CRITERIUM 1: HULPVERLENINGSPLAN EN EVALUATIEPLAN
Opdrachtgever hecht (er) veel waarde aan:
1. ‘één huishouden, één plan’ waarin alle leefdomeinen aan bod komen en samenhang is
tussen de hulp van de verschillende dienstverleners en de informele zorg en
ondersteuning;
2. Dat iedereen zijn eigen mogelijkheden benut, zelfregie houdt over zijn leven en zijn
sociale netwerk versterkt (samenredzaamheid);
3. Dat ook kwetsbare doelgroepen volwaardig kunnen meedoen in de samenleving en een
betekenisvolle tijdsbesteding hebben aansluitend bij de wensen en mogelijkheden;
4. Methodisch werken aan ontwikkeling met door de Cliënt gedragen doelen en concrete
acties.
Criteria
Bij de beoordeling wordt gekeken naar alle elementen a t/m f.
a) Er is een check gedaan van alle leefdomeinen. Leefdomeinen: inkomen, werk en
opleiding, tijdsbesteding, huisvesting, huiselijke relaties, geestelijke gezondheid,
lichamelijke gezondheid, middelengebruik, vaardigheden bij activiteiten van het
dagelijks leven (ADL), sociaal netwerk (en woonomgeving), maatschappelijke
participatie en justitie.
Score 1-5
b) Het plan is perspectiefgericht. Er zijn doelen geformuleerd die duidelijk, concreet en
haalbaar zijn en die niet alleen perspectief bieden op de langere termijn, maar zich ook
richten op praktische, snelle resultaten. Er zijn activiteiten geformuleerd gericht op het
behalen van de korte- en lange termijn doelen met een duidelijke prioritering. Het
evaluatieplan evalueert de doelen, zoals geformuleerd in het hulpverleningsplan.
Score 1-5
c) De informele en formele betrokkenen zijn in kaart gebracht. Er zijn afspraken gemaakt
over hoe de afstemming tussen de betrokkenen eruit ziet. Er wordt beschreven wie de
regie voert: Cliëntsysteem, casemanagement door de Opdrachtnemer, Gemeentelijke
Toegangspoort, of Gecertificeerde Instelling. (...)
Score 1-5
d) Er is een goede balans tussen formele en informele zorg: en er wordt goed beschreven
hoe wordt samengewerkt met het sociale netwerk en hoe gebruik wordt gemaakt van
algemene voorzieningen en de informele voorzieningen in de samenleving
(verenigingen en vrijwilligersorganisaties). Er wordt ook beschreven of individuele
hulp (deels) omgezet kan worden in groepsactiviteiten met motivatie waarom dit al dan
niet mogelijk is.
Score 1-5
e) De mogelijkheden voor deelname aan gewone maatschappelijke activiteiten worden
onderzocht en gestimuleerd.
Voorbeelden van maatschappelijke activiteiten zijn: betaalde arbeid, onderwijs en
opleiding, vrijwilligerswerk (burenhulp, mantelzorg), sociale contacten en actieve
deelname aan het verenigingsleven.
Score 1-5
f) Er staat beschreven hoe er wordt gewerkt aan versteviging van de eigen regie van de
Cliënt en de versterking van zijn/haar sociale netwerk. Het eigen denkvermogen
(= leervermogen) wordt aangesproken en Cliënt is, naar vermogen, eigenaar en regisseur
van zijn eigen plan.
Score 1-5