.715,- (zegge zevenentwintigduizend zevenhonderdvijftien euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [slachtoffer 19]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 19] , toe tot een bedrag van € 7.500,- (zegge zevenduizend vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 19] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer 19] , € 7.500,- (zegge zevenduizend vijfhonderd euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [slachtoffer 8]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 8] , toe tot een bedrag van € 10.000,- (zegge tienduizend euro), bestaande uit immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 8] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer 8] ,
€ 10.000,- (zegge tienduizend euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [slachtoffer 10]
- -
wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 10] ;
- -
veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan [slachtoffer 10] van een bedrag van € 10.000,- (zegge tienduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer 10] ,
€ 10.000,- (zegge tienduizend euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
De vordering van [slachtoffer 21]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 21] , toe tot een bedrag van € 7.617,- (zegge zevenduizend zeshonderdzeventien euro), bestaande uit € 117,- voor materiële schade en € 7.500 voor immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 21] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer 21] , € 7.617,- (zegge zevenduizend zeshonderdzeventien euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [slachtoffer 17]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 17] , toe tot een bedrag van € 7.500,- (zegge zevenduizend vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 17] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer 17] , € 7.500,- (zegge zevenduizend vijfhonderd euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [slachtoffer 14]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 14] , toe tot een bedrag van € 7.500,- (zegge zevenduizend vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 14] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer 14] , € 7.500,- (zegge zevenduizend vijfhonderd euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [slachtoffer 15]
- -
wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 15] , toe tot een bedrag van € 7.500,- (zegge zevenduizend vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade;
- -
veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 15] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van de volledige betaling;
- -
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- -
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer 15] , € 7.500,- (zegge zevenduizend vijfhonderd euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
De vordering van [benadeelde 23]
- -
bepaalt dat de benadeelde partij, [benadeelde 23] , niet-ontvankelijk is in zijn vordering en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- -
compenseert de kosten tussen partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt;
De vordering van [benadeelde 24]
- -
bepaalt dat de benadeelde partij, [benadeelde 24] , niet-ontvankelijk is in haar vordering en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- -
compenseert de kosten tussen partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt;
De vordering van [benadeelde 25]
- -
bepaalt dat de benadeelde partij, [benadeelde 25] , niet-ontvankelijk is in haar vordering en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- -
compenseert de kosten tussen partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt;
De vordering van de medewerker Penitentiaire Inrichting (dienstnummer [dienstnummer] )
- -
bepaalt dat de benadeelde partij, de medewerker van de Penitentiaire Inrichting met dienstnummer [dienstnummer] , niet-ontvankelijk is in zijn vordering en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- -
compenseert de kosten tussen partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Veldhuisen, voorzitter, mr. C.M.A.T. van der Geest en
mr. J.G. van Ommeren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Lindeman, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 maart 2020.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage 1: de tenlastelegging
Feit 1
hij in de periode van 18 maart 2019 tot en met 28 maart 2019 te Utrecht [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, (telkens) door gericht met een vuurwapen (meerdere malen) op het lichaam van voornoemde personen te schieten, ten gevolge waarvan [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op 18 maart 2019 zijn overleden en [slachtoffer 4] op 28 maart 2019 is overleden, welke misdrijven (telkens) werden gepleegd met een terroristisch oogmerk, te weten het oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen;
(art. 289 Sr juncto art. 287 Sr juncto art. 288a Sr juncto art. 83 Sr juncto art. 83a Sr)
Feit 2
hij op 18 maart 2019 te Utrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 6] en [slachtoffer 5] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven
(telkens) gericht met een vuurwapen op het lichaam van voornoemde personen heeft geschoten, waarbij zij beiden door een kogel zijn geraakt in het (boven)lichaam, terwijl de uitvoering van die voorgenomen misdrijven niet is voltooid, welke misdrijven (telkens) werden gepleegd met een terroristisch oogmerk, te weten het oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen;
(art. 289 Sr juncto art. 287 Sr juncto art. 288a Sr juncto art. 83 Sr juncto art. 83a Sr juncto art. 45 Sr)
Feit 3
hij op 18 maart 2019 te Utrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 7] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven een (doorgeladen) vuurwapen op het (achter)hoofd van [slachtoffer 7] heeft gericht en daarna de trekker van dat vuurwapen heeft overgehaald, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke misdrijf werd gepleegd met een terroristisch oogmerk, te weten het oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen;
(art. 289 Sr juncto art. 287 Sr juncto art. 288a Sr juncto art. 83 Sr juncto art. 83a Sr juncto art. 45 Sr)
Feit 4
hij op 18 maart 2019 te Utrecht, [slachtoffer 8] , de persoon met nummer [nummer] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] , [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 7] heeft bedreigd met een terroristisch misdrijf, althans met enig misdrijf tegen het leven gericht, (telkens) door in een tram waarvan de deuren waren afgesloten, in de nabijheid van de voornoemde personen, een vuurwapen door te laden en met dat vuurwapen te richten en te schieten op meerdere (ogenschijnlijk willekeurige) passagiers van de tram en/of waarbij verdachte Allāhu akbar heeft geroepen;
(art. 285, eerste en derde lid, Sr)
Feit 5
hij op 18 maart 2019 te Utrecht, de na te noemen personen heeft bedreigd met een terroristisch misdrijf, althans met enig misdrijf tegen het leven gericht:
- -
[slachtoffer 12] , [slachtoffer 14] , [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] (telkens) door met een vuurwapen in de hand dreigend op de voornoemde personen af te lopen en daarbij te schieten met het vuurwapen,
- -
[slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] (telkens) door een vuurwapen in hun richting te houden en met dat vuurwapen te schieten,
- -
[slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20] (telkens) door een vuurwapen op hen te richten en/of
- -
[slachtoffer 21] , [slachtoffer 22] en/of [slachtoffer 23] (telkens) door voor hen zichtbaar in hun nabijheid (op ogenschijnlijk willekeurige personen) te schieten met een vuurwapen en dat vuurwapen te richten op (ogenschijnlijk willekeurige) personen,
waarbij verdachte Allāhu akbar heeft geroepen;
(art. 285, eerste en derde lid, Sr)
Feit 6
hij op 25 februari 2019 te Lelystad een medewerker (met dienstnummer [dienstnummer] ) van de Penitentiaire Inrichting Lelystad heeft mishandeld door die medewerker een kopstoot te geven tegen het jukbeen.
(art. 300 Sr)
Bijlage 2: de bewijsmiddelen
27
De bewijsmiddelen voor de feiten 1 tot en met 5
De met behulp van camera’s vastgelegde beelden
Een proces-verbaal van bevindingen (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-177), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op maandag 18 maart 2019 stapte de verdachte [verdachte] op het perron aan het 24 Oktoberplein in Utrecht in de tram in het tweede tramstel.28 In het tweede tramstel zaten onder meer: [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] [de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ], [slachtoffer 1] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , de persoon met nr. [nummer] [de rechtbank begrijpt en hierna ook te noemen: [slachtoffer 9] ], [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] , [slachtoffer 13]29 en [slachtoffer 5] .30
Hieronder volgt een overzicht van wat er zich heeft afgespeeld in het 2e tramstel. Hierbij werden de beelden gebruikt die in de tram werden gemaakt. De beelden zijn zonder geluid zodat daaruit niet vastgesteld kon worden of verdachte daadwerkelijk heeft geschoten. In de omschrijving is er daarom voor gekozen de situatie zo te omschrijven dat verdachte zijn pistool heeft gericht. Naast ieder screenshot staat een tekening waarop is aangegeven waar verdachte en getuigen zich op dat moment in de tram bevonden.
10.41.00 uur: Verdachte stapt de tram in.31
10.41.19 uur: Verdachte richt een pistool op het achterhoofd van [slachtoffer 7] .33 Hierna
trekt verdachte het pistool terug.
10.41.43 uur: Verdachte loopt naar achteren en zit aan zijn wapen.34
10.41.24 uur: Verdachte richt zijn pistool op [slachtoffer 6] .35
10.41.26 uur: Verdachte richt nogmaals zijn wapen op [slachtoffer 6] .36
10.41.35 uur: Verdachte loopt naar voren en richt zijn pistool op [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] grijpt
naar haar borst.37
10.41.43 uur: Verdachte heeft zich omgedraaid en loopt naar de voorzijde van
tramstel 2. Hier richt hij zijn wapen op [slachtoffer 2] [de rechtbank
begrijpt: [slachtoffer 2] ] die zijn tas voor zijn hoofd houdt als bescherming.
De andere getuigen zitten gehurkt dicht achter elkaar [de rechtbank
begrijpt uit de screenshots en tekening dat met de andere getuigen
worden bedoeld: [slachtoffer 11] , [slachtoffer 10] en [slachtoffer 9] ].
Verdachte richt zijn wapen nogmaals op [slachtoffer 2] [de rechtbank
begrijpt: [slachtoffer 2] ]. Gezien de reacties van de getuigen, gehurkt voorin
de tram is er een schot afgegaan. Later werden in de tas van [slachtoffer 2]
twee kogelinslagen aangetroffen.39
- -
10.41.45 uur: Verdachte richt vervolgens zijn pistool op [benadeelde 5] [de rechtbank
begrijpt: [slachtoffer 3] ]. Gezien de reactie van [benadeelde 5] lijkt hij te worden
geraakt en duikt ineen.
- -
10.41.51 uur: Verdachte loopt terug door het tramstel en richt zijn wapen in het
voorbijlopen nogmaals op [slachtoffer 1] . Hierna zakt het bovenlichaam van
naar voren.40
10.41.56 uur: Een aantal getuigen heeft de tram al verlaten, waaronder [slachtoffer 6] en
[slachtoffer 13] . Verdachte ziet dat de deur opengaat en dat getuigen uit de
tram rennen, waaronder [slachtoffer 5] en [slachtoffer 12] .41
- -
10.41.58 uur: Verdachte richt zijn pistool op [slachtoffer 5] , die blijft liggen.
- -
10.42.01 uur: Verdachte bekijkt zijn pistool terwijl op dat moment door andere
getuigen wordt geprobeerd om de deuren van de tram te openen [de
rechtbank begrijpt: de deuren aan de voorzijde van het tramstel].42
Intussen is het getuigen gelukt om de ruit in te trappen van de deur en te zien is dat [slachtoffer 11] en [slachtoffer 10] de tram zijn uitgegaan.43
- -
10.42.23 uur: Verdachte loopt naar de voorzijde van de tram en te zien is dat hij de
slede van het pistool naar achteren trekt.
- -
10.42.26 uur: Verdachte stapt over het lichaam van [slachtoffer 1] heen die van haar stoel op
de grond is gezakt.
- -
10.42.38 uur: Intussen zijn [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] bezig om de tram te verlaten.
- -
10.42.31 uur: [slachtoffer 2] [de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ] verlaat als laatste het tramstel
door de geopende ruit in de deur.44
Verdachte loopt naar de deur met de ingetrapte ruit en richt zijn
pistool op [slachtoffer 2] [de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ].45
10.42.40 uur: Verdachte loopt terug de tram in legt zijn pistool even op een stoel.
Achter hem is [benadeelde 5] [de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 3] ] te zien die
bewegingsloos in zijn stoel zit.46
- -
10.42.43 uur: Verdachte heeft vermoedelijk de houder uit zijn pistool gehaald en is
deze kennelijk aan het vullen met nieuwe patronen.
- -
10.43.07 uur: Verdachte trekt de slede van zijn pistool naar achteren en loopt
richting de voorzijde van de tram.47
10.43.09 uur: Verdachte stapt door de ingetrapte ruit in de deur uit de tram.48
Het overlijden van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3]
Een proces-verbaal van bevindingen (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-7), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 18 maart 2019, ter plaatse op het 24 Oktoberplein, zag en hoorde ik, verbalisant, dat omstanders mij wezen op een man naast de tram. Bij de man aangekomen zijn wij gaan reanimeren. Ik zag dat de man een rond bebloed gat op zijn borst had op de onderzijde van zijn lichaam. Mogelijk was dit veroorzaakt door een kogel. Na enige tijd hoorde ik dat de vrouwelijke ambulance medewerker riep: ‘stop maar, de man is overleden’.49 Na controle identiteit zag ik dat deze man [slachtoffer 2] bleek te heten.50
Een rapport van het NFI ‘Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood’ van 25 maart 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[slachtoffer 2] [de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ] is overleden te 24 Oktoberplein in Utrecht op 18 maart 2019.51 Het overlijden van [slachtoffer 2] wordt verklaard door één doorschot van de romp.52
Een proces-verbaal van bevindingen (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-145), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 18 maart 201953 eenmaal binnen in de tram, zag ik, verbalisant, direct 2 slachtoffers liggen. Ik zag dat er op de vloer 2 hulzen lagen. Ik zag een mannelijk slachtoffer op een van de banken zitten. Ik zag dat de man daar levenloos zat en hevig aan het bloeden was. Ik zag dat er naast de plas bloed tussen de voeten van het mannelijk slachtoffer een scherp patroon lag. Ik zag in de rechterzij van het mannelijk slachtoffer een gat, wat ik herkende als een schotwond. Het slachtoffer is met spoed overgebracht naar het ziekenhuis.
Ongeveer vier á vijf meter achter het mannelijk slachtoffer zag ik een vrouwelijk slachtoffer liggen. Ik zag dat de vrouw ook gewond was en daar levenloos lag.54 In de nabije omgeving van de vrouw zag ik een huls liggen. Na enige tijd is ook dit slachtoffer met spoed overgebracht naar het UMC ziekenhuis.55
Een proces-verbaal van bevindingen ‘Identificatie dodelijk slachtoffer [slachtoffer 1] ’ (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-109), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 18 maart 2019 hebben wij verbalisanten in het mortuarium van het UMC onderzoek ingesteld naar de identiteit van een vrouwelijk slachtoffer.56 In het mortuarium werd het slachtoffer in ons bijzijn door haar ouders herkend als hun dochter [slachtoffer 1] .57
Een rapport van het NFI ‘Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood’ van 25 maart 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[slachtoffer 1] is overleden in het UMC Utrecht op 18 maart 2019.58 Het overlijden van [slachtoffer 1] wordt verklaard door twee doorschoten van de romp.59
Een proces-verbaal van bevindingen ‘Identificatie dodelijk slachtoffer [slachtoffer 3] ’ (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-108), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 18 maart 2019 werd een mannelijk slachtoffer binnengebracht bij het ziekenhuis. Dit slachtoffer was vervoerd door een ambulance vanaf het 24 Oktoberplein te Utrecht. Het slachtoffer overleed snel na aankomst. In de tram op het 24 Oktoberplein werd een legitimatiebewijs aangetroffen van een man genaamd [benadeelde 5] [slachtoffer 3] . Door de forensisch opsporingsambtenaar zijn foto’s gemaakt van het dodelijk slachtoffer.60 Ik, verbalisant, toonde de moeder van [benadeelde 5] [slachtoffer 3] deze foto en zij herkende de persoon op de foto als haar zoon: [benadeelde 5] [slachtoffer 3] .61
Een rapport van het NFI ‘Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood’ van 25 maart 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[slachtoffer 3] is overleden op 18 maart 2019.62 Het overlijden van [slachtoffer 3] wordt verklaard door één doorschot van de romp en één inschot van de linker bovenarm en romp.63
[slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7]
Een proces-verbaal van aangifte van
[slachtoffer 5]
(proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-835), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De tram ging rijden en hij stond op en hij schreeuwde Allah Akbar. Toen keek ik en zag ik dat hij een wapen gericht had op een meisje of een vrouw. Hij haalt die trekker over en ik hoor allemaal mensen schreeuwen. Toen ben ik gaan duiken. Even later gingen de deuren open en ben ik eruit gesprongen. Ik verzwikte mijn enkel en lag gebukt op de grond en ik probeer nog een soort van weg te kruipen. In één keer een schok in mijn rug en toen lag ik op de grond. Toen wist ik al dat ik ook was neergeschoten.64
Een brief van artsen van het UMC Utrecht over het letsel van [slachtoffer 5] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[slachtoffer 5] is op 18-03-2019 opgenomen met een schotverwonding met als gevolg thoraxletsel.65
Een proces-verbaal van aangifte van
[slachtoffer 6]
(proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-314), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik ging in de tram zitten. Bij het 24 Oktoberplein keek ik opzij en toen zag ik een man staan met een groot geweer op mij gericht en hij probeerde op mij te schieten, maar dit lukte niet. Toen ging hij hem herladen. Toen ging hij weer schieten maar toen kwam hij nog steeds niet, toen stapte hij iets naar achteren en ging hij weer laden. Er zat een meisje tegenover mij in de tram. Toen schoot hij op haar en ik zag bloed bij haar. Toen richtte hij op mij en schoot hij op mij.66 Toen hij ons allebei had geraakt is hij door gelopen.67 Toen gingen de deuren open en toen ben ik uit de tram gesprongen.68 Ik had een schotwond in mijn borst.69
Een medische verklaring van chirurgen van het UMC Utrecht over het letsel van [slachtoffer 6] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[slachtoffer 6] is op 18-03-2019 gezien in het Calamiteitenhospitaal. Heeft schotverwonding t.p.v. sternum [de rechtbank begrijpt: het borstbeen].70
Een proces-verbaal van verhoor getuige
[slachtoffer 7]
(proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-26), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Toen we net weer vertrokken vanaf de tramhalte van het 24 Oktoberplein hoorde ik achter me een geluid als dat van een Zippo-aansteker, een metalen klik, maar dan harder. Ik keek eerst een medepassagier verbaasd aan en toen keek ik achterom. Toen zag ik een man een wapen richten op een vrouw die in de tram zat. In eerste instantie weigerde het wapen want ik zag hem verschillende keren bewegen met het wapen, voordat het eerste schot afging. Ik hoorde een vrouw gillen. Hierna ben ik direct naar beneden gedoken en heb ik gehoord dat hij schoten afvuurde. Tijdens het lopen hoorde ik de man ‘Allah Akbar’ roepen. Ik zag dat de man aan het einde van de coupé zijn wapen aan het laden was. We probeerden de deur open te maken van de tram maar dat lukte niet. Hierna heeft iemand de ruit van de deur ingetrapt. Toen hij met intrappen bezig was hoorde ik schoten. Ik ging naar buiten en hoorde de man achter me ‘auw’ roepen. Hij viel op het grind waar de tram stil stond.71
[slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13]
Een proces-verbaal van verhoor getuige
[slachtoffer 8]
(proces-verbaalnummer PL0900-2019079354), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Vandaag zat ik in de tram. Ik had oortjes in. Vervolgens zag ik een aantal mensen langs mij door het gangpad rennen naar de voorzijde van de tram. Ik deed mijn oortjes uit. Ik hoorde een vrouw gillen. Ik keek om en zag een man in het gangpad van de tram staan. Ik zag direct dat deze man een geweer in zijn hand had. Ik zag dat dit wapen waarschijnlijk voorzien was van een geluidsdemper. Ik zag de verdachte in mijn richting lopen. Ik zag dat de verdachte met zijn wapen op iemand richtte in de tram. Ik hoorde vervolgens een schot afgaan. Ik ben direct onder mijn stoel gekropen. Ik hoorde vervolgens meerdere schoten. Ik hoorde de verdachte ook roepen ‘Allah Akbar’.72 Ik hoorde dat de verdachte door het gangpad liep in de richting van de achterzijde van mijn tramstel. Hij liep dus langs mij.73
Een proces-verbaal van verhoor
[slachtoffer 9]
(proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-340), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik stapte in de tram. Ik zag mensen mijn kant op rennen en hoorde ze schreeuwen. Toen zag ik een man staan met een pistool en hij schoot.74 Ik heb hem zien schieten naar iemand op het bankje links. Toen ben ik in het hoekje gaan liggen achter twee jongens. Ik hoorde de schutter ook zeggen Allah Akbar. Op een gegeven moment schopten de jongens de ruit eruit. Zij sprongen er eerst uit en toen ben ik erachteraan gegaan.75
Een proces-verbaal van bevindingen (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-23), voor zover inhoudende de verklaring van
[slachtoffer 10]
, zakelijk weergegeven:
Ik stapte in het achterste rijtuig in de tram. Net toen de tram het viaduct onderdoor wilde rijden hoorde ik een paar harde knallen. Ik zag dat er toen een man langs mij liep. Ik zag dat hij een pistool in zijn hand had en ik zag dat hij met dat pistool naar links en rechts schoot. Ik heb gezien dat er mensen werden geraakt.
Ik zag dat die man met dat pistool mijn richting uit kwam lopen. Ik zag dat die man naar achteren liep en zijn pistool opnieuw laadde. Ik heb niet verder gewacht en ben door het kapotte raam naar buiten gevlucht.76 De man heeft zes of zeven keer geschoten. Ik hoorde dat die man daarbij Allah Akbar riep.77
Een proces-verbaal van verhoor getuige
[slachtoffer 11]
(proces-verbaalnummer PL0900-2019079354), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik ben achterin de achterste wagon gestapt en zag dat de persoon die later geschoten heeft tegelijk achter mij instapte. Ik zag dat gelijk nadat de deuren gesloten waren hij een vuurwapen tevoorschijn haalde onder zijn jas vandaan. Ik zag dat hij deze doorlaadde en direct hierna probeerde te schieten. Ik zag dat het een pistool was en ik zag ook dat deze een lange geluidsdemper had. Ik zag en hoorde dat hij in eerste instantie probeerde te schieten maar dat het pistool niet af ging. Ik hoorde 4 of 5 klikken. Ik weet niet wat hij hieraan gedaan heeft maar ineens werkte het vuurwapen kennelijk wel en begon hij in het wilde weg te schieten op de mensen in de tram. Toen ik aan het einde van de wagon was gekomen zag ik dat hij mijn kant op kwam lopen.78 Ik zag en hoorde dat hij onderweg in de tram schoot. Ik heb vervolgens de toegangsdeur aan de voorzijde open getrapt. Ik hoorde dat hij ‘Allah Akbar’ riep terwijl hij aan het schieten was in de tram.79
Een proces-verbaal van verhoor getuige
[slachtoffer 12]
(proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-9), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ongeveer 10 seconden nadat de tram wegreed hoorde ik ineens een hoop geschreeuw in de tram. Ik keen achterom en ik zag dat de terrorist een pistool richtte op het meisje achter mij. Ik hoorde dat de terrorist riep: Allah Akbar. Ik zag en hoorde dat de man op het meisje schoot. Ik zag dat er een geluidsdemper op het pistool zat. Ik zag dat de terrorist zijn pistool op mij richtte.
Op het perron viel het meisje. Ik hoorde haar zeggen dat ze niet meer kon lopen. We hebben het meisje opgetild en naar het begin van het perron gedragen. Ik hoorde toen dat een van de jongens riep dat de terrorist er weer aan kwam. Ik zag toen dat de terrorist weer bij de achterste tramdeuren was.80 Ik zag en hoorde dat de terrorist weer aan het schieten was. Ik ben toen weggerend. Ik zag dat de terrorist achter mij aan kwam en ik zag dat hij om zich heen aan het schieten was.81
Een proces-verbaal van bevindingen (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-25), voor zover inhoudende de verklaring van
[slachtoffer 13]
, zakelijk weergegeven:
Ik zat achterin de tram. Ik zag toen achterin de tram mensen achter de glazen wanden gaan zitten. Ik keek naar voren en zag een man met een pistool. Ik zag dat die man probeerde om het pistool te laden maar dat lukte elke keer niet, het moest wel vier of vijf keer overnieuw. Ik ben toen bij die mensen gaan zitten achter die wanden. Ik voelde dat de tram werd stil gezet en ik ben de tram uitgerend met nog een andere vrouw en nog een meisje achter mij. Dat meisje achter mij werd neergeschoten. Het pistool dat de man vast hield, had een demper.82
[slachtoffer 14] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 20] , [slachtoffer 21] , [slachtoffer 22] en [slachtoffer 23]
Een proces-verbaal van bevindingen (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-10), voor zover inhoudende de verklaring van
[slachtoffer 14]
, zakelijk weergegeven:
Op 18 maart 2019 zat ik in mijn auto. Ik stond stil op de Beneluxlaan in Utrecht bij de verkeerslichten. Ik zag dat een stilstaande tram de weg blokkeerde. Enkele seconden later zag ik meerdere personen uit de achterste cabine van de tram naar buiten springen en rennen. Kort daarop zag ik een meisje vlakbij de tram op de grond liggen. Ik besloot uit mijn auto te stappen en naar het meisje toe te lopen. Twee mannen hebben haar opgepakt en haar voor mijn auto neergelegd. Ik zag dat het meisje gewond was. Op dat moment hoorde ik meerdere schoten. De schoten klonken heel afgebeten. Ik zag een man met een pistool in zijn handen uit de tram springen. Ik zag dat de man al schietend in de richting van ons aan kwam rennen. Toen ik de man aan zag komen, ben ik meteen gaan schuilen achter mijn auto.83
Een proces-verbaal van verhoor getuige
[slachtoffer 15]
(proces-verbaalnummer PL0900-2019079354,2), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik had vandaag, 18 maart 2019, een klus in Utrecht 24oktoberplein.84 Ik keek naar voren en zag een tram stilstaan. Ik hoorde schoten vanuit de tram. Ik zag het meisje op de grond liggen. Ik zag bloed op de grond liggen. Ik zag dat mensen in de tram een ruit eruit trapten en daaruit springen. In tussentijd was ik al naar die vrouw gerend. Op het moment dat ik bij de vrouw was werd er nog twee keer geschoten. Op het moment dat ik bij de vrouw was schoten er nog twee mensen te hulp. Samen hebben we haar achter de auto’s gekregen. Ik zag dat er uit de tram een jongen stapte. Ik zag dat deze jongen een wapen in zijn hand had. Hij kwam mijn richting op. Ik hoorde dat deze jongen Allah Akbar riep. Dit wapen richtte hij mijn kant op. Ik ben opgestaan en weggerend. Op het moment dat ik rende hoorde ik schoten.85
Een proces-verbaal van bevindingen (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-5), voor zover inhoudende de verklaring van
[slachtoffer 16]
, zakelijk weergegeven:
Vandaag zat ik samen met [slachtoffer 22] in de auto voor het stoplicht te wachten. Ik zag dat de tram in de bocht stil stond. Ik zag meerdere passagiers uit de tram rennen. Ik zag een meisje uit de tram springen. Ik zag dat dit meisje werd neergeschoten door iemand achter haar. Ik ben uit de auto gestapt en naar haar toegerend. Ik keek de tram in en ik zag de dader naar voren rennen in de tram. Ik heb haar samen versleept om haar in veiligheid te brengen. Vanuit dat punt waar het meisje lag, zag ik de dader uit de tram stappen. Ik zag en hoorde hem op een groepje mensen schieten. Ik hoorde schoten. Ik hoorde geschreeuw. Toen de dader uit de tram sprong, hoorde ik hem roepen 'Allah Akbar’. Ik heb het op een lopen gezet. Ik zag de dader onze kant op komen. Ik zag dat de dader op een auto door de voorruit schoot. Toen heb ik het op een sprinten gezet.86
Een proces-verbaal van bevindingen (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-13), voor zover inhoudende de verklaring van
[slachtoffer 18] ,
zakelijk weergegeven:
Ik kwam aanrijden bij het kruispunt. Ik keek naar links en zag dat mensen trapten tegen de deur van de tram om eruit te kunnen. Er was een meisje dat werd neergeschoten op het kruispunt voor de tram. Ik zag iemand met pistool uit tram stappen. Ik zag dat hij naar dat meisje toeliep. Zij lag tussen mij en hem in. Ik zag dat hij zijn pistool tevoorschijn haalde en op dat moment dook ik weg. Ik hoorde een schot en hoorde mijn auto geraakt worden. Aan mijn auto zit aan de linkerkant naast mijn kentekenplaat een kogelgat.87
Een proces-verbaal van bevindingen (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-4), voor zover inhoudende de verklaring van
[slachtoffer 19]
, zakelijk weergegeven:
Ik stond voor het verkeerslicht. Ik zag dat er uit de tram twee meisjes kwamen rennen. Op het moment dat de mensen uit de tram kwamen hoorde ik knallen. Ik ben naar achteren gereden. Ik keek toen weer voor mij en toen zag ik de dader. Ik heb mij toen heel klein gemaakt alsof de auto leeg was. Ik zag dat hij het wapen op mij gericht had.88 Ik zag hem voor de auto staan die naast mij stond. Ik zag dat de dader op de man schoot.89
Een proces-verbaal van aangifte van
[slachtoffer 20]
(proces-verbaalnummer PL0900 2019079354/190321. 1300), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik stond stil in mijn voertuig voor het stoplicht op het 24 oktoberplein. Ik zag dat de tram tot stilstond kwam.90 Ik zag dat er drie meiden uit kwamen. De derde meid viel neer op de grond naast de tram. Ik stapte uit en liep richting haar. Ik zag bloedsporen op haar buik. Op dat moment zag ik ook de schutter in de tram staan. Ik zag hem met een wapen in zijn hand. Samen met anderen heb ik het meisje opgetild en tussen de voertuigen bij het stoplicht gelegd. Daar zag ik dat de schutter uit de ruit van het tramstel kwam. Hij kwam mijn kant op met versnelde pas. Hij keek mij aan en richtte zijn wapen op mij. Ik ben toen achter mijn auto gaan schuilen. Op dat moment riep hij: ‘Allah Akbar’. Toen de schutter bij mijn auto kwam zag ik dat hij een geluidsdemper op het pistool had. Hij liep tussen de stilstaande auto’s door en daar zag ik hem op personen in stilstaande voertuigen schieten.91
Een proces-verbaal van bevindingen (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-2), voor zover inhoudende de verklaring van
[slachtoffer 21]
, zakelijk weergegeven:
Ik stond voor een verkeerslicht op de Beneluxlaan. Ik zag dat de tram midden op het 24 oktoberplein stopte. Ik zag dat de achterste deuren van de tram opengingen. Ik zag dat hier mensen uit kwamen. Ik zag mensen gelijk wegvluchten. Er kwam iemand voorbij die riep: ‘Ze schieten’. Ik stapte uit. Terwijl ik naast de cabine stond zag ik twee auto’s voor mij een persoon naast een auto staan. Ik zag dat die persoon een zilverkleurig ding in zijn handen had. Ik zag dat die persoon zijn arm strekte. Ik zag dat de persoon op een auto richtte.92 Ik hoorde één knal. Ik realiseerde mij dat er geschoten werd en ik rende weg.93
Een proces-verbaal van bevindingen (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-15), voor zover inhoudende de verklaring van
[slachtoffer 22]
, zakelijk weergegeven:
Ik ben getuige geweest van een schietpartij op 18 maart 2019. Ik bevond mij in een auto
naast mijn collega [slachtoffer 16] . Wij stonden stil voor een verkeerslicht. Ik zag dat een tram stil stond. Wij keken uit op de achterkant van deze tram. Ik zag dat de achterdeuren van de tram werden geopend en ik zag drie vrouwelijke studenten uit de tram stappen.
Nadat deze mensen waren uitgestapt zag ik in de zelfde deuropening een man staan. Ik zag vervolgens dat één van de studentes op de grond viel. Ik zag vervolgens dat de man in de deuropening op het meisje schoot. Ik zag dat deze man een wapen in zijn handen vast hield. Ik hoorde en zag dat de man één schot op het meisje afvuurde. Ik zag dat de man vervolgens de tram weer inliep. Vervolgens hoorde ik nog enkele schoten.
Ik zag vervolgens dat de man met het wapen door het raam naar buiten klom en zo de tram verliet.94
Ik zag dat de man in de richting van het Kanaaleiland liep. Ik ben, toen de man met het pistool wegrende, in de richting van Kanaaleiland gerend. 95
Een proces-verbaal van verhoor getuige
[slachtoffer 23]
(proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-11), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 18 maart 2019 was ik aan het werk met [slachtoffer 15] aan de Beneluxlaan in Utrecht. Ik zag een tram stilstaan. Ik zag dat er een meisje voor de tram lag.96 Ik zag dat [slachtoffer 15] en twee andere mannen dat meisje naar achteren aan het verplaatsen waren. Op dat moment zag ik een man rennen. Ik zag dat de man een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand droeg. Ik zag dat er op het wapen een soort van geluidsdemper zat.. Ik zag dat de man richting de tramhalte reden tussen de auto’s door. Ik hoorde dat man riep: Allah Akbar. Ik zag dat de man langzamer begon te lopen. Ik zag dat hij zijn wapen richtte op een auto. Ik zag en hoorde dat hij tweemaal schoot op deze auto. Later zag ik dat er 2 kogelgaten in de voorruit zaten. Later heb ik gezien dat de bestuurder ook gewond was.97
Het overlijden van [slachtoffer 4]
Een proces-verbaal van bevindingen (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-8), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 18 maart 2019 liep ik, verbalisant, richting het 24 Oktoberplein. Ik werd aangesproken door een man in ANWB kleding. Ik hoorde hem zeggen dat hij hulp nodig had. Ik zag dat hij bij een auto stond. Ik zag dat in de auto een oudere man zat. Ik hoorde de ANWB medewerker zeggen dat de man een schotwond op de borst had. Ik zag een ronde wond op de borst van de man. De man bleek te zijn: [slachtoffer 4] .98 De man is met spoed naar het ziekenhuis gebracht.
Voertuig: Suzuki, kleur wit.99
Een rapport van het NFI ‘Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood’ van 21 juni 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[slachtoffer 4] is overleden op 28 maart 2019.100 [slachtoffer 4] is overleden ten gevolge van ernstige verwikkelingen van schotletsel in de buik.101
[slachtoffer 17]
Een proces-verbaal van bevindingen (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354), voor zover inhoudende de verklaring van [getuige 1] , zakelijk weergegeven:
De getuige verklaarde op 18 maart 2019:
- -
Ik hoorde iets en zag een vrouw op de tramrails vallen.
- -
Tram stond half in de bocht.
- -
Meerdere mensen gingen bij het slachtoffer staan om te helpen.
- -
Toen schutter er aan kwam rende iedereen weg.102
- -
Verdachte is toen naar een andere auto gelopen. Rode Renault [kenteken] .
- -
Zwaaide met wapen.
- -
Stapte in deze auto, ging zigzaggen idrv oog in al.103
Een proces-verbaal van bevindingen (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-9), voor zover inhoudende de verklaring van [getuige 2] , zakelijk weergegeven:
Op 18 maart 2019 hoorde ik [getuige 2] het volgende vertellen:
Er kwam een meisje aan rennen vanuit de tram. Zij schreeuwde dat ze aan het schieten waren. Toen zag ik dat er een man uit de tram kwam lopen. Ik zag dat hij begon te schieten op auto’s. Ik zag toen dat hij in een rode Renault Clio stapte en de kruising over reed richting Oog in Al. Na de kruising stopte de rode auto weer en schoot de man wat om zich heen bij het tankstation daar.104
Een proces-verbaal van verhoor getuige
[slachtoffer 17]
(proces-verbaalnummer PL0900-2019079354), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik zat in de voorste wagon van de tram en het gebeurde in de achterste wagon. Maar in die bocht, kun je precies kijken naar achteren. En toen zag ik die man naar die vrouw toe lopen en schieten. En toen dacht ik, ik moet uit deze trein.105
Dus ik doe op die nooddeur, dus iedereen gaat voor mij en iedereen gaat alle kanten op rennen. En ik ren naar het tankstation toe, de Esso. Ik loop om het tankstation heen. Toen kwam er een auto gewoon zo langs ons en die stopt naast ons en die begint gewoon uit de auto te schieten.106 Hij schoot wel gericht op ons, maar heeft ons niet geraakt.107 Dus ik ging rennen. En toen kwam er een andere man naar mij toe.108 Die man kwam ook uit de tram, maar hij kwam uit die achterste. Die man dacht dat ik [slachtoffer 17] heette, maar ik heet [slachtoffer 17] .109
Een proces-verbaal van bevindingen (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354), voor zover inhoudende de verklaring van
[slachtoffer 7]
, zakelijk weergegeven:
Ik ben uit de zijruit van de tram gesprongen en naar de Esso gelopen. Toen ik voorbij de Esso liep werd er weer op mij geschoten. Ik was met een medepassagier, ik weet alleen dat hij [slachtoffer 17] heet. 110
Een proces-verbaal forensisch onderzoek (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-45), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 18 maart 2019 bevonden wij ons op de Tichelaarslaan in Utrecht. Op deze locatie was het voertuig welke de verdachte van de schietpartij op het 24 Oktoberplein, aangetroffen. Wij zagen dat het voertuig een auto was van het merk Renault, type Clio, rood, kenteken [kenteken] . Wij zagen en hoorden dat het voertuig met draaiende motor geparkeerd stond. Wij zagen dat het raam van het portier aan de passagierszijde gedeeltelijk open stond.111 Bij nader onderzoek in het voertuig bleken er twee hulzen in de kofferruimte van het voertuig te liggen.112
Verdachte
Een proces-verbaal van herkenning (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 18 maart 2019 in het kader van de opsporing zag ik, verbalisant, een foto van de hoofdverdachte van het schietincident. Ik zag dat het foto’s van de verdachte betrof afkomstig vanuit camerabeelden van een tram. Toen ik de foto bekeek herkende ik direct met zekerheid deze persoon als: [verdachte] .113
Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] bij de rechter-commissaris van 22 maart 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De RC: De officier van justitie verdenkt u ervan dat u meerdere moorden
met terroristisch oogmerk zou hebben gepleegd, meerdere pogingen
tot moord met terroristisch oogmerk zou hebben gepleegd en
meerdere bedreigingen met terroristisch oogmerk zou hebben
gepleegd. Heeft u de feiten gepleegd?
De verdachte: Ja, dat was ik.114
Een proces-verbaal ter terechtzitting van 1 juli 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De voorzitter: De verdenking die op uw bordje ligt is heftig, zwaar en ernstig.
De verdachte: Het betreft geen verdenking. Ik heb al bekend!115
Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] bij de rechter-commissaris van 22 maart 2019, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:
Onze profeet wordt door de karikatuurs van Nederland vernederd en verlaagd. De Koran wordt op blote vrouwen geschreven en wordt laten zien als film. 10 jaar lang worden onze broeders en zussen doodgeknald. Niemand zegt er wat van. Ik zeg 'zodra deze arm en deze hand leeft laat ik niemand met ons geloof spotten, ook al is het een Koning'. Ik heb mensen doodgeschoten.
Jullie komen met jullie democratie en jullie geloof naar ons, waarom worden wij niet gerespecteerd? Waarom worden wij doodgemaakt?
Dat is waarom ik het gedaan heb. Ik wilde jullie laten zien dat jullie niet van diamant zijn en wij niet van zand. Al zou ik 1000 levens hebben, Ik wil ze allemaal geven aan Allah. Ik ben voor niemand bang. Ik heb bewezen dat de woorden die ik heb genoemd zijn gekomen.116
Een proces-verbaal van verhoor van verdachte bij de rechter-commissaris van 8 mei 2019, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:
Ik ben degene die een tramaanslag heeft gedaan. Eén ding moeten jullie goed begrijpen, Ik ben niet iemand die democraat is. Hoe jullie onze sharia de rug keren. [bijnaam] keert ook zijn rug naar jullie democratie. Ik zeg nogmaals ‘ik ben geen democraat. Ik ben volgeling van Sharia’.
Nu komt de echte reden waarom ik de aanslag heb gedaan.
Moslims worden door Nederlandse militairen in Libië, Syrië Tsjetsjenië, Afghanistan, overal met Europa doodgemaakt en denken jullie nou echt dat wij niets terug zullen doen? President Rutte, na mijn aanslag, komt op tv. Ik zie met mijn eigen ogen de angst die hij heeft in zijn ogen en hij zegt ‘Fanatisme haalt ons niet weg van de democratie’. Hé luister, Rutte. Jij laat jouw democratie niet los, maar denk jij nou echt dat wij sharia los gaan laten? Dat dacht ik niet. Weet jij hoeveel koppen voor Islam is gerold? Omdat wij van Allah en Mohamed houden. En bereid zijn om dood te gaan en dood te maken. Wollah, ik weet dat jullie oneerlijke mensen zijn en alleen maar Islam aanvallen om Islam te vernietigen. Dat zal jullie nooit lukken. Wij zijn niet bang voor jullie. En Rutte zegt ‘Vandaag is maandag, een zwarte dag voor ons’. Ik zeg nogmaals ‘Hé Rutte 12 jaar lang is een zwarte dag voor Moslims. Waarom zeggen jullie dat niet’?117
Een proces-verbaal ter terechtzitting van 1 juli 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De voorzitter: De beschuldiging komt er op neer dat u op 18 maart 2019 in Utrecht
in een tram, een vuurwapen heeft gepakt, dat heeft gericht op een
aantal personen en vervolgens daarmee kogels heeft geschoten. Wie
bent u om dat alles te doen?
De verdachte: Wie zijn jullie om de moslims van de aarde dood te maken, wie zijn
jullie.118
Het pistool en de geluiddemper
Een proces-verbaal van bevindingen (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 18 maart 2019 hebben wij als verdachte aangehouden: [verdachte] . Ik hoorde de verdachte zeggen dat hij een vuurwapen in het matras op de kleine slaapkamer had zitten. Ik zag in een gat in het matras op de kleine slaapkamer een zilverkleurig buisje, met teksten beschreven, gelijkend op een geluidsdemper van een vuurwapen. Onder de geluidsdemper zag ik een zwart kleurig vuurwapen zitten.119
Een proces-verbaal van bevindingen ‘duiding handgeschreven tekst op de demper’ (proces-verbaalnummer PL0900-2019079354-983), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik, Midden-Oosten deskundige, heb de handgeschreven tekst op de demper gelezen. Hieronder wordt de tekst aangetroffen op de geluidsdemper uitgeschreven. De tekst luidt: (*** zijn onleesbare tekens):
[bijnaam]
120 houd van ALLAH (cc) ALLAHU ER*** LA ILLAHE ILLALLAH MUHHAMEDUR RASULLU*LAH ALLAH is wetmaker SERIA is zijn worden demokrasi is de worden van mensen wie seria volgt gaat naar paradijs wie demokrasi volgt gaat naar hel jullie maken mensen dood die moslim zijn en ALLAH LAAT mij jullie dood maken vuul de pijn wat moslims vullen dan weten julli ook wat pijn is ik ken jullie en jullie weten niet ik ken allen ALLAH de weten!!!!
lnhoud en uitleg van de tekst:
Tussen haakjes staan twee letters (CC). Het betreft vermoedelijk een afkorting van een eretitel voor Allah in het Turks. Het is – gezien de lengte van de woorden en de context – aannemelijk dat de zin die hierop volgt gelezen moet worden als: "Allah akbar" ("Allah is groot"). Dit wordt gevolgd door de islamitísche geloofsbelijdenis121: "er is geen god dan Allah en Mohammed is zijn profeet". Hierop volgt de stelling dat Allah de "wetmaker" ["wetgever"] is, en dat de "shari'a" [seria] de woorden van Allah bevat. Dit in tegenstelling tot de democratie, die de woorden en wetten van mensen bevat.
Hieruit volgt de conclusie: wie leeft volgens de shari'a zal naar het paradijs gaan, maar
wie leeft volgens de principes en de wetten van de democratie gaat naar de "hel".
Wat volgt is een aanklacht gericht aan "jullie": "jullie" doden moslims. Dit wordt gevolgd door een wens of dreigement, dat Allah hem zal toestaan of zal helpen in het doden van "jullie" als vergelding voor de pijn die moslims moeten voelen. Op deze manier zullen "jullie" weten en voelen "wat pijn is", en de pijn voelen die moslims voelen.
De tekst eindigt met de woorden, weer gericht aan "jullie", dat de schrijver hen kent ook al kent men hem niet. De laatste zin, "ik ken allen allah de weten!!!" is vermoedelijk te lezen als: "ik erken alleen de wetten van Allah" [en niet de door mensen gemaakte wetten].
ln de tekst op de demper spreekt de schrijver zijn liefde uit tot Allah en belijdt hij zijn geloof door de islamitische geloofsbelijdenis op te schrijven. Dit wordt gevolgd door een verwerping van de wetten die door mensen zijn gemaakt en van de democratie. Enkel de wetten van Allah worden erkend, de "shari'a". Ondanks dat Allah in het hiernamaals iedereen zal straffen of belonen volgens de daden en het geloof stelt de schrijver dat hijzelf ook tot actie zal overgaan om de pijn van de moslims te vergelden, die immers door "jullie" worden gedood.
Wie de groep aangeduid met "jullie" precies is blijft onduidelijk, maar in ieder geval behoren deze mensen niet tot de "moslims": "jullie" doden de moslims en moeten nu boeten voor de pijn die "jullie" de moslims aandoen, zo kan men lezen. Deze groep ("jullie") wordt direct aangesproken.122
Een proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris van 22 maart 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De verdachte: Dat heb ik ook in de demper van het pistool geschreven maar dat
lezen ze allemaal niet. Ze lezen niet wat het belang is van de
mensen maar alleen van de democratie.123
Een proces-verbaal ter terechtzitting van 1 juli 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De verdachte: Als jullie eerlijke mensen willen zijn, waarom vertellen jullie dan
deze hele media niet wat er op de demper van het pistool
geschreven is.124
Overweging ten aanzien van het bewijs voor de feiten 1 tot en met 5
De hiervoor vermelde bewijsmiddelen zijn – ook in hun onderdelen – telkens gebezigd tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5° Sv betreft, telkens slechts gebezigd in verband met de inhoud van de andere op het feit respectievelijk de feiten betrekking hebbende bewijsmiddelen.
Die bewijsmiddelen zijn bovendien mede redengevend voor de andere feiten dan die waarop zij blijkens hun inhoud rechtstreeks betrekking hebben. Dat heeft in het bijzonder te gelden voor het bewijs van achtereenvolgens de voorbedachte raad (feiten 1, 2 en 3) en het terroristisch oogmerk (feiten 1 tot en met 3). Daarbij kent de rechtbank betekenis toe aan de aard van die feiten, de materiële samenhang daarvan, en de zeer korte tijdspanne waarin deze zijn begaan, zoals daarvan blijkt uit de inhoud van de bewijsmiddelen.
De bewijsmiddelen voor feit 6
Een proces-verbaal van aangifte (proces-verbaalnummerPL0900-2019069033-1), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik ben vestigingsdirecteur van de penitentiaire inrichting Lelystad. Ik doe aangifte van mishandeling van een medewerker van mij. Zijn dienstnummer is [dienstnummer] . De verdachte van de mishandeling is [verdachte] .125
Een proces-verbaal van bevindingen (proces-verbaalnummer PL0900-2019069033-2), voor zover inhoudende:
Onderstaande betreft de eigen verklaring van dienstnummer [dienstnummer] :
Gedetineerde: [verdachte] .
Inrichting Lelystad
Op 25-02-2019 had ik dienst als arbeidsmedewerker, waar ik gedetineerde [verdachte] een rapport heb aangezegd. Gedetineerde zat in de arbeidszaal te bidden. Na zijn gebed heb ik hem verteld dat het niet is toegestaan om in de arbeidszaal te bidden.
Een aantal minuten later was ik aan het werk op de zaal alwaar gedetineerde naar mij toe kwam en zei dat hij morgen weer zou gaan bidden. Daarop zei ik hem dat ik hem dan met een rapport zou wegsturen. Hierna liep hij rustig mijn kant op en gaf mij uit het niets een kopstoot op mijn jukbeen. Hierdoor had ik pijn bij mijn jukbeen.’126
Een proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris van 8 mei 2019, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:
Laatst ben ik in de gevangenis in Lelystad. Ik kom op de werkzaal. Ik wil gaan bidden. En de bewaarder komt zomaar mijn bidkleed wegtrekken. Ik ben het helemaal zat en geef hem een kopstoot.127