De aard van de immateriële schade betreft de aantasting van de goede naam, eer en reputatie van [eiser] . De tot [eiser] herleidbare beschuldigingen in de column van 2015 betreffen aanranding en mishandeling; dit zijn ernstige strafbare feiten. In de column van 2016 wordt gesproken van een nog zwaarder strafbaar feit, te weten verkrachting. Deze aantijgingen komen, gezien hun aard en toonzetting, neer op een forse aantasting in de persoon en goede naam van [eiser] . Zoals toegelicht door [eiser] , is het immateriële effect van deze beschuldigingen des te schadelijker voor [eiser] gegeven zijn publieke bekendheid als cabaretier en gast in televisieprogramma’s, waarbij hij zich regelmatig uitlaat over actuele maatschappelijke onderwerpen, waarmee zijn reputatieschade een gegeven is.
Voorts weegt mee dat, als onbetwist gesteld door [eiser] , de website www.metronieuws.nl meer dan 33.000 pageviews per dag heeft, het Twitteraccount Dagblad Metro 42.000 volgers, en dat de (gratis) papieren versie van Metro een oplage kent van 510.000 exemplaren waarbij het bereik nog wordt vergroot door hergebruik. Daar komt bij dat
het meerdere publicaties betreft over een langere periode waardoor de aantasting in de persoon van [eiser] is herhaald en een nog grotere impact heeft dan bij een eenmalige publicatie.
Bovendien wordt in aanmerking genomen dat de voorzieningenrechter in 2015 reeds had geoordeeld dat de column van [naam 1] van [naam titel] onrechtmatig was. Dat en waarom dit zo was, was TMG op dat moment dus duidelijk. Desalniettemin heeft TMG niet alleen op [datum] wederom een tot [eiser] herleidbare column van [naam 1] geplaatst met een zelfs nog ernstigere beschuldiging van seksuele intimidatie, maar deze ook nog eens direct extra onder de aandacht gebracht door een tweet te plaatsen op het Dagblad Metro twitter account met een link naar deze column. [eiser] mocht er na het kortgedingvonnis temeer op vertrouwen dat TMG zich verder zou onthouden van dergelijke ongefundeerde uitlatingen over het incident tussen [naam 1] en [eiser] uit 2013. Dat hij vervolgens in 2017 hier toch nog weer mee geconfronteerd werd, en zelfs in nog aangrijpender zin, heeft het schadelijke effect daarvan op zijn persoon vergroot.
Verder wordt meegewogen dat alleen in de onrechtmatig geachte column van [naam 2] van 2015 de naam wordt genoemd van [eiser] en dat dit niet het geval is in de columns van [naam 1] van 2015 en 2017 en in de tweet van TMG van [datum] .
Ook is van belang dat, als onweersproken betoogd door TMG, de column van [naam 2] van 2015 na vier dagen en de column van [naam 1] van 2015 onmiddellijk na het kort geding vonnis zijn verwijderd. De column van [naam 1] van [datum] is twee dagen
na publicatie verwijderd en ook de tweet op het Dagblad Metro account van [datum] is inmiddels verwijderd. Bovendien heeft TMG de columns uit haar archieven verwijderd.
De door [eiser] gestelde (en door TMG betwiste) advertentiewaarde van de columns van [naam 1] betreft de financiële marktwaarde van columns in een gratis verspreid dagblad. Deze kan, gezien haar materiële aard, niet als richtsnoer dienen bij de begroting van de gestelde immateriële schade van [eiser] .