Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2019:9189

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
15-10-2019
Datum publicatie
15-10-2019
Zaaknummer
03/995015-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Faillissementsfraude. Veroordeling tot 18 maanden gevangenisstraf wegens 3 gevallen van feitelijk leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk (art. 341 Sr) Overweging ten aanzien van nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachten. Vrijspraak schendingen inlichtingenplicht (art. 194 Sr) nu ten onrechte de BV als dader is opgenomen in de tenlastelegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/995015-14

Verstek

Verkort vonnis van de meervoudige kamer d.d. 15 oktober 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

zonder bekend woon- of verblijfplaats.

Verdachte is opgeroepen op het volgende uit het dossier blijkende adres: [adres oproeping] . Evenwel is uit onderzoek gebleken dat verdachte aldaar niet (meer) woonachtig is.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 oktober 2019. Tegen de verdachte is verstek verleend. De officier van justitie heeft haar standpunt kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

feitelijk leiding heeft gegeven aan:

  1. schending van de inlichtingenplicht na het faillissement van [naam bedrijf 1] ;

  2. faillissementsfraude, gepleegd door [naam bedrijf 1] ;

  3. faillissementsfraude, gepleegd door [naam bedrijf 2] ;

  4. schending van de inlichtingenplicht na het faillissement van [naam bedrijf 2] ;

  5. faillissementsfraude, gepleegd door [naam bedrijf 3] ;

  6. schending van de inlichtingenplicht na het faillissement van [naam bedrijf 3] .

De rechtbank heeft geconstateerd dat bij alle feiten telkens ten laste is gelegd dat – kort gezegd – de betreffende B.V. samen met (een) andere(en) een strafbaar feit, te weten bedrieglijke bankbreuk dan wel schending van de inlichtingenplicht, heeft begaan, waaraan verdachte feitelijk leiding heeft gegeven. Op basis van het dossier en wat ter zitting naar voren is gekomen, constateert de rechtbank dat het verwijt echter kennelijk is dat verdachte samen met (een) ander(en), te weten zijn twee medeverdachten, opdracht tot en/of feitelijk leiding heeft gegeven aan de bedrieglijke bankbreuk en/of schending van de inlichtingenplicht, begaan door de B.V. (alleen). Daarom zal de rechtbank de tenlastelegging in zoverre verbeterd lezen, hetgeen tot uitdrukking komt in de bewezenverklaring. Nu het gaat om een kennelijke vergissing in de tenlastelegging en deze verbetering niet leidt tot een ander feitencomplex dan wel mogelijk hoger strafmaximum, is de verdachte hiermee niet in zijn belangen geschaad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle feiten.

3.2

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van dit verkort vonnis vereist, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het vonnis gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank de onder 2, 3 en 5 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Niet bewezen acht de rechtbank de feiten 1, 4 en 6 Daartoe overweegt de rechtbank in het bijzonder als volgt.

a. Vrijspraak schending inlichtingenplicht ex art. 194 Sr (oud)

De verdachte wordt in de feiten 4, 6, en 8 verweten dat hij – kort gezegd – feitelijk leiding heeft gegeven aan de door de betreffende BV begane schending van de inlichtingenplicht ex art. 194 Sr. Art. 194 Sr betreft een kwaliteitsdelict, dat slechts begaan kan worden door, voor zover in casu relevant, de natuurlijke persoon die in staat van faillissement is verklaard of de bestuurder van een in staat van faillissement verklaarde rechtspersoon. Zulks is ook in lijn met de artikelen 105 (oud) en 106 (oud) van de Faillissementswet, die die inlichtingenplicht vormgeven. Die artikelen zijn ook gericht tot, voor zover hier relevant, natuurlijke personen en bestuurders. Die zijn door de wet verplicht en als zodanig “wettig opgeroepen” – in voorkomende gevallen inlichtingen te verstrekken.

Nu anders dan de wet en het systeem van de wet niet verdachte, als bestuurder, in de tenlastelegging wordt aangeduid als dader, maar de betreffende BV, kan zulks niet bewezen worden. De inlichtingenplicht rust immers niet op de BV; die is niet wettig opgeroepen tot het verstrekken van inlichtingen.

Aldus acht de rechtbank de feiten 4, 6, en 8 niet wettig en overtuigend bewezen en zal zij verdachte daarvan vrijspreken.

b. Zaakdossier 3: [naam bedrijf 3]

De tenlastelegging houdt kort gezegd onder meer in dat van de [bankrekening] ( [rekeningnummer] ) van [naam bedrijf 3] in totaal 160.600 euro is overgeboekt en daarmee onttrokken aan de boedel. Uit het dossier blijkt echter dat rechtstreeks vanaf die rekening niet dat volledige bedrag naar rekeningen op naam van de verdachten of aan hen gelieerde ondernemingen is overgeboekt (pg. 168-169). Immers zijn ook diverse geldbedragen van die [bankrekening] overgeboekt naar andere rekeningen van deze BV, namelijk rekeningen bij de [naam bank 1] ( [rekeningnummer] ) en [naam bank 2] ( [rekeningnummer] ). Uit de analyse van die twee bankrekeningen (pg. 166 en 167) blijkt dat daar vanaf gelden zijn overgemaakt naar rekeningen op naam van de verdachten dan wel aan hun gelieerde ondernemingen. Hoewel die 160.600 euro dus niet onmiddellijk vanaf de [bankrekening] buiten deze BV zijn gebracht, ving het onttrekken van die gelden wel aan bij die rekening, waarop onder meer de omzet van het bedrijf binnenkwam. Uiteindelijk is dus wel het volledige bedrag zoals ten laste gelegd vanaf de [bankrekening] , deels via de rekeningen bij de [naam bank 1] en [naam bank 2] , onttrokken. Aldus acht de rechtbank bewezen dat een geldbedrag van in totaal 160.600 euro vanaf de [bankrekening] is onttrokken aan de boedel.

c. Medeplegen van opdracht geven en/of feitelijk leidinggeven

Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de inmiddels failliet verklaarde BV’s zoals genoemd in de feiten 1, 2, 3, 5 en 7 telkens goederen (te weten geld en daar waar van toepassing ook overige voorwerpen) hebben onttrokken aan de boedel én dat zij niet hebben voldaan aan – kort gezegd – de administratieplicht. De rechtbank heeft geconstateerd dat de verdachten in die fraude niet allemaal een gelijke rol hebben gehad. Zij ziet zich dan ook voor de vraag gesteld of verdachte bij elk van de afzonderlijke feiten als feitelijk leidinggever is aan te merken. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Bij die beoordeling dient niet uitsluitend te worden betrokken de formele positie, maar ook de feitelijke positie van de verdachte bij de rechtspersoon en het gedrag dat de verdachte heeft vertoond of nagelaten op grond waarvan hij geacht moet worden aan die verboden gedraging feitelijke leiding te hebben gegeven.

Bij het gedrag dat de verdachte heeft vertoond, kan worden gedacht aan actief en effectief gedrag dat onmiskenbaar binnen de gewone betekenis van het begrip feitelijke leidinggeven valt, maar ook het algemene door de verdachte (bijvoorbeeld als bestuurder) gevoerde beleid waarvan de verboden gedraging het onvermijdelijke gevolg is dan wel het leveren van een zodanige bijdrage aan een complex van gedragingen dat heeft geleid tot de verboden gedraging en het daarbij nemen van een zodanig initiatief dat de verdachte geacht moet worden aan die verboden gedraging feitelijke leiding te hebben gegeven. Onder omstandigheden kan ook een meer passieve rol van de verdachte tot het oordeel leiden dat een verboden gedraging daardoor zodanig is bevorderd dat van feitelijke leidinggeven kan worden gesproken. In het bijzonder kan dat het geval zijn bij de verdachte die, hoewel hij daartoe bevoegd en redelijkerwijs gehouden is, geen maatregelen heeft getroffen om verboden gedragingen te voorkomen of te beëindigen. (vgl. HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733.)

Het kan voorkomen dat betrokkenen op basis van gemaakte afspraken zo nauw hebben samengewerkt dat de handelingen van de een ook voor rekening van de ander(en) komen en het er niet toe doet wie precies welke handeling heeft verricht. Elk van de betrokkenen kan dan afzonderlijk als feitelijke leidinggever te worden aangemerkt (vgl. HR 16 juni 1981, NJ 1981/586). De deelnemingsvorm medeplegen kan derhalve worden gebruikt om handelingen die niet door de verdachte zelf zijn verricht aan hem toe te rekenen.

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.

Het onderzoek Mees is toegespitst op in totaal vijf faillissementen waarbij sprake is geweest van onttrekkingen aan de boedel en schending van de administratieplicht. Verdachte en zijn twee medeverdachten speelden hierin elk een rol, die niet zonder meer gelijkgesteld kan worden. Wel is een soortgelijke modus operandus bij elk van de afzonderlijke gefailleerde rechtspersonen zichtbaar en wel de volgende.

Telkens werden rechtspersonen opgericht dan wel overgenomen, waarbij de verdachten in wisselende samenstelling als direct of indirect bestuurder die rechtspersonen ‘begeleidde' naar een faillissement. Voorafgaand aan het faillissement werd de rechtspersoon door hen van haar vermogen en in enkele gevallen ook van haar activa werden beroofd. Zo werden nog aanwezige banktegoeden overgeboekt naar bankrekeningen van binnenlandse en buitenlandse ondernemingen waarvan de verdachten eveneens direct of indirect bestuurder waren dan wel rechtstreeks naar hun privé bankrekeningen in binnen- en buitenland. Door deze handelwijze was er sprake van faillissementsfraude waarbij grote maatschappelijke schade werd veroorzaakt.

De verdachten probeerden steeds weer de dans te ontspringen, niet alleen doordat zij

de verplichtingen (op het laatste moment) doorschoven naar andere (rechts)personen,

maar ook door het veelvuldig wisselen van bestuurders, het gebruik maken van

(meestal fake) buitenlandse (woon)adressen, zowel voor hen zelf alsmede voor een

deel van hun ondernemingen en daarnaast door er stelselmatig voor te zorgen dat de

administratie niet werd gevoerd dan wel na het faillissement niet werd uitgeleverd aan

de curator, waardoor de curator in de onmogelijkheid verkeerde om de rechten en

plichten van de gefailleerde rechtspersoon vast te stellen.

De rol van de verdachten bij de diverse rechtspersonen en faillissementen blijkt onder meer als volgt te zijn.

[naam bedrijf 1] (zaakdossier 1): [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hadden een aandeel in de oprichting en bedrijfsvoering van deze rechtspersoon (zie o.a. verklaring van getuige [getuige 1] , G22-01 en G22-02). [medeverdachte 2] en [verdachte] waren elk in ieder geval op enig moment (indirect) bestuurder en/of aandeelhouder van deze BV (pg. 79). De onttrokken gelden zijn overgeboekt naar rekeningen op naam van alle verdachten dan wel aan hun gelieerde ondernemingen (pg. 97). [verdachte] had na het faillissement contact met de curator, maar overlegde uiteindelijk geen administratie (zie o.a. verklaringen curator, G04-01 en G04-02).

[naam bedrijf 2] , voorheen genaamd [voormalige naam bedrijf 2] (zaakdossier 2): [medeverdachte 1] en [verdachte] waren elk in ieder geval op enig moment (indirect) bestuurder en/of aandeelhouder van deze BV (pg. 124-125). [medeverdachte 1] werd door werknemers aangeduid als de leidinggevende en [verdachte] als een stroman (zie de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 3] , G11 en G12). De [naam bank 2] verstrekte aan [medeverdachte 1] een krediet van 400.000 euro voor de BV, welk krediet nadien werd overgenomen door [verdachte] en uiteindelijk helemaal opgesoupeerd bleek te zijn (pg. 135-138). De onttrokken gelden zijn overgeboekt naar rekeningen op naam van [medeverdachte 1] en [verdachte] dan wel aan hen gelieerde ondernemingen (pg. 132-133). [verdachte] had na het faillissement contact met de curator, maar overlegde uiteindelijk geen administratie (zie o.a. verklaringen curator, G02-01 / G02-02).

[naam bedrijf 3] (zaakdossier 3): [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] voerden de onderhandelingen over de overname van de BV (verklaring oud-eigenaar [naam oud eigenaar] , pg. 163 / G24-01) en de BV is uiteindelijk door [naam bedrijf 4] , waarvan [medeverdachte 2] enig aandeelhouder en bestuurder was, overgenomen (pg. 157). Het overnamebedrag werd gefinancierd door [naam bedrijf 5] , waarvan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bestuurders waren. [verdachte] was voorzitter/secretaris/penningsmeester van de latere bestuurder [naam stichting 1] (pg. 157). [medeverdachte 1] werd omschreven als de ‘leading man’ (verklaring oud-eigenaar [naam oud eigenaar] , G24-01) en als diegene die alle beslissingen nam (getuige [getuige 4] , pg. 192 / G23-01). Zowel [medeverdachte 1] als [medeverdachte 2] gaven opdracht tot het bestellen van genoeg goederen, omdat “het wel de laatste keer zal zijn” (getuige [getuige 4] , pg. 193). [verdachte] zou bovendien kantoorartikelen, bedrijfsvoorraad en materialen in een vrachtwagen hebben geladen (getuige [getuige 4] , pg. 193). De onttrokken gelden zijn overgeboekt naar rekeningen op naam van alle verdachten dan wel aan hun gelieerde ondernemingen (pg. 166-170). [verdachte] had na het faillissement contact met de curator, maar overlegde uiteindelijk geen administratie (zie o.a. verklaringen curator, pg. 186-190 / G01-01 / G01-02).

Zaakdossier 4 en 5: Deze zaakdossiers over de faillissementen van [naam bedrijf 6] en [naam bedrijf 7] maken weliswaar geen deel uit van de tenlastelegging, maar ook uit die zaakdossiers blijkt van een rol van verdachte, samen met zijn medeverdachten, zoals uit het navolgende blijkt. De rechtbank is van oordeel dat bewijs uit die dossiers ook redengevend is voor de bewezenverklaring in deze zaak gelet op de telkens soortgelijke modus operandus.

[naam bedrijf 6] (zaakdossier 4): [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waren actief betrokken bij de overname van deze BV (pg. 223). [medeverdachte 2] was bestuurder van de overnemende rechtspersonen [naam bedrijf 4] en [naam stichting 2] aandelenbeheer (pg. 224). [medeverdachte 1] was vooral in het begin nog veel aanwezig in het bedrijf, terwijl [medeverdachte 2] het beleid bepaalde (pg. 224), maar dat wel kortsloot met [medeverdachte 1] (pg. 225). [medeverdachte 1] was diegene die het beheer had over de bankpas, -betalingen en beslissingen nam (pg. 225). [medeverdachte 2] verzocht de medewerkers om de bedrijfsauto’s net voor de bouwvakantie in te leveren (pg. 226), terwijl in die vakantie het bedrijfspand leeggehaald zou zijn (pg. 226). [medeverdachte 2] erkende tegenover de curator dat hij een steiger meegenomen had (pg. 226-227). De onttrokken gelden zijn overgeboekt naar rekeningen op naam van alle verdachten dan wel aan hun gelieerde ondernemingen (pg. 245-246). [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , dan wel hun advocaten, hadden na het faillissement contact met de curator, maar overlegden uiteindelijk geen administratie (zie o.a. verklaringen curator, pg. 275-277 / G03-01 / G03-02).

[naam bedrijf 7] (zaakdossier 5): [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] namen deze slapende BV over (pg. 301). Beiden waren ook elk in ieder geval op enig moment (indirect) bestuurder en/of aandeelhouder van deze BV (pg. 302-303). De onttrokken gelden zijn overgeboekt naar rekeningen op naam van alle verdachten dan wel aan hun gelieerde ondernemingen (pg. 305). [medeverdachte 1] verrichtte bankbetalingen en [medeverdachte 2] zorgde voor de communicatie met [medeverdachte 1] (pg. 320-321). [medeverdachte 1] had na het faillissement contact met de curator, maar overlegde uiteindelijk geen administratie (zie o.a. verklaringen curator, pg. 317-321 / G05-01 / G05-02).

Het voorgaande leidt de rechtbank tot het volgende. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] hadden elk een andere rol, maar gelet op de hiervoor weergegeven modus operandus kan wel vastgesteld worden dat zij op basis van gemaakte afspraken zo nauw hebben samengewerkt, dat de handelingen van de een ook voor rekening van de ander(en) komen en het er niet toe doet wie precies welke handeling heeft verricht. In het bijzonder hecht de rechtbank daarbij waarde aan de formele rollen van elk als (indirect) bestuurder, hun daadwerkelijke actieve inzet bij de oprichting c.q. overname van rechtspersonen, alsmede dat zij telkens kennelijk alle drie de begunstigden waren van (in elk geval een deel van) de onttrokken gelden en dat zij allemaal verzuimden om administratie aan de curator over te leggen. Elk van de betrokkenen kan daarom afzonderlijk als feitelijke leidinggever worden aangemerkt bij de bedrieglijke bankbreuken begaan door de BV’s.

3.3

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat:

2. [naam bedrijf 1] , hierna te noemen "de B.V.", in de periode van 1 november 2009 tot en met 1 november 2012 te Sprang-Capelle en/of te Drunen en/of elders in Nederland en/of te Trier en/of te Emmerich am Rhein in Duitsland en/of te Parijs in Frankrijk en/of te Luxemburg in Luxemburg, terwijl de B.V. bij vonnis van de rechtbank Breda van 17 augustus 2010 in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeisers:

  1. enig goed aan de boedel onttrokken heeft en

  2. niet voldaan heeft aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers in dat artikel bedoeld,

immers heeft de B.V. toen aldaar – zakelijk weergegeven –

enig goed, te weten geldbedragen voor in totaal 93.253 euro, van de rekening ten name van [naam bedrijf 1] bij de [naam bank 1] met nummer [rekeningnummer] en/of de [naam bank 3] met nummer [rekeningnummer] overgemaakt en/of doen overmaken naar bankrekeningen ten name van [medeverdachte 1] en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 2] en/of ten name aan [medeverdachte 1] en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 2] gelieerde ondernemingen, zonder dat daar een betalingsverplichting voor bestond en aldus buiten het bereik en beheer van de curator gesteld en gehouden

en

geen volledige of deugdelijke administratie gevoerd of niet (geheel) bewaard en/of ondanks (herhaalde) verzoeken daartoe van de curator ( [naam curator 1] ), geen administratie aan voornoemde curator overgelegd/uitgeleverd en/of doen overleggen/uitleveren,

ten gevolge waarvan de rechten en verplichtingen van de B.V. niet te allen tijde juist en/of volledig konden worden gekend,

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en) feitelijke leiding heeft gegeven;

3. [naam bedrijf 2] (tot 5 juli 2010 statutair genaamd [voormalige naam bedrijf 2] ), hierna te noemen "de B.V.", in de periode van 1 januari 2009 tot en met 13 juni 2012 te Heeswijk-Dinther en/of Deventer en/of 's-Hertogenbosch en/of Utrecht en/of elders in Nederland en/of te Emmerich am Rhein en of te Trier in Duitsland en/of te Echternach in Luxemburg, terwijl de B.V. bij vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 7 december 2010 in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeisers:

  1. enig goed aan de boedel onttrokken heeft en

  2. niet voldaan heeft aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers in dat artikel bedoeld,

immers heeft de B.V. toen aldaar – zakelijk weergegeven –

enig goed, te weten geldbedragen voor in totaal 138.000 euro, van de rekening ten name van [voormalige naam bedrijf 2] bij de [naam bank 1] met nummer [rekeningnummer] overgemaakt en/of doen overmaken naar bankrekeningen ten name van aan [medeverdachte 1] en/of [verdachte] gelieerde ondernemingen en/of bankrekening(en) ten name van [verdachte] en/of contant opgenomen en/of doen opnemen, zonder dat daar een betalingsverplichting voor bestond en aldus buiten het bereik en beheer van de curator gesteld en gehouden

en

geen volledige of deugdelijke administratie gevoerd of niet (geheel) bewaard en/of ondanks (herhaalde) verzoeken daartoe van de curator ( [naam curator 2] ), geen administratie aan voornoemde curator overgelegd/uitgeleverd en/of doen overleggen/uitleveren,

ten gevolge waarvan de rechten en verplichtingen van de B.V. niet te allen tijde juist en/of volledig konden worden gekend,

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en) feitelijke leiding heeft gegeven;

5. [naam bedrijf 3] , hierna te noemen "de B.V.", in de periode van 20 mei 2010 tot en met 20 september 2011 in Nuth en/of Emmen en/of te Sittard en/of te Aalst en/of elders in Nederland en/of te Emmerich am Rhein en/of te Trier in Duitsland en/of te Echternach in Luxemburg en/of te Parijs in Frankrijk, terwijl de B.V. bij vonnis van de rechtbank Maastricht van 4 januari 2011 in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeisers:

  1. enig goed aan de boedel onttrokken heeft en

  2. niet voldaan heeft aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers in dat artikel bedoeld,

immers heeft de B.V. toen aldaar – zakelijk weergegeven –

de bedrijfsvoorraad en één of meer kantoorartikel(en) en één of meer hogedrukreiniger(s) en één of meer bedrijfsauto('s), opzettelijk niet aan de curator afgegeven en/of ter beschikking gesteld, waardoor deze goederen opzettelijk buiten het bereik en beheer van de curator zijn gebracht en gehouden

en

enig goed, te weten geldbedragen voor in totaal 160.600 euro, van de rekening ten name van [naam bedrijf 3] bij de [naam bank 3] met nummer [rekeningnummer] overgemaakt en/of doen overmaken naar bankrekeningen ten name van aan [medeverdachte 1] en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 2] gelieerde ondernemingen, zonder dat daar een betalingsverplichting voor bestond en aldus buiten het bereik en beheer van de curator gesteld en gehouden

en

geen volledige of deugdelijke administratie gevoerd of niet (geheel) bewaard en/of ondanks (herhaalde) verzoeken daartoe van de curator ( [naam curator 3] ), geen administratie aan voornoemde curator overgelegd/uitgeleverd en/of doen overleggen/uitleveren,

ten gevolge waarvan de rechten en verplichtingen van de B.V. niet te allen tijde juist en/of volledig konden worden gekend,

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en) feitelijke leiding heeft gegeven.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De onder 2, 3 en 5 bewezenverklaarde feiten leveren telkens op het strafbare feit:

feitelijk leidinggeven aan: bedrieglijke bankbreuk begaan door een rechtspersoon

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 48 maanden.

6.2

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft feitelijk leidinggegeven aan in totaal drie bedrieglijke bankbreuken, oftewel: faillissementsfraudes. Uit het dossier kan worden afgeleid dat verdachte en zijn medeverdachten doelbewust ondernemingen oprichtten dan wel overnamen om die uiteindelijk failliet te laten gaan, maar niet nadat zij van tevoren geld en goederen uit die ondernemingen hadden weggesluisd. Kennelijk was dat hun verdienmodel, zo blijkt wel uit in het dossier aanwezige oproepen gericht aan noodlijdende bedrijven om zich te melden voor hulp. In de praktijk bleek het tegendeel waar. Zo zijn uiteindelijk kredieten opgesoupeerd, enkele miljoenen euro’s en bedrijfsvoorraden weggesluisd en nog grotere schulden overgebleven. Werknemers raakten hun baan kwijt en bedrijven werden systematisch kapot gemaakt.

Faillissementen werden aldus bespoedigd en de schuldeisers benadeeld in hun verhaalsmogelijkheden. Dit handelen is buitengewoon kwalijk te noemen. Niet alleen vanwege de financiële schades, maar ook omdat dergelijke vormen van fraude het vertrouwen tussen ondernemers onderling, dat van essentieel belang is voor een goed functionerend handelsverkeer, aantasten.

Voorts hebben verdachte en zijn mededaders door de administratie van de bedrijven buiten het zicht van de curator te houden, het voor de curator moeilijk zo niet onmogelijk gemaakt om een goed inzicht te krijgen in vermogenspositie van de gefailleerde, alsmede van de rechten en plichten van de schuldeisers en schuldenaren, ten behoeve van een zo gunstig mogelijk afwikkeling van de boedel.

De rechtbank is van oordeel dat deze ernstige feiten in beginsel een fikse onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. Die zal evenwel lager zijn dan de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank verdachte telkens vrijspreekt van de schending van de inlichtingenplicht en omdat de rechtbank de rol van verdachte ten opzichte van zijn medeverdachten anders ziet dan de officier van justitie.

Verdachte had in verhouding tot zijn medeverdachten de kleinste rol in deze fraudes. Hij is vooral in beeld gekomen als formeel bestuurder van diverse rechtspersonen, maar was kennelijk desalniettemin evenzo begunstigde van de weggesluisde gelden. Ook was hij betrokken bij het wegsluizen van activa. Derhalve faciliteerde hij wel deze fraudes.

Verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Voor het overige is geen informatie bekend over verdachte om rekening mee te houden bij de strafmaat.

Concluderend acht de rechtbank een gevangenisstraf van 18 maanden gerechtvaardigd en daartoe zal de rechtbank verdachte dus ook veroordelen.

De rechtbank heeft geconstateerd dat de termijn die tussen de feiten en dit vonnis zit onwenselijk lang is. Dat is deels te verklaren met de complexiteit van het onderzoek, maar is deels ook onverklaarbaar. Evenwel leidt dit niet tot strafvermindering, omdat verdachte niet in zijn belangen is geschaad nu hij kennelijk niet op de hoogte was van de vervolging en dus ook niet onnodig lang in onzekerheid heeft verkeerd.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 51, 57 en 341 (oud) van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder 1, 4 en 6 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart de onder 2, 3 en 5 ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.3 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

- veroordeelt de verdachte voor de feiten 2, 3 en 5 tot een gevangenisstraf van 18 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Koster-van der Linden, voorzitter, mr. H.H. Dethmers en mr. J.B.J. Driessen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O.A.G. Corten, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 15 oktober 2019.

Buiten staat

De voorzitter is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1

Zaaksdossier 01 [naam bedrijf 1]

, hierna te noemen "de B.V.", die bij vonnis van de rechtbank Breda

van 17 augustus 2010 in staat van faillissement was verklaard en wettelijk

opgeroepen tot het geven van inlichtingen, op één of meer tijdstip(pen) in of

omstreeks de periode van 8 oktober 2010 tot en met 1 november 2012 te

Sprang-Capelle in de gemeente Waalwijk en/of elders in Nederland en/of te

Trier in Duitsland en/of te Luxemburg en/of te Echternach in Luxemburg,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) zonder geldige reden opzettelijk is weggebleven en/of (telkens)

heeft geweigerd de vereiste inlichtingen te geven en/of (telkens) opzettelijk

verkeerde inlichtingen heeft gegeven,

immers heeft/hebben de B.V. en/of (één of meer van) haar medeverdachte(n) toen

aldaar -zakelijk weergegeven-

(telkens) opzettelijk geweigerd om de door de curator, onder meer op 8 oktober

2010 en/of 11 oktober 2010 en/of 21 oktober 2010 en/of 21 december 2010 en/of

14 januari 2011 en/of 20 januari 2011, mondeling en/of schriftelijk en/of per

e-mail gevraagde en vereiste inlichtingen ten behoeve van de afwikkeling van

het faillissement van de B.V. en/of met betrekking tot één of meer

banktransactie(s) en/of mutatie(s) op de bankrekening van [naam bedrijf 1] , te geven

en/of

(telkens) de curator opzettelijk in strijd met de waarheid meegedeeld dat zij

de administratie en/of de boekhouding en/of overige relevante bescheiden met

betrekking tot de B.V. aan de curator zou(den) doen toekomen en/of dat de

administratie zich bevond op het adres [adres] in Trier en/of dat

hierover niet beschikt kon worden en/of dat de administratie en/of overige

bescheiden was/waren kwijtgeraakt,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte

(telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden

gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

Artikel 194 lid 1 jo artikel 47/51 Sr

2

Zaaksdossier 01 [naam bedrijf 1]

, hierna te noemen "de B.V.", op één of meer tijdstip(pen) in of

omstreeks de periode van 1 november 2009 tot en met 1 november 2012 te

Sprang-Capelle in de gemeente Waalwijk en/of te Drunen in de gemeente Heusden

en/of elders in Nederland en/of te Trier en/of te Emmerich am Rhein in

Duitsland en/of te Parijs in Frankrijk en/of te Luxemburg in Luxemburg,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

terwijl de B.V. bij vonnis van de rechtbank Breda van 17 augustus 2010 in

staat van faillissement is verklaard, (telkens) ter bedrieglijke verkorting

van de rechten van haar schuldeiser(s) (telkens)

1.enig goed aan de boedel onttrokken heeft of onttrekt en/of

2.niet voldaan heeft of niet voldoet aan de op haar rustende verplichtingen

ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van

Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van

boeken, bescheiden en gegevensdragers in dat artikel bedoeld,

immers heeft/hebben de B.V. en/of (één of meer van) haar medeverdachte(n) toen

aldaar -zakelijk weergegeven- (telkens)

enig goed, te weten één of meer geldbedrag(en) voor in totaal 93.253 euro,

althans enig geldbedrag, van de rekening ten name van [naam bedrijf 1] bij de

[naam bank 1] met nummer [rekeningnummer] en/of de [naam bank 3] met nummer [rekeningnummer]

overgemaakt en/of doen overmaken naar één of meer bankrekening(en) ten name

van [medeverdachte 1] en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 2]

en/of ten name van één of meer aan [medeverdachte 1] en/of [verdachte]

en/of [medeverdachte 2] gelieerde onderneming(en), althans

naar (een) andere (bank)rekening(en), zonder dat daar een

betalingsverplichting, althans een zakelijke verplichting en/of een zakelijke

verantwoording voor bestond/tegenover stond en aldus buiten het bereik en

beheer van de curator gesteld en/of gehouden (onttrek(t)ken/onttrokken)

(D-139, D-139A, D-140, D-140A, D-147, AMB-006 en AMB-016)

en/of

geen volledige en/of deugdelijke administratie gevoerd en/of niet (geheel)

bewaard en/of ondanks (herhaalde) mondeling(e) en/of schriftelijk(e)

verzoek(en) en/of verzoeken per e-mail daartoe van de (benoemde) curator ( [naam curator 1]

), onder meer gedaan op 17 augustus 2010 en/of 8 oktober 2010 en/of

11 oktober 2010 en/of 21 oktober 2010, in elk geval gedaan op één of meer

tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 augustus 2010 tot en met 21

oktober 2010, geen, althans geen volledige en/of deugdelijke administratie aan

voornoemde curator overgelegd/uitgeleverd en/of doen overleggen/uitleveren,

althans ter beschikking gesteld en/of doen stellen,

ten gevolge waarvan de rechten en verplichtingen van de B.V. niet te allen

tijde juist en/of volledig konden worden gekend,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte

(telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden

gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

Artikel 341 aanhef onder a., sub 1o en 4o jo artikel 47/51 Sr

3

Zaaksdossier 02 [naam bedrijf 2]

(tot 5 juli 2010 statutair genaamd [voormalige naam bedrijf 2] ),

hierna te noemen "de B.V.", op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de

periode van 1 januari 2009 tot en met 13 juni 2012 te Heeswijk-Dinther in de

gemeente Bernheze en/of de gemeente(n) Deventer en/of 's-Hertogenbosch en/of

Utrecht en/of elders in Nederland en/of te Emmerich am Rhein en of te Trier

in Duitsland en/of te Echternach in Luxemburg, (telkens) tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, terwijl de B.V. bij

vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 7 december 2010 in staat van

faillissement is verklaard, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de

rechten van haar schuldeiser(s) (telkens)

1.Enig goed aan de boedel onttrokken heeft of onttrekt en/of

2.Niet voldaan heeft of niet voldoet aan de op haar rustende verplichtingen

ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van

Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van

boeken, bescheiden en gegevensdragers in dat artikel bedoeld,

immers heeft/hebben de B.V. en/of (één of meer van) haar medeverdachte(n) toen

aldaar -zakelijk weergegeven- (telkens)

enig goed, te weten één of meer geldbedrag(en) voor in totaal 138.000 euro,

althans enig geldbedrag, van de rekening ten name van [voormalige naam bedrijf 2] bij

de [naam bank 1] met nummer [rekeningnummer] overgemaakt en/of doen overmaken naar één of

meer bankrekening(en) ten name van aan [medeverdachte 1] en/of [verdachte]

gelieerde onderneming(en) en/of één of meer bankrekening(en) ten

name van [verdachte] , althans naar (een) andere (bank)rekening(en)

en/of contant opgenomen en/of doen opnemen, (telkens) zonder dat daar een

betalingsverplichting, althans een zakelijke verplichting en/of een zakelijke

verantwoording voor bestond/tegenover stond en aldus buiten het bereik en

beheer van de curator gesteld en/of gehouden (onttrek(t)ken/onttrokken)

(D-090)

en/of

geen volledige en/of deugdelijke administratie gevoerd en/of niet (geheel)

bewaard en/of ondanks (herhaalde) mondeling(e) en/of schriftelijk(e)

verzoek(en) en/of verzoeken per e-mail daartoe van de en/of namens de

(benoemde) curator ( [naam curator 2] ), onder meer gedaan op 20 juli 2011 en/of 27

juli 2011 en/of 7 september 2011 en/of 12 januari 2012, in elk geval gedaan op

één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 juli 2011 tot en

met 12 januari 2012, geen, althans geen volledige en/of deugdelijke

administratie aan voornoemde curator overgelegd/uitgeleverd en/of doen

overleggen/uitleveren, althans ter beschikking gesteld en/of doen stellen,

ten gevolge waarvan de rechten en verplichtingen van de B.V. niet te allen

tijde juist en/of volledig konden worden gekend,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte

(telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden

gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

Artikel 341 aanhef onder a., sub 1o en 4o jo artikel 47/51 Sr

4

Zaaksdossier 02 [naam bedrijf 2]

, hierna te noemen "de B.V.", die bij vonnis van de

rechtbank Zwolle-Lelystad van 7 december 2010 in staat van faillissement was

verklaard en wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, op één of

meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 juli 2011 tot en met 13

juni 2012 in de gemeente Deventer en/of elders in Nederland en/of te Trier in

Duitsland en/of te Luxemburg en/of te Echternach in Luxemburg, (telkens)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

zonder geldige reden opzettelijk is weggebleven en/of (telkens) heeft

geweigerd de vereiste inlichtingen te geven en/of (telkens) opzettelijk

verkeerde inlichtingen heeft gegeven,

immers heeft/hebben de B.V. en/of (één of meer van) haar medeverdachte(n) toen

aldaar -zakelijk weergegeven-

(telkens) opzettelijk geweigerd om de door en/of namens de curator, onder meer

op 27 juli 2011 en/of 7 september 2011, mondeling en/of schriftelijk en/of per

e-mail gevraagde en vereiste inlichtingen over de achtergronden en de oorzaken

van het faillissement van [naam bedrijf 2] en/of inlichtingen met betrekking

tot de aan- en/of afwezigheid van bedrijfsmiddelen en/of voorraden te geven,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte

(telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden

gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

Artikel 194 lid 1 jo artikel 47/51 Sr

5

Zaaksdossier 03 [naam bedrijf 3]

, hierna te noemen "de B.V.", op één of

meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 mei 2010 tot en met 20

september 2011 in de gemeente(n) Nuth en/of Emmen en/of te Sittard in de

gemeente Sittard-Geleen en/of te Aalst in de gemeente Zaltbommel en/of elders

in Nederland en/of te Emmerich am Rhein en/of te Trier in Duitsland en/of te

Echternach in Luxemburg en/of te Parijs in Frankrijk, (telkens) tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, terwijl de B.V. bij

vonnis van de rechtbank Maastricht van 4 januari 2011 in staat van

faillissement is verklaard, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de

rechten van haar schuldeiser(s) (telkens)

1.Enig goed aan de boedel onttrokken heeft of onttrekt en/of

2.Niet voldaan heeft of niet voldoet aan de op haar rustende verplichtingen

ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van

Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van

boeken, bescheiden en gegevensdragers in dat artikel bedoeld,

immers heeft/hebben de B.V. en/of (één of meer van) haar medeverdachte(n) toen

aldaar -zakelijk weergegeven- (telkens)

de bedrijfsvoorraad en/of één of meer kantoorartikel(en) en/of één of meer

hogedrukreiniger(s) en/of één of meer bedrijfsauto('s), althans enig goed

opzettelijk niet aan de curator afgegeven en/of ter beschikking gesteld,

waardoor dit/deze goed(eren) opzettelijk buiten het bereik en beheer van de

curator zijn gebracht en/of gehouden (onttrek(t)ken/onttrokken)

en/of

enig goed, te weten één of meer geldbedrag(en) voor in totaal 160.600 euro,

althans enig geldbedrag, van de rekening ten name van [naam bedrijf 3]

bij de [naam bank 3] met nummer [rekeningnummer]

overgemaakt en/of doen overmaken naar één of meer bankrekening(en) ten name

van aan [medeverdachte 1] en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 2]

gelieerde onderneming(en), althans naar (een) andere

(bank)rekening(en), zonder dat daar een betalingsverplichting, althans een

zakelijke verplichting en/of een zakelijke verantwoording voor

bestond/tegenover stond en aldus buiten het bereik en beheer van de curator

gesteld en/of gehouden (onttrek(t)ken/onttrokken) (D-91A en D-91B)

en/of

geen volledige en/of deugdelijke administratie gevoerd en/of niet (geheel)

bewaard en/of ondanks (herhaalde) mondeling(e) en/of schriftelijk(e)

verzoek(en) en/of verzoeken per e-mail daartoe van de (benoemde) curator ( [naam curator 3]

), onder meer gedaan op 7 januari 2011 en/of 20 januari 2011

en/of 25 januari 2011 en/of 11 februari 2011 en/of 7 maart 2011, in elk geval

gedaan op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 januari

2011 tot en met 7 maart 2011, geen, althans geen volledige en/of deugdelijke

administratie aan voornoemde curator overgelegd/uitgeleverd en/of doen

overleggen/uitleveren, althans ter beschikking gesteld en/of doen stellen,

ten gevolge waarvan de rechten en verplichtingen van de B.V. niet te allen

tijde juist en/of volledig konden worden gekend,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte

(telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden

gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

Artikel 341 aanhef onder a., sub 1o en 4o jo artikel 47/51 Sr

6

Zaaksdossier 03 [naam bedrijf 3]

, hierna te noemen "de B.V.", die bij

vonnis van de rechtbank Maastricht van 4 januari 2011 in staat van

faillissement was verklaard en wettelijk opgeroepen tot het geven van

inlichtingen, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7

januari 2011 tot en met 20 september 2011 in de gemeente(n) Nuth en/of Emmen

en/of elders in Nederland en/of te Emmerich am Rhein en/of te Trier in

Duitsland en/of te Echternach in Luxemburg en/of te Parijs in Frankrijk,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) zonder geldige reden opzettelijk is weggebleven en/of (telkens)

heeft geweigerd de vereiste inlichtingen te geven en/of (telkens) opzettelijk

verkeerde inlichtingen heeft gegeven,

immers is/zijn en/of heeft/hebben de B.V. en/of (één of meer van) haar

medeverdachte(n) toen aldaar -zakelijk weergegeven-

zonder geldige reden opzettelijk weggebleven van het faillissementsverhoor op

29 september 2011, terwijl zij hiertoe bij brief van 2 augustus 2011 van de

rechtbank Maastricht namens de rechter-commissaris in faillissementen

was/waren opgeroepen en/of (telkens) opzettelijk geweigerd om de door de

curator, onder meer op 7 januari 2011 en/of 20 januari 2011 en/of 25 januari

2011 en/of 11 februari 2011 en/of 7 maart 2011 en/of 1 juni 2011, mondeling

en/of schriftelijk en/of per e-mail gevraagde en vereiste inlichtingen in het

kader van de afwikkeling van het faillissement van de B.V. te geven, onder

meer met betrekking tot de oorzaken van het faillissement van [naam bedrijf 3]

en/of de locatie van de activa,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte

(telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden

gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

Artikel 194 lid 1 jo artikel 47/51 Sr