10 Beslissing
- verklaart het onder 1 primair en subsidiair en het onder 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 2, 4 primair en 5 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
- het bewezen verklaarde levert de onder rubriek 6 genoemde strafbare feiten op;
Ten aanzien van de feiten 2 en 4 primair:
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 150 (honderdvijftig) dagen;
- beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden;
- beveelt dat een gedeelte, groot 49 dagen, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;
- de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;
- veroordeelt verdachte ter zake van het onder 5 bewezenverklaarde feit tot een geldboete van € 370,-- (driehonderdzeventig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 7 dagen.
Voorts ten aanzien van feit 3
- verklaart Politie Midden Nederland niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
Voorts ten aanzien van feit 4
- wijst de vordering van [bedrijf] B.V. toe tot € 2.534,10 (zegge tweeduizend vijfhonderdvierendertig euro en tien eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 3 maart 2012 (datum factuur) tot aan de dag van de algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan benadeelde partij voornoemd;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [bedrijf] B.V. aan de Staat € 2.534,10 (zegge tweeduizend vijfhonderdvierendertig euro en tien eurocent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 3 maart 2012 (datum factuur) tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 36 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.P.H. van Driel van Wageningen, voorzitter, mrs. J.F. Haeck en E.C.A. Bakker, rechters, in tegenwoordigheid van D.G.W. van de Haar-Kleijer, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 01 april 2014.
BIJLAGE : De tenlastelegging
hij op of omstreeks 07 december 2013 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en) van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) met een (vuur)wapen een of meer schot(en) gelost (in de richting van een flat), zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;
artikel 287/302 jo 45 Wetboek van Strafrecht
art 287 Wetboek van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
hij op of omstreeks 07 december 2013 te Utrecht met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Amerikalaan en/of de Rooseveltlaan en/of de Battutalaan, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en), welk geweld bestond uit met een (vuur)wapen een of meer schot(en) lossen (al dan niet in de richting van een flat);
art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht
hij op of omstreeks 07 december 2013 te Utrecht, tezamen en in vereniging, althans alleen, een of meer (vuur)wapens van categorie III, te weten een Beretta 9mm, voorhanden heeft/hebben gehad;
daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde
betekenis te zijn gebezigd;
art 26 lid 1 Wet wapens en munitie
hij op of omstreeks 07 december 2013 te Utrecht opzettelijk en wederrechtelijk een (politie)cel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Regiopolitie Utrecht, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, door toen aldaar opzettelijk en wederrechtelijk in die cel heeft geplast;
art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht
hij op of omstreeks 22 februari 2012 te Best, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (vracht)auto, (geparkeerd staande op of aan de IBC-weg) weg te nemen een of meerdere goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die
(vracht)auto te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn bereik te brengen door een ruit van die (vracht)auto te forceren, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;
art 310 Wetboek van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht
hij op of omstreeks 22 februari 2012 te Best opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een (vracht)auto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of
beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, door toen aldaar opzettelijk en wederrechtelijk die ruit de forceren (al dan niet met een (scherp) voorwerp);
art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht
hij, op of omstreeks 07 december 2013, te Utrecht,toen een opsporingsambtenaar hem,
als verdachte van een strafbaar feit, en/of anderszins, naar zijn identiteitsgegevens vroeg, aan die opsporingsambtenaar (een) andere dan zijn werkelijke naam en/of voornaam en/of geboortedatum en/of adres waarop hij in de basisadministratie persoonsgegevens als ingezetene staat ingeschreven en/of woon- of verblijfplaats, heeft opgegeven (te weten,
de gegevens van zijn broer [naam] );
art 435 ahf/ond 4° Wetboek van Strafrecht