RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer 8510625 CV EXPL 20-2109
Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 23 juni 2020
[eiser in conventie, verweerder in reconventie]
,
wonend aan de [adres] , [woonplaats] ,
eiser in conventie, verweerder in reconventie,
gemachtigde mr. drs. S. Krens,
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MEENS SALES & LOGISTICS
b.v.
,
statutair gevestigd te Schinnen en kantoor houdend aan de Thull 15-19, 6365 AC Schinnen,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
gemachtigde mr. S.J.M. Peters.
Partijen zullen hierna [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en Meens genoemd worden.
2 De feiten
2.1.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] , geboren op [geboortedatum] 1970, is sedert 1 januari 2019 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (van rechtswege eindigend op 30 april 2020) bij Meens in dienst geweest in de functie van national retail fieldmanager, tegen een loon van laatstelijk € 5.700,00 bruto per maand exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten.
2.2.
Op 27 februari 2020 heeft Meens aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd.
2.3.
Op 16 maart 2020 bericht [eiser in conventie, verweerder in reconventie] via Whatsapp aan Meens:
“(…) Vriendin van ons die zaterdag de hele dag bij ons is geweest om te helpen verhuizen is ziek geworden en heeft griep. Kans op besmetting is aanwezig en vrienden van ons zijn ook ingelicht en blijven thuis. Ik wil best naar Limburg komen maar het risico van eventuele besmetting leg ik nu wel bij jou neer (…)”
2.4.
Meens reageert daarop: “(…) je kan thuis blijven en je ziek melden.”
2.5.
Op 19 maart 2020 heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in een e-mail aan Meens benadrukt dat hij zelf niet ziek is en thuis werkzaamheden verricht.
2.6.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft op 23, 24 en 25 maart 2020 zijn werkzaamheden op locatie hervat.
2.7.
Op 24 maart 2020 heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] verlof aangevraagd voor 26 en 27 maart 2020. De verlofaanvraag van 26 maart 2020 is door Meens afgewezen.
2.8.
In de ochtend van 26 maart 2020 deelt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan Meens mee dat hij onderweg naar zijn werk van zijn partner bericht krijgt dat zij verschijnselen van het coronavirus heeft waaronder koorts en hij huiswaarts zal keren en conform de RIVM-richtlijnen niet naar de locatie Schinnen zal komen. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft geen gehoor gegeven aan het verzoek van Meens om zijn werkzaamheden te Schinnen te komen verrichten.
2.9.
Meens heeft twee wachtdagen op het loon van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ingehouden en heeft 70% van het loon van maart 2020 betaald en 50% van het loon van april 2020. Verder heeft Meens verlofdagen ingehouden over de periode dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] thuis in quarantaine heeft gezeten.
3 Het geschil
in conventie
3.1.
Tegen de achtergrond van deze vaststaande feiten vordert [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , na vermeerdering van eis, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, betaling van het achterstallig loon over de maanden maart en april 2020 met nevenvorderingen (de wettelijke verhoging, wettelijke rente, vergoeding van buitengerechtelijke kosten, het verstrekken van loonspecificaties en € 962,86 aan onterecht ingehouden verlofdagen op het loon), alsmede tot betaling van de proceskosten en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2.
Meens heeft verweer gevoerd.
3.3.
Op de stellingen van partijen - voor zover die relevant zijn - zal hierna worden ingegaan.
3.4.
Meens vordert veroordeling van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- -
om artikel 14 van de arbeidsovereenkomst (geheimhouding) strikt na te komen, zulks op straffe van verbeurte van een boete of dwangsom van € 10.000,00 per overtreding,
- -
om artikel 11 van de arbeidsovereenkomst (eigendommen bescheiden) strikt na te komen, meer in het bijzonder door alle gegevensdragers waarop data van Meens/Alfa voorkomen bij Meens in te leveren zonder daarvan enige kopie achter te houden, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per overtreding, te vermeerderen met € 1.000,00 per dag of dagdeel dat de overtreding voortduurt,
- -
om zijn LinkedIn status naar waarheid aan te passen, meer in het bijzonder in die zin dat Meens/Alfa niet meer als zijn huidige werkgever wordt vermeld, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per overtreding, te vermeerderen met € 1.000,00 per dag of dagdeel dat de overtreding voortduurt,
- -
tot betaling van de proceskosten in reconventie.
3.5.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft verweer gevoerd.
3.6.
Op de stellingen van partijen - voor zover die relevant zijn - zal hierna worden ingegaan.
4 De beoordeling
4.1.
Bij de beoordeling van het door Meens gemaakte bezwaar tegen de wijziging van eis hanteert de kantonrechter het wettelijk uitgangspunt dat een eis kan worden vermeerderd zolang nog geen eindvonnis is gewezen, tenzij die vermeerdering in strijd is met de eisen van een goede procesorde. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft de vermeerdering van eis voor het eerst ter mondelinge behandeling gedaan, zonder zijn voornemen daartoe van tevoren aan te kondigen. Hierdoor heeft Meens zich op deze vermeerdering van eis onvoldoende kunnen voorbereiden en is de wederpartij aldus de mogelijkheid onthouden zich hierop naar behoren te kunnen verweren. De kantonrechter acht dit in strijd met de goede procesorde. De kantonrechter zal de eiswijziging, die betrekking heeft op de ingehouden verlofdagen, buiten beschouwing laten.
4.2.
Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, zoals in casu loon, is terughoudendheid op zijn plaats. De kantonrechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die met zich brengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de kantonrechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar, kort gezegd, het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welke risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.
4.3.
Vooropgesteld moet worden dat de vordering, die strekt tot betaling van (achterstallig) loon, naar haar aard spoedeisend is.
4.4.
Ingevolge artikel 7:628 lid 1 BW is de werkgever verplicht het naar tijdruimte vastgestelde loon te voldoen indien de werknemer de overeengekomen arbeid geheel of gedeeltelijk niet heeft verricht, tenzij het geheel of gedeeltelijk niet verrichten van de overeengekomen arbeid in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen. Op werkgever rust de bewijslast dat het niet verrichten van arbeid voor rekening van de werknemer behoort te komen.
4.5.
Bij quarantaine is (nog) geen sprake van een zieke werknemer, maar van een werknemer die gehoor moet geven aan een opgelegde voorzorgsmaatregel van de overheid. Wanneer een huisgenoot koorts heeft, moeten de andere gezinsleden in thuisquarantaine blijven tenzij ze werkzaam zijn in een cruciaal beroep of vitaal proces. In dat geval blijven zij alleen thuis als ze zelf klachten hebben. Indien een werknemer in contact is geweest met een persoon die mogelijk besmet is met het coronavirus of een zieke huisgenoot heeft en van overheidswege in quarantaine moet en niet thuis kan werken omdat dit in zijn/haar beroep onmogelijk is, is dat een omstandigheid die niet in de risicosfeer van werknemer ligt. De werkgever is in dat geval verplicht het loon door te betalen (tenzij partijen dit voor de eerste zes maanden van de arbeidsovereenkomst hebben uitgesloten, artikel 7:628 lid 5 BW). Omdat in deze situatie geen sprake is van ziekte, mag de werkgever geen wachtdagen op het loon inhouden en moet de werkgever het volledige loon doorbetalen.
4.6.
Meens heeft slechts in het kader van deze procedure bij gebrek aan wetenschap betwist dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tijdens de verhuizing in aanraking zou zijn geweest met een vriendin die mogelijk met het coronavirus besmet was. Ook betwist Meens thans dat de partner van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op 26 maart 2020 koorts had. Meens heeft onvoldoende gemotiveerd waarom zij het verhaal van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ongeloofwaardig vindt. De enkele omstandigheid dat de mededeling van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dat zijn partner koorts heeft, wordt gedaan op de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] verzochte en door Meens geweigerde verlofdag is onvoldoende om te kunnen dienen als een motivering waarom Meens het verhaal van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet gelooft. Indien Meens twijfels had bij de juistheid van het verhaal van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] had zij [eiser in conventie, verweerder in reconventie] kunnen vragen een verklaring van (de huisarts van) de betreffende personen (vriendin en partner) over te leggen. Daarvan is niet gebleken. Eerst ter zitting heeft Meens naar voren gebracht dat ook al zou de partner van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] koorts hebben gehad, [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , die klachtenvrij was, had moeten komen werken omdat de werkzaamheden van de Meens vennootschappen (Alfa bier) tot de zogenaamde cruciale beroepen behoren. Voor zover daarvan sprake is, had het op de weg van Meens gelegen om [eiser in conventie, verweerder in reconventie] daar destijds op te wijzen. Niet gebleken is dat Meens zulks heeft gedaan. Niet valt in te zien dat het [eiser in conventie, verweerder in reconventie] - die klachtenvrij was - niet was toegestaan (naar eigen zeggen in verband met een lekkage in zijn woning) een bouwgerelateerde winkel (bouwmarkt) tijdens de periode van quarantaine te bezoeken. Bij gezinsquarantaine mag het gezinslid dat geen klachten heeft boodschappen doen. Voorts heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zich steeds bereid en beschikbaar gehouden voor het verrichten van werkzaamheden vanuit huis.
4.7.
Het vorenstaande brengt met zich dat Meens op basis van artikel 7:628 lid 1 BW het loon aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dient te betalen. Aangezien de omvang van de loonvordering aannemelijk is en Meens voorts over een restitutierisico niets heeft aangevoerd, is aan de vereisten voor toewijzen van een geldvordering in kort geding voldaan. Het gevorderde achterstallig loon over de maanden maart en april 2020 zal dan ook worden toegewezen.
4.8.
Nu betaling van de - hierna in het dictum toe te wijzen - loonbedragen niet tijdig heeft plaatsgevonden, maakt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op goede gronden aanspraak op vergoeding van de wettelijke verhoging. De gevorderde wettelijke verhoging zal - tot het maximum van 50% - worden toegewezen omdat geen gronden zijn aangevoerd die tot matiging nopen.
4.9.
De vordering tot betaling van wettelijke rente, die door het enkele betalingsverzuim verschuldigd wordt, ligt voor toewijzing gereed.
4.10.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert Meens te veroordelen om aan hem bruto/netto specificaties te verstrekken van de - hierna in het dictum toe te wijzen - loonbedragen. Dit zal worden toegewezen, met dien verstande dat de termijn van verstrekking daarvan op veertien dagen na dagtekening van dit vonnis zal worden gesteld. De te verbeuren dwangsom zal vastgesteld worden op € 50,00 per dag en gemaximeerd worden op een totaalbedrag van € 500,00.
4.11.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft gesteld dat hij op grond van de polisvoorwaarden rechtsbijstand niet verzekerd is voor de buitengerechtelijke kosten. In de polisvoorwaarden is bepaald dat verhaalbare buitengerechtelijke kosten niet onder de dekking van de polis vallen. Dat dergelijke kosten zijn gemaakt staat vast. Het gevorderde bedrag komt de kantonrechter niet bovenmatig voor en is in overeenstemming met het in het Besluit bepaalde tarief en zal dan ook worden toegewezen.
4.12.
Meens zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] worden tot de uitspraak van dit vonnis bepaald op:
- dagvaarding € 108,54
- griffierecht € 236,00
- gemachtigde salaris € 720,00
Totaal € 1.064,54
4.13.
De door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] gevorderde nakosten en de daarover gevorderde wettelijke rente zullen op de hierna in de beslissing weergegeven wijze worden toegewezen.
4.14.
Bij de beoordeling van het geschil komt eerst de vraag aan de orde of Meens voldoende spoedeisend belang heeft bij de door haar ingestelde vorderingen. Het antwoord op deze vraag luidt naar het oordeel van de kantonrechter ontkennend.
4.15.
Het spoedeisende karakter van de vorderingen is gesteld noch gebleken. Meens heeft niet geconcretiseerd en onderbouwd wat het spoedeisend belang is. Daar komt bij dat vooralsnog niet kan worden aangenomen dat in een mogelijk aan te spannen bodemprocedure de vorderingen zullen worden toegewezen. Het voorgaande zou mogelijk anders zijn indien sprake zou zijn van een evidente en/ of voortdurende overtreding van de in de arbeidsovereenkomst opgenomen bedingen, dan wel een dreiging daarvan. Daarvan is in het kader van deze procedure niet gebleken. Voorts heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ter zitting gesteld dat hij zijn LinkedIn status heeft veranderd, zodat Meens bij die vordering geen belang meer heeft.
4.16.
Gelet op het voorgaande zullen de vorderingen van Meens worden afgewezen.
4.17.
Meens zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] worden tot de uitspraak van dit vonnis bepaald op € 720,00 aan salaris gemachtigde.
5 De beslissing
5.1.
veroordeelt Meens om aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tegen bewijs van kwijting te betalen:
- -
€ 730,76 bruto aan achterstallig loon over maart 2020 inclusief 8% vakantiebijslag, vermeerderd met de maximale wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 50% en het geheel (de optelsom) nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening,
- -
€ 3.078,00 bruto aan achterstallig loon over april 2020 inclusief 8% vakantiebijslag, vermeerderd met de maximale wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 50% en het geheel (de optelsom) nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening,
- -
€ 625,00 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten,
5.2.
veroordeelt Meens om binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te verstrekken deugdelijke bruto-netto specificaties van de - hiervoor onder 5.1. weergegeven - te betalen loonbedragen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50,00 per dag voor iedere dag dat Meens hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 500,00,
5.3.
veroordeelt Meens in de proceskosten, aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tot op heden begroot op € 1.064,54,
5.4.
veroordeelt Meens, onder de voorwaarde dat zij niet binnen twee weken na aanschrijving door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] volledig aan de veroordelingen hiervoor voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 100,00 aan salaris gemachtigde, bij gebreke van betaling binnen veertien dagen na die aanschrijving te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag daarna tot de dag van volledige betaling,
- te vermeerderen, indien vervolgens betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met de kosten van dat exploot, bij gebreke van betaling binnen veertien dagen na die betekening te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag daarna tot de dag van voldoening,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst af het meer of anders gevorderde,
5.7.
wijst de vorderingen af,
5.8.
veroordeelt Meens in de proceskosten, aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tot op heden begroot op € 720,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken.
CJ