2.5.
[verzoeker] heeft sinds 18 augustus 2010 een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) met polisnummer [polisnummer] bij Generali verzekeringsgroep (hierna: Generali). De verzekerde jaarrente bedraagt € 22.000,--. [verzoeker] ontvangt in verband met zijn arbeidsongeschiktheid een uitkering van € 1808,-- bruto per maand, zijnde € 1.237,- netto minus de maandpremie van 2012 van € 201,-- netto (= € 1.036,--).
[verzoeker] is op verzoek van Generali sinds februari 2013 onder behandeling van revalidatiecentrum ‘Vitaalpunt’. Hij volgt daar thans een multidisciplinair behandelprogramma (van een fysiotherapeut, psycholoog en psychiater).
Op de bij de AOV-verzekering van[verzoeker] behorende ‘Uitleg polisblad’ (afgegeven bij prolongatie op 14 juli 2012) staat onder meer het volgende vermeld:
“Verzekerd: Rubriek A en B
Wij adviseren u om elk jaar na te gaan of het verzekerd bedrag nog voldoet aan uw verzekeringsbehoefte. De verzekerde bedragen voor uw arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (eventueel ook bij andere verzekeraars) mogen gezamenlijk niet meer zijn dan 80% van uw gemiddelde inkomen over de afgelopen drie kalenderjaren. Is het verzekerd bedrag hoger? Dan kunt u met uw adviseur bekijken of u het verzekerd bedrag verlaagt tot maximaal 80% van uw inkomen. Bij een uitkering passen wij het verzekerd bedrag in ieder geval aan naar 80% van uw inkomen. Is het verzekerd bedrag lager? Dan kunt u met uw adviseur bekijken of u het verzekerd bedrag verhoogt tot maximaal 80% van uw inkomen.”
De bij de verzekering behorende ‘Bijzonder Voorwaarden AOV (609)’ luiden onder meer:
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Rubriek A (eerstejaarsrisico):
de eerste 365 dagen van arbeidsongeschiktheid.
Rubriek B (na-eerstejaarsrisico):
de periode na de eerste 365 dagen van arbeidsongeschiktheid, voorzover deze arbeidsongeschiktheid voortduurt.
Toetsingsinkomen:
het toetsingsinkomen is het gemiddelde inkomen over de afgelopen 3 kalenderjaren voorafgaande aan het jaar van intreden van de arbeidsongeschiktheid. Het toetsingsinkomen zal voor de toepassing van deze verzekering vanaf de eerste hoofdpremievervaldag volgend op die waarop door een bevoegd arts de arbeidsongeschiktheid is vastgesteld ieder jaar op de hoofdpremievervaldag samengesteld stijgen met 3%.
Artikel 2 Strekking van de verzekering
Deze verzekering verleent een periodieke uitkering bij derving van inkomen door verzekerde tengevolge van zijn arbeidsongeschiktheid. Daarnaast wordt de verzekerde door deze verzekering begeleid in het verminderen van de arbeidsongeschiktheid en het bevorderen van de terugkeer in het arbeidsproces.
Artikel 12 Omvang van de uitkering
1. Met inachtneming van het elders in deze polis bepaalde, bedraagt de uitkering bij een mate van arbeidsongeschiktheid van:
25 tot 35% 30% van de verzekerde jaarrente;
35 tot 45% 40% van de verzekerde jaarrente;
45 tot 55% (…)
80 tot en met 100% 100% van de verzekerde jaarrente
2. De dekking van de jaarrente(s) voor Rubriek A en B omvat op enig moment maximaal 80% van het gemiddelde inkomen over de afgelopen 3 kalenderjaren, onder aftrek van de maximale uitkering uit hoofde van de wettelijke arbeidsongeschiktheidsdekkingen en andere arbeidsongeschiktheidsdekkingen.
3. Indien op het moment dat er aanspraak wordt gemaakt op een uitkering uit hoofde van deze verzekering blijkt dat de verzekerde jaarrente de in lid 4 omschreven maximale dekking overschrijdt, heeft Generali het recht om de verzekerde jaarrente te verlagen tot deze maximale dekking. Voor de berekening van de maximale dekking wordt dan het gemiddelde inkomen berekend als het gemiddelde inkomen over de afgelopen 3 kalenderjaren voorafgaande aan het jaar van het intreden van de arbeidsongeschiktheid. Indien Generali van dit recht gebruik maakt, bestaat geen recht op restitutie van de premie over de achteraf te hoog verzekerde jaarrente. Indien blijkt dat de verzekerde jaarrente lager is dan de hierboven omschreven maximale dekking, zal Generali de verzekerde jaarrente niet wijzigen.
4. Indien en zolang de verzekerde na het intreden van de arbeidsongeschiktheid in totaal aan inkomen, met inbegrip van uitkeringen krachtens deze verzekering en andere verzekeringen en voorzieningen terzake van inkomstenderving wegens arbeidsongeschiktheid, meer zou ontvangen dan een bedrag gelijk aan het toetsingsinkomen, heeft Generali het recht het meerdere in mindering te brengen op de uitkering krachtens deze verzekering.
Artikel 18 Verplichtingen bij arbeidsongeschiktheid
1.Verzekerde is verplicht in geval van arbeidsongeschiktheid:
(…)
d. alle door Generali nodig geoordeelde gegevens (waaronder inkomensgegevens) te verstrekken of te doen verstrekken aan Generali of aan door haar aangewezen medische en andere deskundigen en daartoe de nodige machtigingen te verlenen;
(…)
f. Generali terstond op de hoogte te stellen van zijn geheel of gedeeltelijk herstel, danwel van de gehele of gedeeltelijke hervatting van zijn beroepswerkzaamheden en/of het verrichten van andere arbeid;
(…)
i. Generali te informeren indien de arbeidsongeschiktheid is ontstaan door toedoen
van een aansprakelijke derde en al het mogelijke te doen om de schade op de aansprakelijke persoon te (laten) verhalen;
(…)
Artikel 21 Vrijstelling van premie in verband met arbeidsongeschiktheid
Zolang verzekerde een uitkering ontvangt krachtens rubriek B wordt de over die periode betaalde premie voor zowel Rubriek A als B naar evenredigheid van die uitkering gerestitueerd. De premierestitutie vindt achteraf op de hoofdpremievervaldag plaats.”
2.6.
Bij e-mail van 25 januari 2013 heeft de advocaat van [verzoeker] ASR (H.J. [F], personenschadebehandelaar) gevraagd naar haar standpunt omtrent de AOV-verzekering van [verzoeker]. Volgens (de advocaat van) [verzoeker] is sprake van een sommenverzekering en moet de uitkering worden beschouwd als niet verrekenbaar voordeel in de zin van artikel 6:100 Burgerlijk Wetboek (BW) en derhalve niet in mindering worden gebracht op de door [verzoeker] geleden schade als gevolg van de ongevallen.
Na diverse herinneringen van de advocaat van [verzoeker] heeft [F] per e-mail van 26 juli 2013 het volgende laten aan de advocaat van [verzoeker] weten:
“Voorlopig ben ik tot de conclusie gekomen dat verrekening van de AOV-uitkering, ondanks dat er sprake is van een sommenverzekering, weldegelijk mogelijk is.”
Bij brief van 30 juli 2013 aan ASR, althans aan [F], heeft de advocaat van [verzoeker] laten weten dat er tussen partijen weliswaar geen verschil van mening over bestaat dat de AOV-verzekering van [verzoeker] een sommenverzekering is, maar dat de uitkering die[verzoeker] geniet uit hoofde van deze verzekering niet in mindering strekt op de schade wegens verlies van arbeidsvermogen. Per e-mail van 4 oktober 2013 heeft de advocaat van [verzoeker] ASR, althans mr.[G], verzocht een definitief standpunt in te nemen wat betreft de voordeelstoerekening. Bij brief van 7 oktober 2013 heeft [G] het volgende laten weten:
“U heeft van mij nog een reactie tegoed op uw stelling dat a.s.r. de AOV uitkeringen niet in mindering mag brengen op de schade wegens verlies van arbeidsvermogen.
Inmiddels heb ik het dossier doorgenomen en ik ben van mening dat wij bij de bepaling van het verlies van arbeidsvermogen van de heer [verzoeker] de arbeidsongeschiktheidsuitkering mogen meenemen. (…)
De Hoge Raad heeft in zijn arrest zes gezichtspunten geformuleerd aan de hand waarvan de vraag of voordeelsverrekening in geval van uitkeringen krachtens sommenverzekering aan de orde is, beantwoord moet worden. De rechter krijgt daarbij meer vrijheid om te beoordelen of verrekening in een concreet geval redelijk is of niet. (…)
Mijn collega heeft al de uitspraken van rechtbank ’s Gravenhage van 27 juni 2012, BX 2012 en 6 juli 2012, BX2018 aangehaald en besproken. (…)
De rechtbank achtte het voor haar oordeel in deze casus van belang dat hoewel er sprake was van een sommenverzekering en geen schadeverzekering, de verzekering voorzag in een uitkering die strekt tot vergoeding van inkomensschade. (…)
Kort en goed, a.s.r. zal de vorderbare schade van de heer [verzoeker] vergoeden waarbij wij bij de bepaling van het verlies van arbeidsvermogen de arbeidsongeschiktheidsuitkering zullen meenemen. (…)”