[appellant] heeft in zijn hoger beroepschrift verzocht de beschikking van de kanton-rechter te vernietigen en bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
A. herstel van de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht tot 1 oktober 2016,
dan wel op zo kort mogelijke termijn waarbij voor [appellant] die arbeidsvoorwaarden
zullen dienen te gelden die zouden gelden als geen ontbinding zou zijn uitgesproken,
op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag althans een door het hof
te bepalen bedrag voor elke dag dat het [geïntimeerde] , na 5 dagen na het wijzen
van de beschikking, niet voldoet aan de beschikking;
B. in geval van herstel van de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht, het
[geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.248,48 bruto
exclusief 8% vakantietoeslag en 7,4% eindejaarsuitkering per maand als loon voor
elke maand vanaf 1 oktober 2016, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex
artikel 7:625 BW en de wettelijke rente vanaf de vervaldata;
C. in geval van herstel van de arbeidsovereenkomst op zo kort mogelijke termijn het
[geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van een bedrag als voorziening ter hoogte
van € 1.440,75 bruto per maand, voor elke maand vanaf 1 oktober 2016 tot het
moment dat de arbeidsovereenkomst is hersteld;
subsidiair,
indien het hof oordeelt dat het verzoek van het [geïntimeerde] om ontbinding van de
arbeidsovereenkomst ten onrechte is toegewezen, maar het hof het [geïntimeerde] niet
veroordeelt de arbeidsovereenkomst te herstellen:
D. betaling van een billijke vergoeding ex artikel 7:683 lid 3 BW ter hoogte van
€ 35.858,25 bruto dan wel een door het hof in goede justitie te bepalen billijke vergoeding,
te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2016;
meer subsidiair; indien het hof oordeelt dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst
terecht heeft ontbonden:
E. betaling van een vergoeding in verband met tussentijdse beëindiging van een
arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd ex artikel 7:671b lid 9 sub a BW ter hoogte
van € 15.858,25 bruto;
F. betaling van een billijke vergoeding ex artikel 7:671b lid 9 sub b BW ter hoogte van
€ 20.000,- bruto dan wel een door het hof in goede justitie te bepalen billijke vergoeding,
te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2016
primair, subsidiair en meer subsidiair:
met veroordeling van het [geïntimeerde] in de kosten van deze procedure als de procedure
in eerste aanleg, het salaris van de gemachtigde daaronder begrepen.