Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBDHA:2021:12855

Rechtbank Den Haag
23-11-2021
23-11-2021
NL21.17627
Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig

Volgberoep bewaring – plicht om mee te werken aan uitzetting & voortvarend handelen verweerder - weigering Covid-test en weigering deelname aan vertrekgesprekken - ondanks de proceshouding van eiser heeft de regievoerder een actieve houding ingenomen - doordat eiser ook niet meewerkt aan vertrekgesprekken stelt eiser verweerder niet in staat om te onderzoeken of er redenen zijn om alsnog af te zien van het verwijderingstraject of om na te gaan of er een vlucht kan worden geboekt - eiser maakt het de regievoerder onmogelijk om zich nader te vergewissen van feiten en omstandigheden zodat verweerder, in deze fase van de voortduring van de detentie, geen volgende vlucht heeft hoeven te boeken en evenmin aanleiding heeft hoeven te zien om de maatregel op te heffen – beroep ongegrond.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.17627


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel).


Procesverloop

Bij besluit van 16 september 2021 heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.

Eiser heeft op 9 november 2021 tegen het voortduren van de bewaringsmaatregel beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft op 10 november 2021 de voortgangsrapportage ingediend. Eiser heeft hier op 11 november schriftelijk op gereageerd.

De rechtbank heeft verweerder op 12 november 2021 verzocht schriftelijk te reageren op de beroepsgronden en daarbij tevens aan te geven welke uitzettingshandelingen hij verricht.

Verweerder heeft op 15 november 2021 bij brief voldaan aan het verzoek van de rechtbank.

De rechtbank heeft het volgberoep op 22 november 2021 op zitting behandeld. Eiser heeft niet aangegeven dat hij in persoon gehoord wil worden en is daarom niet door de rechtbank opgeroepen maar ter zitting vertegenwoordigd door mr. S.A.M. Fikken, kantoorgenoot en waarnemer van de gemachtigde van eiser. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft de rechtmatigheid van de maatregel op grond waarvan eiser thans is gedetineerd eerder getoetst en mondeling uitspraak over de rechtmatigheid gedaan op 27 september 2021. In de onderhavige procedure zal de rechtbank de rechtmatigheid van de voortduring van de maatregel vanaf 28 september 2021 tot en met het onderzoek ter zitting op 22 november 2021 beoordelen.

2. Eiser stelt zich op het standpunt dat de maatregel moet worden opgeheven. Eiser heeft niet meegewerkt aan de Covid-test en zal dat ook niet gaan doen. Gelet op de pandemie zal ook Turkije nog gedurende lange tijd het ondergaan van een Covid-test als voorwaarde stellen om Turkije in te mogen reizen. Dat brengt mee dat er geen zicht op uitzetting is. Verweerder handelt bovendien niet voortvarend want hij heeft sinds de geannuleerde vlucht van 28 september 2021 geen nieuwe vlucht geboekt.

3. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren en overweegt daartoe als volgt.

4. Eiser is gehouden om medewerking te verlenen aan zijn uitzetting. Eiser doet dit in het geheel niet. Onder de medewerkingsplicht valt ook dat eiser is gehouden om mee te werken aan de Covid-test. Eiser weigert dit en heeft daarmee de op 28 september 2021 geplande uitzetting gefrustreerd. De stelling van eiser dat hij ook in de toekomst niet zal meewerken aan het ondergaan van de Covid-test is geen reden om thans de bewaring op te heffen. Het is vooralsnog niet duidelijk hoelang Turkije nog een Covid-test voor inreis vereist en bovendien is eiser in de gelegenheid om alsnog een andere proceshouding aan te nemen en hoeft verweerder dit thans niet uit te sluiten. Dit betekent niet, zoals door de gemachtigde van eiser ter zitting is gesuggereerd, dat de voortduring van de maatregel een punitatief karakter krijgt. Het betekent enkel dat eiser gehouden is om mee te werken aan de uitzetting nu zijn asielaanvraag niet tot rechtmatig verblijf heeft geleid en hij met de enkele absolute weigering om dat te doen niet kan bewerkstelligen dat hij niet kan worden gedetineerd om de uitzetting, die nodig is omdat eiser niet zelfstandig aan zijn vertrekplicht voldoet, te kunnen effectueren. Zodra eiser meewerkt, zich laat testen en geen corona blijkt te hebben, kan de uitzetting worden gerealiseerd en wordt de detentie beëindigd, dus niet valt in zien dat zicht op uitzetting, op dit moment, binnen een redelijke termijn ontbreekt.

5. Verweerder handelt voortvarend genoeg aan de uitzetting van eiser. Dat de uitzetting niet is gerealiseerd op 28 september 2021, is -uitsluitend- te wijten aan de weigering van eiser om de Covid-test te ondergaan. Na 28 september 2021 heeft de regievoerder nog vertrekgesprekken met eiser willen voeren op 14 oktober 2021, 3 november 2021 en 18 november 2021. Eiser heeft steeds aangegeven niet mee te zullen werken, te weten dat indien hij een ander standpunt inneemt hij dit kenbaar kan maken en heeft aan het laatste vertrekgesprek in het geheel niet meegewerkt.

De rechtbank overweegt dat verweerder bij deze stand van zaken niet meer kan en niet meer hoeft te doen dan telkens initiatief te nemen om een vertrekgesprek aan te gaan. Verweerder heeft niet volstaan met het mededelen dat eiser indien hij wel wil meewerken een sprekersbriefje kan invullen en verweerder heeft dus niet het initiatief om de uitzetting te kunnen effectueren volledig bij eiser gelegd. Ondanks de proceshouding van eiser heeft de regievoerder een actieve houding ingenomen en met eiser in gesprek willen gaan. Doordat eiser ook niet meewerkt aan het voeren van een vertrekgesprek stelt eiser verweerder niet in staat om te onderzoeken of er redenen zijn om alsnog af te zien van het verwijderingstraject. Evenmin stelt eiser verweerder in de gelegenheid om na te gaan of er een vlucht kan worden geboekt. Nu eiser het de regievoerder onmogelijk maakt om zich te vergewissen van feiten en omstandigheden door niet in gesprek te gaan heeft verweerder, in deze fase van de voortduring van de detentie, geen volgende vlucht hoeven te boeken en evenmin aanleiding hoeven te zien om de maatregel op te heffen.

De rechtbank overweegt hierbij dat de feiten en omstandigheden in deze procedure dus niet gelijkluidend zijn aan de feiten en omstandigheden waar de uitspraak van de rechtbank, deze zittingsplaats, van 27 juli 2021 (ECLI:NL:RBDHA:2021:8136) betrekking op had. In die zaak had verweerder immers aangegeven, bij een vreemdeling die medewerking aan de Covid-test weigerde en zei te zullen blijven weigeren, alle initiatief bij de vreemdeling te leggen, zelf een passieve houding aan te zullen nemen en geen vlucht te boeken maar ook geen vertrekgesprekken meer te zullen houden. In de onderhavige procedure neemt verweerder geen passieve houding aan, maar blijft ondanks de niet meewerkende houding van eiser voortvarend handelen door steeds vertrekgesprekken te houden. Omdat eiser -ook- hieraan niet meewerkt, overweegt de rechtbank dat verweerder in deze procedure vooralsnog kan volstaan met het aanbieden van vertrekgesprekken en geen vlucht hoeft te boeken.

6. De beroepsgronden dat er geen zicht op uitzetting bestaat en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt slagen niet. De rechtbank heeft overigens niet geconstateerd dat de voortduring van de maatregel niet rechtmatig is geweest.

7. Omdat het beroep ongegrond is zal het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen en spreekt de rechtbank geen proceskostenveroordeling uit.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. van Lokven, rechter, in aanwezigheid van K. Postema, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 23 november 2021

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.