CCCP en KRO voeren – samengevat en voor zover van belang – het volgende verweer. Media Markt heeft in strijd met de waarheidsplicht van artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verklaard dat in haar huisreglement, dat kort samengevat te lezen valt op borden die bij de ingang zijn geplaatst, is opgenomen dat geen foto en/of filmopnamen mogen worden gemaakt. Op 29 juli 2014 hing er, anders dan Media Markt beweert, een bord bij de ingang waarop die regel niet voorkwam. Deze schending van de waarheidsplicht is in strijd met een behoorlijke procesorde en reeds daarom moeten de vorderingen worden afgewezen.
De vorderingen van Media Markt zijn voorts in strijd met het uit artikel 10 EVRM en artikel 7 van de Grondwet (Gw) voortvloeiende verbod op voorafgaand toezicht op de media. Artikel 7 Gw bepaalt dat niemand voorafgaand verlof nodig heeft voor het openbaren van gedachten of gevoelens via welk middel dan ook. Daarbij maakt het geen verschil of het gaat om onderzoeksjournalistiek of om een amusementsprogramma; ook dat laatste geniet bescherming op grond van artikel 7 Gw en artikel 10 EVRM. Slechts bij hoge uitzondering kan een beperking worden opgelegd ten aanzien van de openbaarmaking van een nog niet uitgezonden programma. Van CCCP kan bovendien niet worden verwacht dat zij de voorgenomen publicaties vooraf ter goedkeuring aan Media Markt of aan de rechter aanbieden, daarover is de jurisprudentie duidelijk (zie onder meer EHRM 10 mei 2011, EHRC 2011/108, Mosley vs. UK). Voor een preventief verbod is niet voldoende dat de onrechtmatigheid van de uitzending aannemelijk is, maar bovendien moeten de voor Media Markt nadelige gevolgen van de openbaarmaking niet meer door middel van een na uitzending uit te spreken veroordeling kunnen worden hersteld.
Verder voert CCCP nog aan dat geen sprake is van onrechtmatigheid omdat de winkel van Media Markt een voor het publiek toegankelijke plaats is, en omdat in de geplande uitzending slechts beelden zullen worden getoond die zijn gemaakt met de handcamera en geen verborgen camerabeelden te zien zullen zijn. Aan de voorwaarden van artikel 139f Sr is dan ook niet voldaan. Van lokaalvredebreuk is evenmin sprake, nu de CCCP medewerkers niet is gevraagd zich te verwijderen.
Voorts valt niet in te zien waaruit de schade bestaat die Media Markt stelt te lijden. [presentator 1] heeft zich in de winkel keurig gedragen en klanten te woord gestaan en het is niet de bedoeling van het programma om Media Markt in diskrediet te brengen. Van de klanten die te zien zijn in de uitzending zullen de gezichten worden geblurd, zodat er geen strijd is met het portretrecht van die klanten en wordt tegemoet gekomen aan hun privacybelangen. Bovendien zijn zij geen partij in deze procedure.
De vorderingen van Media Markt moeten worden afgewezen.