RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751441-18
RK-nummer: 18/3804
Datum uitspraak: 4 oktober 2018
op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 12 juni 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 31 augustus 2015 door the Circuit Court in Poznań (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1979,
niet ingeschreven in de Basisregistratie personen,
opgegeven verblijfadres in Nederland: [verblijfadres] ,
hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.
1 Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 19 juli 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal.
De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. J.W. Heemskerk, advocaat te Roermond, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft het onderzoek geschorst voor onbepaalde tijd om de beantwoording van de door de Ierse rechter aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde prejudiciële vragen in de zaak C-216/18 PPU af te wachten, omdat die beantwoording mogelijk relevant was voor de afdoening van deze zaak. Deze beslissing had tot gevolg dat de beslistermijn werd opgeschort totdat de prejudiciële vragen waren beantwoord.
Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 25 juli 2018
Bij arrest van 25 juli 2018 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ)
in de zaak C-216/18 PPU de gestelde prejudiciële vragen beantwoord.
De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 7 augustus 2018. Het verhoor van de opgeëiste persoon heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Diependaal.
De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. J.W. Heemskerk, advocaat te Roermond, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
Bij tussenuitspraak van 16 augustus 2018 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en voor bepaalde tijd geschorst teneinde de raadsman en de officier van justitie in de gelegenheid te stellen hun standpunten te overleggen betreffende, kort gezegd, de vraag of er een reëel gevaar dreigt dat het grondrecht op een eerlijk proces in de kern wordt aangetast wegens structurele of fundamentele gebreken wat de rechterlijke macht van Polen betreft, die de onafhankelijkheid van de rechterlijke instanties in Polen in gevaar brengen.
De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 28 augustus 2018. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie,
mr. N.R. Bakkenes.
De opgeëiste persoon heeft op 28 augustus 2018 afstand gedaan van zijn recht om de behandeling van de vordering ter zitting bij te wonen. Hij heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigd raadsman, mr. J. Zevenboom, advocaat te Almere.
Met instemming van de officier van justitie en de raadsman heeft de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin het zich bevond op het tijdstip van de schorsing ter zitting van
16 augustus 2018.
De rechtbank heeft eveneens met instemming van de officier van justitie en de raadsman het onderzoek ter zitting onderbroken tot 11 september 2018. Op laatstgenoemde datum heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de uitspraakdatum op 25 september 2018 om 12.30 uur bepaald. Voorts heeft de rechtbank op 11 september 2018 de schorsing van de overleveringsdetentie (met ingang van 13 september 2018) bevolen.
Bij tussenuitspraak van 25 september 2018 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en voor bepaalde tijd geschorst (tot 4 oktober 2018 om 12.30 uur), omdat zij meer tijd nodig had voor haar uitspraak.
5 Beslissing
HEROPENT en schorst het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd;
VERZOEKT de officier van justitie de onder 4.4.3 weergegeven vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen;
BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman;
BEVEELT de oproeping van een tolk Pools tegen een nader te bepalen datum en tijdstip.
Aldus gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. A.K. Glerum en M.J.J.P. Luchtman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 4 oktober 2018.
De jongste rechter is buiten staat deze
uitspraak mede te ondertekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.