Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2022:2541

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-04-2022
Datum publicatie
04-04-2022
Zaaknummer
21-005324-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft de drie verdachten die betrokken waren bij een vastgoedbedrijf veroordeeld wegens het medeplegen van oplichting, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachten tot dat feit opdracht hebben gegeven dan wel feitelijk leiding hebben gegeven aan de verboden gedragingen.

In alle drie de zaken zijn procesafspraken gemaakt tussen de verdediging en het openbaar ministerie. Het hof heeft in het arrest gemotiveerd aangegeven waarom het niet aansluit bij de gemaakte procesafspraken.

De drie verdachten hebben door middel van oplichtingspraktijken geld van niets vermoedende slachtoffers afhandig gemaakt. De slachtoffers is voorgespiegeld dat zij op een veilige manier hoge rendementen konden behalen door geld te investeren in vastgoed in Polen. Een deel van het ingelegde geld is uitgeleend aan een bedrijf in Polen, zonder dat daar enige zekerheid tegenover stond. Een groot aantal slachtoffers ondervindt nog steeds de negatieve financiële gevolgen van het handelen van de verdachten.

Gelet op de forse overschrijding van de termijn waarbinnen een strafzaak afgedaan moet worden in eerste aanleg en in hoger beroep heeft het hof de op te leggen straffen gematigd.

Verder zijn de verdachten veroordeeld tot vergoeding van schade aan een groot aantal benadeelden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-005324-18

Uitspraak d.d.: 1 april 2022

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 18 september 2018 met parketnummer 06-922002-13 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1956,

wonende te [adres] .

1 Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

2 Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft de verdachte veroordeeld ter zake het onder 1 primair ten laste gelegde oplichting van de benadeelden [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en heeft de verdachte vrijgesproken van de oplichting van de overige in de tenlastelegging genoemde personen. De verdachte heeft onbeperkt hoger beroep tegen het vonnis ingesteld. Naar het oordeel van het hof is het onder 1 ten laste gelegde impliciet cumulatief ten laste gelegd en richt het hoger beroep zich dus mede tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraken.

Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte dan ook niet‑ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken ter zake van de oplichting van de personen [betrokkene 5] , [betrokkene 6] , [betrokkene 7] , [betrokkene 8] ,
[betrokkene 9] , [betrokkene 10] , [betrokkene 11] , [betrokkene 12] , [betrokkene 13] , [betrokkene 14] ,
[betrokkene 15] , [betrokkene 16] , [betrokkene 17] , [betrokkene 18] , [betrokkene 19] en/of [betrokkene 20] , [betrokkene 21] en [betrokkene 22] .

3 Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 2 maart 2022 (inhoudelijke behandeling) , 9 maart 2022 (requisitoir, pleidooi en laatste woord verdachte) en 1 april 2022 (sluiting onderzoek), en overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, zal vernietigen en te dien aanzien opnieuw rechtdoende zal bewezen verklaren hetgeen aan verdachte onder 1 primair is ten laste gelegd en verdachte zal veroordelen tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot een taakstraf voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis.

Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard ten aanzien van de onder 1 meer meer subsidiair, 1 meer meer meer subsidiair, 1 uiterst subsidiair, 2 primair en subsidiair, 3 primair en subsidiair, 4A primair en subsidiair en 4B ten laste gelegde feiten omdat deze feiten verjaard zijn en het recht tot strafvervolging daardoor is komen te vervallen.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. R.W. van Faassen, alsmede door verschillende ter zitting aanwezige benadeelde partijen naar voren is gebracht.

3.1.

Procesafspraken

Op 25 februari 2022 heeft het hof van de advocaat-generaal per email een brief ontvangen waarin procesafspraken tussen het openbaar ministerie en de verdachte worden aangekondigd.

Ook in hoger beroep is het mogelijk dat partijen procesafspraken maken over de afdoening. Dergelijke afspraken kunnen ook aansluiten bij het karakter van het voortbouwend appel. Het is echter aan het hof om te beoordelen of die overeengekomen afdoening in het voorliggende geval passend is.

Zoals vermeld zijn procesafspraken niet bij voorbaat onmogelijk. In dit geval waren er veel benadeelde partijen betrokken en was het daardoor praktisch onmogelijk hen voorafgaande aan de zitting bij het opstellen van de procesafspraken te betrekken.

Het hof heeft om die reden aangegeven dat het voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling geen uitspraak zou doen omtrent de aanvaardbaarheid van die procesafspraken. Het hof heeft daarbij aangegeven dat een niet onbelangrijke factor is (niet de enige) wat de gevolgen van de afspraken voor de benadeelde partijen zijn. Andere factoren zijn bijvoorbeeld efficiency, duidelijkheid voor de andere betrokken partijen en effectiviteit.

Het hof sluit zich niet aan bij de gemaakte procesafspraken. Het hof constateert dat onder de huidige omstandigheden bij het volgen van de procesafspraken de zaak niet snel zal zijn afgedaan, waarmee een efficiënte rechtspleging zou zijn gediend, en er geen zekerheid is dat binnen zeer korte tijd voor de benadeelde partijen een in kracht van gewijsde gegane uitspraak over hun vorderingen komt. De verdediging heeft immers aangegeven beroep in cassatie te zullen instellen, zij het met het enkele doel enkele maanden meer de tijd te hebben om een regeling te treffen ten behoeve de benadeelde partijen. Het feit dat de verdediging heeft aangekondigd beroep in cassatie in te zullen stellen om tijd te winnen voor het treffen van een regeling is niet doorslaggevend voor de beslissing van het hof om de procesafspraken niet te volgen. Ook speelt een rol dat de in de procesafspraken opgenomen straftoemeting te zeer afwijkt van hetgeen het hof passend en geboden acht.

4 Voorvragen

4.1.

De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

4.1.1

Verjaring

Artikel 70, eerste lid en onder 2 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat het recht op strafvordering voor een delict waarop een gevangenisstraf is gesteld van maximaal 3 jaar vervalt na 6 jaar. Artikel 72, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat het recht tot strafvordering vervalt vanaf de dag waarop de oorspronkelijke verjaringstermijn is aangevangen een periode is verstreken die gelijk is aan twee maal de voor het misdrijf geldende verjaringstermijn.


Voor verduistering geldt een maximum gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, voor alle tenlastegelegde economische delicten geldt een maximum gevangenisstraf voor de duur van twee jaren.


Het gaat in casu om voortdurende delicten waarbij de verjaring op zijn laatst aanvangt uiterlijk op de einddatum van de tenlastegelegde periode. Voor het onder 1 meer meer subsidiair, meer meer meer subsidiair en uiterst subsidiair ten laste gelegde verduistering is dat op 31 december 2009. Voor de ten laste gelegde economische delicten is dat respectievelijk op 31 december 2006 of op 31 december 2009. Verdachte is in hoger beroep voor het eerst opgeroepen voor de zitting van 2 maart 2022. Derhalve zijn de onder 1 meer meer subsidiair, meer meer meer subsidiair en uiterst subsidiair, 2 primair en subsidiair, 3 primair en subsidiair , 4A primair, subsidiair en meer subsidiair en 4B primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feiten verjaard en is het recht op strafvordering vervallen, zodat het openbaar ministerie in zoverre niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging.

4.1.2.

Verdere verweren ten aanzien van de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De raadsman heeft aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de redelijke termijn is overschreden. De raadsman heeft daartoe het volgende aangevoerd. De eerste daad van vervolging heeft op 15 februari 2010 plaatsgevonden. De politie heeft het eindproces-verbaal op 8 juli 2011 aangeleverd. De eerste zitting bij de rechtbank vond daarop plaats op 21 januari 2014. De rechtbank heeft op 18 september 2018 vonnis gewezen.

Op 21 september 2018 is namens verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank. De eerste zitting bij het hof vond plaatst op 2 maart 2022. Ten tijde dat het hof arrest wijst zal er ruim 3,5 jaar verstreken zijn. Ook in hoger beroep is de redelijke termijn aanzienlijk overschreden.

Daarnaast is de verdediging ernstig gehinderd in de waarheidsvinding. Zo is niet komen vast te staan of het door [rechtspersoon 1] overgemaakte geld door [rechtspersoon 2] is ontvangen, of er winst is gemaakt met het project [project 1] , of die winst is geherinvesteerd in het project [project 2] , of er is gebouwd met dat geld. De getuige [getuige] heeft verklaard dat de grond eigendom is van [project 3] en dat [project 3] niet failliet is. Hiernaar is geen onderzoek gedaan. Het is allemaal niet gecheckt. Het voeren van de verdediging wordt daardoor ernstig gehinderd. Het is de verdediging niet mogelijk gebleken aan te tonen dat er wel investeringen in Polen zijn gedaan. Het nadeel dat daardoor is veroorzaakt is dat de verdediging ernstig is gehinderd alsmede het feit dat sommige getuigen niet of pas jaren na dato gehoord konden worden.

De raadsman heeft aangegeven dat dit onherstelbare verzuimen zijn in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. De geschonden norm is naast de overschrijding van de redelijke termijn, artikel 6 van het EVRM, het eerlijke proces. Deze verzuimen, het belang van de geschonden voorschriften, de ernst van de verzuimen en het nadeel dat daaruit voor de verdediging is voortgevloeid is zodanig dat de enige passende sanctie daarop is de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie.

Het oordeel van het hof over deze verweren

Bij de beoordeling van de vraag of de behandeling van de zaak binnen de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM heeft plaatsgevonden, moeten het tijdsverloop tijdens de eerste aanleg en dat tijdens het hoger beroep afzonderlijk worden beoordeeld. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de behandeling van de zaak op de zitting dient te zijn afgerond met in eerste aanleg een einduitspraak binnen twee jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, en dat in de fase van het hoger beroep een einduitspraak wordt gedaan binnen twee jaar nadat het rechtsmiddel is ingesteld.

Gelet op het vorenstaande acht het hof zowel de redelijke termijn in eerste aanleg als in hoger beroep overschreden.

Het hof houdt evenwel vast aan de vaste jurisprudentie dat overschrijding van de redelijke termijn niet leidt tot de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging, ook niet in uitzonderlijke gevallen en bepaalt dat de overschrijding van de redelijke termijn niet aan de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de weg staat. Uitzonderlijk is dit geval echter zeker. Het hof acht de overschrijding van de redelijke termijn extreem en zal dat oordeel betrekken bij de bepaling van de strafmaat.

Voorts heeft de verdediging aangevoerd ernstig te zijn gehinderd in de waarheidsvinding en dat daardoor geen sprake is van een eerlijk proces. Het hof wil wel aannemen dat door het verloop van de tijd het onderzoek naar de feiten moeilijker wordt, echter dit leidt er niet toe dat er sprake is van een oneerlijk proces. Het verwijt dat verdachte wordt gemaakt concentreert zich op hetgeen in Nederland is gebeurd en hoe verdachte en zijn medeverdachten de gelden hebben verworven en hoe zij daarmee zijn omgegaan. Verdachten kunnen daar zelf over verklaren.

Ook de combinatie van bovenstaande verweren kan gelet op de weerlegging daarvan niet leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

Voor zover de verdediging heeft bedoeld dat er sprake is van een vormverzuim zoals bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering vindt dat geen steun in de onderliggende feiten.

Het hof verwerpt de verweren. Het hof zal de overschrijding van de redelijke termijn compenseren in de nader op te leggen straf.

4.2

Overige voorvragen

Dit hof is bevoegd tot kennisneming van het hoger beroep. De dagvaarding is geldig. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

5 Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen, reeds omdat het, zoals hiervoor overwogen tot een andere beslissing komt over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Het hof doet daarom opnieuw recht.

6 De tenlastelegging

De tenlastelegging - voor zover thans nog aan de orde - is als bijlage 1 aan dit arrest gehecht.

De verdenking komt er - zakelijk weergegeven - op neer dat verdachte zich schuldig zou

hebben gemaakt aan:

1. primairmede)plegen van opdracht geven dan wel feitelijk leiding geven aan (mede)plegen van oplichting;

Subsidiair: (mede)plegen van oplichting;

meer subsidiair: medeplichtigheid aan (mede)plegen van oplichting;

7. Overweging met betrekking tot het bewijs 1

7.1

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd het onder 1 primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen te verklaren.

7.2

het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft overeenkomstig zijn pleitnotities vrijspraak voor het onder 1 primair ten laste gelegde bepleit.

7.3

Bewijsmiddelen

Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel van 13 maart 2009 blijkt dat de besloten

vennootschap [rechtspersoon 1] (hierna: [rechtspersoon 1] ) sinds 15 november 2005 onder die naam is

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en dat de statutaire naam daarvoor [naam 1]

betrof.2 [medeverdachte 1] is vanaf die datum in functie getreden als bestuurder, evenals [medeverdachte 2] en [verdachte] .3 Tijdens de aandeelhoudersvergadering op 16 januari 2006 is door het voltallige bestuur van [rechtspersoon 1] besloten dat [verdachte] met terugwerkende kracht alleen als aandeelhouder van [rechtspersoon 1] zou optreden.4

Uit de CV-akte en uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel van 13 maart 2009 blijkt dat de commanditaire vennootschap met een beherende vennoot [rechtspersoon 3] (hierna [rechtspersoon 3] ) op 15 november 2005 is opgericht, met als handelsnaam [naam 2] . Met ingang van die datum is [rechtspersoon 1] als enig beherend vennoot met onbeperkte bevoegdheid

toegetreden.5

De eerste leenovereenkomst tussen [rechtspersoon 1] als "the lender" en [rechtspersoon 2] (hierna:

[rechtspersoon 2] ) als “the borrower” is op 29 november 2005 te Warschau gesloten en namens [rechtspersoon 1] door [medeverdachte 2] ondertekend. Daarbij is overeen gekomen dat op die datum een bedrag van € 200.000,-- werd uitgeleend door het te storten op een rekening van de "borrower". Dit betrof een lening voor onbepaalde tijd (" loan is granted for a indefinite period of time ") tegen een rentepercentage van 4 %.6

Er is een overzicht opgesteld en ondertekend door [medeverdachte 2] , gedateerd 5 december 2005, met als kenmerk [rechtspersoon 1] . Daarop staat vermeld dat op de derdenrekening van [rechtspersoon 4]

tot op dat moment is binnengekomen € 225.000,-- (klant [medeverdachte 1] ) en € 50.000,-- (klant [verdachte] ). Ook staat daarop vermeld: inmiddels doorgestort naar [rechtspersoon 2] € 200.000, --7

Verdachte heeft tegenover de verbalisanten - zakelijk weergegeven - verklaard dat hij samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aan [rechtspersoon 1] is begonnen. [rechtspersoon 1] is op 15 november 2005 opgestart door [rechtspersoon 5] om te zetten naar [rechtspersoon 1] . leder van hen had één derde deel van de aandelen van [rechtspersoon 1] . Naast [rechtspersoon 1] werd [rechtspersoon 3] opgericht. Daarin zouden de personen die inlegden een participatie krijgen. Eind 2005 is begonnen met het werven van klanten. De eerste aktes van participanten werden begin 2006 gepasseerd. Hijzelf heeft vanaf ongeveer november 2005 klanten benaderd. Het waren bedragen van € 50.000,-- of meer. Hij wist dat de participaties hoger moesten zijn dan € 50.000,--. Als deze lager waren moest er toestemming zijn van de AFM. Dat is uiteindelijk niet gelukt.8 [betrokkene 23] was beheerder van de rekening waar gelden van [rechtspersoon 1] op binnen kwamen. Hij heeft niet gezien dat geld is teruggekomen. Van het geld dat werd binnengehaald zou een percentage van 14% aan kosten afgaan voor [rechtspersoon 1] . Daarvan werd de 8% voorschotrendement aan de belegger uitbetaald en werden de personeelskosten en de huurkosten van het pand betaald. Hij wist dat het geld dat naar [rechtspersoon 2] ging werd uitgeleend voor 4% per jaar. [rechtspersoon 1] of [rechtspersoon 3] werd zelf geen eigenaar van gronden of projecten in Polen. De eigendom bleef bij [rechtspersoon 2] liggen.9 Hij heeft de prospectus van [rechtspersoon 1] in eerste instantie tekstmatig overgeschreven vanuit die van [rechtspersoon 6] . [betrokkene 23] heeft er voor gezorgd dat zij de prospectus van [rechtspersoon 6] digitaal kregen. Hij heeft deze taalkundig aangepast, waarna de vrouw van [medeverdachte 1] , [betrokkene 24] , deze vervolgens heeft aangepast met enkele foto's. Uiteindelijk is de prospectus door [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en hemzelf akkoord bevonden. Deze zal eind 2005, januari 2006 gemaakt zijn.10

[medeverdachte 2] heeft tegenover de verbalisanten - zakelijk weergegeven - verklaard dat [rechtspersoon 1] eind 2005 is opgericht. Vervolgens is er een CV opgericht met de naam [rechtspersoon 3] . Het idee was dat [rechtspersoon 1] geld zou ophalen bij particulieren om vastgoedprojecten te ontwikkelen, Zij hebben voorbeelden van prospectussen gekregen en ook gedownload en die gebruikt als voorbeeld.11 Hij heeft de functie financieel manager in de brochure gezet om aan te gegeven dat hij betrokken was bij financiële zaken van bedrijven.

Achteraf gezien was het beter geweest als in de brochure accountmanager had gestaan. Het

klopt dat hij geen functie heeft gehad op directieniveau.12 Als een belegger € 100.000,--

inlegde werd daarvan maximaal € 76.000,-- geïnvesteerd in Polen.13 Voorschotrendement

werd betaald uit de 14%. Waarom dat niet in de prospectus is opgenomen? Daar heeft hij niet over nagedacht. Hij vindt ook niet dat het in de prospectus opgenomen hoeft te worden. Als in de prospectus staat dat zij zaken met [rechtspersoon 7] hebben gedaan dan klopt dat in feite niet. De zin: De CV heeft een aandeel in [rechtspersoon 7] en daarmee in het project van 100% en heeft daardoor recht op 100% van de uiteindelijke projectwinst die in de prospectus staat klopt niet. Er is geld naar [rechtspersoon 2] overgemaakt, maar daar hadden zij geen zeggenschap over.14

Er is geen rendement uit Polen gekomen vanwege al verkochte woningen van het project,

dus het rendement kon ook niet uit die inkomsten betaald worden.15

[medeverdachte 1] heeft tegenover de verbalisanten - zakelijk weergegeven - verklaard dat hij de

mensen die zij benaderden om geld in te leggen informeerden op basis van informatie die zij van [rechtspersoon 2] hadden ontvangen. Zij hadden ook prospectussen en flyers op basis van die informatie. Tijdens de gesprekken werd onder meer gesproken over de rendementen die

[rechtspersoon 2] behaalde, de duur van het project, het storten van het te beleggen bedrag.16 [rechtspersoon 7] moest voor de betaling van belasting in Polen worden opgericht. Gelden moesten vanuit Nederland in principe daar heen en dan weer naar [rechtspersoon 2] . Uiteindelijk heeft dat niet gefunctioneerd. Er zijn geen gelden van uit Nederland naar [rechtspersoon 7] gegaan maar naar [rechtspersoon 2] Dus met betrekking tot het gestelde omtrent [rechtspersoon 7] in de prospectus is de prospectus onjuist. U stelt dat in de prospectus in het geheel niet over [rechtspersoon 2] wordt gesproken. De lezer van de prospectus zal dus in de veronderstelling zijn dat hun geld naar [rechtspersoon 7] overgemaakt wordt. Dat klopt niet. Er is geen geld naar [rechtspersoon 7] gegaan. De klanten zijn op dit punt dus onjuist voorgelicht.17

Voor het opstarten van [rechtspersoon 1] zijn gelden van inleggers gebruikt. Dat is niet aan de klanten verteld.18 Het inhouden van 14% van het ingelegde bedrag zou in de prospectus horen te staan. 19

[betrokkene 1] heeft aangifte gedaan. Hij heeft - zakelijk weergegeven - verklaard dat hij
[medeverdachte 1] al heel lang kende en via hem met [rechtspersoon 1] in aanraking is gekomen. Aan de verkoop van een huis heeft hij een bedrag van € 40.000,-- overgehouden, waarvan [medeverdachte 1] zei dat het geld naar het buitenland moest. Het zou dan belegd worden en hij zou ongeveer
€ 266,-- per maand krijgen aan rente. Vervolgens zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij hem geweest. [medeverdachte 1] voerde het woord. [medeverdachte 2] praatte alleen maar mee. [medeverdachte 1] vertelde dat het geld belegd zou moeten worden in [rechtspersoon 3] , daar had hij goede connecties mee. Hij heeft geen brochures laten zien of andere informatie gegeven. Op de donderdag erna kwam [medeverdachte 1] met [medeverdachte 2] langs. [betrokkene 1] heeft toen het formulier ondertekend voor deze belegging. [medeverdachte 1] kon het geld van zijn rekening halen en overboeken naar [rechtspersoon 3] . Dat speelde begin 2006. In het begin kreeg hij de rente van € 266,-- netjes. Op enig moment kreeg hij geen rente meer. Bij de notaris [notaris] te Beiien is hem helemaal niets uitgelegd. Hij kreeg twee aktes. Hij had het volste vertrouwen in [medeverdachte 1] en ook omdat er een notaris bij betrokken was. Hij had geen reden te twijfelen. Hem is nooit verteld wat [rechtspersoon 1] en/of [rechtspersoon 3] met zijn ingelegde geld zouden doen.20

Uit de afspraakbevestiging blijkt dat een afspraak is gemaakt om de investering af te handelen op 6 januari 2006 en dat op 9 januari 2006 een bevestiging is gestuurd van de ontvangst van het inschrijfformulier in [rechtspersoon 3] , waarin wordt meegedeeld dat [betrokkene 1] het voorschotrendement van 8% 6 weken na zijn storting zal ontvangen.21

Uit het "Deelnameformulier [rechtspersoon 3] " blijkt dat [betrokkene 1] door tekening van dat

formulier verklaart en bevestigt met de inhoud van de prospectus inzake [rechtspersoon 3]

bekend te zijn en daarin deel wil nemen met een participatie van € 40.000,--; dat hij zich

verbindt met het voldoen door het bedrag over te maken op bankrekening [rekeningnummer 1] ten

name van [rechtspersoon 1] en dat de rente maandelijks zal worden overgemaakt op zijn privérekening.22

[betrokkene 2] heeft aangifte gedaan. Hij heeft - zakelijk weergegeven - verklaard dat hij en zijn

vrouw in november 2005 in contact zijn gekomen met [rechtspersoon 1] / [rechtspersoon 3] . Het eerste

contact was met [medeverdachte 1] omdat hij advies wilde over het beleggingsgedeelte van de

hypotheek. Die vertelde over een financieel expert uit de accountancy: [medeverdachte 2] , die mogelijk een constructie had via het ophogen van de hypotheek en gebruik van overwaarde. Hij zou daar mee langskomen. Zij zijn op 23 november 2005 langs geweest en zeiden een mooi plan te hebben in Polen. Een man in Polen had samen met de Nederlandse Kamer van Koophandel in Polen een project opgezet: [project 1] . Zij konden aan dat project meedoen als zij voor 25 november 2005 geld beschikbaar hadden, dus binnen heel korte termijn. [rechtspersoon 1] zou wel 40% rendement kunnen behalen. Zijzelf zouden 8% ontvangen. Zij hadden vertrouwen in [medeverdachte 1] .

De naam [rechtspersoon 1] zagen zij voor het eerst op briefpapier, waarin de investering in [naam 2]

werd bevestigd. Het geld moest worden overgemaakt op een rekening ten name van

[rechtspersoon 4] . [medeverdachte 2] heeft op het deelnameformulier geschreven: "de investering/storting zal

na 2 jaar teruggestort worden, eea in overleg". Op 24 november 2005 is de spoedboeking

gegeven. Zij hebben op 9 januari 2006 een bevestiging ontvangen van de storting. Bij de

notaris heeft hij een volmacht getekend omdat de stukken er nog niet waren. Ter controle

heeft hij gekeken op de website van [rechtspersoon 2] . [medeverdachte 1] had gezegd dat daar foto's op

stonden. Hij kent via [rechtspersoon 1] / [rechtspersoon 3] : [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . Verder heeft hij [verdachte] een keer gezien. [rechtspersoon 2] was het bedrijf dat in Polen het geld binnen haalde. [betrokkene 25] was de directeur. Bij het tekenen van het deelnameformulier is verteld dat dit

deelnameformulier nodig was in verband met vergunning verlenen door de AFM.23

Uit het "Deelnameformulier [rechtspersoon 3] " blijkt dat [betrokkene 2] door tekening van dat formulier op 23 november 2005 verklaart en bevestigt met de inhoud van de prospectus inzake [rechtspersoon 3] bekend te zijn en daarin deel wil nemen met een participatie van € 225.000,--; dat hij zich verbindt met het voldoen door het bedrag over te maken op bankrekening [rekeningnummer 1] ten name van [rechtspersoon 1] .24 In de brief van 23 november 2005 wordt het gesprek van die middag bevestigd en verzocht het geld over te boeken naar de rekening derdengelden [rekeningnummer 2] ten name van [rechtspersoon 4] te Doetinchem.25 In de brief van 9 januari 2006 is de ontvangst van het geldbedrag bevestigd.26

[betrokkene 3] heeft aangifte gedaan. Hij heeft zakelijk weergegeven - verklaard dat hij en

zijn vrouw een bankrekening hadden bij de [bank 1] in Dwingeloo. In dat pand zat ook [medeverdachte 1] met zijn makelaarskantoor. [medeverdachte 1] had deze bank overgenomen. [medeverdachte 1] zag dat zij veel belasting betaalden en vond dat het minder kon. Hij heeft toen de belastingzaken geregeld. Toen zij hun huis verkochten bleef er geld over. [medeverdachte 1] kwam bij hen en vroeg
€ 200.000,-- voor een vastgoedproject in Polen. Mede omdat zij zo veel vertrouwen in hem hadden hebben zij € 100.000,-- toegezegd. Het moest in twee keer € 50.000,-- gestort worden in verband met de AFM, zei [medeverdachte 1] . Zij hebben een looptijd afgesproken van 1 jaar en een rendement van 12%. Dat is later teruggebracht tot 8%. De lening zou via notaris [notaris] geregeld worden. De akte is op 28 februari 2006 getekend en het bedrag in twee keer overgeboekt via de rekening van de notaris. Het geld was bestemd voor woningbouw in Polen. Zij hebben geen controle gedaan: zij hadden een onbegrensd vertrouwen in [medeverdachte 1] en later ook in [medeverdachte 2] .27

Uit de twee formulieren "Deelnameformulier [rechtspersoon 3] " blijkt dat [betrokkene 3] door

tekening van die twee formulieren op 10 januari 2006 telkens verklaart en bevestigt met de inhoud van de prospectus inzake [rechtspersoon 3] bekend te zijn en daarin deel wil nemen met een participatie van € 50.000,-- en dat hij zich verbindt met het voldoen door de bedragen over te maken op bankrekening [rekeningnummer 1] ten name van [rechtspersoon 1] .28

[betrokkene 4] heeft een vordering benadeelde partij ingediend tegen [rechtspersoon 1] / [betrokkene 23] . De vordering is onderbouwd met een bankafschrift op zijn naam. Daaruit blijkt dat [betrokkene 4] op 30 december 2005 een bedrag van € 50.000,-- heeft overgemaakt op rekening [rekeningnummer 3] van [rechtspersoon 4] met als omschrijving deelname CV.29 Dat [betrokkene 4] één van de commandieten van [rechtspersoon 3] is blijkt ook uit de mailberichten die in het dossier zijn opgenomen, die hem en anderen als commandieten van [rechtspersoon 3] in die hoedanigheid worden toegezonden.30

In de prospectus is onder meer het volgende opgenomen, zakelijk weergegeven:

- dat [rechtspersoon 1] belast is met de dagelijkse leiding van de [rechtspersoon 3] ;

- dat [rechtspersoon 7] de ontwikkelaar is van de onroerend goed projecten;

- dat [rechtspersoon 7] door de AFM wordt aangeduid als de uitgevende instelling;

- dat de CV daarin voor 100% participeert;

- dat de onroerend goed investeringen zich vooral kenmerken doordat door [rechtspersoon 3]

enkel wordt gewerkt met risicodragend vermogen en niet met bankkrediet in welke

vorm dan ook;

- dat het risicodragend vermogen wordt verstrekt door [rechtspersoon 3] en door

aanbetalingen van de kopers van appartementen;

- dat het startsein voor de bouw van een project pas wordt gegeven, wanneer ten minste

50% van het te realiseren gebouw is verkocht en dat de rest tijdens de looptijd van de

bouw verkocht wordt aan particuliere kopers;

- dat de door [rechtspersoon 3] gefinancierde investeringen van [rechtspersoon 7] in de

projecten met name liggen in de opstartfase van de bouw, er op deze wijze slechts een

beperkt deel van de financieringsbehoefte door [rechtspersoon 3] wordt geïnvesteerd en

verder geen geldverstrekkers behoeven te participeren, waardoor het gehele resultaat

(verkoopopbrengst minus bouwkosten) van het complex woningen ten goede komt van

de projectontwikkelaar waarin de CV voor 100 % participeert;

- dat het financiering betreft van diverse woningbouwprojecten in Warschau, Poznan en

Krakow;

- dat inmiddels een tweede project is gestart: [project 3] ;

- dat de participaties door de AFM worden beschouwd als zogenaamde rechten van

deelgenootschap, zijnde certificaten van aandelen in het kapitaal van [rechtspersoon 7] ;

- dat de bestuurders en oprichters [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , directeuren, beide ervaren

managers zijn op commercieel en financieel gebied, namelijk respectievelijk directeur

van een makelaardij en assurantiën en commercieel manager ( [medeverdachte 1] ) en financieel

manager bij de [bank 2] , financieel manager bij [rechtspersoon 8] en

bedrijfsadviseur;

- dat notaris [notaris] te Beilen als notariaat bij [rechtspersoon 1] betrokken is;

- dat de prospectus is opgesteld met inachtneming van de Europese prospectusrichtlijn die

als bijlage bij de Wet beleggingsinstellingen (Wtb) en de Wet toezicht

effectenverkeer (Wte) hoort en is geconformeerd aan de hiervoor geldende wettelijke

vereisten.31

7.4

Conclusie

Op 15 november 2005 is [rechtspersoon 1] opgestart, waarbij verdachte, [medeverdachte 2] en [verdachte] zijn ingeschreven als bestuurders. Op diezelfde dag is ook [rechtspersoon 3] opgericht, met [rechtspersoon 1] als enig beherend vennoot met onbeperkte bevoegdheid.

Op 29 november 2005, is de eerste leenovereenkomst te Warschau gesloten en namens [rechtspersoon 1] door [medeverdachte 2] ondertekend. Daarbij is overeen gekomen dat op die datum een bedrag van € 200,000,-- werd uitgeleend, waarbij in de leningsovereenkomst is opgenomen dat het geld voor de bedrijfsvoering van [rechtspersoon 2] zou worden gebruikt. Dit betrof een lening voor onbepaalde tijd tegen een rentepercentage van 4%. Dit bedrag is al vóór 5 december 2005 naar een rekening van [rechtspersoon 2] in Polen overgeboekt. [rechtspersoon 1] is vervolgens verder opgestart.

Vanaf eind november 2005 werden al de eerste gesprekken gevoerd met potentiële beleggers. In die persoonlijke gesprekken is summier informatie aan de toekomstige investeerders verstrekt. De aangevers hebben verklaard dat zij tijdens de gesprekken mede door één of meer van de hiervoor genoemde voorgespiegelde zekerheden uiteindelijk werden bewogen tot de afgifte van de ingelegde geldbedragen. Er is tijdens die persoonlijke gesprekken informatie aan toekomstige investeerders verstrekt waarvan verdachte en zijn mededaders wisten dat deze niet juist was. Hen zijn deelnameformulieren voorgelegd die zij hebben ondertekend. Daarmee verklaarden en bevestigden zij telkens met de inhoud van de prospectus inzake [rechtspersoon 3] bekend te zijn, terwijl zij die prospectus feitelijk niet hadden gezien en deze eigenlijk nog in een ontwerpfase was. Ook hebben zij bij toetreding als commandiet van [rechtspersoon 3] ervoor getekend de inhoud van de bepalingen van de vennootschap te kennen en ermee bekend te zijn dat de CV een koopovereenkomst/koopovereenkomsten had gesloten, welke strekten tot aankoop/levering van registergoederen in Polen. Ook deze akte van toetreding was in strijd met de waarheid. Er zijn dus toezeggingen gedaan en verplichtingen aangegaan waarvan verdachte en zijn medeverdachten wisten dat deze niet nagekomen zouden worden. De investeerders zijn wel op de juistheid van de verstrekte informatie afgegaan en zijn daardoor bewogen tot investering. [rechtspersoon 1] verkreeg daardoor de beschikking over gelden, waarover zij anders niet de

beschikking zouden hebben verkregen.

Er is door de verdediging veel aandacht besteed aan het feit dat er geen zicht is gekregen op de besteding van de gelden die naar Polen zijn overgeboekt. Gesteld wordt dat betrokkenen bij [rechtspersoon 2] en de met [betrokkene 23] gelieerde vennootschappen zich niet aan de afspraken zouden hebben gehouden. Met die mogelijkheid wil het hof wel rekening houden ten gunste van verdachte. Er zijn ook geen aanwijzingen dat die gelden naar verdachte of met hem gelieerde personen of bedrijven zijn gevloeid. Maar verdachte en de verdediging miskennen dat de kern van het verwijt is dat zij beleggers hebben voorgespiegeld dat er zekerheden zouden zijn voor het ingelegde geld, maar zonder enige zekerheid op basis van een achtergesteld lening met een rentepercentage van 4% hebben uitgeleend aan [rechtspersoon 2] . Wat er ook zij van door de verdachte aangevoerde mailwisselingen met aanvullende afspraken, zekerheden zijn er nimmer verstrekt. Vanaf het begin van het aantrekken van gelden is er slechts sprake van het afsluiten van leningsovereenkomsten met [rechtspersoon 2] . De conclusie kan niet anders zijn dan dat er op geen enkel moment serieus werk is gemaakt van het realiseren van de voorgespiegelde zekerheden. Dat de beleggers nu met lege handen achter blijven is te wijten aan verdachte en zijn medeverdachten.

Gelet op het voorgaande acht het hof evenals de rechtbank wettig en overtuigend bewezen

dat verdachte mede feitelijk leiding heeft gegeven aan het feit dat [rechtspersoon 1] door een valse

voorstelling van zaken personen heeft bewogen tot afgifte van gelden.

Verdachte en diens medeverdachten hebben in dat kader als directieleden van [rechtspersoon 1] nauw en

bewust samengewerkt, zoals onder meer blijkt uit hun eigen verklaringen.

Uit voornoemde bewijsmiddelen blijkt dat er vanaf de oprichting van [rechtspersoon 1] en [rechtspersoon 3] op 15 november 2005 feitelijk drie directeuren waren, namelijk [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en verdachte zelf. Ook blijkt daar uit dat zij feitelijke werkzaamheden binnen [rechtspersoon 1] hebben verricht. Uit voornoemde bewijsmiddelen blijkt verder dat verdachte met ingang van 16 januari 2006 met terugwerkende kracht alleen nog als aandeelhouder wilde optreden, en dus niet meer als één van de directeuren van [rechtspersoon 1] en [rechtspersoon 3] .

Het hof is van oordeel dat verdachte in de periode van 1 november 2005 tot en met

16 januari 2006 een zodanige machtspositie binnen [rechtspersoon 1] heeft bekleed, dat hij daardoor

zeggenschap heeft gehad over de bedrijfsvoering binnen [rechtspersoon 1] en de verboden handelingen die daar plaatsvonden. Zolang hij de machtspositie bekleedde rustte op hem de zorgplicht om voortduring of herhaling te voorkomen.

Het hof acht ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend

bewezen verdachtes betrokkenheid in de periode van 1 november 2005 tot en met 16 januari

2006 ten aanzien van de met name genoemde benadeelden [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en een

ander, namelijk de benadeelde [betrokkene 4] .

8 Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. primair

[rechtspersoon 1] , op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

1 november 2005 tot en met 16 januari 2006, in de gemeente(n) Westerveld en/of

Doetinchem en/of Bronckhorst en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en), althans alleen,
(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, onder meer

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 1] , een geldbedrag van (totaal) € 40.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 9] , een geldbedrag van (totaal) € 150.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 7] , een geldbedrag van (totaal) € 25.000,--, en/of

€ 350,--, althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 15] , een geldbedrag van (totaal) € 25.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 12] , een geldbedrag van (totaal) € 75.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 26] , een geldbedrag van (totaal) € 50.000,--,

althans euro 45.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer [betrokkene 19] en/of mevrouw [betrokkene 20] , een geldbedrag van (totaal) € 130.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 13] , een geldbedrag van (totaal) € 78.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 3] een geldbedrag van (totaal) € 100.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 2] , een geldbedrag van (totaal) € 225.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 10] , een geldbedrag van (totaal) € 55.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 8] , een geldbedrag van (totaal) € 100.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer [betrokkene 18] en/of mevrouw [betrokkene 27] , een geldbedrag van (totaal)
€ 90.000,--, althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 11] , een geldbedrag van (totaal) € 50.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- mevrouw [betrokkene 21] , een geldbedrag van (totaal) € 100.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 17] , een geldbedrag van (totaal) € 285.250,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 6] , een geldbedrag van (totaal) € 60.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer [betrokkene 14] , een geldbedrag van (totaal) € 50.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 5] , een geldbedrag van (totaal) € 175.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en of mevrouw [betrokkene 22] , een geldbedrag van (totaal) € 50.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- [betrokkenen 28 en 29] , een geldbedrag van (totaal)
€ 50.000,--, althans een of meer geldbedrag(en) en/of

een of meer ander(e) geldbedrag(en) van een of meer ander(en),

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) en/of het ter

beschikking stellen van gegevens met geldswaarde in het handelsverkeer en/of tot het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, (tot een totaalbedrag van ongeveer € 5.150.831,16),

hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(n) en/of een of meer ander(en) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid voorgewend en/of doen voorwenden

(in (persoonlijke) gesprek(ken) en/of in een prospectus en/of bij presentatie(s) en/of in brochures en/of in folder(s) en/of in flyer(s) en/of in nieuwsbrief/nieuwsbrieven en/of in e- mailbericht(en) en/of op website(s)):

A. zich aan het publiek, althans aan een of meer van voornoemde personen

gepresenteerd als ware [rechtspersoon 1] door de AFM gecontroleerd en/of

goedgekeurd en/of [rechtspersoon 1] beschikte over een vergunning om effecten

(aan het publiek) aan te bieden; en/of


B. (vervolgens) aan het (benaderde) publiek, althans aan een of meer van

voornoemde personen (tot zekerheid van de belegging(en) en/of investering(en)

en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of geldlening(en))

voorgespiegeld/voorgewend en/of doen voorspiegelen/voorwenden:

BI. dat de directie van [rechtspersoon 1] bestond uit een

ex-directeur/financieel manager van de [bank 2] en/of ervaren managers geweest

waren bij grote ondernemingen; en/of'

B2. dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of

inleg van geld(en) en/of geldlening(en) (volledig) zouden worden geïnvesteerd

(in vastgoed in Polen via projectontwikkelaar [rechtspersoon 7] ); en/of

B3, dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of

inleg van geld(en) en/of geldlening(en) veilig en/of (vrijwel) risicoloos

was/waren, althans een beperkt risico kende(n); en/of

B4. dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of

inleg van geld(en) en/of geldlening(en) na (de oplevering van) een project

terug zou(den) worden betaald, althans vrij beschikbaar kwam(en); en/of

B5. dat de belegger(s) en/of deelnemer(s) en/of participant(en) volledig

(100%) zouden meedelen in de projectwinst; en/of

B6. dat de belegger(s) en/of deelnemer(s) en/of participant(en) maandelijks

een of meer geldbedrag(en) uitbetaald/uitgekeerd kre(e)g(en) als ware het een

of meer rendement(en) en/of opbrengst(en) van hun/zijn/haar belegging(en)

en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of

geldlening(en); en/of

B7. dat het (geprognosticeerde en/of gegarandeerde) rentepercentage, afhankelijk van het project, per jaar tussen de 10 en 20 procent, althans 8 procent bedroeg; en/of

B8. dat het eerste voorschot rendement van 8 procent 6 weken na de stortingsdatum van de belegging(en) en/of investering(en) en /of participatie(s) en /of inleg van geld(en) en/of geldlening(en) zou plaatsvinden; en/of

B9. dat het tweede voorschot rendement 12 maanden na de eerste rendementsuitkering zou plaatsvinden; en/of

B10. dat het project [project 1] was afgerond en op 1 juli 2007 zou worden opgeleverd en/of het project [project 2] / [project 3] goed, althans (geheel) volgens plan liep en/of

B11. dat kosten zouden worden bekostigd uit de 'zuivere winst',

waardoor een of meer van voornoemde perso(o)n(en) en/of een of meer andere perso(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte,

zulks terwijl hij verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer andere(n), tot

bovenomschreven strafbare feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en).

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

9 Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van oplichting, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte tot dat feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

10 Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

11 Oplegging van straf en/of maatregel

11.1

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor de feiten 1 primair, 2 subsidiair, 3 primair, 4A subsidiair en 4B subsidiair tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht.

11.2

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1 primair wordt veroordeeld tot acht maanden geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis.

De verdediging heeft naast de bepleite vrijspraak aangevoerd dat de door de rechtbank opgelegde straf niet in verhouding staat tot de beperkte periode van de bewezenverklaring en zeker niet wanneer je deze vergelijkt met de straf die aan de medeverdachten is opgelegd.

Voorts heeft de raadsman de persoonlijke omstandigheden van verdachte, onder andere psychische problematiek van verdachte. Een gevangenisstraf zal die psychische problemen alleen maar verergeren. De raadsman verzoekt het hof om aan verdachte in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een taakstraf op te leggen al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Verder heeft de raadsman nog aangevoerd dat de straf moet worden gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.

11.4

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft weliswaar een korte periode als feitelijk leidinggevende gefunctioneerd van

[rechtspersoon 1] maar hij heeft wel een wezenlijke rol vervuld bij de totstandkoming van de

oplichtingspraktijken. Verdachte was een van de drie oprichters van [rechtspersoon 1] en onder zijn

verantwoordelijkheid en in zijn opdracht werd een prospectus opgesteld over de financiële

producten van [rechtspersoon 3] . Hierin was een reeks onwaarheden opgenomen. Mede onder

leiding van verdachte is geld van niets vermoedende slachtoffers afhandig gemaakt. Hun

werd voorgespiegeld dat zij op een veilige manier hoge rendementen konden behalen door

geld te investeren in vastgoed in Polen.

Nadat verdachte als leidinggevende bij [rechtspersoon 1] is vertrokken is hij, nog wel aandeelhouder van

[rechtspersoon 1] , bij [rechtspersoon 4] gaan werken, waar hij het product van [rechtspersoon 1] aan klanten adviseerde en

klanten ook met medewerkers van [rechtspersoon 1] in contact bracht. Verdachte wist dat klanten

voorwaarden en toezeggingen werden voorgehouden die niet waargemaakt werden.

Dit heeft ertoe geleid dat uiteindelijk ongeveer dertig door hem geadviseerde klanten ook

daadwerkelijk geld bij [rechtspersoon 1] hebben ingelegd.

Slechts een deel van het ingelegde geld is uitgeleend aan een bedrijf in Polen, zonder dat daar - zoals wel voorgespiegeld - enige zekerheid tegenover stond, terwijl de aangevers

werd voorgehouden dat het een relatief veilige belegging was met een hoog rendement.

Verder is geld besteed aan heel andere doelen, zoals investeringen in Spanje, Duitsland en

Oostenrijk, uitbetalingen van voorschotrendementen aan nieuwe inleggers en bedrijfskosten van [rechtspersoon 1] . Er is naar aangevers toe door middel van persoonlijke gesprekken, informatie op de website en informatie in de prospectus de suggestie gewekt dat [rechtspersoon 1] een vergunning had van de bevoegde autoriteiten, terwijl dit niet waar was.


Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich enkel laten leiden door hun eigen verlangen naar geldelijk gewin en zij hebben zich niets gelegen laten liggen aan de grote financiële en emotionele gevolgen voor de slachtoffers, die hun beleggingen in rook hebben zien opgaan zonder dat verdachte en zijn medeverdachten – naar het zich laat aanzien – nog enige reële verhaalsmogelijkheid bieden.

Integriteit en vertrouwen zijn belangrijke pijlers in het handelsverkeer en de financiële dienstverlening. Verdachte en zijn medeverdachten hebben aan deze pijlers gezaagd. De slachtoffers die zij met een financiële en vaak ook emotionele strop hebben opgezadeld, zijn daarmee niet de enige benadeelden. De branche als zodanig heeft door het handelen van verdachten eveneens schade opgelopen.

In het bijzonder in aanmerking genomen hetgeen omtrent de persoon van verdachte is gebleken, is het hof van oordeel dat oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf, beide van de hierna aan te geven duur, passend en geboden is.

Voorts wordt er anderzijds rekening gehouden met het feit dat - anders dan bij vele andere gevallen van oplichting met beleggingsconstructies - bij verdachte niet gebleken is van buitensporige privéuitgaven.

Verder houdt het hof rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze zijn geschetst door de raadsman van verdachte.

Tot slot houdt het hof rekening met het uittreksel justitiële documentatie waaruit blijkt dat verdachte eenmaal eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld.

Het hof is in beginsel van oordeel dat voor afdoening van de bewezenverklaarde feiten niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke straf.

11.6

Conclusie

Het hof heeft reeds onder punt 4.1.2. geconstateerd dat de redelijke termijn fors is overschreden. Het hof wil wel aannemen dat het tijdsverloop grote impact heeft gehad op het emotioneel welbevinden van verdachte en diens gezin. Vanwege die forse overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de korte periode waarin verdachte als feitelijk leidinggevende gefunctioneerd heeft, acht het hof een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis passend en geboden.

12 De vorderingen van de benadeelde partijen

12.1

Standpunt van de verdediging


De raadsman heeft betoogd dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, nu de verdediging vrijspraak heeft bepleit

De raadsman heeft subsidiair aangevoerd dat de behandeling van de vorderingen een onevenredige belasting van het geding vormen indien de vorderingen inhoudelijk door het hof moeten worden behandeld. De behandeling van de vorderingen is aan de civiele rechter voorbehouden. De benadeelde partijen dienen dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun vorderingen dan wel dienen de vorderingen te worden afgewezen.

12.2

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft verzocht om de vorderingen van de benadeelde partijen toe te wijzen zoals door de rechtbank is gedaan. De vorderingen kunnen worden toegewezen tot de bedragen die door de benadeelde partijen zijn ingelegd.

12.3

De beoordeling van de civiele vorderingen

In hoger beroep zijn slechts aan de orde de vorderingen van die benadeelde partijen die in de bewezenverklaring van het vonnis van de rechtbank worden genoemd. De vorderingen van de benadeelde partijen ten aanzien waarvan verdachte bij de rechtbank is vrijgesproken, zijn in hoger beroep niet meer aan de orde.

Vordering van [betrokkene 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 173.356,99. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 100.000,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van [betrokkene 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 351.862,99. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 225.000,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep derhalve te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. In een bijlage bij het voegingsformulier volgt dat de benadeelde partij op 15 februari 2008 € 50.000,- heeft ontvangen. Bij het wensen formulier zit een brief van [rechtspersoon 1] aan de benadeelde waarin deze terugstorting wordt bevestigd en eveneens wordt bevestigd dat het restant van de inleg

€ 175.000,00 bedraagt. De vordering kan derhalve tot dat bedrag worden toegewezen.

Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van [betrokkene 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 58.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 50.000,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van [betrokkene 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 40.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Alle vorderingen

Nu verdachte het feit tezamen en in vereniging met medeverdachten [medeverdachte 1] en
[medeverdachte 2] heeft gepleegd, zal het hof de vorderingen hoofdelijk toewijzen.

In een aantal gevallen is door de benadeelde partijen de wettelijke rente gevorderd.

Uit het dossier blijkt dat contracten met inleggers zijn afgesloten waarin de contractuele rente is vastgelegd. Uit de afgesloten contracten blijkt niet wat telkens de definitieve einddatum van de contracten zou zijn omdat het geld herbelegd kon worden, hetgeen in een aantal gevallen ook is gebeurd. Er staat dus niet met voldoende mate van nauwkeurigheid vast wanneer de schades zijn veroorzaakt. Het is daarom voor het hof niet duidelijk wat de grondslag zou moeten zijn van de gevorderde wettelijke rente. Het hof zal daarom de benadeelde partijen ten aanzien van de gevorderde rente niet-ontvankelijk verklaren.

13 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 51, 57, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak van de cumulatief ten laste gelegde oplichting van de benadeelden [betrokkene 5] , [betrokkene 6] , [betrokkene 7] , [betrokkene 8] , [betrokkene 9] , [betrokkene 10] , [betrokkene 11] , [betrokkene 12] , [betrokkene 13] , [betrokkene 14] ,
[betrokkene 15] , [betrokkene 16] , [betrokkene 17] , [betrokkene 18] , [betrokkene 19] en/of [betrokkene 20] , [betrokkene 21] en [betrokkene 22] .

Vernietigt het vonnis voor het overige en doet opnieuw recht:

Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het onder 1 meer meer subsidiair, meer meer meer subsidiair en uiterst subsidiair, 2 primair en subsidiair, 3 primair en subsidiair , 4A primair, subsidiair en meer subsidiair en 4B primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 3] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 100.000,00 (honderdduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 3] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 100.000,00 (honderdduizend euro) als vergoeding voor materiële schade.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 2] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 175.000,00 (honderdvijfenzeventigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 2] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 175.000,00 (honderdvijfenzeventigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 4] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 50.000,00 (vijftigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 4] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 50.000,00 (vijftigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 285 (tweehonderdvijfentachtig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 1] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 40.000,00 (veertigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 1] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 40.000,00 (veertigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Aldus gewezen door

mr. A. van Maanen, voorzitter,

mr. G. Dam en mr. P.L.M van Gorkom, raadsheren,

in tegenwoordigheid van B.J. Berendsen, griffier,

en op 1 april 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Bijlage 1 – De tenlastelegging

[rechtspersoon 1] , op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

1 november 2005 tot en met 31 december 2009, in de gemeente(n) Westerveld en/of

Doetinchem en/of Bronckhorst en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, onder meer

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 1] , een geldbedrag van (totaal) € 40.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 9] , een geldbedrag van (totaal) € 150.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 7] , een geldbedrag van (totaal) € 25.000,--, en/of

€ 350,--, althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 15] , een geldbedrag van (totaal) € 25.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 12] , een geldbedrag van (totaal) € 75.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 26] , een geldbedrag van (totaal) € 50.000,--,

althans euro 45.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer [betrokkene 19] en/of mevrouw [betrokkene 20] , een geldbedrag van (totaal) € 130.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 13] , een geldbedrag van (totaal) € 78.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 3] een geldbedrag van (totaal) € 100.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 2] , een geldbedrag van (totaal) € 225.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 10] , een geldbedrag van (totaal) € 55.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 8] , een geldbedrag van (totaal) € 100.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer [betrokkene 18] en/of mevrouw [betrokkene 27] , een geldbedrag van (totaal)
€ 90.000,--, althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 11] , een geldbedrag van (totaal) € 50.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- mevrouw [betrokkene 21] , een geldbedrag van (totaal) € 100.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 17] , een geldbedrag van (totaal) € 285.250,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 6] , een geldbedrag van (totaal) € 60.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer [betrokkene 14] , een geldbedrag van (totaal) € 50.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 5] , een geldbedrag van (totaal) € 175.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en of mevrouw [betrokkene 22] , een geldbedrag van (totaal) € 50.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- [betrokkenen 28 en 29] , een geldbedrag van (totaal)
€ 50.000,--, althans een of meer geldbedrag(en) en/of

een of meer ander(e) geldbedrag(en) van een of meer ander(en),

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) en/of het ter

beschikking stellen van gegevens met geldswaarde in het handelsverkeer en/of tot het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, (tot een totaalbedrag van ongeveer € 5.150.831,16),

hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(n) en/of een of meer ander(en) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid voorgewend en/of doen voorwenden

(in (persoonlijke) gesprek(ken) en/of in een prospectus en/of bij presentatie(s) en/of in brochures en/of in folder(s) en/of in flyer(s) en/of in nieuwsbrief/nieuwsbrieven en/of in e- mailbericht(en) en/of op website(s)):

A. zich aan het publiek, althans aan een of meer van voornoemde personen

gepresenteerd als ware [rechtspersoon 1] door de AFM gecontroleerd en/of

goedgekeurd en/of [rechtspersoon 1] beschikte over een vergunning om effecten

(aan het publiek) aan te bieden; en/of

B. (vervolgens) aan het (benaderde) publiek, althans aan een of meer van

voornoemde personen (tot zekerheid van de belegging(en) en/of investering(en)

en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of geldlening(en))

voorgespiegeld/voorgewend en/of doen voorspiegelen/voorwenden:

BI. dat de directie van [rechtspersoon 1] bestond uit een

ex-directeur/financieel manager van de [bank 2] en/of ervaren managers geweest

waren bij grote ondernemingen; en/of'

B2. dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of

inleg van geld(en) en/of geldlening(en) (volledig) zouden worden geïnvesteerd

(in vastgoed in Polen via projectontwikkelaar [rechtspersoon 7] ); en/of

B3, dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of

inleg van geld(en) en/of geldlening(en) veilig en/of (vrijwel) risicoloos

was/waren, althans een beperkt risico kende(n); en/of

B4. dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of

inleg van geld(en) en/of geldlening(en) na (de oplevering van) een project

terug zou(den) worden betaald, althans vrij beschikbaar kwam(en); en/of

B5. dat de belegger(s) en/of deelnemer(s) en/of participant(en) volledig

(100%) zouden meedelen in de projectwinst; en/of

B6. dat de belegger(s) en/of deelnemer(s) en/of participant(en) maandelijks

een of meer geldbedrag(en) uitbetaald/uitgekeerd kre(e)g(en) als ware het een

of meer rendement(en) en/of opbrengst(en) van hun/zijn/haar belegging(en)

en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of

geldlening(en); en/of

B7. dat het (geprognosticeerde en/of gegarandeerde) rentepercentage, afhankelijk van het project, per jaar tussen de 10 en 20 procent, althans 8 procent bedroeg; en/of

B8. dat het eerste voorschot rendement van 8 procent 6 weken na de stortingsdatum van de belegging(en) en/of investering(en) en /of participatie(s) en /of inleg van geld(en) en/of geldlening(en) zou plaatsvinden; en/of

B9. dat het tweede voorschot rendement 12 maanden na de eerste rendementsuitkering zou plaatsvinden; en/of

B10. dat het project [project 1] was afgerond en op 1 juli 2007 zou worden opgeleverd en/of het project [project 2] / [project 3] goed, althans (geheel) volgens plan liep en/of

B11. dat kosten zouden worden bekostigd uit de 'zuivere winst',

waardoor een of meer van voornoemde perso(o)n(en) en/of een of meer andere perso(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte,

zulks terwijl hij verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer andere(n), tot

bovenomschreven strafbare feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en)

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november 2005 tot en met 31 december 2009, in de gemeente(n) Westerveld en/of Doetinchem en/of Bronckhorst en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels , onder meer

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 1] , een geldbedrag van (totaal) € 40.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 9] , een geldbedrag van (totaal) € 150.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 7] , een geldbedrag van (totaal) € 25.000,--, en/of

€ 350,--, althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 15] , een geldbedrag van (totaal) € 25.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 12] , een geldbedrag van (totaal) € 75.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 26] , een geldbedrag van (totaal) € 50.000,--,

althans euro 45.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer [betrokkene 19] en/of mevrouw [betrokkene 20] , een geldbedrag van (totaal) € 130.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 13] , een geldbedrag van (totaal) € 78.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 3] een geldbedrag van (totaal) € 100.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 2] , een geldbedrag van (totaal) € 225.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 10] , een geldbedrag van (totaal) € 55.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 8] , een geldbedrag van (totaal) € 100.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer [betrokkene 18] en/of mevrouw [betrokkene 27] , een geldbedrag van (totaal)
€ 90.000,--, althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 11] , een geldbedrag van (totaal) € 50.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- mevrouw [betrokkene 21] , een geldbedrag van (totaal) € 100.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 17] , een geldbedrag van (totaal) € 285.250,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 6] , een geldbedrag van (totaal) € 60.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer [betrokkene 14] , een geldbedrag van (totaal) € 50.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 5] , een geldbedrag van (totaal) € 175.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en of mevrouw [betrokkene 22] , een geldbedrag van (totaal) € 50.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- [betrokkenen 28 en 29] , een geldbedrag van (totaal)
€ 50.000,--, althans een of meer geldbedrag(en) en/of

een of meer ander(e) geldbedrag(en) van een of meer ander(en),

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) en/of het ter

beschikking stellen van gegevens met geldswaarde in het handelsverkeer en/of tot het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, (tot een totaalbedrag van ongeveer € 5.150.831,16),

hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(n) en/of een of meer ander(en) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid voorgewend en/of doen voorwenden

(in (persoonlijke) gesprek(ken) en/of in een prospectus en/of bij presentatie(s) en/of in brochures en/of in folder(s) en/of in flyer(s) en/of in nieuwsbrief/nieuwsbrieven en/of in e- mailbericht(en) en/of op website(s)):

A. zich aan het publiek, althans aan een of meer van voornoemde personen

gepresenteerd als ware [rechtspersoon 1] door de AFM gecontroleerd en/of

goedgekeurd en/of [rechtspersoon 1] beschikte over een vergunning om effecten

(aan het publiek) aan te bieden; en/of

B. (vervolgens) aan het (benaderde) publiek, althans aan een of meer van

voornoemde personen (tot zekerheid van de belegging(en) en/of investering(en)

en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of geldlening(en))

voorgespiegeld/voorgewend en/of doen voorspiegelen/voorwenden:

BI. dat de directie van [rechtspersoon 1] bestond uit een

ex-directeur/financieel manager van de [bank 2] en/of ervaren managers geweest

waren bij grote ondernemingen; en/of'

B2. dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of

inleg van geld(en) en/of geldlening(en) (volledig) zouden worden geïnvesteerd

(in vastgoed in Polen via projectontwikkelaar [rechtspersoon 7] ); en/of

B3, dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of

inleg van geld(en) en/of geldlening(en) veilig en/of (vrijwel) risicoloos

was/waren, althans een beperkt risico kende(n); en/of

B4. dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of

inleg van geld(en) en/of geldlening(en) na (de oplevering van) een project

terug zou(den) worden betaald, althans vrij beschikbaar kwam(en); en/of

B5. dat de belegger(s) en/of deelnemer(s) en/of participant(en) volledig

(100%) zouden meedelen in de projectwinst; en/of

B6. dat de belegger(s) en/of deelnemer(s) en/of participant(en) maandelijks

een of meer geldbedrag(en) uitbetaald/uitgekeerd kre(e)g(en) als ware het een

of meer rendement(en) en/of opbrengst(en) van hun/zijn/haar belegging(en)

en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of

geldlening(en); en/of

B7. dat het (geprognosticeerde en/of gegarandeerde) rentepercentage, afhankelijk van het project, per jaar tussen de 10 en 20 procent, althans 8 procent bedroeg; en/of

B8. dat het eerste voorschot rendement van 8 procent 6 weken na de stortingsdatum van de belegging(en) en/of investering(en) en /of participatie(s) en /of inleg van geld(en) en/of geldlening(en) zou plaatsvinden; en/of

B9. dat het tweede voorschot rendement 12 maanden na de eerste rendementsuitkering zou plaatsvinden; en/of

B10. dat het project [project 1] was afgerond en op 1 juli 2007 zou worden opgeleverd en/of het project [project 2] / [project 3] goed, althans (geheel) volgens plan liep en/of

B11. dat kosten zouden worden bekostigd uit de 'zuivere winst',

waardoor een of meer van voornoemde perso(o)n(en) en/of een of meer andere perso(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[rechtspersoon 1] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [betrokkene 23] en/of een

of meer andere(en), op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode

van 01 november 2005 tot en met 31 december 2009, in de gemeente(n) Westerveld

en/of Doetinchem en/of Bronckliorst en/of elders

in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en)

en/of een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich

en of (een) ander (en) wederrechtelijk te bevoordelen,

(telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en /of door een

samenweefsel van verdichtsels, onder meer:

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 1] , een geldbedrag van (totaal) € 40.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 9] , een geldbedrag van (totaal) € 150.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 7] , een geldbedrag van (totaal) € 25.000,--, en/of

€ 350,--, althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 15] , een geldbedrag van (totaal) € 25.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 12] , een geldbedrag van (totaal) € 75.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 26] , een geldbedrag van (totaal) € 50.000,--,

althans euro 45.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer [betrokkene 19] en/of mevrouw [betrokkene 20] , een geldbedrag van (totaal) € 130.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 13] , een geldbedrag van (totaal) € 78.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 3] een geldbedrag van (totaal) € 100.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 2] , een geldbedrag van (totaal) € 225.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 10] , een geldbedrag van (totaal) € 55.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 8] , een geldbedrag van (totaal) € 100.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer [betrokkene 18] en/of mevrouw [betrokkene 27] , een geldbedrag van (totaal)

€ 90.000,--, althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 11] , een geldbedrag van (totaal) € 50.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- mevrouw [betrokkene 21] , een geldbedrag van (totaal) € 100.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 17] , een geldbedrag van (totaal) € 285.250,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 6] , een geldbedrag van (totaal) € 60.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer [betrokkene 14] , een geldbedrag van (totaal) € 50.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en/of mevrouw [betrokkene 5] , een geldbedrag van (totaal) € 175.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- de heer en of mevrouw [betrokkene 22] , een geldbedrag van (totaal) € 50.000,--,

althans een of meer geldbedrag(en) en/of

- [betrokkenen 28 en 29] , een geldbedrag van (totaal)

€ 50.000,--, althans een of meer geldbedrag(en) en/of

een of meer ander(e) geldbedrag(en) van een of meer ander(en),

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) en/of het ter beschikking stellen van gegevens met geldswaarde in het handelsverkeer en/of tot het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, (tot een totaalbedrag van ongeveer euro 5.150.831,16),

hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(n) en/of een of meer ander(en) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid voorgewend en/of doen voorwenden

(in (persoonlijke) gesprek(ken) en/of in een prospectus en/of bij presentatie(s) en/of in brochures en/of in folder(s) en/of in flyer(s) en/of in nieuwsbrief/nieuwsbrieven en/of in
e-mailberichten) en/of op website(s)):

A. zich aan het publiek, althans aan een of meer van voornoemde personen

gepresenteerd als ware [rechtspersoon 1] door de AFM gecontroleerd en/of

goedgekeurd en/of [rechtspersoon 1] beschikte over een vergunning om effecten

(aan het publiek) aan te bieden; en/of

B. (vervolgens) aan het (benaderde) publiek, althans aan een of meer van

voornoemde personen (tot zekerheid van de belegging(en) en/of investering(en)

en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of geldlening(en))

voorgespiegeld/voorgewend en/of doen voorspiegelen/voorwenden:

BI. dat de directie van [rechtspersoon 1] bestond uit een

ex-directeur/financieel manager van de [bank 2] en/of ervaren managers geweest

waren bij grote ondernemingen; en/of'

B2. dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of

inleg van geld(en) en/of geldlening(en) (volledig) zouden worden geïnvesteerd

(in vastgoed in Polen via projectontwikkelaar [rechtspersoon 7] ); en/of

B3, dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of

inleg van geld(en) en/of geldlening(en) veilig en/of (vrijwel) risicoloos

was/waren, althans een beperkt risico kende(n); en/of

B4. dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of

inleg van geld(en) en/of geldlening(en) na (de oplevering van) een project

terug zou(den) worden betaald, althans vrij beschikbaar kwam(en); en/of

B5. dat de belegger(s) en/of deelnemer(s) en/of participant(en) volledig

(100%) zouden meedelen in de projectwinst; en/of

B6. dat de belegger(s) en/of deelnemer(s) en/of participant(en) maandelijks

een of meer geldbedrag(en) uitbetaald/uitgekeerd kre(e)g(en) als ware het een

of meer rendement(en) en/of opbrengst(en) van hun/zijn/haar belegging(en)

en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of

geldlening(en); en/of

B7. dat het (geprognosticeerde en/of gegarandeerde) rentepercentage, afhankelijk van het project, per jaar tussen de 10 en 20 procent, althans 8 procent bedroeg; en/of

B8. dat het eerste voorschot rendement van 8 procent 6 weken na de stortingsdatum van de belegging(en) en/of investering(en) en /of participatie(s) en /of inleg van geld(en) en/of geldlening(en) zou plaatsvinden; en/of

B9. dat het tweede voorschot rendement 12 maanden na de eerste rendementsuitkering zou plaatsvinden; en/of

B10. dat het project [project 1] was afgerond en op 1 juli 2007 zou worden opgeleverd en/of het project [project 2] / [project 3] goed, althans (geheel) volgens plan liep en/of

B11. dat kosten zouden worden bekostigd uit de 'zuivere winst',

waardoor een of meer van voornoemde perso(o)n(en) en/of een of meer andere perso(o)n(en) (telkens) werden) bewogen tot bovenomschreven afgifte, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 november 2005 tot en met 31 december 2009, in de gemeente(n) Westerveld en/of Doetinchem en/of Bronckhorst en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest door

- het (mede)schrijven van een prospectus en/of een ondernemersplan;

- en/of het binnenhalen van participaties ten bedrage van onder de € 50.000,--;

- en/of aan klanten van [rechtspersoon 4] . vertellen dat zij eventueel meer geld op konden

nemen en dit bedrag konden investeren in [rechtspersoon 3] ;

- en/of ervoor zorgen dat bij interesse er mensen van [rechtspersoon 1] langs kwamen,

- en/of [rechtspersoon 1] als beleggingsproduct aan klanten van [rechtspersoon 4] , aan te

bevelen;

- en/of het aanleveren van klanten aan [rechtspersoon 1] ,

- en/of het aanbieden van het beleggingsproduct [rechtspersoon 1] ;

- en/of het bij klanten van [rechtspersoon 4] achter laten van een prospectus van [rechtspersoon 1] ;

althans wervingsactiviteit(en) voor [rechtspersoon 1] te verrichten;

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door de Belastingdienst/FIOD, team MDT, kantoor Zwolle opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL43462, gesloten op 8 juli 2011 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina's van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Bijlage D126, pag. 6179-6181

3 Bijlage D135, pag. 6201,Bijlage D134, pag. 6204 en Bijlage D133, pag. 6201

4 Bijlage D249, pag. 6903

5 C.V-akte, pag. 6273-6275

6 Bijlage D042, pag. 5740-5743

7 Bijlage D236, pag. 6870

8 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , pag. 3233-3234

9 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , pag. 3239- 3241

10 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , pag. 3246

11 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , pag. 3045

12 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , pag. 3045

13 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , pag. 3047

14 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , pag. 3055

15 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , pag. 3074

16 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] , pag. 2948

17 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] , pag. 2960

18 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] , pag. 2966

19 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] , pag. 2973

20 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 1] , pag. 231-236

21 Afspraakbevestiging, pag. 266 en bevestigingsbrief d.d. 9 januari 2006, pag. 269

22 Deelnameformulier, pag. 265

23 Aangifte door [betrokkene 2] , pag. 1217-1222

24 Deelnameformulier, pag. 1225

25 Brief van [rechtspersoon 1] d.d. 23-11-2005, pag. 1004

26 Ontvangstbevestiging d.d. 9 januari 2006, pag. 1006

27 Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 2] , pag. 997-1000

28 Deelnameformulieren, pag. 1028 en 1029

29 Bankafschrift gevoegd als bijlage bij de vordering benadeelde partij.

30 Mailbericht, pag. 1541

31 Prospectus, pag. 6247-6272