Bij brief van 22 januari 2013 heeft de directeur van het [C] College aan [appellant] onder meer het volgende geschreven:
Ik denk dat het goed is om een aantal zaken schriftelijk vast te leggen.
(…)
De teamleiders bovenbouw zijn op donderdag 20 en vrijdag 21 december gebeld door een moeder met de vraag of jij dezelfde persoon was als de heer [appellant] die op het [E] had gewerkt. Deze moeder had je naam in het ouderbulletin gelezen. Zij vertelde dat je daar na een korte tijd was ontslagen omdat er problemen waren en er geen bewijs van goed gedrag was ingeleverd. Ik ben vervolgens door de teamleiders hierover geïnformeerd.
Ik was verbaasd omdat je het werken op het [E] niet in je CV hebt opgenomen.
Vervolgens heb ik je direct na de kerstvakantie uitgenodigd voor een gesprek. Bij navraag bleek je inderdaad op het [E] te hebben gewerkt en ook op staande voet te zijn ontslagen. Het verhaal van de ouder (mail die ik je heb laten lezen) herkende je echter maar gedeeltelijk. Je hebt aangegeven dat je voorganger indertijd was weggepest door een leerling met ondersteuning van diens ouders. In het begin gebeurde er hetzelfde richting jou en heb je dit ook met je teamleiders besproken. Na een aantal weken dacht jij dat het beter ging en je was zeer verrast toen je plotseling ontslagen werd door de directeur. Je hebt toen gekozen om deze werkplek niet op te nemen in je CV.
Het is feitelijk niet acceptabel om deze werkplek niet te vermelden en ik heb je gevraagd of ik contact kon opnemen met het [E] om te informeren wat er nu was gebeurd. Je hebt hier toestemming voor gegeven.
Ik heb vervolgens contact gehad met de huidige directeur, dhr. [G] . Hij is nieuw en heeft geen gesprek met jou gehad. Hij heeft mij, na intern informatie te hebben gevraagd, later teruggebeld en vertelde dat de reden voor je ontslag te maken had met je gedrag richting vrouwelijke docenten en leerlingen. Men voelde zich niet veilig en je gedrag werd als intimiderend ervaren, hij kon echter geen feitelijke incidenten benoemen. Verder speelde ook duidelijk mee dat er geen verklaring van goed gedrag was ontvangen.
Ik heb je twee dagen later weer gesproken en je dit teruggegeven. Je was zeer verbaasd en gaf mij terug dat dat indertijd niet zo was benoemd en dat dit ook niet zo is.
Ik heb je gezegd dat dergelijk gedrag niet acceptabel zou zijn en ook een reden voor ontslag. Aangezien er geen feitelijke incidenten zijn geweest en ik je reactie en verklaring kan volgen heb ik besloten om wel met je door te gaan onder de voorwaarde dat we je verklaring van goed gedrag zo snel mogelijk ontvangen. Je hebt dit toegezegd.
Op 16 januari heb je bij [H] aangegeven dat er iets fout was gegaan met het versturen van je verklaring (van justitie naar de gemeente) en dat het 5 dagen langer zou duren.
Op donderdag 19 januari hebben een aantal leerlingen van H4 contact gezocht met de teamleider [I] . Zij voelden zich niet veilig bij jou in de klas: per ongeluk aanraken, nakijken van meisjes in de les, opmerkingen zoals lieverd. Zij hadden ook geruchten gehoord van je periode op het [E] .
Vrijdag 20 januari hebben de teamleiders van de bovenbouw een gesprek met jou gehad en zijn er een aantal afspraken gemaakt (zie verslag gesprek). Daarna is ook nog met de leerlingen gesproken. De teamleiders hebben aangegeven dat men verwacht dat het verder goed gaat. Wat wel een zorg is dat er snel allerlei verhalen rond gaan die invloed hebben op je positie in de school, maar daarnaast ook op het beeld van onze school. We zullen proberen om hier samen met jou zo goed mogelijk mee om te gaan.
Wat nog niet is opgelost is het feit dat er geen verklaring van goed gedrag is. Als het je niet lukt om dat deze week aan te leveren zie ik geen mogelijkheid om met je door te gaan en kun je niet op het [D] blijven werken.