2.1.1 Belanghebbende is een woningcorporatie. Zij exploiteert onder meer sociale huurwoningen. In 2011 heeft belanghebbende in het kader van verschillende herontwikkelingsprojecten in totaal 90 van haar sociale huurwoningen gesloopt (hierna: de sloopwoningen) en daarvoor in de plaats 66 nieuwe sociale huurwoningen, 27 vrijesectorhuurwoningen en 20 koopwoningen gebouwd dan wel laten bouwen.
2.1.2 De Inspecteur heeft bij beschikking het verlies van belanghebbende voor het jaar 2011 vastgesteld op € 4.139.612, overeenkomstig de aangifte. Belanghebbende heeft tegen deze verliesvaststellingsbeschikking bezwaar gemaakt en onder meer verzocht om afwaardering van de sloopwoningen tot de marktwaarde van hun ondergrond; aan de opstallen kende zij een waarde van nihil toe.
2.1.3 De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar het verlies voor het jaar 2011 nader vastgesteld op € 19.156.240, waarvan € 10.330.482 betrekking heeft op afwaardering van de sloopwoningen tot de lagere bedrijfswaarde van de opstallen en ondergrond. De daarbij door hem aan de opstallen toegekende waarde bedraagt € 6.339.254.
2.2.1 Bij het Hof was in geschil of belanghebbende de sloopwoningen verder ten laste van de winst mag afwaarderen, tot beneden de hiervoor in 2.1.3 bedoelde bedrijfswaarde ervan, en wel tot uitsluitend de marktwaarde van de ondergrond zodat zij de waarde van de opstallen op nihil mag stellen.
2.2.2 Het Hof heeft tot uitgangspunt genomen dat, indien een bestaand gebouw wordt opgeofferd ten behoeve van de stichting van een nieuw gebouw, de boekwaarde dan wel de lagere bedrijfswaarde van het gesloopte gebouw wordt gerekend tot de kostprijs van dat nieuw gestichte gebouw.
2.2.3 Volgens het Hof doet hetgeen de Hoge Raad in zijn arrest van 21 april 1993, ECLI:NL:HR:1993:BH8556 (hierna: het warenhuisarrest), heeft geoordeeld, aan dit uitgangspunt niet af. Het is aan belanghebbende, aldus het Hof, om de feiten en omstandigheden aan te voeren en, bij betwisting daarvan door de Inspecteur, aannemelijk te maken die de conclusie kunnen dragen dat goed koopmansgebruik in haar geval ertoe leidt dat zij, in afwijking van hetgeen hiervoor in 2.2.2 is vermeld, de boekwaarde van de gesloopte opstallen ineens ten laste van het resultaat van 2011 kan brengen en derhalve niet tot de kostprijs van de nieuwbouwwoningen hoeft te rekenen. Het Hof acht belanghebbende daarin niet geslaagd.