3.1.
SLOV vordert – samengevat weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
1. voor recht verklaart dat een vervaardigde Nederlandse ondertiteling van een filmwerk geproduceerd in een vreemde taal, een zelfstandig werk is, dan wel kan zijn, en om die reden geen toestemming van auteursrechthebbenden van het filmwerk nodig is om die ondertiteling openbaar te mogen maken en te verveelvoudigen;
2. voor recht verklaart dat de beoordeling of een Nederlandse ondertiteling van een filmwerk – dat is geproduceerd in een vreemde taal – auteursrechtinbreuk oplevert, zal moeten worden beoordeeld aan de hand van een inhoudelijk vergelijk tussen het filmwerk en de Nederlandse ondertiteling waarbij doorslaggevend is of in de ondertiteling auteursrechtelijk beschermde trekken herkenbaar zijn overgenomen;
3. voor recht verklaart dat het publiekelijk toegankelijk maken van een vervaardigde Nederlandse ondertiteling van een filmwerk geproduceerd in een vreemde taal een legale handeling is waarvoor geen toestemming van auteursrechthebbenden van het filmwerk nodig is;
4. voor recht verklaart dat als uitgangspunt heeft te gelden dat bij de beoordeling van de vraag of een ondertiteling – die niet afkomstig is van een auteursrechthebbende op het filmwerk en/of met zijn toestemming is vervaardigd en derhalve moet worden gekwalificeerd als bewerking in de zin van artikel 13 Auteurswet – openbaar mag worden gemaakt of verveelvoudigd een afzonderlijke toetsing dient plaats te vinden aan de hand van artikel 10 lid 1 EVRM en/of artikel 11 lid 1 Europees Handvest;
5. voor recht verklaart dat een vervaardigde Nederlandse ondertiteling van een filmwerk geproduceerd in een vreemde taal een bewerking in de zin van artikel 13 Auteurswet is en om die reden [de rechtbank leest: nimmer] toestemming van auteursrechthebbenden van het filmwerk nodig is om die ondertiteling openbaar te mogen maken en te verveelvoudigen;
6. voor recht verklaart dat als uitgangspunt heeft te gelden dat bij de beoordeling van de vraag of een ondertiteling – die niet afkomstig is van een auteursrechthebbende op het filmwerk en/of met zijn toestemming is vervaardigd en derhalve moet worden gekwalificeerd als bewerking in de zin van artikel 13 Auteurswet – openbaar mag worden gemaakt of verveelvoudigd een afzonderlijke toetsing dient plaats te vinden aan de hand van artikel 10 lid 1 EVRM en/of artikel 11 lid 1 Europees Handvest;
primair tot en met meest subsidiair
7. voor recht verklaart dat voor het vervaardigen van ondertitels voor een filmwerk geen toestemming benodigd is van de auteursrechthebbende(n) van dat filmwerk;
8. voor recht verklaart dat het door Brein in haar sommaties a) niet concreet uiteenzetten voor welke auteursrechthebbende(n) zij optreedt, b) het niet melden hoe ver haar volmacht strekt alsmede c) het niet duidelijk maken welke auteursrechtelijk beschermde trekken zijn overgenomen, ieder afzonderlijk en in totaliteit als onzorgvuldig kwalificeert, in strijd is met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betamelijk is en daarmee onrechtmatig;
9. Brein veroordeelt in de kosten van deze procedure, waarbij voorwaardelijk – uitsluitend voor het geval de rechtbank oordeelt dat artikel 1019h Rv van toepassing is – een proceskostenveroordeling ex artikel 1019h Rv wordt gevorderd conform de door SLOV c.s. overgelegde urenspecificatie.
3.2.
SLOV c.s. legt, onder verwijzing naar de door haar gestelde feiten en in het geding gebrachte stukken, aan haar vorderingen ten grondslag dat ondertitels moeten worden aangemerkt als werk in de zin van de Auteurswet (hierna: Aw). Zij zijn zelfstandig beschermde werken. Voor het vervaardigen en openbaar maken van ondertitels is dus geen toestemming nodig. Voor zover ondertitels moeten worden aangemerkt als bewerking in de zin van artikel 13 Aw, geldt volgens SLOV c.s. dat deze bewerking legaal openbaar gemaakt en verveelvoudigd moet kunnen worden. Daarnaast zijn ondertitels expressies van degenen die de ondertitels maken. Het zijn uitingen van informatie en deze kwalificeren als inlichting die onder de vrijheid van meningsuiting en daarmee onder artikel 10 Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (hierna: EVRM) en artikel 11 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) moeten worden geschaard. Daarom moet steeds een afweging plaatsvinden tussen het beweerd geschonden auteursrecht en artikel 10 EVRM/11 Handvest. Met haar bejegening van de personen die zij aanspreekt handelt Brein onzorgvuldig en in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt. Aldus steeds SLOV c.s.