Bij brief van 26 november 2015 maakt gemachtigde namens belanghebbende bezwaar tegen een nieuw nader onderzoek. Ter motivering merkt hij onder meer het volgende op:
“De belastingdienst heeft gedurende 7,5 jaar diepgaand en intensief onderzoek gedaan en niets kunnen vinden. Dit onderzoek was inmiddels afgerond en heeft geresulteerd in een voornemen uitspraak op bezwaar waarover partijen definitief overeenstemming hadden bereikt.
De wens van de belastingdienst (…) om na 7,5 jaar diepgaand onderzoek, waarbij;
- de gehele administratie en alle bankafschriften, zowel zakelijk als privé, over de jaren 2003 –
2011 zijn onderzocht,
- het gehele vermogensverloop van cliënte over de periode 2003-2011 is onderzocht, logisch natrekbaar is gebleken en akkoord is bevonden,
- niets in het nadeel van mijn cliënte is gevonden,
- de belastingdienst heeft erkend geen bewijs voor de ingenomen stellingen in het controlerapport boekenonderzoek uit 2008 te hebben kunnen vinden,
- het afgeronde boekenonderzoek heeft geresulteerd in een herhaald voornemen uitspraak op bezwaar in 2015,
- de zaak zich in de definitieve eindfase van afwikkeling bevond,
- partijen definitief overeenstemming hadden bereikt,
- een beëdigde getuigenverklaring waarin onder ede wordt verklaard dat alle beschuldigingen ten aanzien van [belanghebbende] te kwader trouw door derden achter de schermen zijn opgezet en georkestreerd om [belanghebbende] uit te schakelen, bekend is geworden,
- deze getuigenverklaring in lijn ligt met de bevindingen van de belastingdienst omdat in 7,5 jaar durend diepgaand onderzoek geen bewijs tegen [belanghebbende] is gevonden (…),
toch een nieuw nader onderzoek tegen belanghebbende op te willen starten, zonder bewijs, zonder nieuwe feiten en zonder redelijk op bewijs en deugdelijke gronden gebaseerd vermoeden en verdenking, is onrechtmatig.
(…)
Hierbij stel ik de belastingdienst formeel wegens onrechtmatige daad jegens [belanghebbende] aansprakelijk voor alle door [belanghebbende] geleden materiële en immateriële schade (….)
Uitsluitend (…) om een risico op een informatiebeschikking te voorkomen bied ik uiterst subsidiair aan om de belastingdienst voor de derde maal te voorzien van bankafschriften.”