2.7.
De bedrijfsarts heeft op 12 april 2018 telefonisch contact gehad met [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] en heeft daarover diezelfde dag schriftelijk de navolgende terugkoppeling (bijlage 11 verweerschrift) aan Brilmij gegeven:
“Op 12 april 2018 heeft mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] mijn telefonisch contact gehad met mij.
Er is sprake van een langdurig en complexe situatie. Ik zet dit kort neer:
-
Er is eigenlijk sprake van langdurig verzuim sinds 31 OKT 2014. Daarin zat korte periode van herstel.
-
Er is weinig contact geweest met bedrijfsartsen (volledig eigen regie toen).
-
Het Ergatis-rapport is nu ter beschikking van de werrkgever en mij (dit was n.a.v. mijn advies eind NOV 2017).
-
Advies Ergatis:
Mevrouw heeft sinds DEC 2017 geen behandeling meer! ERGATIS stelt een langdurig, multidisciplinair traject voor (heeft mevrouw wel eerder gehad al), onvoldoende re-integratie-inspanning door de werknemer.
Daarnaast zou een Arbeidsdeskundig Onderzoek zinvol zijn (gezien UWV-regels) om te onderzoeken of er passend werk is ; de FML van ERGATIS is daarvoor bruikbaar.
5. Naast bovenstaand (maar dat is volledig aan u) zou ik overwegen of een VSO een oplossing kan bieden gezien de lange re-integratieweg en de beperkingen van mevrouw (helaas kan ik daar niet meer over zeggen) en haar copingstijl.
(…)”
2.10.
In september 2018 is een collega van [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] de grootouders van [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] tegengekomen in een winkel op de woonboulevard in Heerlen. Volgens Brilmij heeft de grootvader van [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] op dat moment zich tegen de betreffende collega van [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] laten ontvallen dat [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] zelf auto reed (hetgeen die grootvader later in een schriftelijke verklaring heeft betwist, maar dat terzijde). Wat daar ook verder van zij, dat gesprek is voor Brilmij aanleiding geweest om [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] door recherchebureau [naam recherchbureau] B.V. (verder te noemen: [naam recherchbureau] ) te laten observeren. Op 3 december 2018 heeft [naam recherchbureau] schriftelijk verslag uitgebracht over haar bevindingen (bijlage 3 verzoekschrift).
Uit dat verslag worden de navolgende passages aangehaald:
“Observatie.
RBDK heeft observaties uitgevoerd op het bekende adres van mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] , [adres] te [woonplaats] , op donderdag 27.09.2018 en vrijdag 19.10.2018. Op vrijdag 12.10.2018 heeft RBDK een observatie uitgevoerd op het Eye Wish filiaal aan de Nieuwstraat 22 te 6211 CS Maastricht.
De observaties zijn verwerkt in een afzonderlijk verslag dat bij dit onderzoeksverslag zal
worden gevoegd. (Bijlage 1 verslag observatie onderzoek Ster)
Gedurende de observaties zijn een aantal foto’s en is een videoregistratie gemaakt van
mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] . Deze foto’s worden bij dit verslag gevoegd. (bijlage 2 fotomap Brilmij Ster)
De videoregistratie is ter beschikking gesteld aan opdrachtgever.
Bevindingen observatie.
• Uit de observaties van donderdag 27.09.2018 en 19.10.2018 is gebleken dat mevrouw
[verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] alleen en zelfstandig een hond (gelijkend op een golden retriever) uit laat. Deze
hond wordt uitgelaten met behulp van een lange looplijn. Mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] loopt
kennelijk zonder beperkingen een rondje met de hond. Zij loopt in een vaste lijn over
het trottoir, waarbij de hond aan de lange lijn meeloopt. Er is duidelijk geen sprake
van een geleidende hond.
• Op donderdag 27.092018 is waargenomen dat mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] alleen uit het appartementencomplex komt met in haar hand een aantal boodschappentassen. Zij loopt in een rechte lijn, kennelijk zonder enige beperking, naar een personenauto merk Mercedes, type A160 grijs van kleur, voorzien van kenteken [kenteken] . Zij stapt als bestuurster in deze personenauto en rijdt alleen en zelfstandig weg.
• Op donderdag 27.09.2018 is waargenomen dat mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] de Mercedes personenauto, als bestuurster, aan komt rijden en de personenauto parkeert op de parkeerplaats naast het appartementen complex. Zij stapt uit met gevulde boodschappentassen en loopt naar de ingang van het appartementen complex waar zij naar binnen gaat. Waargenomen is dat zij alleen en zonder begeleiding het voertuig heeft bestuurd en dat zij kennelijk zonder enige beperking met de gevulde
boodschappentassen in een rechte lijn naar de woning loopt.
Fotoherkenning.
Van de door RBDK waargenomen vrouw is een foto getoond aan de heer [naam rayonmanager] , rayonmanager van de Brilmij Groep. Hij herkende deze vrouw als mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] .
• Op vrijdag 12.10.2018 is waargenomen dat mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] uit het Eye Wish filiaal gelegen aan de Nieuwstraat 22 te Maastricht komt, in bijzijn van een man van ongeveer 25-30 jaar oud. Mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] en de man lopen dicht naast elkaar waarbij het lijkt alsof de man haar ondersteund. Zij lopen over de Nieuwstraat in de richting van de Markt. Ongeveer 50 meter uit zicht van de winkel laat mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] de arm van de man los en lopen zij verder. Gekomen op de Markt wordt waargenomen dat mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] tussen het drukke wandel- en fietsverkeer doorloopt kennelijk zonder begeleiding.
Uit de waarneming gedaan in de Nieuwstraat en op de Markt, blijkt niet dat mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] enige ondersteuning of begeleiding krijgt in het lopen.
Bezoek filiaal.
RBDK heeft telefonisch contact gehad met de heer [naam rayonmanager] , werkzaam als rayonmanager bij de Brilmij die vanuit zijn functie leidinggevende van mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] is. De heer [naam rayonmanager] deelde mede dat hij aanwezig is geweest tijdens het bezoek van mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] in het filiaal van de Eye Wish gevestigd aan de Nieuwsfraat 22 te Maastricht, tijdens het bezoek van mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] op 12.10.2018. De heer [naam rayonmanager] deelde mede dat mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] in liet filiaal stevig gearmd liep met haar vriend omdat zij door haar gezichtsbeperking niet kon zien waar zij liep.
Mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] bevestigde dit ook in het gesprek met de heer [naam rayonmanager] .
Videoregistratie.
Om duidelijk inzichtelijk te maken of er verschil is tussen de wijze waarop mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] zich gedraagt als zij bij het filiaal van de Eyewish aan de Nieuwstraat 22 te Maastricht arriveert en haar gedrag nadat zij dit filiaal heeft verlaten is besloten om dit vast te leggen door middel van een videoregistratie.
Mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] uitgenodigd om in het filiaal te verschijnen voor een gesprek met haar rayonmanager de heer [naam rayonmanager] .
Gelet op de snel invallende duisternis is de afspraak gemaakt op woensdag 28.11.2018 te 15.00 uur. Twee eerder gemaakte afspraken zijn op het laatste moment door mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] afgezegd.
Mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] heeft hierop laten weten dat zij niet in staat was om op dat tijdstip aanwezig te
zijn omdat zij afhankelijk was van een vriendin die haar moest begeleiden, gelet op haar
slechte gezichtsvermogen. Het was mogelijk om op die dag te 15.30 uur aanwezig te zijn.
Observatie 28.11.2018.
Op woensdag 28.11.2018 omstreeks 15.00 uur heeft RBDK een aanvang genomen met de observatie, die uitgevoerd is door [naam particulier onderzoeker 1] en [naam particulier onderzoeker 2] , beiden gelegitimeerd particulier onderzoeker.
Telefonisch contact.
Op woensdag 28.11.2018 omstreeks 15.45 uur was mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] nog niet gearriveerd, waarop de heer [naam rayonmanager] haar gebeld heeft met de vraag of zij zou komen op de afspraak. Aan de heer [naam rayonmanager] werd door mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] bevestigd dat zij al in Maastricht was met een vriendin op zoek naar een parkeerplaats.
Verdere observatie.
16.13
uur. (Video vertrek)
Mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] komt weer uit het Eye Wish filiaal aan de Nieuwstraat 2 te Maastricht. Zij loopt wederom gearmd met de vrouw in de richting van de Markt te Maastricht. Mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] wordt hierbij duidelijk ondersteund door de vrouw. Op de Markt laat de vrouw de arm van mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] los en vervolgens loopt mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] geheel zelfstandig, kennelijk zonder enige beperking de Markt op naast de vrouw. Beiden lopen een stevig tempo de Grote Gracht op. Zij lopen naast elkaar over de Grote
Gracht en gaan rechtsaf de Capucijnenstraat in. Na ongeveer 100 meter in de Capucijnenstraat stoppen mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] en de vrouw bij een geparkeerde auto, een grijze personenauto, merk Mercedes, type A160, voorzien van het kenteken [kenteken] . Rapporteur [naam particulier onderzoeker 1] herkent dit voertuig als de auto waarin mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] eerder als bestuurster heeft gereden. Mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] en de vrouw staan op het trottoir naast de Mercedes. Mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] maakt een gebaar waarna kennelijk de portieren van de Mercedes geopend worden. De vrouw stapt vervolgens in de Mercedes op de passagiersstoel naast de bestuurder stoel. Mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] loopt achter de Mercedes langs en neemt vervolgens plaats achter het stuur van de Mercedes. Hierna rijdt de Mercedes weg met mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] achter het stuur.
Gedurende de observaties moesten observanten er stevig de pas in houden om mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek]
niet uit het oog te verliezen.
Gesprek mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] .
In het gesprek tussen de heer [naam rayonmanager] en mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] vertelt mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] onder andere:
• Zij wordt zwaar belemmerd door haar zicht probleem.
• Hierdoor kan zij niet autorijden.
• Geen boodschappen doen.
• Geen hond uit laten.
• Geen huishouding verzorgen.
• Niet zonder begeleiding de woning verlaten.
• De vrouw bij mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] een goede vriendin is die haar dagelijks helpt met de
bovenstaande zaken, die zij zelf niet meer kan doen.
De door mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] genoemde belemmeringen worden door de eerdere observaties en deze
observatie weerlegd. Immers is vastgesteld dat mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] zelfstandig en kennelijk zonder
enige beperking:
• De hond uit laat.
• Boodschappen doet.
• Auto rijdt.
• Zelfstandig in een vrij rap tempo door een drukke stad kan lopen.
• De vriendin is bij observaties op de woning van mevrouw [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] niet waargenomen.”
2.13.
[verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] is op het gesprek op 6 december 2018 verschenen, waarbij Brilmij haar met de bevindingen van het verslag van [naam recherchbureau] heeft geconfronteerd.
Aan het einde van dit gesprek heeft Brilmij [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] op staande voet ontslagen, waarbij aan [verzoekster, verweerster in het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek] de ontslagbrief in persoon is overhandigd. Uit die brief wordt de navolgende passage aangehaald:
“In de jaren 2014 tot en met 2016 ben jij bijna twee jaar arbeidsongeschikt geweest. Nadat jij eind 2016 jouw werk voor twee maanden hebt hervat, ben jij op 21 februari 2017 weer voor 100% uitgevallen. Vanaf dat moment heb jij geen werkzaamheden meer voor Brilmij verricht. In de diverse contactmomenten die gedurende jouw arbeidsongeschiktheid hebben plaatsgevonden, heb jij steeds aangegeven zeer ernstige gezondheidsklachten te hebben, die jou niet alleen belemmeren om jouw werkzaamheden voor Brilmij te verrichten, maar je ook ernstig belemmeren in jouw dagelijks leven te functioneren. Zo zou jij onder meer zonder ondersteuning niet kunnen lopen, niet kunnen autorijden, niet zelfstandig de hond kunnen uitlaten, en niet zelfstandig boodschappen kunnen doen. Tijdens een contactmoment op 28 november 2018 met de heer [naam rayonmanager] en mevrouw [naam] , in aanwezigheid van een vriendin, heb jij dit nogmaals expliciet verklaard. Je liet je bij dat contactmoment ondersteunen, chaufferen, greep constant naar je rug en gaf aan dat het op dat moment niet goed met je ging en dat je weer veel last had en niet kon functioneren.
Zoals jij zelf hebt onderkend, hebben wij jou gedurende jouw arbeidsongeschiktheid altijd ondersteund. Wij zijn er altijd in goed vertrouwen van uitgegaan dat jij de waarheid sprak ten aanzien van jouw arbeidsongeschiktheid.
Recent hebben wij echter geconstateerd dat jouw gezondheidstoestand volstrekt anders is dan jij ons hebt voorspiegeld. Aanleiding daarvoor was dat een collega, de heer [naam collega] van jouw grootouders vernam dat jij, anders dan jij zelf stelde, gewoon autorijdt en wel degelijk in staat bent om activiteiten te ontplooien. Wij zagen ons daarom genoodzaakt jou de afgelopen periode te laten observeren. Daaruit is gebleken dat jij wel degelijk in staat bent te functioneren en zichtbaar moeiteloos die activiteiten verricht waarvan je eerder aangaf deze niet te kunnen verrichten, zoals het zonder ondersteuning lopen, autorijden, zelfstandig de hond uitlaten en zelfstandig boodschappen doen. Wij kunnen daarom geen andere conclusie trekken dan dat jij Brilmij hebt voorgelogen.
Wij hebben daarop een gesprek met je gehad op ons hoofdkantoor in Soesterberg, vandaag om 14:00 uur. In dat gesprek hebben we je geconfronteerd met onze bevindingen en je gevraagd naar jouw reactie. Je bekende dat je inderdaad autorijdt en zelfs dat je na het contactmoment van 28 november 2018, vanaf het moment dat je uit het zicht van de winkel verdween, zonder ondersteuning en in flink tempo naar je auto bent teruggelopen om vervolgens zelf achter het stuur te stappen en weg te rijden, terwijl de duisternis inmiddels was ingetreden. Wij hebben jou gevraagd om jouw reactie. Jij had hier eigenlijk ook geen verklaring voor, en gaf enkel aan dat je last hebt van conversie. Als gevolg daarvan zijn er dagen waarop je je iets beter voelt en dagen waarop het slechter gaat. Wij hebben jou daarop gezegd dat dit haaks staat op jouw verklaringen en houding, ook tijdens het contactmoment van 28 november jl., aangezien je voor, tijdens en direct na het bezoek van de winkel aangaf en liet blijken niets te kunnen en ondersteund en gechauffeerd te moeten worden, terwijl je uit het zicht van de
winkel ineens zelfstandig en in hoog tempo liep en vervolgens in de duisternis zelf wegreed in het drukke spitsverkeer. En dat terwijl je nu juist een chauffeur bij je had omdat je aangaf niet te kunnen autorijden. Jij kon deze tegenstrijdigheid zelf ook niet verklaren en wilde verder niet reageren.
Hierna hebben wij ons gesprek geschorst en jouw reactie besproken. Wij vinden dit een zeer ernstige kwestie en jouw reactie heeft daarin geen verandering gebracht. Aan het einde van het gesprek hebben we je daarom op staande voet ontslagen.
Je hebt met jouw gedragingen in strijd gehandeld met jouw wettelijke plicht je als goed werknemer te gedragen en met jouw handelwijze grovelijk de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst geschonden. Daarmee heb je het vertrouwen dat Brilmij in jou moet kunnen stellen op onherstelbare wijze geschonden. Daarnaast heb je Brilmij aanzienlijke financiële schade toegebracht, bestaande uit de doorbetaling van jouw salaris gedurende een geruime periode.
Jouw gedragingen zijn voor Brilmij onacceptabel. De bovengenoemde verwijten gelden ieder voor zich en/of in onderlinge samenhang bezien als een dringende reden in de zin van artikel 7:678 8W. Jouw persoonlijke omstandigheden, zoals onder meer de gevolgen die het ontslag voor je zal hebben, hebben we zorgvuldig afgewogen tegen de aard en de ernst van de dringende reden. Die afweging heeft tot de slotsom geleid dat een onmiddellijke beëindiging van het dienstverband gerechtvaardigd is. (…)”