Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:3733

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-07-2021
Datum publicatie
23-07-2021
Zaaknummer
9207022 KK EXPL 21-336
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Een telecombedrijf mocht weigeren het loon door te betalen van een werknemer die in februari 2021 weigerde toestemming te geven dat de nieuwe arboarts zijn dossier bij zijn vorige arboarts kon inzien.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0921 met annotatie van M.A. Goldschmidt
GZR-Updates.nl 2021-0240 met annotatie van M.A. Goldschmidt
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 9207022 KK EXPL 21-336

vonnis van: 2 juli 2021

vonnis van de kantonrechterkort geding

I n z a k e

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser

nader te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. I. Atar

t e g e n

de besloten vennootschap Huawei Technologies (Netherlands) B.V.

gevestigd te Amsterdam

gedaagde

nader te noemen: Huawei

gemachtigde: mr. B.L.G.M. van Gemert.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding van 18 mei 2021, met producties, heeft [eiser] gevorderd – kortweg – dat Huawei veroordeeld wordt tot het betalen van loon. Van de kant van Huawei zijn op 17 juni 2021 producties overgelegd, waaronder salarisstroken. Van de kant van [eiser] zijn eveneens producties ingediend, op 17 en 18 juni 2021 en is tweemaal de eis gewijzigd/aangevuld.

Op 18 juni 2021 is het geding mondeling behandeld ter zitting. Verschenen is [eiser] , bijgestaan door zijn gemachtigde alsmede S. Breukel, tolk. Huawei is verschenen bij [naam 1] (HR) en [naam 2] (Legal) bijgestaan door de gemachtigde. Partijen hebben hun standpunt toegelicht, Huawei aan de hand van pleitaantekeningen. Na debat is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

UITGANGSPUNTEN EN FEITEN

1. De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten en uitgangspunten.

1.1.

[eiser] is sedert 24 augustus 2014 werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst bij Huawei, laatstelijk in de functie van Training Sales & Business Development Manager.

1.2.

Op 23 november 2018 heeft [eiser] zich ziekgemeld.

1.3.

In 2019 heeft een mediation traject plaatsgevonden.

1.4.

Het UWV heeft aan Huawei als werkgever een loonsanctie toegepast zodat Huawei ook na 104 weken na 23 november 2018 nog verplicht is loon door te betalen.

1.5.

Bij e-mail van 31 december 2020 heeft mr. W.J. Floor (DAS) aan de gemachtigde van Huawei bericht (o.a.) dat [eiser] al vanaf januari 2020 geen salarisspecificaties meer ontvangt en is verzocht dat [eiser] weer toegang krijgt tot zijn werkaccount zodat hij op de hoogte kan blijven van de ontwikkelingen op het werk.

1.6.

Op 2 februari 2021 heeft Huawei een e-mail gestuurd naar de toenmalige gemachtigde van [eiser] , met een c.c. aan de werkaccount van [eiser] waarin gedreigd wordt met een loonstop ingaande 4 februari 2021 omdat Huawei [eiser] niet kan bereiken terwijl [eiser] een machtiging moet ondertekenen voor overdracht van zijn medisch dossier aan een nieuwe bedrijfsarts.

1.7.

Bij e-mail van 8 februari 2021 bericht de toenmalige gemachtigde van [eiser] aan Huawei dat [eiser] wel bereikbaar is en dat er geen pogingen bekend zijn bij [eiser] dat Huawei hem de afgelopen weken heeft geprobeerd telefonisch te bereiken. De gemachtigde wijst Huawei erop dat [eiser] geen toegang meer heeft tot het door Huawei gebruikte werk-e-mailadres en dat zijn privé e-mail adres al langere tijd niet meer door [eiser] wordt gebruikt. De gemachtigde geeft aan dat [eiser] bereikbaar is geweest via zijn mobiele telefoon, per (papieren) post en eventueel via de gemachtigde.

1.8.

Bij e-mail van 9 februari 2021 bericht Huawei aan de gemachtigde van [eiser] (met c.c. aan het werk e-mail adres van [eiser] ) dat de loonstop terecht is omdat [eiser] onbereikbaar was terwijl hij toestemming moet geven voor overdracht van het dossier aan de nieuwe Arbo-arts.

1.9.

Naar aanleiding van een aangetekende brief van [eiser] e-mailt Huawei op 23 februari 2021 aan de gemachtigde van [eiser] de contactinformatie van de opvolgend Arbo-arts. Zodra [eiser] de desbetreffende machtiging heeft ondertekend zal de nieuwe Arbo-arts contact opnemen met [eiser] .

1.10.

Bij brief van 3 maart 2021 herhaalt de gemachtigde van [eiser] dat [eiser] bereikbaar is zowel via de mobiele telefoon en SMS als via de post en eventueel door middel van de gemachtigde. Hij benadrukt dat [eiser] eerst kennis wil maken met de nieuwe Arbo-arts en het ondertekenen van de machtiging met die arts wil bespreken.

1.11.

Omdat Huawei niet tot betalen van het salaris overgaat, heeft [eiser] de dagvaarding uitgebracht.

VORDERING

2. [eiser] vordert – zoals gewijzigd - om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

i. Huawei te veroordelen tot betaling van achterstallige salarissen en achterstallig vakantiegeld aan [eiser] , binnen 3 dagen nadat het vonnis is gewezen;

ii. Huawei te veroordelen tot betaling van toekomstige salarissen aan [eiser] ;

iii. Huawei te veroordelen tot betaling van wettelijke verhoging, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, binnen 3 dagen nadat het vonnis is gewezen;

iv. Huawei te veroordelen tot het verstrekken van deugdelijke salarisspecificaties vanaf januari 2020 en de jaaropgaaf over het jaar 2019 en 2020 aan [eiser] binnen 3 dagen nadat het vonnis is gewezen, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag(deel) dat Huawei niet voldoet aan de veroordeling, met een maximum van € 10.000,00 althans een door de rechter in goede justitie nader te bepalen dwangsom of maatregel;

v. Huawei te veroordelen om [eiser] toegang te verlenen tot zijn werkaccount, alsmede alle benodigde gegevens met betrekking tot (de toegang tot) zijn werkaccount aan [eiser] te verstrekken, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag(deel) dat Huawei niet voldoet aan de veroordeling met een maximum van € 10.000,00 althans een door de rechter in goede justitie nader te bepalen dwangsom of maatregel;

vi. Huawei te veroordelen tot het verstrekken van deugdelijke en volledige gegevens van de nieuwe bedrijfsarts en een afspraak tussen de nieuwe bedrijfsarts en [eiser] te plannen, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag(deel) dat Huawei niet voldoet aan de veroordeling, met een maximum van € 10.000,00 althans een door de rechter in goede justitie nader te bepalen dwangsom of maatregel;

vii. Huawei te veroordelen in de kosten van de procedure, alsmede de nakosten.

3. Aan deze vordering legt [eiser] ten grondslag de nakomingsverplichtingen van de arbeidsovereenkomst met Huawei als werkgever en meer in het bijzonder de verplichting om loon te betalen tijdens ziekte.

VERWEER

4. Huawei stelt dat [eiser] geen spoedeisend belang (meer) heeft, gelet op het tijdsverloop. Ten onrechte heeft [eiser] geen deskundigenoordeel als bedoeld in artikel 7:269a lid 1 BW overgelegd. Hij had daartoe wel voldoende gelegenheid. Omdat [eiser] niet bereikbaar was en omdat hij de desbetreffende machtiging niet wenst te ondertekenen, heeft [eiser] het re-integratie proces verstoord en is terecht de loonbetaling gestopt. Omdat terecht de loonbetaling is gestopt, moet ook de vordering van vakantiegeld worden afgewezen. De desbetreffende salarisspecificaties – die [eiser] ook via zijn EY-account kan inzien - heeft Huawei alsnog in geding gebracht. [eiser] heeft nog steeds toegang tot zijn werkaccount, maar los daarvan heeft hij geen belang bij toegang tot zijn werkaccount nu hij aangeeft bereikbaar te zijn via telefoon, post en het adres van zijn (voormalige) gemachtigde. De contactgegevens van de Arbo-arts zijn via Google opvraagbaar maar vooral wijst Huawei erop dat het de werkgever is die bepaalt welke arbo-arts zal worden ingezet en dat het niet aan de werknemer is eerst in gesprek te gaan met de arbo-arts en daarna pas te beslissen of hij toestemming geeft voor overdracht van het medisch dossier of niet. Door toedoen van [eiser] ligt ook het WIA-traject bij het UWV stil en is Huawei geconfronteerd met een loonsanctie.

BEOORDELING

5. In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eiser] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorzienig zoals gevorderd. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

6. Nu het betreft een vordering ter zake van (achterstallig) loon waarmee een werknemer in zijn eerste levensbehoefte voorziet, is het spoedeisend belang van de vorderingen gegeven. Daaraan doet niet af dat inmiddels meer dan 4 maanden zijn verstreken na de laatste loonbetaling (en [eiser] blijkbaar op andere wijze in zijn levensonderhoud kan voorzien).

7. Nu Huawei inmiddels de gevraagde loonspecificaties heeft overgelegd, moet dat deel van de vordering worden afgewezen.

8. Bij de beoordeling van de vraag of de loonstop rechtmatig was en is, gaat de kantonrechter uit van de tekst van de e-mail van 9 februari 2021. Uit die e-mail volgt dat de reden van het stoppen van de loonbetaling tweeledig is: [eiser] was voor Huawei niet bereikbaar en hij frustreerde de re-integratie door de desbetreffende machtiging waarmee hij toestemming geeft voor overdracht van zijn medisch dossier van de vorige Arbo-arts aan de nieuwe Arbo-arts, niet te ondertekenen.

9. Op 31 december 2020 heeft de (voormalige) gemachtigde van [eiser] aan (de gemachtigde van) Huawei bericht dat [eiser] geen toegang heeft tot zijn werkaccount. Desalniettemin is Huawei toch e-mails naar deze account blijven zenden. Huawei heeft ter zitting verklaard dat [eiser] wel toegang had tot zijn werkaccount maar Huawei heeft dat niet met stukken onderbouwd. Ook heeft Huawei e-mails gestuurd naar het privé e-mail adres van [eiser] , maar dat e-mail adres was al langere tijd niet in gebruik, zoals [eiser] onbetwist heeft gesteld. Huawei stelt voorts dat zij op 28 en 29 januari 2021 tweemaal het mobiele nummer van [eiser] heeft gebeld, hetgeen door [eiser] onderbouwd met een ‘call logs’ van T-Mobile wordt ontkend. Uit de door Huawei overgelegde uitdraai van het telefoonsysteem, waaruit zou moeten blijken dat op beide dagen één keer met het mobiele nummer van [eiser] is gebeld, kan niet worden vastgesteld met welk nummer is gebeld terwijl blijkbaar na slechts 2 of 3 seconden het contact is geëindigd (‘call ended’). Dat al na 2 of 3 seconden de conclusie wordt getrokken dat [eiser] de telefoon niet heeft opgenomen (en ook niet heeft teruggebeld) en dat hij dus niet bereikbaar is, lijkt dan voorbarig. Bovendien is niet duidelijk geworden waarom geen voice mail is achtergelaten of waarom geen SMS-bericht is gestuurd.

10. Na de ‘dreiging’ met een loonstop (de e-mail van 2 februari 2021) heeft de gemachtigde van [eiser] op 8 februari 2021 aan Huawei bericht dat [eiser] wel bereikbaar is en dat hij recent niet is gebeld door Huawei. De gemachtigde heeft daarbij nogmaals erop gewezen dat [eiser] geen toegang heeft tot zijn werk e-mailadres en dat zijn privé e-mailadres al lange tijd niet meer in gebruik is. [eiser] is wel bereikbaar via zijn mobiele telefoon en via de post, en eventueel door middel van de gemachtigde. Zonder dat Huawei nog een poging tot contact met [eiser] heeft gedaan, is vervolgens de loopstop van 9 februari 2021 verzonden.

11. De conclusie moet dan ook zijn dat Huawei onvoldoende, laat staan serieuze, pogingen heeft gedaan om met [eiser] in contact te komen zodat dit geen grond kan zijn om de loonbetaling te stoppen.

12. Met betrekking tot de tweede reden die ten grondslag ligt aan de loonstop, overweegt de kantonrechter als volgt. Huawei stelt dat [eiser] geen gevolg geeft aan redelijke voorschriften, weigert mee te werken aan maatregelen om hem in staat te stellen om (passende) arbeid te verrichten en zijn genezing belemmert en vertraagt. Kortom, [eiser] frustreert zijn re-integratie. Uit artikel 7:629 lid 3 sub b en d BW volgt dan dat [eiser] geen recht op loon heeft. Bovendien bepaalt artikel 7:629a lid 1 BW dat een eventuele vordering tot betaling van loon in dat verband moet worden afgewezen als de werknemer geen verklaring van een deskundige van het UWV overlegt. [eiser] heeft een dergelijke verklaring niet in geding gebracht.

13. Uit artikel 7:269a lid 2 BW volgt evenwel dat een dergelijk ‘deskundigenoordeel’ niet verplicht is (o.a.) in geval het overleggen van de verklaring in redelijkheid niet van de werknemer kan worden gevergd. Die situatie doet zich hier voor. Immers, het gaat hier niet om de vraag of er sprake is van een belemmering of vertraging van de genezing door [eiser] – dat wordt in feite door hem niet ontkend – maar om de vraag of [eiser] zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door de werkgever gegeven redelijke voorschriften als bedoeld in sub d van lid 3 van artikel 7:629 BW, te weten dat [eiser] een schriftelijke toestemming (‘machtiging’) moet geven voor overdracht van zijn medisch dossier aan de nieuwe Arbo-arts.

14. [eiser] weigert die toestemming, omdat hij eerst wil kennismaken met de opvolgend Arbo-arts alvorens die machtiging te verstrekken. Dat is een principiële stellingname, blijkbaar ingegeven uit angst voor schending van zijn privacy. Niet valt in te zien wat een medisch deskundige vanuit diens professionaliteit daarover kan rapporteren. Om die reden is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] mocht afzien van het overleggen van een dergelijk oordeel.

15. Bovendien is in de rechtspraak uitgemaakt dat in een kort geding-procedure in het algemeen geen verplichting geldt tot het overleggen van een dergelijk deskundigenoordeel (vgl. Hoge Raad 14 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1637).

16. Wat als een redelijk voorschrift als bedoeld in artikel 7:629 lid 3 onder d. BW kwalificeert zal per geval moeten worden beoordeeld. In dit geval gaat het om een verzoek van de werkgever aan de werknemer om een schriftelijke machtiging te ondertekenen, opdat de opvolgend Arbo-arts het medisch dossier van [eiser] dat berustte bij de voormalige Arbo-dienst - die blijkbaar na een incident met [eiser] de gevalsbehandeling niet wenste voort te zetten - kon overnemen. De werkgever geeft daarmee uitvoering aan zijn zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658a BW. In zijn algemeenheid mag van de werknemer verwacht worden dat hij de Arbo- of bedrijfsarts in staat stelt zijn werk te doen. Dat voor overdracht van het medische dossier van de ene Arbo-dienst aan de andere uit privacy-redenen toestemming van de werknemer nodig is, is niet onlogisch en wordt door [eiser] ook niet bestreden. Uit de KNMG Code gegevensverkeer en samenwerking bij arbeidsverzuim en re-integratie (2006) valt de verplichting tot toestemming ook te lezen. Het is in het belang van een goede gevalsbehandeling dat de Arbo-arts eerst het medisch dossier doorneemt alvorens een spreekuur contact te hebben met de werknemer. Dit belang en dat van Huawei bij voortgang van de re-integratie moet zwaarder wegen dan het verder niet onderbouwde belang van privacy dat [eiser] heeft om eerst dat spreekuur contact te hebben en daarna pas eventueel de toestemming te geven voor de overdracht van zijn medisch dossier.

17. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat het verzoek van Huawei om de machtiging voor overdracht van het medisch dossier aan de opvolgend arbo-arts te ondertekenen, een redelijk voorschrift is als bedoeld in artikel 7:629 lid 3 sub d. BW. Nu [eiser] meerdere keren, ook via zijn gemachtigde, is verzocht die schriftelijke toestemming wel te geven, maar [eiser] te dier zake weigerachtig blijft en hij meerdere keren gewaarschuwd is dat betaling van loon om die reden zou worden gestopt, is de kantonrechter van oordeel dat de loonstop terecht is, zodat de vordering van loon met ingang van 4 februari 2021 moet worden afgewezen.

18. Waar de conclusie is dat Huawei met ingang van 4 februari 2021 - op deze grond - geen loon meer hoeft te betalen, valt niet in te zien waarom in mei 2021, met de jaarlijkse uitbetaling van het vakantiegeld, de opgebouwde aanspraken over de periode vóór 4 februari 2021, dus vanaf juni 2020 niet hadden moeten worden betaald. Dit deel van de vordering moet dus wel worden toegewezen, alsmede de wettelijke verhoging over het vakantiegeld, welke verhoging beperkt wordt tot 25%. In het kader van deze procedure, zo is ter zitting vastgesteld, heeft te gelden dat de aanspraak vakantiegeld berekend wordt op basis van 70% van zijn loon bij een 24-urige werkweek.

19. Ook de vordering ter zake de jaaropgaven 2019 en 2020 die - onbestreden - niet zijn verstrekt zal worden toegewezen. Niet is immers vast komen staan dat [eiser] toegang had tot zijn werkaccount waar hij de desbetreffende jaaropgaven zou hebben kunnen inzien. De kantonrechter vertrouwt erop dat Hueawei deze jaaropgaven wel zal verstrekken zodat hij geen reden ziet aan deze verplichting een dwangsom te verbinden.

20. Huawei heeft geen reden gegeven waarom [eiser] geen toegang zou mogen hebben tot zijn werkaccount. Sterker; Huawei heeft gesteld dat [eiser] daadwerkelijk steeds toegang tot zijn werkaccount heeft gehad en nog heeft. Van de kant van [eiser] zijn stukken overgelegd (screenprints) waaruit volgt dat [eiser] ’s ‘username not a valid e-mail adress’ is en dat invoering van zijn e-mail adres ‘ [e-mailadres] ’ leidt tot de notitie ‘invalid credentials’. Aldus is aannemelijk dat [eiser] daadwerkelijk geen toegang heeft tot zijn werkaccount zodat Huawei veroordeeld zal worden [eiser] toegang te verlenen tot zijn werkaccount alsmede aan [eiser] alle benodigde gegevens te verstrekken met betrekking tot (de toegang tot zijn werkaccount). De kantonrechter vertrouwt erop dat Huawei ook aan deze veroordeling zal meewerken zodat hij geen reden ziet daaraan ook nog een dwangsom te verbinden.

21. Met betrekking tot de vordering tot het verstrekken van deugdelijke en volledige gegevens van de nieuwe bedrijfsarts en het plannen van een afspraak tussen de nieuwe bedrijfsarts en [eiser] , overweegt de kantonrechter dat hij niet inziet welk belang [eiser] heeft bij het verstrekken van nog meer informatie over die bedrijfsarts dan die welke bij e-mail van 23 februari 2021 aan de toenmalige gemachtigde van [eiser] reeds is verstrekt, waarbij heeft te gelden dat, zodra [eiser] de gevraagde machtiging tot overdracht van zijn medisch dossier aan de nieuwe arbo-dienst Masterarbo heeft verstrekt, hij zoals te doen gebruikelijk van die kant zal worden uitgenodigd voor een spreekuur contact waarna de verdere re-integratie weer kan worden opgepakt.

22. Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten over en weer te compenseren, hetgeen betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De kantonrechter:

- veroordeelt Huawei tot het betalen aan [eiser] van het vakantiegeld over de periode juni 2020 tot 4 februari 2021, alsmede tot het verstrekken van een deugdelijke bruto/netto specificatie van deze betaling;

- veroordeelt Huawei tot betaling aan [eiser] van de wettelijke verhoging van 25% over het hiervoor bedoelde bedrag alsmede de wettelijke rente over de beide bedragen;

- veroordeelt Huawei tot het verstrekken aan [eiser] van de jaaropgaven 2019 en 2020;

- veroordeelt Huawei [eiser] toegang te verlenen tot zijn werkaccount, alsmede tot het verstrekken van alle benodigde gegevens met betrekking tot (de toegang tot) zijn werkaccount aan [eiser] ;

- veroordeelt Huawei in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 62,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van de betekening van dit vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat Huawei niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;

- verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2021 in aanwezigheid van de griffier.

de griffier de kantonrechter

22.1.