Acacia legt het volgende aan haar verzoeken ten grondslag. Zij houdt zich bezig met advisering op het gebied van (grond)water en waterbeheer. Bij haar zijn circa 30 (overwegend wetenschappelijk geschoolde) medewerkers in dienst. Zij werkt voor overheden en bedrijven. [verwerende partij, tevens verzoekende partij] , een fysisch geograaf, geboren op [geboortedatum] 1969, is op 1 februari 2014 bij haar in de functie van Senior onderzoeker in dienst gekomen. Hij werkte laatstelijk 36 uur bij haar en hij verdient thans een salaris ad € 5.171,66 bruto per maand exclusief vakantietoeslag. Voordat [verwerende partij, tevens verzoekende partij] bij Acacia in dienst trad, was hij in dienst bij Alterra, het onderzoeksinstituut van de Landbouwuniversiteit Wageningen. Tot eind 2017 heeft hij tot tevredenheid van Acacia bij Acacia gefunctioneerd. Bij e-mailbericht d.d. 19 november 2017 heeft hij onder meer het volgende aan de directeuren van Acacia geschreven:
Vanuit mijn ervaring bij Alterra ben ik gewend te werken vanuit de inhoud. (…)
Waar ik bij Acacia echter steeds tegenaan loop is dat projectleiders niet de meeste kennis over het onderwerp hebben. (…)
Waar het in de kern om gaat is dat ik in toenemende mate binnen Acacia zie dat de inhoud niet leidend is. (…)
Het is dan ook de kwaliteit van het werk van Acacia en de onafhankelijkheid van mijn eigen werk die het voor mij noodzakelijk maken om verder te gaan kijken.
Deze mededeling kwam voor Acacia onverwacht. Aangezien [verwerende partij, tevens verzoekende partij] een gewaardeerd medewerker was, is zij met hem overleg gaan voeren. Hij is op 14 december 2017 uitgenodigd voor een gesprek op 18 december 2017. Bij e-mailbericht d.d. 17 december 2017 heeft hij Acacia opnieuw te kennen gegeven dat hij op zoek wil gaan naar een andere passende baan, omdat hij niet langer medeverantwoordelijk wil zijn voor omstandigheden die zijns inziens maatschappelijk onverantwoord zijn. Naar aanleiding van de reactie die Acacia daarop dezelfde dag heeft gegeven, heeft hij op dezelfde datum aan Acacia laten weten dat hij er nog niet aan toe was om met haar te overleggen over de condities waarop hij bij haar zou gaan vertrekken. Tijdens het op 18 december 2017 gevoerde gesprek heeft hij daarover dan ook niet willen spreken. Aan de orde is toen wel gekomen het project Spaarwater Flevoland. [verwerende partij, tevens verzoekende partij] liet blijken dat dit project onverantwoord was, omdat het niet tot waterbesparing leidde. Op 21 december 2017 belde één van de opdrachtgevers van Acacia , Wetterskip Fryslân, om te vragen waar de resultaten bleven die [verwerende partij, tevens verzoekende partij] haar had zullen toesturen. Acacia heeft daaruit afgeleid dat hij zijn zaken niet helemaal op orde had. Om een en ander niet op de spits te drijven heeft Acacia besloten om de kwestie over de kerst heen te tillen. Op 10 januari 2018 hebben partijen opnieuw met elkaar gesproken. In de tweede week van januari 2018 bleek dat [verwerende partij, tevens verzoekende partij] aan een opdrachtgever van Acacia had laten weten dat er tussen hem en Acacia spanningen waren die hem beletten zijn werk uit te voeren. Aan een aantal van zijn collega’s had hij gezegd bij Acacia te zullen vertrekken. Dit leidde tot onrust bij de medewerkers. Op 15 januari 2018 heeft Acacia met hem willen praten over een interne mededeling over het aanstaande vertrek van [verwerende partij, tevens verzoekende partij] . Tijdens die bespreking gaf hij te kennen daarover geen mededelingen te willen doen, maar eerst juridisch advies wilde inwinnen. Vervolgens heeft [verwerende partij, tevens verzoekende partij] zich op 16 januari 2018 ziekgemeld. Hij is op 31 januari 2018 gezien door de bedrijfsarts van Acacia . Het oordeel was dat niet sprake was van ziekte. De bedrijfsarts adviseerde nader overleg. Aangezien [verwerende partij, tevens verzoekende partij] te kennen had gegeven te willen vertrekken, is Acacia zich vanaf omstreeks 21 december 2017 gaan oriënteren op de bij zijn vertrek door hem over te dragen projecten. Het bleek haar dat wezenlijke projectinformatie ontbrak. Vanaf 21 december 2017 heeft Acacia aan [verwerende partij, tevens verzoekende partij] tevergeefs opheldering gevraagd over de ontbrekende informatie. Op 23 januari 2018 is [verwerende partij, tevens verzoekende partij] schriftelijk gevraagd om de ontbrekende informatie aan te leveren. Uit de reactie die hij in zijn e-mailbericht d.d. 26 januari 2018 heeft gegeven bleek dat [verwerende partij, tevens verzoekende partij] zijn werk voor Acacia heeft verricht met data, modellen en tools van Alterra. [verwerende partij, tevens verzoekende partij] neemt kennelijk het standpunt in dat Acacia maar moet zien hoe zij voor deze data, modellen en tools een (voor zover nodig) licentie van Alterra krijgt. Hoewel Acacia hierover inmiddels noodgedwongen met Alterra in gesprek is, vindt zij dit standpunt onaanvaardbaar. Zij ziet geen toekomst meer voor [verwerende partij, tevens verzoekende partij] bij Acacia , ook niet voor de periode dat hij nog geen andere baan heeft gevonden. Bij brief d.d. 13 februari 2018 heeft zij [verwerende partij, tevens verzoekende partij] zowel mondeling als schriftelijke meegedeeld dat zij het dienstverband met hem wil beëindigen. Bij dezelfde brief heeft zij hem een lijst toegezonden met de ontbrekende projectgegevens, met aanzegging dat hij die gegevens uiterlijk op 16 februari 2018 te 15.00 uur op harde schijf bij haar had in te leveren. De toegang die [verwerende partij, tevens verzoekende partij] tot haar netwerk en de e-mail had, heeft zij afgesloten. [verwerende partij, tevens verzoekende partij] heeft op 13 februari 2018 aan Acacia laten weten dat hij, mede gelet op het advies van de bedrijfsarts, zich hiermee niet kan verenigen. Aan het verzoek om de ontbrekende projectgegevens in te leveren heeft [verwerende partij, tevens verzoekende partij] , ondanks de sommatie die hem op 16 februari 2018 heeft doen toekomen, geen gevolg gegeven. Naar aanleiding van de mededeling van [verwerende partij, tevens verzoekende partij] , dat hij niet in staat is om de ontbrekende gegevens aan te leveren omdat hij geen toegang meer heeft tot haar netwerk, heeft Acacia hem verzocht om op 23 februari 2018 te 15.00 uur op kantoor te komen om te laten zien waar deze gegevens op haar netwerk staan. Ook aan dat verzoek heeft hij geen gevolg gegeven. Hij heeft zich op 23 februari 2018 op het standpunt gesteld dat Acacia niet beschikt over de vereiste auteursrechten met betrekking tot de door Acacia verlangde gegevens. Naar aanleiding daarvan heeft Acacia hem onder meer het volgende geschreven:
Je hebt in de jaren dat je bij ons werkt vrij zelfstandig je werk uitgevoerd en op geen enkel moment overleg gezocht over eventueel benodigde licenties en/of gebruiksrechten ten aanzien van de door jou in je werk gebruikte betreffende gegevens, databestanden en modellen. (…) Mocht het gaan om een auteursrecht van derden die daarvoor geen toestemming hebben gegeven, dan is dat een buitengewoon ernstige zaak, maar de schending van het auteursrecht van derden heeft dan feitelijk al plaatsgevonden. Jouw weigering om de gegevens, databestanden en modellen aan Acacia Water te verstrekken neemt die schending niet weg. Kortom, het beroep op jouw auteursrecht en/of het auteursrecht van derden is geen reden om ons de gegeven te onthouden.
Ook naar aanleiding van deze brief, waarin hij opnieuw is gesommeerd om de ontbrekende informatie aan te leveren, heeft hij de ontbrekende gegevens niet aangeleverd. Dit alles leidt tot de conclusie dat [verwerende partij, tevens verzoekende partij] ernstig toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst. Het gevolg daarvan is dat Acacia een belangrijk deel van het werk van [verwerende partij, tevens verzoekende partij] zal moeten overdoen. Het afleggen van verantwoordelijkheid over bronnen en data is een wezenlijk onderdeel van het onderzoek dat [verwerende partij, tevens verzoekende partij] heeft moeten doen. De projecten die hij is begonnen zijn slechts over te nemen indien hij die gegevens verstrekt, terwijl die gegevens ook nodig zijn bij de beoordeling van de kwaliteit van het geleverde werk. Acacia schat dat, indien [verwerende partij, tevens verzoekende partij] de gegevens niet afgeeft, met het verzamelen van de ontbrekende gegevens twee manjaren nodig zijn. Aangezien [verwerende partij, tevens verzoekende partij] wanprestatie heeft gepleegd, moet de arbeidsovereenkomst op die grond worden ontbonden. Voor zover dat anders zou zijn, is sprake van ernstig verwijtbaar handelen, althans is te concluderen dat de arbeidsverhouding tussen partijen door toedoen van [verwerende partij, tevens verzoekende partij] onherstelbaar is verstoord. Aangezien [verwerende partij, tevens verzoekende partij] tot op heden niet heeft voldaan aan zijn verplichting om de ontbrekende gegevens af te geven, verzoekt Acacia zijn veroordeling om daartoe alsnog over te gaan.