HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 18/05004
Datum 6 maart 2020
1. NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
2. ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Utrecht,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: NN c.s.,
advocaten: D.M. de Knijff en M.S. van der Keur,
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk in enkelvoud: [verweerders],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/16/358413/HA ZA 13-932 van de rechtbank Midden-Nederland van 12 februari 2014, 14 januari 2015, 30 september 2015 en 12 oktober 2016;
-
het arrest in de zaak 200.208.731 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 september 2018.
NN c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] heeft geen verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor NN c.s. toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van NN c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
Dit arrest is gewezen door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 6 maart 2020.