“Het door ons ingestelde onderzoek heeft uitgewezen dat vanuit het Trustkantoor ATC
Trustees (Curacao) NV
via de bankrekening van het trustkantoor
Padt en van Kralingen
Trust NV (Curacao) gelden naar Nederland zijn overgemaakt ten behoeve van de door het
Amsterdam trustkantoor Padt & Van Kralingen NV (Pakra en later overgenomen door FAT
(First Alliance Trust NV) opgerichte Nederlandse besloten vennootschappen, welke worden
genoemd in het rechtshulpverzoek. Dit is gebeurd op instigatie van de cliënt, [X] . De
verantwoordelijke accountmanager bij FAT is mevrouw [A] . Door FAT zijn in
Nederland ook bankrekeningen bij F. van Lanschot Bankiers in Nederland geopend op naam van deze Nederlandse vennootschappen. Verder hebben diverse personen van FAT,
waaronder de bestuurders [H] en [B] alsmede enkele medewerkers
waaronder [A] , [I] en [J] , diverse activiteiten en
transacties verricht. Uit de door ons geanalyseerde bankafschriften blijkt dat er gelden zijn
overgemaakt
via de tussenrekening (bankrekening) van de [de Bank ] naar de
tussenrekening van de Kasbank NV
. De Kasbank NV is in Nederland aangewezen als
Clearing Member voor beurstransacties van Euronext. Wij hebben vastgesteld dat noch [X Holding] , noch [X] privé noch de Nederlandse vennootschappen een effectenrekening aanhouden bij de Kasbank NV. Het overmaken van gelden naar deze rekeningen past niet in het normale bankverkeer, hoewel deze rekening wel gebruikt werd voor reguliere zakelijke transacties. De door ons als getuige gehoorde oud-bestuurders van Padt en Van Kralingen Trust, de heren [D] en [C] , verklaarden ieder voor zich doch eensluidend dat de door ons geschetste en aangetroffen situatie bijzonder ongebruikelijk, vreemd en afwijkend is van de normale gang van zaken bij een trustkantoor. Het niet meer hebben van cliëntdossiers zou “dodelijk” zijn en indruisen tegen de anti-witwasbepalingen en de Wet toezicht trustkantoren. Het vermoeden is daarom ontstaan dat FAT als trustkantoor zich mogelijk heeft schuldig gemaakt aan heling en witwassen omdat:
• FAT en/of haar bestuurders cliënt [X] opzettelijk behulpzaam is geweest om de
herkomst van bepaalde gelden te verbergen en te verhullen door de overboekingen via
de bankrekeningen van het Trustkantoor te Curaçao en Amsterdam te geleiden en
vervolgens via de tussenrekeningen van [de Bank ] en de Kasbank
te geleiden, zonder dat er sprake is van effectenrekeningen;
• FAT en/of haar bestuurders de identiteit van de rechthebbende ( [X] ) verhult. In dit
verband wordt ook verwezen naar de weigering van FAT om in eerste instantie gevolg
te geven aan de uitvoering van een door de officier van justitie gegeven vordering
verstrekking gegevens (krachtens artikel 126nd WvS). Ondanks een latere uitlevering
zijn de identificerende gegevens van de cliënt en verklaringen omtrent de herkomst
van de gelden nimmer aan politie/justitie uitgeleverd;
• FAT en/of haar bestuurders [X] behulpzaam is geweest bij het meedenken en
uitvoeren van telkens weer gewijzigde structuren waarbij buitenlandse trustkantoren
en buitenlandse rechtspersonen ten tonele zijn gevoerd;
• FAT en/of haar bestuurders gelden hebben overgeboekt naar bankrekeningen van
buitenlandse vennootschappen waarvan bij nader onderzoek er minimaal één al een
jaar daarvoor door de Engelse autoriteiten ontbonden bleek te zijn;
• FAT en/of haar bestuurders via de diverse bankrekeningen binnen de opgezette
structuur gelden hebben ontvangen en overgeboekt vanuit/naar Zwitserland, zonder
dat bekend is wie/wat de UBO en de herkomst is/zijn van deze gelden (borgstelling);
• FAT en/of haar bestuurders cliënt [X] behulpzaam zijn geweest door mee te werken
aan het veranderen van opgezette structuren door het accepteren van plotseling bekend
geworden oude privé-schulden van cliënt [X] aan een of meer vennootschappen en
deze ten laste te (laten) brengen van een of meer vennootschappen in de opgezette
Nederlandse structuur;
• FAT en/of haar bestuurders cliënt [X] behulpzaam zijn geweest door mee te werken
c.q. niet te weigeren aan het terugdraaien van jaren daarvoor gemaakte
overeenkomsten van aankoop aandelen SOM;
• FAT bij monde van bestuurder [B] liet weten zich te beroepen op het
verschoningsrecht, gelet op de vertrouwensrelatie met cliënt en ook het economische
belang van het trustkantoor boven Nederlandse wet- en regelgeving te stellen;
• FAT en/of haar bestuurders en/of medewerkers derden (oud-bestuurders) heeft
benaderd met de mededeling om geen informatie aan politiefunctionarissen te
verschaffen en niet mee te werken aan een getuigenverhoor;
• FAT daarbij de hulp van een strafrechtadvocaat aan deze derden heeft aangeboden; en
• FAT heeft vanaf de dag van uitreiking van de vordering verstrekking gegevens, de
hulp ingeroepen van bekende strafrechtadvocaten, welke door middel van het indienen
van bezwaarschriften de uitvoering van het onderzoek ernstig hebben vertraagd.
FAT laat zich in deze sturen door de Turkse gemachtigde [de Turkse advocaat] , een Turkse
advocaat, wiens kantoor en een aantal medewerkers zijn gemachtigd namens [X] op te
treden. In Nederland werden zij met name vertegenwoordigd door [… 1]
(later [… 2] ) in de persoon van mevrouw [vertegenwoordiger] .
In overleg met Deloitte accountants en belastingadviseurs is de toenmalige holdingstructuur
opgezet. Opmerkelijk in deze blijft de geldstroom, via het buitenland naar Nederland en
vervolgens weer naar Turkije. Hierbij zijn (op papier) tevens buitenlandse kredieten
geconstateerd. Eveneens is het opmerkelijk dat van de jaarrekeningen van de betrokken
vennootschappen alleen die over 2001 is opgesteld en gedeponeerd. Van de jaren daarna zijn slechts voorlopige cijfers gedeponeerd. Het lijkt er op dat de Nederlandse vennootschappen door FAT enkel zijn opgericht en gebruikt om vermogensbestanddelen buiten de Turkse rechtsmacht te brengen om zo de transacties een legaal tintje te geven. In dit kader is het volgende van belang.
De afgelopen jaren is de [de Bank ] en het trustkantoor Pakra/FAT diverse malen negatief in het nieuws geweest. De rechtbank in Amsterdam heeft de bank bij vonnis van 14 september 2005 in een civiele procedure veroordeeld wegens onrechtmatig handelen jegens beleggers. De bank was in zee gegaan met een vermogensbeheerder (Befra) die niet over de wettelijk verplichte vergunningen beschikte. Naast deze civiele procedure is er ook sprake van een strafrechtelijk onderzoek naar vermeende valse verklaringen van [de Bank ] medewerkers inzake Befra. Verder zouden er belangrijke dossiers zoek zijn. Ten slotte zouden de curatoren in het faillissement van [de Bank ] op 15 november 2006 bij justitie aangifte hebben gedaan van mogelijke fraude bij de handel in winstvenootschappen, welke werden beheerd door Padt en Van Kralingen en FAT. (…)