Partijen worden hierna [eisende partij] en [gedaagde partij] genoemd.
1 De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 30 juni 2016 met producties 1 tot en met 11
- de conclusie van antwoord met een productie
- het tussenvonnis van 15 juli 2016 waarin de zaak is verwezen naar team kanton en handelsrecht van deze rechtbank
- de conclusie van repliek met producties 12 tot en met 15
- de conclusie van dupliek met producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
2.1.
[eisende partij] is een professioneel fotograaf die zijn foto’s zelf via zijn [naam eenmanszaak eiser], via Bruna Press en via Hollandse Hoogte exploiteert. [eisende partij] biedt op zijn website foto’s aan die (op internet) kunnen worden gebruikt c.q. gepubliceerd tegen een vaste licentievergoeding van € 250,00 per jaar.
2.2.
[eisende partij] heeft onder meer de zangeres [naam zangeres] gefotografeerd. [eisende partij] is daardoor de auteursrechthebbende op de zogenaamde foto ‘[naam zangeres]’ (hierna: de Foto).
2.3.
[gedaagde partij] exploiteert de website [naam website]. [gedaagde partij] biedt op deze website zijn eigen commerciële diensten aan. [gedaagde partij] heeft in 2014 in het kader van een artikel op zijn website, de Foto zonder toestemming en naamsvermelding van [eisende partij] geplaatst. [gedaagde partij] heeft hiervoor geen licentieovereenkomst met [eisende partij] gesloten.
2.4.
[eisende partij] heeft naar aanleiding van de geconstateerde plaatsing een gemachtigde ingeschakeld. De gemachtigde en [gedaagde partij] hebben vervolgens uitvoerig gecorrespondeerd. [gedaagde partij] heeft de Foto direct na de eerste aanschrijving van zijn website verwijderd. Vervolgens is getracht het geschil in der minne te regelen, maar partijen hebben uiteindelijk geen oplossing bereikt.
3 De vordering en het verweer
3.1.
[eisende partij] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I een verklaring voor recht inhoudende dat [gedaagde partij] inbreuk heeft gemaakt op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eisende partij];
II [gedaagde partij] te veroordelen tot betaling van € 500,00 aan schadevergoeding voor de inbreuk op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eisende partij], danwel een in goede justitie te bepalen bedrag;
III [gedaagde partij] te veroordelen primair in de proceskosten ex artikel 1019h Rv en subsidiair in de proceskosten, inclusief de buitengerechtelijke incassokosten ex art. 6:96 lid 2 sub c BW;
IV [gedaagde partij] te veroordelen in de nakosten van € 100,00;
V [gedaagde partij] te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente, te rekenen vanaf de datum van betekening van het vonnis tot de dag van algehele voldoening.
3.2.
[gedaagde partij] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.
3.3.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.
4 De beoordeling van het geschil
4.1.
[eisende partij] vordert een verklaring voor recht dat [gedaagde partij] inbreuk heeft gemaakt op auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eisende partij] en veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van een schadevergoeding van € 500,00. [eisende partij] legt aan deze vordering ten grondslag dat [gedaagde partij] inbreuk heeft gemaakt op zijn auteurs- en persoonlijkheidsrechten, door zonder toestemming en het betalen van een vergoeding een door [eisende partij] gemaakte foto van zangeres [naam zangeres] op zijn website te plaatsen. [eisende partij] stelt dat de totale schade die hij daardoor heeft geleden ten minste € 1.000,00 bedraagt en dat [gedaagde partij] het thans daarvan gevorderde gedeelte van € 500,00 aan hem dient te voldoen. [gedaagde partij] voert verweer. Hij voert onder andere aan dat hij niet wist dat de Foto door [eisende partij] is genomen en dat hij, nadat hij daarvan in kennis is gesteld, altijd bereid is geweest om een passende oplossing te vinden, bestaande uit een vergoeding voor het plaatsen van de foto.
4.2.
De kantonrechter overweegt als volgt. Vaststaat dat [gedaagde partij] in 2014 zonder toestemming van [eisende partij] en zonder vermelding van de naam van [eisende partij] als maker van de Foto, de Foto op zijn website [naam website] heeft geplaatst. Hierdoor staat vast dat [gedaagde partij] de Foto openbaar heeft gemaakt, waarmee in beginsel een inbreuk op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eisende partij] is gegeven. [gedaagde partij] voert als verweer aan dat hij niet wist wie de Foto heeft genomen, dat hij de naam van [eisende partij] niet met opzet niet heeft vermeld en aldus niet te kwader trouw heeft gehandeld. De Auteurswet vereist voor inbreuk echter geen opzet of kwade trouw. Daarbij komt dat [gedaagde partij] een (professionele) ondernemer is, zodat van hem mocht worden verwacht dat hij zich ervan had vergewist of de Foto auteursrechtelijke beschermd is en wie de maker van de Foto is alvorens tot openbaarmaking daarvan over te gaan. Niet in geschil is dat [gedaagde partij] niet aan deze onderzoeksplicht heeft voldaan, waardoor hij bewust het risico van auteursrechtinbreuk heeft genomen en dus verwijtbaar heeft gehandeld. Ook het verweer van [gedaagde partij] dat de Foto slechts in een klein formaat en vanwege gebruikmaking van een diavoorstelling maar 20% van de tijd op zijn website zichtbaar was, kan niet tot het oordeel leiden dat geen sprake is van een auteursrechtinbreuk. Ditzelfde geldt voor het verweer dat zijn website slechts een beperkt aantal bezoekers kent. Bij het plegen van een dergelijke inbreuk is het enkel plaatsen van een foto voldoende en is niet relevant in welke afmetingen of gedurende welke tijd dat is gebeurd en hoeveel mensen ernaar hebben gekeken. Het verweer dat de Foto direct na aanschrijving door de gemachtigde van [eisende partij] van de website is verwijderd kan [gedaagde partij] dan ook evenmin baten. Daarom zal de gevorderde verklaring voor recht dat [gedaagde partij] inbreuk heeft gemaakt op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eisende partij] worden toegewezen.
4.3.
Op basis van de gepleegde inbreuk is [gedaagde partij] aan [eisende partij] een bedrag aan schadevergoeding verschuldigd. Het thans door [eisende partij] gevorderde bedrag van € 500,00 bestaat uit € 250,00 aan gederfde licentievergoeding en € 250,00 aan schade die is geleden door de gemaakte inbreuk op de persoonlijkheidsrechten van [eisende partij]. Ter onderbouwing van de hoogte van de gederfde licentievergoeding stelt [eisende partij] dat dit zijn gebruikelijke (minimum)tarief is en verwijst hij daarnaast naar de Tarievenlijst van de Stichting Foto Anoniem, waarop eenzelfde tarief staat vermeld. Hoewel [gedaagde partij] de redelijkheid van deze vergoeding betwist, acht de kantonrechter voldoende gemotiveerd onderbouwd dat dit de werkelijke schade is die [eisende partij] heeft geleden door plaatsing zonder toestemming alsmede dat dit een redelijk tarief is in de branche, rekening houdend met de korte duur van publicatie en het beperkte aantal bezoekers van de website van [gedaagde partij]. Dit bedrag zal aldus worden toegewezen. Ten aanzien van de gestelde inbreuk op persoonlijkheidsrechten acht de kantonrechter voldoende gemotiveerd onderbouwd dat [eisende partij], zoals hij stelt, enerzijds reële inkomsten is misgelopen doordat de Foto zonder zijn toestemming is gepubliceerd, door het mislopen van opdrachten vanwege het ontbreken van naamsvermelding en door de afbreuk van de exclusiviteitswaarde van de Foto en anderzijds door de vergrote kans dat er door deze inbreuk meerdere nieuwe inbreuken worden gepleegd. Nu [eisende partij] de schade die hij hierdoor stelt te hebben geleden, mede bestaande uit de tijd en moeite om de inbreuk te constateren en hiertegen op te treden, in deze procedure heeft beperkt tot € 250,00, acht de kantonrechter dit bedrag redelijk en zal ook dit onderdeel van de vordering worden toegewezen. Over het totaalbedrag van € 500,00 zal de gevorderde wettelijke rente op de voet van artikel 6:119 BW worden toegewezen als na te melden.
4.4.
[eisende partij] vordert voorts vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Nu de vordering van [eisende partij] niet op een overeenkomst is gebaseerd, is het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten niet van toepassing en dient te worden teruggevallen op rapport Voor-werk II. [eisende partij] heeft in deze procedure echter geen aanmaning overgelegd die voldoet aan de gestelde eisen voor toewijzing van deze kosten. Daarom zal deze vordering worden afgewezen.
4.5.
[gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. [eisende partij] vordert op grond van artikel 1019h Rv vergoeding van de werkelijk gemaakte advocaatkosten ten bedrage van € 1.428,79. Hoewel [gedaagde partij] de verschuldigdheid van deze kosten betwist, heeft [eisende partij] de kosten in zijn overzicht bij conclusie van repliek voldoende gespecificeerd. Nu het onderhavige geschil een inbreuk op auteursrechten betreft, acht de kantonrechter de hoogte van de gevorderde kosten redelijk en evenredig. De proceskosten zullen daarom aan de zijde van [eisende partij] op de voet van artikel 1019h Rv worden begroot op:
-
explootkosten € 96,01
-
griffierecht € 79,00
-
salaris gemachtigde € 1.428,79
Totaal € 1.603,80
De gevorderde wettelijke rente en de nakosten zullen worden toegewezen als na te melden.
5 De beslissing
De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat [gedaagde partij] inbreuk heeft gemaakt op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eisende partij],
5.2.
veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling aan [eisende partij] van € 500,00 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van betekening van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening,
5.3.
veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eisende partij] tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 1.603,80, waarin begrepen € 1.428,79 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.603,80 vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis;
5.4.
veroordeelt [gedaagde partij], onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [eisende partij] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op: - € 30,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving, - te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening
5.5.
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op
De gegevens worden opgehaald
Hulp bij zoeken
Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over: