3.4.3
Tijdlijn van gebeurtenissen en bewijsoverwegingen
Ophalen en verplaatsen van de Caddy
In de nacht van 14 op 15 juni 2016 wordt in Leiden een Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken] gestolen.16 Diezelfde nacht worden in Rotterdam kentekenplaten met kenteken [kenteken] gestolen van een andere Volkswagen Caddy.17
In de middag van 15 juni 2016 rijden [verdachte 3]18 en [verdachte 5]19 met de Bora van Amsterdam naar de woning van [verdachte 4] in [plaats 1] .20 Nadat zij [verdachte 4] hebben opgehaald rijden zij met de Bora naar Rotterdam. Daar stapt [verdachte 4]21 uit en hij rijdt met de in Leiden gestolen Caddy, inmiddels voorzien van de in Rotterdam gestolen kentekenplaten met kenteken [kenteken] , achter de Bora aan naar Alkmaar.22 [verdachte 3] wist de weg23 en heeft in Alkmaar met [verdachte 6] gesproken.24 De Caddy blijft in Alkmaar achter als een half uur later [verdachte 3] , [verdachte 5] en [verdachte 4] met de Bora naar Den Haag rijden en [verdachte 4] naar huis wordt gebracht. Daarna wordt met de Bora via Aalsmeer naar Hoofddorp gereden.25 [verdachte 5] is deze dag de bestuurder van de Bora, [verdachte 3] de bijrijder.26
Verplaatsen van de Caddy van Alkmaar naar Aalsmeer
Op 20 juni 2016 is de Caddy naar Aalsmeer gereden, in de buurt van de woning van [verdachte 2] . De telefoon van [verdachte 6] is met deze rit meebewogen. Later op de avond peilt de telefoon van [verdachte 6] weer uit in Alkmaar. De Caddy is niet geregistreerd rijdend richting Alkmaar maar rijdend vanaf Aalsmeer naar Amsterdam-Noord. De telefoon van [verdachte] is, voor vertrek van de Caddy, eveneens in Aalsmeer. Nadat de Caddy naar Amsterdam-Noord is verplaatst, peilt de telefoon van [verdachte] ook uit in Amsterdam-Noord.27 De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [verdachte 6] de Caddy van Alkmaar naar Aalsmeer heeft gereden en [verdachte] vervolgens de Caddy naar Amsterdam-Noord heeft gebracht.
Ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat hij wel in Aalsmeer zal zijn geweest, maar dat hij niet met de Caddy naar Amsterdam-Noord is gereden. Hij heeft bovendien verklaard dat hij, buiten [verdachte 2] , niemand in Aalsmeer kent.
27 en 28 juni 2016
De bewegingen van de Caddy en de Seat: een voorverkenning met de Caddy?
De Caddy beweegt op 27 juni 2016 rond middernacht vanuit Amsterdam-Noord naar de omgeving van de latere plaats delict, de parkeergarage “Oranjekwartier” aan het Koningin Wilhelminaplein in Amsterdam. De Caddy wordt daar vlakbij geregistreerd om 00:26 uur en opnieuw om 01:19 uur en is om 21:30 uur weer in Amsterdam-Noord. In de tijdvakken tussen deze drie tijdstippen zijn er geen registraties van de Caddy. 28
De rechtbank kan niet vaststellen dat de Caddy bij de parkeergarage is geweest, laat staan dat sprake was van een voorverkenning. De beweging is wel opvallend in het licht van de activiteiten op 28 juni 2016.
Die dag om 22:37 uur, zijn [verdachte 3]29, [verdachte 5]30 en [verdachte 4]31 met de Bora in Den Haag en later die avond in Rotterdam. [verdachte 4] rijdt vanaf Rotterdam, hooguit enkele minuten achter de Bora, naar Amsterdam-Noord in de Seat.32 Deze is eerder in juni gestolen.33 Vervolgens rijdt de Bora richting Aalsmeer.34 De Seat is voor het eerst weer geregistreerd in de nacht van 12 op 13 juli 2016 toen de Seat van Amsterdam-Noord naar Alkmaar is verplaatst.35
29 en 30 september en 2 oktober 2016
Reisbewegingen van de Jetta en de Bora naar Aalsmeer: is er een voorverkenning of voorbespreking van de moordaanslag?
Op 29 september 2016 om 23:52 uur wordt de Jetta, waarin op dat moment [verdachte 7] rijdt, geregistreerd rijdende vanuit Wormerveer naar Aalsmeer, waar deze om 00:41 uur aankomt. Om 01:21 uur vertrekt [verdachte 7] en rijdt hij terug naar Wormerveer, waar de Jetta om 02:17 uur wordt geregistreerd.36
Op 2 oktober 2016, rond 21:10 uur, rijden zowel [verdachte 7] (in de Jetta vanuit Wormerveer), als de Bora (vanuit [plaats 2] , woonplaats van [verdachte 3] ), naar Aalsmeer. De Bora komt hier om 21:30 uur aan en de Jetta rond 22:00 uur. De telefoon van [verdachte 3] is met de Bora meebewogen. Even later, rond 22:10 uur vertrekt de Bora, om terug te komen rond 23:30 uur. Kort hierop vertrekken zowel de Bora als [verdachte 7] uit Aalsmeer.37
Zowel [verdachte 2] als [verdachte 7] hebben bevestigd dat zij elkaar kennen van de handel in softdrugs. Volgens [verdachte 7] hadden hun ontmoetingen ook nergens anders betrekking op.38 [verdachte 7] heeft ook verklaard dat hij [verdachte 3] niet kent.39
De rechtbank gaat ervan uit dat er zowel in de nacht van 29 op 30 september, als op 2 oktober 2016 een ontmoeting is geweest tussen [verdachte 2] en [verdachte 7] . De reden van deze ontmoetingen is niet vast komen te staan. Er zijn op 29/30 september geen (gelijktijdige) reisbewegingen van andere (mede)verdachten. Op 2 oktober 2016 zijn er wel bewegingen van de Bora maar niet kan worden vastgesteld dat [verdachte 7] en [verdachte 3] elkaar die avond (moeten) hebben gezien. Evenmin kan worden vastgesteld dat [verdachte 7] in de Bora is meegereden noch waar de Bora op 2 oktober tussen 22:10 en 23:30 uur is geweest. Dat er een voorverkenning en/of voorbereiding van de moordaanslag zou zijn geweest, kan dan ook niet worden vastgesteld.
Een voorverkenning met de V-Klasse?
[verdachte 2] heeft de V-Klasse gehuurd voor de periode tussen 30 september 2016 en 6 oktober 2016.40
Op 4 oktober 2016 heeft de V-Klasse overdag meerdere reisbewegingen gemaakt, waarbij de telefoon van [verdachte] (eindigend op # [nummer] ) is meebewogen. Om 20:04 uur wordt de V-Klasse geparkeerd vlakbij de woning van [verdachte] aan de [adres 1] . Om 20:21 uur rijdt de V-Klasse vanaf deze locatie naar de woning van [verdachte 2] in [plaats 3] . Tegelijkertijd rijdt [verdachte 7] in de Jetta vanuit Wormerveer naar de woning van [verdachte 2] . De auto’s komen bijna gelijktijdig aan. Enkele minuten nadat beide auto’s bij de woning van [verdachte 2] zijn aangekomen, beweegt de V-Klasse in de richting van Amsterdam, waar deze om 21:17 uur op de Rijksweg A10 West nabij afslag S106/Cornelis Lelylaan wordt geregistreerd. Dit is op een afstand van ongeveer 600 meter vanaf de plaats delict. De eerstvolgende registratie is om 21:37 uur, op de Oostoever in Amsterdam. Deze locatie is ongeveer acht minuten rijden van de eerder genoemde afslag. De telefoon van [verdachte 2] (eindigend op # [nummer] ) is met de V-Klasse meebewogen vanuit Aalsmeer. Tussen 21:21 en 21:41 uur zijn er meerdere belbewegingen met deze telefoon naar contacten van [verdachte 2] . Vervolgens rijdt de V-Klasse, via de woning van [verdachte] in [plaats 4] , terug naar de woning van [verdachte 2] , waarbij de telefoon van [verdachte] is meebewogen. Nadat de V-Klasse hier is aangekomen, vertrekken zowel de Jetta (naar Wormerveer) als de V-Klasse (naar Amsterdam) uit Aalsmeer, waarbij de telefoon van [verdachte] met de V-Klasse is meebewogen.41
[verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat het zou kunnen dat hij in de V-Klasse reed die avond/nacht, maar dat hij niet is gaan kijken bij de parkeergarage “Oranjekwartier”.
[verdachte 7] heeft ten aanzien van bovenstaande reisbewegingen verklaard dat hij de reisbeweging met de Jetta heeft gemaakt en dat dit gerelateerd was aan softdrugs. Verder heeft hij, zowel bij de politie, als ter terechtzitting, ontkend de reisbeweging met de V-Klasse te hebben gemaakt.42
Uit de beschreven bewegingen van de auto’s en telefoons leidt de rechtbank af dat in elk geval [verdachte] en [verdachte 2] op deze avond in de V-Klasse reden. [verdachte] beschikte die dag over de V-Klasse en deze auto is deze avond ook vertrokken vanaf zijn woning in [plaats 4] .De telefoons van zowel [verdachte] als [verdachte 2] hebben op meerdere momenten deze avond meebewogen met de V-Klasse en bovendien zijn van beide telefoons belbewegingen geregistreerd met contacten van [verdachte] en [verdachte 2] .
De rechtbank kan echter niet vaststellen dat de V-klasse of de verdachten daadwerkelijk in of vlakbij de parkeergarage zijn geweest waar de moordaanslag later is gepleegd. Dat [verdachte 2] en [verdachte] die avond een voorverkenning hebben uitgevoerd is daarom niet vast komen te staan.
Ten aanzien van [verdachte 7] kan de rechtbank niet vaststellen dat hij in de V-Klasse heeft (mee)gereden. De omstandigheid dat de V-Klasse kort na aankomst van [verdachte 7] in Aalsmeer is weggereden en [verdachte 7] kort nadat de V-klasse terug is in Aalsmeer met de Jetta is weggereden, is daarvoor onvoldoende. Zijn telefoon is ook niet in beeld bij deze reisbewegingen (zoals bij [verdachte] en [verdachte 2] wél het geval is). Bovendien heeft hij ontkend de reisbeweging te hebben gemaakt.
6 en 7 oktober 2016
Verplaatsing van de Seat naar de omgeving van de plaats delict
[verdachte 2] heeft de Vito gehuurd voor de periode van 6 oktober 2016 tot 18 oktober 2016.43
Op 6 oktober 2016 rijdt [verdachte 3] met de Bora naar het station van Zoetermeer, waar hij [verdachte 4] ophaalt, waarna zij terugrijden naar Beverwijk. Die avond rijdt de Bora om 22:41 uur richting Alkmaar. [verdachte 2] is rond 20:30 uur al naar Alkmaar gereden in de Vito en hij is bij [verdachte 6] . [verdachte 2] heeft ook [verdachte 3] in Alkmaar gezien.44 De rechtbank gaat er daarom, in samenhang met het hierna volgende, vanuit dat [verdachte 3] deze avond de bestuurder is van de Bora.
Rond 23:30 uur vertrekken de Bora, de Vito én de Seat vanuit Alkmaar. De Bora en de Seat rijden direct naar Hoofddorp en de Vito rijdt via de woning van [verdachte] ook naar [plaats 5] , naar de woning van de moeder van [verdachte 2] en [verdachte 3] , waar deze rond 00:30 uur aankomt.45
De Vito is kort na aankomst bij de woning in [plaats 5] weer geregistreerd rond 00.45 uur rijdend vanuit Hoofddorp in de richting van Amsterdam, waarbij de Vito enkele minuten voor de Seat uit rijdt. De Seat wordt voor het laatst geregistreerd om 01:02 uur en bevindt zich dan op de N200 ter hoogte van de afslag Kimpoweg.46
Om 01:50 uur maakt de Vito weer GPS-contact en de auto is dan onderweg naar een parkeerplaats in de buurt van de woning van [verdachte] , waar ook korte tijd wordt stilgestaan. Hierna keert de Vito terug naar de woning van de moeder van [verdachte 2] en [verdachte 3] in [plaats 5] om 02:44 uur. Vervolgens vertrekt de Vito om 03:04 uur naar de woning van [verdachte 2] in [plaats 3] en de Bora om 03:11 uur naar Beverwijk.47 In de Bora bevinden zich [verdachte 3] en [verdachte 4] , omdat zij om 03:45 uur door de politie samen in deze auto worden gecontroleerd.48
De Seat is die nacht door iemand bestuurd en de rechtbank gaat ervan uit dat dit [verdachte 4] moet zijn geweest. Hij is immers eerder deze dag opgehaald door [verdachte 3] en heeft de Seat al eerder, op 28 juni 2016, bestuurd. Verder staat vast dat de Bora pas om 03:11 uur uit Hoofddorp is vertrokken nadat de Vito daar rond 03:00 uur is teruggekeerd. Het kan niet anders zijn dan dat [verdachte 4] de Seat heeft achtergelaten, in de Vito is gestapt en in Hoofddorp aangekomen vervolgens in de Bora. Door de politiecontrole staat immers vast dat [verdachte 3] en [verdachte 4] samen in de Bora uit Hoofddorp zijn vertrokken.
De Seat is op 7 oktober 2016 rond 08:00 uur aangetroffen op de parkeerplaats van de Wittgensteinlaan. De Seat heeft op die plek gestaan tot de middag van de moordaanslag.49
De voorgaande bewegingen en het aantreffen van de Seat op de parkeerplaats in onderlinge samenhang bezien leiden de rechtbank tot de volgende conclusies. De Seat is in de nacht van 6 op 7 oktober 2016 klaargezet nabij de plaats delict. De Vito is die nacht hierbij gebruikt. De Seat is die nacht bestuurd door [verdachte 4] , terwijl ook [verdachte 3] en [verdachte 2] betrokken zijn geweest bij het ophalen van de Seat in Alkmaar. [verdachte 3] heeft in Hoofddorp op [verdachte 4] gewacht en nadat hij terugkwam om 02:44 uur in de Vito zijn zij naar Beverwijk gereden.
De vraag is wie er nog meer betrokken is/zijn geweest bij het klaarzetten van de Seat.
[verdachte 2] heeft over deze nacht verschillend verklaard. Eerst heeft hij de Vito op 6 oktober 2016 voor [verdachte] gehuurd en deze rond middernacht bij de woning van [verdachte] in [plaats 4] aan hem overgedragen.50 Later heeft hij hieraan toegevoegd dat [verdachte] hem niet thuis wilde brengen en dat hij de Vito een paar uur later weer heeft opgehaald bij [verdachte] .51 Vervolgens heeft [verdachte 2] verklaard dat hij, nadat hij de Vito had gehuurd, naar huis is gereden en er ’s avonds mee naar Alkmaar is gegaan, naar [verdachte 6] . Hier is hij, toevalligerwijs, [verdachte 3] tegengekomen. Vanuit Alkmaar is hij naar [plaats 4] gereden om de Vito bij [verdachte] af te leveren, waarna hij met een vriend naar een pokerlocatie in Sloterdijk is gereden om daar te gaan pokeren. Bij die pokerlocatie heeft [verdachte 2] ook [verdachte] met de Vito gezien, waarna hij met de hiervoor genoemde vriend weer naar de woning van [verdachte] is gereden. Daar aangekomen wilde [verdachte] hem niet thuis afzetten, waarna hij de Vito zelf heeft meegenomen naar Hoofddorp. Hier is hij [verdachte 3] wederom tegengekomen.52
[verdachte] heeft verklaard dat hij niet meer weet of [verdachte 2] op 6 oktober 2016 de Vito bij hem heeft achtergelaten. Hij heeft echter ook verklaard dat hij weet dat hij vóór 8 oktober 2016 niet in deze Vito heeft gereden53. [verdachte] kan zich niet herinneren of hij in de nacht van 6 op 7 oktober 2016 in Hoofddorp is geweest. Hij kent daar niemand en heeft daar eigenlijk niets te zoeken.54 Pas op 8 oktober 2016 zou [verdachte] de Vito van [verdachte 2] hebben geleend55. Ook heeft hij verklaard dat hij op 8 oktober de Vito niet heeft gezien.56
Ter terechtzitting heeft [verdachte] hieraan toegevoegd dat hij vanaf zijn woning niet zou weten hoe hij naar de woning van de moeder of de zus van [verdachte 2] of [verdachte 3] zou moeten rijden.
De rechtbank gelooft niet dat [verdachte 2] de Vito aan [verdachte] heeft overgedragen, waarna hij zelf zou zijn gaan pokeren. Deze verklaring van [verdachte 2] wordt door niets ondersteund. [verdachte 2] wil niet verklaren door wie hij naar de pokerlocatie zou zijn gebracht, om welke pokerlocatie dit gaat en met wie hij zou hebben gepokerd. Ook zou [verdachte 2] later die nacht de Vito weer hebben teruggenomen, omdat [verdachte] hem niet thuis had willen brengen. Echter, op het moment dat [verdachte 2] weer de beschikking krijgt over de Vito, rijdt hij niet naar huis, maar naar Hoofddorp.
De rechtbank neemt aan dat [verdachte 2] de Vito niet heeft overgedragen, maar ermee vanuit Alkmaar, via de woning van [verdachte] , naar Hoofddorp is gereden. Omdat de Vito vervolgens ook betrokken is geweest bij het klaarzetten van de Seat, en [verdachte 2] hier geen enkele aannemelijke alternatieve verklaring voor heeft gegeven, leidt dit de rechtbank tot de conclusie dat [verdachte 2] ook betrokken is geweest bij het klaarzetten van de Seat.
[verdachte] heeft verschillende verklaringen afgelegd die elkaar bovendien tegenspreken. De rechtbank acht de verklaringen van [verdachte] ongeloofwaardig. Uit de reisbewegingen blijkt dat de Vito in de nacht van 6 op 7 oktober 2016 bij de woning van [verdachte] is gestopt, waarna is doorgereden naar Hoofddorp. Vervolgens is de Vito later die nacht, nadat de Seat is klaargezet, via de woning van [verdachte] naar Hoofddorp teruggereden. Het kan niet anders zijn dan dat [verdachte 4] toen ook in de Vito heeft gezeten. Nu voor deze tussenstops bij de woning van [verdachte] geen enkele aannemelijke verklaring is gegeven, gaat de rechtbank ervan uit dat [verdachte] rond middernacht door [verdachte 2] met de Vito is opgehaald, waarna zij samen naar Hoofddorp zijn gereden. De rechtbank acht verder aannemelijk dat [verdachte] weer thuis is afgezet. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat ook [verdachte] betrokken is geweest bij het klaarzetten van de Seat.
Opvallend is dat [verdachte 7] de nacht van 6 op 7 oktober 2016, nog voordat de Bora, de Vito en de Seat uit Alkmaar vertrokken, met de Jetta om 23:02 uur uit Wormerveer is vertrokken in zuidelijke richting. Hoewel niet bekend is geworden waar de Jetta naar toe is gereden, rijdt deze om 03:07 uur, en dat is binnen een tijdsbestek van tien minuten met de Bora en de Vito, uit Hoofddorp terug naar Wormerveer.57
De rechtbank kan hieruit niet concluderen dat [verdachte 7] ook betrokken is geweest bij het klaarzetten van de Seat. Er is geen zicht op zijn handel en wandel tussen 23.00 en 03.07 uur. [verdachte 7] kan dan ook, anders dan [verdachte 2] , [verdachte 3] , [verdachte] en [verdachte 4] , niet in de Bora, de Vito of de Seat worden geplaatst en zijn betrokkenheid bij het ophalen of klaarzetten van de Seat kan dus niet worden vastgesteld.
Ontmoeting [verdachte 2] , [verdachte 3] , [verdachte 7] en [verdachte 4] ?
In de middag van 7 oktober 2016 bevinden [verdachte 3] en [verdachte 4] zich kennelijk, in Beverwijk, aangezien hun telefoons daar uitpeilen. Vervolgens haalt [verdachte 3] met de Bora [verdachte 5] op in Amsterdam, waarna wordt doorgereden naar Amsterdam-Noord. Het is onbekend of [verdachte 4] is meegereden. ’s Avonds rijdt de Bora richting Aalsmeer, waar deze om 20:52 uur aankomt. Om 21:10 uur wordt de Jetta geregistreerd, rijdend van Wormerveer naar Aalsmeer, waar deze om 21:57 uur aankomt. Om 23:08 uur vertrekt de Bora uit Aalsmeer en de Bora rijdt richting de woning van [verdachte 5] .58 De telefoon van [verdachte 3] beweegt mee met de Bora.59 Om 23:36 uur maakt de telefoon van [verdachte 4] een connectie met het WiFi-netwerk van [verdachte 5] . Vervolgens wordt doorgereden naar Beverwijk, waarbij de telefoons van [verdachte 3] en [verdachte 4] meebewegen. Ondertussen is de Jetta om 23:21 uur vertrokken uit Aalsmeer, waarna deze om 00:21 uur aankomt in Wormerveer.60
De rechtbank stelt vast dat er een ontmoeting is geweest tussen [verdachte 2] en [verdachte 7] . Ook stelt de rechtbank vast dat [verdachte 3] in Aalsmeer is geweest, in dezelfde periode dat [verdachte 7] zich in Aalsmeer bevond. De rechtbank kan echter niet vaststellen dat [verdachte 4] die avond in Aalsmeer is geweest, of dat er een ontmoeting is geweest tussen [verdachte 3] en [verdachte 7] , noch dat zij elkaar moeten hebben gezien. Wel kan worden vastgesteld dat [verdachte 3] en [verdachte 7] afzonderlijk van elkaar naar Aalsmeer zijn gereden, waar in elk geval [verdachte 7] [verdachte 2] heeft ontmoet, en dat [verdachte 7] en [verdachte 3] afzonderlijk van elkaar weer zijn vertrokken.
De dag van de moordaanslag
[verdachte 3] brengt [verdachte 4] naar de schutters en activatie prepaid 1, 2 en 3
Rond 15:10 uur rijdt de Bora met [verdachte 3] als chauffeur naar de omgeving van het Buikslotermeerplein, waar [verdachte 4] wordt afgezet. Gedurende deze rit wordt prepaid 1, in gebruik bij [verdachte 4] , om 15:12 uur geactiveerd. Vervolgens worden rond 15:20 uur ook prepaid 2 en 3 geactiveerd en alle drie de prepaidtelefoons maken dan gebruik van de zendmast op het adres [adres 2] , in de omgeving van het Buikslotermeerplein. Vervolgens vertrekt [verdachte 3] met de Bora rond 15:29 uur in de richting van Aalsmeer, waar deze om 15:51 uur wordt geregistreerd (in de buurt van de woning van [verdachte 2] ).61
[verdachte 3] heeft verklaard dat hij, nadat hij [verdachte 4] heeft afgezet in Amsterdam-Noord, naar de woning van de dochter van [verdachte 5] aan de [adres 3] is gegaan, waar hij de hele dag is gebleven.62
Dat [verdachte 3] , nadat hij [verdachte 4] had afgezet, naar de woning van de dochter van [verdachte 5] zou zijn gereden gelooft de rechtbank niet. De Bora wordt immers om 15:51 uur geregistreerd in Aalsmeer. Gelet op de reistijd die hiermee gemoeid is moet de Bora direct naar Aalsmeer gereden zijn. Bovendien weerspreken getuigen dat [verdachte 3] al in de middag op het feestje van de dochter van [verdachte 5] was.63
[verdachte 4] vervoert de schutters met de Caddy naar de parkeergarage
Om 15:32 uur wordt de Caddy geregistreerd, rijdende over de A10 richting de Coentunnel.64 Vervolgens rijdt [verdachte 4] , die de bestuurder is65, de Caddy met daarin nog twee andere inzittenden, om 15:41 uur de parkeergarage “Oranjekwartier” (de plaats delict) in. Na enkele rondjes te hebben gereden, wordt de Caddy geparkeerd en stapt [verdachte 4] uit en verlaat hij om 15:53 uur te voet de parkeergarage.66 [verdachte 4] is naar de Seat gelopen, die geparkeerd stond op het parkeerterrein bij de Wittgensteinlaan. Hier moest hij stand-by staan totdat hij een seintje kreeg.67
Om 16:04 uur peilen zowel prepaid 1, als prepaid 2 uit in de buurt van de plaats delict.68
Om 16:38 uur is de Caddy (waar zich, gelet op de verklaring van [verdachte 4] , nog twee personen in bevinden) in de parkeergarage verplaatst naar een andere parkeerplaats. Deze parkeerplaats bevindt zich schuin tegenover de parkeerplek waar de Mini Cooper van de (latere) slachtoffers bijna altijd stond geparkeerd.69
[verdachte 3] brengt prepaid 3 naar [verdachte 2]
Rond 16:35 uur vertrekken de Bora en de Vito vlak na elkaar vanuit de omgeving van de woning van [verdachte 2] in Aalsmeer. De Vito beweegt naar de woning van de zus van [verdachte 2] en [verdachte 3] , [naam zus] , aan de [adres 4] , waar de Vito om 16:42 uur aankomt en tot 17:44 uur stilstaat. Vervolgens stuurt prepaid 3 om 16:45 uur een sms-bericht naar prepaid 2, waarbij prepaid 3 gebruikmaakt van een zendmast in de buurt van de [adres 4] .70 Waar de Bora heenrijdt is niet bekend, nu deze pas later op de avond voor het eerst weer in beeld komt.71
De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat [verdachte 3] na het afzetten van [verdachte 4] direct is doorgereden naar Aalsmeer in de Bora. Deze werd bovendien alleen gebruikt door [verdachte 3] en [verdachte 5] . Van [verdachte 5] staat vast dat hij de hele middag op het verjaardagsfeest van zijn dochter was. 72 Dit leidt tot de conclusie dat [verdachte 3] rond 16.35 uur vanuit Aalsmeer met de Bora is weggereden.
[verdachte 2] heeft ontkend met de Vito vanuit Aalsmeer naar de woning van zijn zus in [plaats 5] te zijn gereden.
[verdachte] heeft verklaard dat hij met een snorder naar de woning van [verdachte 2] is gegaan, omdat hij de Vito wilde lenen. Hij had niet met [verdachte 2] afgesproken, maar wist wel dat hij thuis was. Vervolgens heeft hij rond 17:00 of 18:00 uur bij de woning van [verdachte 2] de Vito opgehaald. Deze wilde hij gebruiken voor het vervoer van een door hem bij de Praxis aan te schaffen tafelblad. Toen hij wilde wegrijden werd hij in Aalsmeer aangesproken door een bekende van hem die hem vroeg of hij wat mensen kon ophalen bij de McDonald’s in Hoofddorp.73 Vervolgens zijn zij allebei (al dan niet in aparte voertuigen) naar Hoofddorp gereden om deze mensen (waarvan [verdachte] pas later bleek dat zij pech hadden gekregen) op te halen.74
Ten aanzien van de verklaring van [verdachte] overweegt de rechtbank als volgt. De Vito bevindt zich, nadat deze is weggereden uit Aalsmeer, tussen 16:42 en 17:42 uur in [plaats 5] bij de woning van de zus van [verdachte 2] en [verdachte 3] . De Vito blijft in [plaats 5] uitpeilen tot 18:28 uur.75 Het kan dus niet zo zijn dat [verdachte] de Vito rond 17:00 of 18:00 uur heeft opgehaald bij de woning van [verdachte 2] in [plaats 3] , laat staan dat hij deze vervolgens vanuit Aalsmeer (op instructie) naar de McDonald’s in Hoofddorp heeft gereden. Hetgeen [verdachte] heeft verklaard over zijn rit met de Vito komt verder geheel niet overeen met de rit die de Vito volgens de track & trace-gegevens heeft gereden. Bovendien wil of kan [verdachte] zijn verklaring op detailniveau op geen enkele manier onderbouwen. Zo wil hij niet verklaren wie hem naar Aalsmeer zou hebben vervoerd76, wie hem in Aalsmeer zou hebben gevraagd om mensen in Hoofddorp op te halen77 of hoe hij wist dat hij specifiek deze mannen moest oppikken.78 Bovendien bevreemdt de verklaring over het lenen van de bus voor de aanschaf van een tafelblad.79 Dit alles maakt dat geen enkel element van de verklaring van [verdachte] wordt ondersteund door het dossier en dat deze door de wel bekende feiten en omstandigheden krachtig wordt weersproken. Kort gezegd gelooft de rechtbank helemaal niets van de verklaring van [verdachte] dat hij in de Vito heeft gereden.
Nu [verdachte] niet heeft gereden in de Vito blijft enkel [verdachte 2] over als logische gebruiker van deze auto. [verdachte 2] is immers de huurder en gebruiker van de auto. De auto beweegt bovendien die dag van de omgeving van [verdachte 2] woning naar de omgeving van de woning van zijn zus (en vervolgens verder door Hoofddorp) en gaat daarna weer terug naar de omgeving van de woning van [verdachte 2] . De verklaring die ook [verdachte 2] hierover heeft afgelegd, namelijk dat [verdachte] de auto bestuurde80, volgt het oordeel van de verklaring van [verdachte] hierover en is dus ongeloofwaardig. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat [verdachte 2] de Vito naar de [adres 4] moet hebben gereden. Nu prepaid 3 om 16:45 uur, drie minuten na aankomst van de Vito aldaar, in de directe omgeving van de [adres 4] uitpeilt, kan het niet anders zijn dan dat [verdachte 2] op dat moment over deze telefoon beschikte. Dit maakt bovendien dat [verdachte 3] deze telefoon in Aalsmeer aan [verdachte 2] moet hebben overgedragen. Hij is immers degene die vanaf de omgeving van het Buikslotermeerplein, waar prepaid 3 voor het laatst uitpeilde rond 15:20 uur, naar Aalsmeer is gereden.81 Vervolgens peilt prepaid 3 daar om 16:20 uur uit, dus voordat [verdachte 3] en [verdachte 2] afzonderlijk uit Aalsmeer wegrijden.
De sms-berichten tussen prepaid 1, 2 en 3
De rechtbank heeft vastgesteld dat [verdachte 4] de gebruiker van prepaid 1 was en [verdachte 2] de gebruiker van prepaid 3. [verdachte 4] heeft na zijn aanhouding verteld waar hij zijn prepaid had weggegooid, waarna deze op de door hem genoemde locatie werd aangetroffen.82 De ontvangen en verzonden sms-berichten tussen prepaid 1 en 2 en tussen prepaid 1 en 3 konden dan ook worden uitgelezen, waarvan de inhoud hieronder staat vermeld83:
Prepaid 2 (schutters)
|
Prepaid 1 ( [verdachte 4] )
|
Prepaid 3 ( [verdachte 2] )
|
16:16
Zit achter in die waggie
|
|
|
|
16:17
Ja
|
|
|
|
16:48
Zit je goed
|
|
16:51
Nee en het is druk
|
|
|
|
16:52
Ok em nu
|
|
16:53
Bikkelen
|
|
|
|
16:53
Waar zijndie andere
|
|
16:54
Binnen
|
|
|
|
16:55
Hun hebben bereik
|
|
16:56
Ja
|
|
|
|
16:57
Ok heb ze gesproken
|
|
16:58
Ok
|
|
|
17:28
Kan ik me benen ff gaan strekken
|
|
|
17:29
Krijg kramp
|
|
[verdachte 4] heeft verklaard dat hij, nadat hij de garage uitliep, direct naar de Seat is gelopen. Hier is hij achterin gaan zitten en moest hij wachten. Omdat hij het erg warm had, besloegen de ramen en hij was bang dat het op zou vallen. Hij heeft daarom de Seat verplaatst naar een minder opvallende plek. Ook wilde hij op enig moment weten of het nog lang zou duren, omdat hij heel nodig moest urineren. Nadat hij dat had gedaan, zag hij links van hem een Caddy in brand staan, waarna hij naar de Seat is gerend en is weggereden.84
Uit de verschillende sms-berichten over en weer leidt de rechtbank het volgende af. Het gegeven dat met prepaid 2 aan [verdachte 4] het bericht wordt gestuurd of hij “achter in die waggie” zit, geeft aan dat de schutters weten dat [verdachte 4] stand-by is in een tweede vluchtauto. Weliswaar is de inhoud van de sms-berichten tussen prepaid 2 en prepaid 3 niet bekend geworden, maar er is meermalen sms-contact geweest in aanloop naar de moordaanslag. Zo heeft prepaid 3 tussen 16:20 uur en 17:06 uur vijf berichten verzonden naar prepaid 2, terwijl prepaid 2 drie berichten naar prepaid 3 heeft verstuurd. Bovendien is gebleken dat slechts één minuut nadat er telefonisch contact is geweest tussen prepaid 2 en 3, het contact van de Vito aangaat, waarna de schutters (uiteindelijk) met deze auto worden opgehaald.85
Bovendien heeft [verdachte 2] (als gebruiker van prepaid 3) de schutters (de gebruikers van prepaid 2), ook gesproken, getuige het sms-bericht van 16:57 uur aan prepaid 1.
Uit voornoemde berichten blijkt naar het oordeel van de rechtbank ook dat [verdachte 2] een coördinerende rol bekleedde. Zo had hij middels prepaid 3 meermalen contact met zowel prepaid 1 als prepaid 2. Tussen prepaid 1 en 2 was minder contact.
Uit het beperkte contact tussen prepaid 1 en 2 leidt de rechtbank af dat [verdachte 4] wel degelijk wist dat er iets te gebeuren stond. Hij vroeg immers niet aan [verdachte 2] , maar aan de personen in de Caddy of hij zijn benen kon gaan strekken.
Ten slotte blijkt uit de omvang en de inhoud van het sms-contact tussen de drie prepaidtelefoons dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de gebruikers van de telefoons, te weten [verdachte 2] , [verdachte 4] en de twee schutters.
Om 17:29 uur rijdt het gezin [naam] met hun Mini Cooper de parkeergarage “Oranjekwartier” binnen en de auto wordt geparkeerd op de plek waar zij hun auto altijd neerzetten.86 [slachtoffer] is de bestuurder, zijn vriendin [benadeelde partij 1] zit op de bijrijdersstoel en achterin zit hun tweejarige dochter, [naam dochter] . Direct nadat de Mini is geparkeerd, komen (om 17:30:11 uur) twee mannen, respectievelijk met lichte broek (NN1) en donkere broek (NN2) van links en rechts uit de Caddy. Beide mannen rennen direct in de richting van de zwarte Mini Cooper, waarna deze veelvuldig, en in een tijdsbestek van slechts enkele seconden, wordt beschoten.87 Vervolgens keren deze schutters respectievelijk om 17:30:17 (NN2) en 17:30:21 uur (NN1) terug, waarbij zij allebei aan de rechterkant van de Caddy instappen.88
Op de plaats delict worden zestien kogelhulzen aangetroffen, wat er op duidt dat (minimaal) zestien keer is geschoten.89 Veertien van deze hulzen zijn vermoedelijk verschoten met een (semi)automatisch werkend machinepistool van het kaliber 9mm Parabellum, merk Heckler & Koch, model MP5. Ten aanzien van deze veertien hulzen is het minimaal zeer veel waarschijnlijker dat ze uit één en dezelfde loop zijn afgevuurd.90
Twee hulzen zijn vermoedelijk verschoten met een semiautomatisch werkend pistool van het kaliber 9mm Browning Kort.91 In de motorkap van de Mini worden twee schotsbeschadigingen aangetroffen en bij het openen van de motorkap worden twee kogels van het kaliber 9mm Browning Kort aangetroffen in/op het motorblok.92 Ten aanzien van deze twee kogels is het minimaal zeer veel waarschijnlijker dat ze uit één en dezelfde loop zijn afgevuurd.93
De schotsbeschadigingen aan de voorzijde van de Mini impliceren dat één van de schutters van linksvoor het voertuig naar rechtsachter op het voertuig geschoten. Ook is gebleken dat één van de schutters van links, van de kant van de bestuurder, naar rechts op het voertuig geschoten.94 Gezien de looprichtingen van de schutters en de korte afstand tussen de Caddy en Mini is het waarschijnlijker dat de man met de lichte broek (NN1) aan de bestuurderszijde heeft gestaan en met het (semi-)automatisch werkend machinepistool heeft geschoten op de Mini Cooper en de slachtoffers. De man met de donkere kleding (NN2) heeft waarschijnlijk links voor de Mini Cooper gestaan en geschoten met een semiautomatisch werkend pistool.95
Bij dit vuurwapengeweld is [slachtoffer] door acht kogels geraakt, waarvan vier kogels in het hoofd, waardoor hij is overleden.96 [benadeelde partij 1] wordt door zes kogels geraakt en overleeft de aanslag ternauwernood.97 De tweejarige [naam dochter] blijft wonderwel ongedeerd98. Er is wel een kogel aangetroffen vlak boven haar kinderzitje.99
Vlucht met de Caddy naar de Wittgensteinlaan en vlucht met de Seat
Nadat de twee schutters weer in de Caddy zijn gestapt, rijdt deze zo snel mogelijk, met een andere auto mee onder de slagboom door, de garage uit.100 Vervolgens wordt gezien dat de Caddy met hoge snelheid via het fietspad van de Fregelaan naar het parkeerterrein op de Wittgensteinlaan rijdt. De bestuurder had een donkere huidskleur. Even later wordt op ditzelfde parkeerterrein de Caddy brandend aangetroffen.101 Vervolgens wordt door verschillende getuigen gezien dat twee mannen in zwarte jassen vanuit de richting van de brandende Caddy langs de flats op de Wittgensteinlaan rennen. Er worden geen andere mensen in de buurt gezien.102 Eén van deze mannen zou een donkere huidskleur hebben, terwijl de andere man blank of lichtgetint zou zijn.103 Een andere getuige heeft vanuit zijn woning omstreeks 17:39 uur de twee wegrennende personen gefilmd met zijn mobiele telefoon. Uit deze beelden blijkt dat één persoon een lichte (spijker)broek draagt (NN1), terwijl de andere persoon volledig in het zwart is gekleed (NN2). Deze laatste persoon houdt tijdens het rennen zijn hand bij zijn oor, waarna hij zijn hand weghaalt, voor zich houdt en ernaar kijkt.104 De rechtbank merkt ten aanzien hiervan op dat prepaid 1 (in gebruik bij [verdachte 4] ) een oproep van prepaid 2 (in gebruik bij de schutters) heeft gemist om 17:38:34 uur, waardoor aannemelijk is dat de schutters hebben geprobeerd [verdachte 4] op dat moment te bereiken.105
Een tweede filmopname van deze getuige toont dat aan de linkerzijde van de Wittgensteinlaan een donker gekleurde auto staat geparkeerd met verlichte remlichten. Een persoon met hetzelfde signalement als NN1, namelijk een lichte broek, zwarte jas, donker(blauwe) capuchon en zwarte schoenen met een lichte zijkant van de zool, stapt linksachter in deze auto (achter de bestuurder).106 De getuige heeft aanvullend verklaard dat de andere persoon (NN2) rechtsachter in de auto (achter de bijrijdersstoel) is ingestapt.
De rechtbank stelt op basis van de beelden en verklaringen, waaronder ook die van [verdachte 4] , vast dat de schutters de Caddy brandend op de parkeerplaats van de Wittgensteinlaan hebben achtergelaten, waarna zij naar de Seat zijn gerend. Vervolgens zijn de schutters bij [verdachte 4] in de Seat gestapt en is [verdachte 4] vervolgens met hen weggereden.
De Caddy en de Seat zijn in juni 2016 opgehaald in Rotterdam en vervolgens enige tijd koudgezet. Op 7 oktober 2016 is de Seat klaargezet nabij de plaats delict en vervolgens, net als de Caddy, gebruikt bij de moordaanslag op 8 oktober 2016. Nu niet is gebleken dat één van de auto’s in de tussentijd een andere bestemming heeft gehad, komt de rechtbank tot de conclusie dat zowel de Caddy als de Seat in Rotterdam zijn opgehaald met het specifieke doel om gebruikt te worden bij het plegen van de moordaanslag.
Vlucht met en het stranden van de Seat
De Seat rijdt richting Rijksweg A10107 en om 17:43 uur belt prepaid 2 (de schutters) met prepaid 3 ( [verdachte 2] ), waarbij een zendmast in de buurt van de A10 wordt aangestraald. Prepaid 3 is dan nog in de buurt van de [adres 4] . Direct daarna, om 17:44 uur, gaat het contact van de Vito aan en de Vito maakt een rit van vijf minuten.108
Om 17:48 uur strandt de Seat op de N196 in Hoofddorp, waarna de drie inzittenden, waaronder [verdachte 4] , uitstappen en de Seat achterlaten.109 De drie inzittenden van de Seat zijn te voet verder gegaan, waarbij hun route door middel van verschillende camerabeelden inzichtelijk is gemaakt.110
Tijdens deze looproute probeert prepaid 2 meerdere malen te bellen met prepaid 3 (namelijk om 17:52 en om 17:53 uur). Beide keren wordt niet opgenomen. Prepaid 2 straalt op dat moment een mast aan op het adres [adres 5] .111 Uit camerabeelden blijkt dat NN2 (de donkere schutter) rond 17:52 uur zijn hand aan zijn oor heeft.112 De derde poging, om 17:54:35 uur, is succesvol en het gesprek duurt 318 seconden. Uit camerabeelden blijkt dat NN2 (de donkere schutter) rond 17:54 uur zijn hand aan zijn oor heeft.113 Prepaid 3 bevindt zich op dat moment nabij de Paviljoenlaan in Hoofddorp. Een halve minuut nadat het gesprek is afgelopen komt de Vito in beweging vanaf de Paviljoenlaan. Vervolgens vindt om 18:09 uur nogmaals een telefooncontact plaats tussen prepaid 2 en 3, waarbij zij dezelfde paal aanstralen en dus in elkaars nabijheid zijn. Dit telefoongesprek duurt tot ongeveer 18:16 uur.114 In deze omgeving heeft [verdachte 4] prepaid 1 weggegooid.115 Om 18:20 uur rijdt de Vito over de Burgemeester van Pabstlaan en enkele minuten later parkeert de Vito op de [adres 4] . Om 18:28 uur rijdt de Vito naar [plaats 3] , waar uiteindelijk bij de woning van [verdachte 2] wordt geparkeerd.116
Op hetzelfde tijdstip wordt de achtergelaten Seat op de N196 aangetroffen met vier lege banden. Bovendien wordt op de voetenplank voor de bijrijdersstoel een PET-fles aangetroffen die is gevuld met een gele vloeistof, die later benzine blijkt te zijn.117
Al eerder heeft de rechtbank vastgesteld dat [verdachte 2] gebruik maakte van de Vito en van prepaid 3. Direct nadat hij door de schutters wordt gebeld om 17:43 uur, vertrekt hij met de Vito naar de kennelijk afgesproken plaats om de drie personen op te pikken, te weten de Paviljoenlaan in Hoofddorp. Het ligt voor de hand dat door niemand was voorzien dat de Seat met pech langs de kant van de weg kwam te staan. De inzittenden van de Seat hadden dan ook plotseling en onmiddellijk vervangend vervoer nodig, waarop [verdachte 2] werd gebeld, die direct met de Vito in actie is gekomen. [verdachte 4] , de twee schutters en [verdachte 2] treffen elkaar, hetgeen blijkt uit het bij elkaar komen van de drie prepaidtelefoons, waarna in de Vito wordt teruggereden naar de [adres 4] (en uiteindelijk naar de woning van [verdachte 2] in [plaats 3] ).
Forensisch onderzoek aan en in de Seat
Het forensisch onderzoek heeft bevestigd dat [verdachte 4] de Seat heeft bestuurd. Zijn DNA is immers, met een matchkans kleiner dan één op één miljard, aangetroffen op een deel van de handgreep van het portier linksvoor.118
De rechtbank brengt in herinnering dat is vastgesteld dat de twee schutters achter in de Seat zijn ingestapt, waarbij NN1 links achter de bestuurder plaatsnam, terwijl NN2 rechts achter de bijrijdersstoel instapte.119
Nadat de Seat op de N196 verlaten was aangetroffen is deze onderzocht. Hierbij is een DNA-spoor aangetroffen op de armsteun rechtsachter dat matcht met [verdachte] . De matchkans is kleiner dan één op één miljard.120 Op de binnenkant van de dop van de met benzine gevulde colafles werd eveneens DNA van [verdachte] aangetroffen, met wederom een matchkans kleiner dan één op één miljard121.
[verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat zijn DNA vóór 8 oktober 2016 in de Seat moet zijn achtergelaten. Hij sluit uit dat zijn DNA vóór de diefstal van de Seat op 28 juni 2016 in de Seat terecht zou zijn gekomen. Mogelijk zou hij in de zomer in de Seat hebben (mee)gereden en daar op dat moment ook de colafles hebben achtergelaten.
De alternatieve verklaring van [verdachte] vindt geen enkele steun in het dossier, is niet onderbouwd en is niet verifieerbaar. Het is eerder een suggestie dan een alternatief scenario. Toch zal de rechtbank hierop ingaan, gelet op het belang dat met deze zaak is gemoeid.
[verdachte] is al in maart 2017 geconfronteerd met de vondst van zijn DNA in deze auto. Hij heeft zich toen op zijn zwijgrecht beroepen.122 Vervolgens heeft hij in juli 2017123 en op de terechtzitting verklaard zich niets concreets van een rit in deze auto te kunnen herinneren. [verdachte] heeft enkel de mogelijkheid opgeworpen dat hij waarschijnlijk in de zomer in de Seat heeft gezeten. Van de Seat staat vast dat deze op 28 juni 2016 is opgehaald met een bepaald crimineel doel voor ogen. Dat [verdachte] in deze auto dan nog een zomers ritje zou hebben gemaakt, ligt niet voor de hand. Dat er dan ook nog een fles vanille cola bij die eventuele gelegenheid zou zijn aangeraakt (aan de binnenzijde van de dop) en uitgerekend die fles is gevuld met benzine en meegenomen op 8 oktober 2016, maakt het gesuggereerde scenario nog zwakker. Bovendien is de Seat, vóórdat deze in de nacht van 6 op 7 oktober is klaargezet, alleen op 28 juni en 13 juli 2016 geregistreerd door verkeerscamera’s. Dat geeft in ieder geval geen steun aan de door [verdachte] geopperde mogelijkheid. De rechtbank is alles bijeen dan ook van oordeel dat de verklaring van [verdachte] niet geloofwaardig is.
Kijkend naar de plekken waar zijn DNA is aangetroffen, te weten op de plek waar de donkere schutter moet hebben gezeten en op de binnenkant van de dop van een met benzine gevulde colafles, is de rechtbank van oordeel dat beide DNA-sporen zijn aan te merken als dadersporen. De rechtbank is er dan ook van overtuigd dat [verdachte] degene is die achter de bijrijdersstoel is ingestapt in de Seat die op 8 oktober 2016 stond geparkeerd op de Wittgensteinlaan.
Dit betekent dat [verdachte] ook degene is geweest die van de Caddy naar de Seat is gerend en de persoon die de Caddy heeft gereden vanuit de parkeergarage naar het parkeerterrein op de Wittgensteinlaan. Ten slotte stelt de rechtbank vast dat [verdachte] de hierboven als NN2 beschreven man is geweest die in de parkeergarage uit de Caddy is gerend en samen met NN1 de Mini Cooper onder vuur heeft genomen.
Het voorgaande onderstreept de eerdere conclusie van de rechtbank dat niet [verdachte] maar [verdachte 2] de persoon is geweest die de Vito naar Hoofddorp heeft gereden, de prepaid 3 in gebruik heeft gehad en die [verdachte 4] , [verdachte] en de tweede schutter heeft opgehaald in Hoofddorp.
Vanaf de woning van [verdachte 2] rijdt de Vito rond 19:15 uur naar de woning van [verdachte] in [plaats 4] . Ongeveer twintig minuten na aankomst rijdt de Vito naar een garagebox op de Klipperstraat, waarna wordt doorgereden naar de [adres 3] , waar op dat moment het verjaardagsfeest van de dochter van [verdachte 5] nog gaande is. Hier komt de Vito om 20:27 uur aan. Een klein kwartier later vertrekt de Vito naar het adres van een vriendin van [verdachte] , waar hij, gelet op zijn telecomgegevens, de rest van de avond doorbrengt. Vervolgens is de Vito bijna de gehele nacht actief in de weer, waarbij de telefoon van [verdachte] meebeweegt.124
Direct nadat de Vito is vertrokken vanaf de woning van [verdachte 2] , vertrekt ook een op naam van de zus van [verdachte 2] gehuurde Volkswagen Passat (met kenteken [kenteken] ) uit Aalsmeer. Een nota voor de huur van deze Volkswagen Passat is in [verdachte 2] woning aangetroffen125. Nadat deze Passat verschillende keren van en naar Aalsmeer is gereden (steeds richting of komende uit de richting Hoofddorp), rijdt deze richting de [adres 3] in [plaats 4] . De telefoon van [verdachte 2] beweegt mee en hij is volgens getuigenverklaringen ook op het feestje geweest.126 Aan het eind van de avond beweegt de Passat weer terug naar de woning van [verdachte 2] .127
De Bora wordt om 20:46 uur geregistreerd, rijdende vanaf de omgeving van de woning van de dochter van [verdachte 5] richting de woning van [verdachte 4] in [plaats 1] .128 Dit is de eerste registratie sinds de reisbeweging vanuit Aalsmeer om 16:37 uur (nadat [verdachte 3] prepaid 3 aan [verdachte 2] had overgedragen).
[verdachte 5] heeft verklaard dat hij, nadat hij in het begin van de middag op de [adres 3] was afgezet, daar de hele dag en avond is gebleven. Later op de avond kwamen, afzonderlijk van elkaar, achtereenvolgens [verdachte 3] , [verdachte 4] en [verdachte 2] langs. [verdachte] is niet langsgekomen. [verdachte 4] is maar kort gebleven en hij is door [verdachte 3] thuisgebracht met de Bora, waarna [verdachte 3] is teruggekomen. Tussen 24:00 en 01:00 uur is [verdachte 5] vervolgens met de Bora thuisgebracht door [verdachte 3] .129
De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat drie auto’s naar de [adres 3] zijn gereden, te weten de Vito, de Bora en de Passat. Ook stelt de rechtbank vast dat [verdachte 4] , [verdachte 3] en [verdachte 2] pas in de avond op het feestje van de dochter van [verdachte 5] aanwezig zijn geweest. Kijkend naar de reisbewegingen van de Vito kan het niet anders dan dat [verdachte] de Vito tot zijn beschikking heeft gehad en dat [verdachte 4] door [verdachte] is afgezet in de [adres 3] . [verdachte 4] is immers op het feestje aanwezig geweest en [verdachte] niet, terwijl de Vito daar wel heeft stilgestaan.
De Bora is door [verdachte 3] bestuurd en hij heeft [verdachte 4] naar huis gebracht. Dit volgt uit de reisbewegingen en wordt bevestigd door de verklaring van [verdachte 5] .
Uit de bekend geworden informatie omtrent de Passat leidt de rechtbank af dat [verdachte 2] daarmee op deze avond heeft gereden.
Later die nacht wordt een Suzuki Alto met kenteken [kenteken] om 01:28 uur geregistreerd, rijdend richting Wormerveer.130 Deze auto staat op naam van de moeder van [verdachte 7] en hij gaat ervan uit dat hij de auto op dat moment heeft bestuurd, al heeft hij daaraan geen concrete herinnering.131 De rechtbank kan geen andere reisbewegingen vaststellen in relatie tot deze registratie van de Alto.
Reisbeweging Alto naar Aalsmeer
Op 11 oktober 2016, om 06:52 uur, wordt de Alto geregistreerd, rijdende richting Aalsmeer. Een uur later, om 07:52 uur rijdt de Alto weer Aalsmeer uit, richting Hoofddorp. [verdachte 7] heeft verklaard dat hij een afspraak had, maar dat hij daar niks meer over had gehoord. Daarom is hij op de bonnefooi naar Aalsmeer gereden, maar kreeg daar geen gehoor.132 De rechtbank kan slechts vaststellen dat [verdachte 7] op die dag met de Alto naar en uit Aalsmeer is gereden.