4.1.
Stichting SdB vordert - na eiswijziging – in de bewoordingen van de dagvaarding en de eiswijziging (de onderstrepingen in de tekst zijn telkens door de rechtbank aangebracht):
i. (dit petitum geldt voor de euribor-contracten afgesloten tot 1 februari 2009): de bank jegens de donateurs te veroordelen tot nakoming van het opslag- en wijzigingsbeding en wel in die zin dat voor recht wordt verklaard dat de opslag enkel en alleen in individuele gevallen kan worden gewijzigd volgens de in dat beding gegeven maatstaven, te weten 0,5% voor NHG-hypotheken (NHG=nationale hypotheek garantie), 0,7% voor standaard-hypotheken (tot 75% van de executiewaarde) en 1,0% voor tophypotheken (tot 125% van de executiewaarde), wanneer de individuele verhouding tussen de EW en de hoogte van de onderhavige hypothecaire lening wijzigt;
ii. (dit petitum geldt voor euribor-contracten afgesloten na 1 februari 2009): de bank jegens de donateurs te veroordelen tot nakoming van het opslag- en wijzigingsbeding en wel in die zin dat voor recht wordt verklaard dat de opslag enkel en alleen in individuele gevallen kan worden gewijzigd volgens de in dat beding geldende maatstaven, te weten 1,0% voor NHG-hypotheken (NHG=nationale hypotheek garantie), 1,2% voor standaard-hypotheken (tot 75% van de executiewaarde) en 1,3% (van 75% tot 100% van de executiewaarde) en 1,5% voor tophypotheken (tot 125% van de executiewaarde), wanneer de individuele verhouding tussen de EW en de hoogte van de onderhavige hypothecaire lening wijzigt;
iii. voor wat betreft de petita i en ii te verklaren voor recht dat de donateurs de bedragen overeenstemmende met de opgelegde verhogingen van de opslag onverschuldigd hebben betaald en met veroordeling van de bank om de reeds geïncasseerde bedragen (gerelateerd aan deze verhoogde opslag) aan de cliënten van de bank (euribor-klanten) te restitueren en deze restitutiebedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de momenten dat de gewraakte opslagverhogingen zijn betaald tot de dag der betalingen;
iv. (dit petitum geldt voor euribor-contracten afgesloten tot 1 februari 2009): voor recht te verklaren dat het opslagbeding zo moet worden uitgelegd dat de opslag enkel en alleen in individuele gevallen kan worden gewijzigd volgens de in dat beding geldende maatstaven, te weten 0,5% voor NHG-hypotheken (NHG=nationale hypotheek garantie), 0,7% voor standaard-hypotheken (tot 75% van de executiewaarde) en 1,0% voor tophypotheken (tot 125% van de executiewaarde), wanneer de individuele verhouding tussen de EW en de hoogte van de onderhavige hypothecaire lening wijzigt;
v. (dit petitum geldt voor euribor-contracten afgesloten na 1 februari 2009): voor recht te verklaren dat het opslagbeding zo moet worden uitgelegd dat de opslag enkel en alleen in individuele gevallen kan worden gewijzigd volgens de in dat beding geldende maatstaven, te weten 1,0% voor NHG-hypotheken (NHG=nationale hypotheek garantie), 1,2% voor standaard-hypotheken (tot 75% van de executiewaarde), 1,3% (van 75% tot 100% van de executiewaarde) en 1,5% voor tophypotheken (tot 125% van de executiewaarde), wanneer de individuele verhouding tussen de EW en de hoogte van de onderhavige hypothecaire lening wijzigt;
vi. voor wat betreft de petita iv en v te verklaren voor recht dat de donateurs de bedragen overeenstemmende met de opgelegde verhogingen van de opslag onverschuldigd hebben betaald en met veroordeling van de bank om de reeds geïncasseerde bedragen (gerelateerd aan deze verhoogde opslag) aan de cliënten van de bank (euribor-klanten) te restitueren en deze restitutiebedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de momenten dat de gewraakte opslagverhogingen zijn betaald tot de dag der betalingen;
vii. (dit petitum geldt voor euribor-contracten afgesloten tot 1 februari 2009): voor recht te verklaren dat de bank tekort is geschoten in haar zorgverplichting jegens de donateurs (dus onrechtmatig jegens de donateurs heeft gehandeld) en de bank te veroordelen tot schadevergoeding in natura daarin bestaande dat de overeenkomsten zodanig worden aangepast dat de opslag enkel en alleen in individuele gevallen kan worden gewijzigd volgens de in dat beding geldende maatstaven, te weten 0,5% voor NHG-hypotheken (NHG=nationale hypotheek garantie), 0,7% voor standaard-hypotheken (tot 75% van de executiewaarde) en 1,0% voor tophypotheken (tot 125% van de executiewaarde), wanneer de individuele verhouding tussen de EW en de hoogte van de onderhavige hypothecaire lening wijzigt;
viii. (dit petitum geldt voor euribor-contracten afgesloten na 1 februari 2009): voor recht te verklaren dat de bank tekort is geschoten in haar zorgverplichting jegens de donateurs (dus onrechtmatig jegens de donateurs heeft gehandeld) en de bank te veroordelen tot schadevergoeding in natura daarin bestaande dat de overeenkomsten zodanig worden aangepast dat de opslag enkel en alleen in individuele gevallen kan worden gewijzigd volgens de in dat beding geldende maatstaven, te weten 1,0% voor NHG-hypotheken (NHG=nationale hypotheek garantie), 1,2% voor standaard-hypotheken (tot 75% van de executiewaarde), 1,3% (van 75% tot 100% van de executiewaarde) en 1,5% voor tophypotheken (tot 125% van de executiewaarde), wanneer de individuele verhouding tussen de EW en de hoogte van de onderhavige hypothecaire lening wijzigt;
ix. voor wat betreft de petita vii en viii te verklaren voor recht dat de donateurs de bedragen overeenstemmende met de opgelegde verhogingen van de opslag onverschuldigd hebben betaald en met veroordeling van de bank om de reeds geïncasseerde bedragen (gerelateerd aan deze verhoogde opslag) aan de cliënten van de bank (euribor-klanten) te restitueren en deze restitutiebedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de momenten dat de gewraakte opslagverhogingen zijn betaald tot de dag der betalingen;
x. (dit petitum geldt voor euribor-contracten afgesloten tot 1 februari 2009): voor recht te verklaren dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de bank een beroep kan doen op het wijzigingsbeding als onderdeel van het opslagbeding voor zover dat een verplichting inhoudt om meer te betalen dan 0,5% voor NHG-hypotheken (NHG=nationale hypotheek garantie), 0,7% voor standaard-hypotheken (tot 75% van de executiewaarde) en 1,0% voor tophypotheken (tot 125% van de executiewaarde) als opslag boven de euribor-rente;
xi. (dit petitum geldt voor euribor-contracten afgesloten na 1 februari 2009): voor recht te verklaren dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de bank een beroep kan doen op het wijzigingsbeding als onderdeel van het opslagbeding voor zover dat een verplichting inhoudt om meer te betalen dan 1,0% voor NHG-hypotheken (NHG=nationale hypotheek garantie), 1,2% voor standaard-hypotheken (tot 75% van de executiewaarde), 1,3% (van 75% tot 100% van de executiewaarde) en 1,5% voor tophypotheken (tot 125% van de executiewaarde) als opslag boven de euribor-rente;
xii. voor wat betreft de petita x en xi te verklaren voor recht dat de donateurs de bedragen overeenstemmende met de opgelegde verhogingen van de opslag onverschuldigd hebben betaald en met veroordeling van de bank om de reeds geïncasseerde bedragen (gerelateerd aan deze verhoogde opslag) aan de cliënten van de bank (euribor-klanten) te restitueren en deze restitutiebedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de momenten dat de gewraakte opslagverhogingen zijn betaald tot de dag der betalingen;
xiii. het wijzigingsbeding als onderdeel van het opslagbeding te vernietigen – oneerlijke bedingen, misleiding, oneerlijke handelspraktijken en schending Wft – althans dit beding ongedaan te maken als vorm van schadevergoeding (anders dan in geld);
xiv. het wijzigingsbeding als onderdeel van het opslagbeding te vernietigen – onredelijk bezwarendheid van het opslagbeding – althans te verstaan dat dit beding is vernietigd, althans voor recht te verklaren dat dit beding nietig is;
xv. te verstaan, althans voor recht te verklaren – PECL, Unidroit, contra proferentem, Haviltex – dat de bank het wijzigingsbeding als onderdeel van het opslagbeding niet geldend kan maken;
xvi. het wijzigingsbeding als onderdeel van het opslagbeding te vernietigen – dwaling – althans de gevolgen van het wijzigingsbeding ter opheffing van het door de donateurs geleden en te lijden nadeel te wijzigen in die zin dat het geen onderdeel uitmaakt van het contract tussen partijen;
xvii. het wijzigingsbeding als onderdeel van het opslagbeding te ontbinden – wanprestatie, onvoorziene omstandigheden en schending codes – althans dit ontbonden te verklaren;
xviii. te verstaan, althans voor recht te verklaren – misbruik van bevoegdheid (willekeur) en naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid - dat de bank de bevoegdheid uit het wijzigingsbeding als onderdeel van het opslagbeding niet kan inroepen jegens de ongeveer 6000 euribor-klanten van de bank;
xix. voor wat betreft de euribor-contracten afgesloten tot 1 februari 2009 de bank te verbieden de opslag te wijzigen, anders dan volgens de individuele maatstaven, te weten 0,5% voor NHG-hypotheken (NHG=nationale hypotheek garantie), 0,7% voor standaard-hypotheken (tot 75% van de executiewaarde) en 1,0% voor tophypotheken (tot 125% van de executiewaarde) en voor wat betreft de euribor-contracten afgesloten na 1 februari 2009 de bank te verbieden de opslag te wijzigen, anders dan volgens de individuele maatstaven, te weten 1,0% voor NHG-hypotheken (NHG=nationale hypotheek garantie), 1,2% voor standaard-hypotheken (tot 75% van de executiewaarde) en 1,5% voor tophypotheken (tot 125% van de executiewaarde;
xx. voor wat betreft de petita xiii tot en met xix te verklaren voor recht dat de donateurs de bedragen overeenstemmende met de opgelegde verhogingen van de opslag onverschuldigd hebben betaald en met veroordeling van de bank om de reeds geïncasseerde bedragen (gerelateerd aan deze verhoogde opslag) aan de cliënten van de bank (euribor-klanten) te restitueren en deze restitutiebedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de momenten dat de gewraakte opslagverhogingen zijn betaald tot de dag der betalingen;
xxi. de bank te bevelen om de verhoging van de opslag ongedaan te maken c.q. voor recht te verklaren dat de opslag, zoals door de bank doorgevoerd, contractuele grondslag ontbeert en met als sequeel om de bank te veroordelen om de reeds geïncasseerde bedragen (gerelateerd aan deze verhoogde opslag) aan de cliënten van de bank (euribor-klanten) te restitueren en deze restitutiebedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de momenten dat de gewraakte opslagverhogingen zijn betaald tot de dag der betalingen;
xxii. te verstaan dat de door de bank opgevoerde kostenposten ter rechtvaardiging van het verhogen van de opslag naar objectieve maatstaven niet kunnen leiden tot deze verhoging;
xxiii. (op basis van het kopje “het rapport van Rossum” hiervoor [bij de conclusie van repliek, rb] en ingevolge productie 63 hiervoor [bij de conclusie van repliek, rb]) voor recht te verklaren dat de door de bank opgevoerde kostenposten ter rechtvaardiging van het verhogen van de opslag in 2009 en 2012 er toe dienen te leiden dat deze opslag althans per 1 januari 2013 dient te worden vastgesteld op 0,8% voor NHG-hypotheken, 1% voor standaardhypotheken (tot 75% van de executiewaarde), 1,1% voor hypotheken ter hoogte van tussen de 76%-100% van de executiewaarde en 1,3% voor de hypotheken boven de 100% executiewaarde, ongeacht of deze hypotheken tot of na 1 februari 2009 zijn afgesloten;
xxiv. voorts te verklaren voor recht dat de donateurs de bedragen, die vanaf 1 januari 2013 de genoemde opslagen in petitum xxiii hiervoor te boven gaan onverschuldigd hebben betaald en met de veroordeling van de bank om de reeds geïncasseerde bedragen (gerelateerd aan de te hoge opslagen) aan de cliënten van de bank (euribor-klanten) te restitueren en deze restitutiebedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment dat de te hoge opslagen zijn betaald tot de dag der betalingen;
xxv. (op basis van productie 27 [bij de dagvaarding van Stichting SdB, rb.] en in het bijzonder de bijlage bij de brief van januari 2013 bij conclusie van antwoord zijdens de bank) de door de bank in de Nieuwsbrief van januari 2013 aan haar leningnemers gecommuniceerde criteria voor de situaties waarin en de wijze waarop de opslag gewijzigd dient te worden als maatstaven vast te stellen en deze opslag vervolgens vast te stellen, alsmede vast te stellen wanneer, hoeveel en onder welke voorwaarden de opslag moet worden verlaagd;
xxvi. al dan niet op basis van een uit te brengen deskundigenbericht een maatstaf te geven, volgens welke kan worden bepaald welke kostenposten wel en welke niet in de opslag kunnen doorwerken en om vervolgens de hoogte van de opslag te bepalen, c.q. naar objectieve maatstaven vast te stellen welke kostenposten kunnen leiden tot verhoging van de onderhavige opslag en deze opslag vervolgens vast te stellen, alsmede naar objectieve maatstaven vast te stellen wanneer, hoeveel en onder welke voorwaarden de opslag moet worden verlaagd;
- voor wat betreft de hiervoor bedoelde FA-groep [de euribor-hypotheken van Fortis bedoeld in 3.12.1, rechtbank] de bank te verbieden om voor de resterende looptijd van de hypothecaire leningen de opslag, die als vast is aangeduid in de offerte, boven het euribor-tarief te verhogen, op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van € 1.000,00 per dag en per donateur voor iedere dag dat de bank de opslag verhoogd houdt;
xxvii. de bank te veroordelen in de kosten van deze procedure aan de zijde van Stichting SdB gevallen, het griffierecht en de andere verschotten daaronder begrepen;´
xxviii. het vonnis, behoudens de gevraagde declaratoiren, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.