4 Waardering van het bewijs
De rechtbank is – met de officier van justitie en de raadsvrouw – van oordeel dat beide feiten kunnen worden bewezen.
De rechtbank gaat op grond van de bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Twee verbalisanten zien op 30 juli 2018 een snorfiets rijden. Verdachte zit bij een onbekende persoon achterop deze snorfiets. Als de verbalisanten omkeren en terugrijden, zien ze verdachte naast de stilstaande snorfiets staan. Van de bestuurder ontbreekt ieder spoor. Omdat bij de verbalisanten het vermoeden rijst dat de snorfiets gestolen is, spreken zij verdachte aan. Verdachte maakt dan een zenuwachtige indruk en antwoordt wisselend op vragen die hem worden gesteld. Een van de verbalisanten vraagt vervolgens of hij in de schoudertas van verdachte mag kijken. Verdachte overhandigt daarop de tas en rent weg. Wanneer verbalisanten – na een korte achtervolging – zijn ingelopen op verdachte en de tas openen, zien zij een zwarte handschoen met daarin een voorwerp dat op een vuurwapen lijkt. Na inbeslagname en onderzoek blijkt het vuurwapen te zijn doorgeladen en voor onmiddellijk gebruik gereed.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat iemand hem heeft gevraagd de tas aan iemand te geven, maar dat hij niet wist dat in de tas een wapen zat.
De rechtbank schuift deze verklaring terzijde, nu verdachte – direct nadat hij is aangehouden – op een vraag van de verbalisanten naar de verdere inhoud van de tas nauwkeurig kon benoemen welke voorwerpen er in de tas zaten (“een powerbank, deo, een boxer en mijn telefoon.”). Gelet hierop moet verdachte ook hebben geweten van het doorgeladen wapen. De rechtbank heeft geen reden aan te nemen dat het proces-verbaal van de verbalisanten op dit punt geen juiste weergave van zaken zou geven, zoals verdachte eveneens heeft verklaard.
10 Beslissing
De rechtbank komt op het grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot:
jeugddetentie voor de duur van tweehonderdéénenvijftig dagen.
Beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Beveelt dat een gedeelte, groot 90 (negentig) dagen, van deze jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
Stelt daarbij een proeftijd voor de duur van 2 (twee) jaren vast.
De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.
Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:
1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
1. zich moet houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, voor zover deze niet al zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Daartoe moet de veroordeelde zich melden bij Reclassering Nederland op het volgende adres: [adres]. Hierna moet hij zich gedurende bepaalde perioden blijven melden zo vaak als Reclassering Nederland dat nodig vindt;
2. zich laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
3. bij zijn moeder of in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering, verblijft. Het verblijf start zo spoedig mogelijk. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
4. meewerkt aan ‘Intensieve Forensische Aanpak (IFA)’, voor jongeren van 16 tot en met 23 jaar met een midden tot zeer hoog risico op recidive;
5. meewerkt aan toeleiding naar een opleiding of werk en – indien nodig – schuldhulpverlening.
Geeft opdracht aan Reclassering Nederland (volwassenreclassering) om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Verklaart onttrokken aan het verkeer:
1.00 STK Pistool, goednummer 5610386.
Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door
mr. A.K. Glerum, voorzitter,
mrs. R. Godthelp en J.M. Hoogveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. N. Wijkman, griffier
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 september 2019.
Verklaart de jongste rechter buiten staat
dit vonnis mede te ondertekenen.
[...]