2.2.
Een persbericht van de Europese Commissie (hierna: de Commissie) (IP/10/1487) houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:
“[…] De Europese Commissie heeft elf luchtvrachtbedrijven voor in totaal 799.445.000 EUR geldboeten opgelegd omdat zij betrokken waren bij een internationaal kartel waarvan het luchtvrachtvervoer binnen de Europese Economische Ruimte (EER) te lijden had. Bij de elf luchtvrachtbedrijven die een geldboete opgelegd kregen, gaat het om bekende luchtvaartmaatschappijen: Air Canada, Air France-KLM, British Airways, Cathay Pacific, Cargolux, Japan Airlines, LAN Chile, Martinair, SAS, Singapore Airlines en Qantas. Zes jaar lang coördineerden deze luchtvrachtbedrijven hoe zij voor brandstof- en veiligheidstoeslagen te werk zouden gaan; ook zagen zij er op toe dat geen kortingen werden toegestaan. [naam 1] (en haar dochter [naam 2]) kreeg in het kader van de clementieregeling van de Commissie volledige boete-immuniteit, omdat zij als eerste met informatie over het kartel kwam.
[…] De kartelleden coördineerden zes jaar lang (van december 1999 tot februari 2006) diverse tariefelementen. De kartelregelingen verliepen via talrijke contacten tussen luchtvaartmaatschappijen, zowel op bilateraal als multilateraal niveau. Daarbij ging het over vluchten van, naar en binnen de EER. Luchtvaartmaatschappijen leveren luchtvrachtvervoersdiensten in de eerste plaats aan expediteurs, die het vervoer van deze goederen (samen met de nodige diensten en formaliteiten) regelen voor verzenders.
Bij het bepalen van de boetebedragen hield de Commissie rekening met de omzet van de betrokken ondernemingen op de betreffende markt, maar ook met het feit dat het een zeer zware inbreuk betrof, dat het kartel de hele EER bestreek en met de lange looptijd ervan.
Voor alle maatschappijen werd de omzet op de routes tussen de EER en derde landen met 50% verlaagd, om rekening te houden met het feit dat op deze routes een deel van de door het kartel veroorzaakte schade buiten de EER viel. […] Alle maatschappijen kregen een boetekorting van 15% omdat het algemene reguleringskader in deze sector kan worden gezien als een aanmoediging om tarieven te coördineren. […]
[naam 1] (en haar dochter [naam 2]) kreeg in het kader van de clementieregeling van de Commissie volledige boete-immuniteit, omdat zij de aandacht van de Commissie op het bestaan van het kartel vestigde en omdat zij met waardevolle informatie is gekomen. In het kader van diezelfde clementieregeling hebben de volgende maatschappijen een boetekorting kregen: Martinair (50%), Japan Airlines (25%), Air France-KLM (20%), Cathay Pacific (20%), LAN Chile (20%), Qantas (20%), Air Canada (15%), Cargolux (15%), SAS (15%) en British Airways (10%).
Particulieren of ondernemingen die van concurrentiebeperkende praktijken zoals in deze zaak te lijden hebben, kunnen de zaak voor de nationale rechter brengen en schadevergoeding eisen. Zowel de rechtspraak van de EU-rechter als Verordening (EG) nr. 1/2003 bevestigen dat een besluit van de Commissie voor de nationale rechter als bindend bewijsmateriaal kan worden gebruikt dat de praktijken hebben plaatsgevonden en verboden waren. Zelfs indien de Commissie de betrokken ondernemingen geldboeten heeft opgelegd, kunnen toch schadevergoedingen worden toegekend zonder dat deze hoeven te worden verlaagd omdat de Commissie al een geldboete heeft opgelegd.
De Commissie vindt dat schadeclaims die een goede slaagkans maken, moeten inzetten op een billijke compensatie van de geleden schade voor de slachtoffers van een inbreuk. Over schadeclaims in antitrustzaken is een witboek gepubliceerd (zie [nummer]). Meer informatie over het witboek, met onder meer een publiekssamenvatting, is te vinden onder:
Voor meer informatie over de strijd van de Commissie tegen kartels, zie [nummer].”
2.4.
SCC heeft – gepretendeerde – vorderingen van derden overgenomen, stellende dat die derden, als gevolg van handelen van (onder meer) KLM c.s. schade hebben geleden.