2.3.In zijn brief van 5 februari 2018 aan de Tweede Kamer heeft staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de heer R.W. Knops (zie Kamerstukken II 2017/2018, 31 568, nr. 196, pag. 1,2) de bevindingen van de Commissie als volgt samengevat:
“De commissie stelt vast dat Sint Eustatius op zowel sociaaleconomisch als fysiek terrein in sterk verwaarloosde staat verkeert. Het eiland kampt met vraagstukken als armoede, werkloosheid, gebrek aan economische ontwikkeling, jeugd- en gezinsproblemen, erosie, en onvoldoende afvalverwerking. De kwaliteit van de infrastructuur, van het woningbestand en van overheidsgebouwen is veelal slecht. Veel van de Statianen die met de commissie gesproken hebben, maken zich zorgen over de verwaarloosde staat van het eiland.
Daarnaast heerst er een ongunstig ondernemings- en investeringsklimaat, met elementen van willekeur. Lokale belastingen worden wel geheven, maar niet altijd geïnd en toezicht en handhaving worden selectief toegepast. De vergunningverlening en andere procedures kennen een lange doorlooptijd en soms een discriminatoire uitkomst. Door de orkanen van september jl. is de toeristensector onder druk komen te staan, en zijn de prijzen flink gestegen. Ondernemers achten een gesprek met de overheid zinloos, of zijn bang dat kritiek tot repercussies zal leiden.
Vanuit verschillende instituties wordt opgemerkt dat het Statiaanse bestuur niet geïnteresseerd is in zaken als natuur, cultuur of economische ontwikkeling. Geldstromen blijven uit. Bovendien nemen ze een tendens waar, waarbij het bestuur uitbestede taken in eigen beheer wil nemen, ongeacht of het daartoe de benodigde expertise heeft.
Op bestuurlijk vlak wordt de situatie gekenmerkt door wetteloosheid, financieel wanbeheer, het negeren van ander wettelijk gezag, discriminatie, intimidatie en het nastreven van persoonlijke macht. In het bestuurscollege noch in de eilandsraad worden de voorgeschreven besluitvormingsprocessen gevolgd. De eilandsraad controleert niet, maar is vervloeid met het bestuurscollege. Het bestuurscollege functioneert niet als college. De twee gedeputeerden laten zich sturen door één van de (voormalige) fractievoorzitters van de eilandsraad. Op hun beurt zijn zij van mening dat de gezaghebber moet doen wat zij willen.
De onderlinge verhoudingen binnen het bestuurscollege en tussen de coalitie en de oppositie zijn ernstig verstoord. Tussen het Nederlandse bestuur en het bestuur van Sint Eustatius zijn de verbindingen vrijwel geheel verbroken. In de eilandsraad zijn per motie de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en
Saba (WolBES) en de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (FinBES) in de ban gedaan. De goedkeuringsprocedure met betrekking tot personele beslissingen wordt niet langer gevolgd en in- en toestemmingsprocedures evenmin.
Ter legitimatie van zijn gedrag beroept het bestuur zich op het recht op zelfbeschikking en de daaruit voortvloeiende bestuurlijke autonomie. Het verlangen naar meer autonomie is volgens de commissie nog te rechtvaardigen, maar de invulling daarvan behoort de uitkomst van een debat te zijn en niet het eenzijdige dictaat van een eilandsbestuur. Alle burgers die met de commissie spreken hebben kritiek op het lokale bestuur. Het gedrag van het huidige bestuur wordt ervaren als «destructief» en «erger dan ooit».
De commissie constateert dat het bestuur van Sint Eustatius zich heeft afgewend van de bestaande rechts- en staatsorde en niet meer bereid is de eigenmachtig toegeëigende autonomie weer los te laten. Er zijn volgens de commissie geen mogelijkheden meer om de bestuurlijke situatie in goed overleg te herstellen, nu het huidige bestuur van Sint Eustatius die weg door de wijze waarop het zich opstelt richting Nederland definitief heeft afgesloten.”
De staatssecretaris geeft verder aan dat de Commissie concludeert:
“dat de mogelijkheden om de situatie te verbeteren door het benutten van de reguliere instrumenten zijn uitgeput. Gelet op de bestuurlijke wanorde op vrijwel alle terreinen en de wetteloosheid binnen het bestuur, constateert de commissie grove taakverwaarlozing. Daarop is maar één antwoord mogelijk, aldus de commissie: bestuurlijk ingrijpen door Nederland door de aanstelling van een regeringscommissaris op grond van artikel 132, vijfde lid, in samenhang met artikel 132a van de Grondwet.”
2.5.Op grond van artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet is de eilandsraad ontbonden, zijn de eilandgedeputeerden van hun functies ontheven en is de waarnemend gezaghebber eervol ontslagen. Op grond van het tweede lid van genoemd artikel zijn een regeringscommissaris en een plaatsvervangend regeringscommissaris benoemd. Ingevolge artikel 3 lid 1 van de Tijdelijke wet oefent de regeringscommissaris alle taken en bevoegdheden uit die in de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: WolBES) of enige andere wet aan de eilandsraad, het bestuurscollege of de gezaghebber zijn opgedragen.