3.4
In een brief van 16 mei 2013 van [verzoekster] aan [verweerder] is onder andere het volgende vermeld:
“Hierbij ontvangt u een bevestiging van het gesprek dat wij 16 mei jl. met u hadden. Bij dit gesprek waren tevens de heer [A] en de heer [B] aanwezig.
Aanleiding voor het gesprek was dat in de rokersruimte is gesproken over uw functioneren op de afdeling. Een aantal uitzendkrachten was in gesprek over wat afgelopen zaterdag,
11 mei, heeft plaatsgevonden. Het betrof een gesprek over ongewenste intimiteiten. (…)
Naar aanleiding van dit gesprek in de rokersruimte, heeft er een gesprek plaatsgevonden met de betreffende uitzendkracht, over de aard van de ongewenste intimiteiten. Deze uitzendkracht gaf aan afgelopen zaterdag door u ongewenst geïntimideerd te zijn. Het ging hierbij om een klap op de billen, een stok die tussen haar benen was gestoken en een lik over haar gezicht. (...) U geeft aan niet met een stok tussen haar benen te hebben gezeten en niet een lik over haar gezicht te hebben gegeven. Wel geeft u aan dat u wellicht een klap op haar billen hebt gegeven, maar dat dit dan zonder bijbedoeling en onbewust is gebeurd.
De heer [A] geeft bij u aan dat deze uitzendkracht naar alle waarschijnlijkheid een aantal getuigen kan oproepen en vraagt u nogmaals wat er heeft plaatsgevonden. U geeft nogmaals aan dat het enkel een klap op de billen is geweest. (...)
U geeft bij ons aan te begrijpen dat een tik op de billen ongepast is, dus dat verder onderzoek niet noodzakelijk is.
Vervolgens leest de heer [A] een brief voor d.d. 6 april 2010. Het betreft een verslag van een gesprek dat op 1 april 2010 heeft plaatsgevonden, waarin wordt gesproken over uw omgang met uw collega ’s.
Wij hebben in deze brief duidelijk bij u aangegeven lichamelijk contact niet te accepteren en dat bij een volgend incident een schriftelijke waarschuwing zal volgen. U geeft aan op de hoogte te zijn van deze brief.
Er is voorafgaand aan dit gesprek, gesproken over uw positie als leidinggevende en de vraag of wij u na dit incident aan moeten houden als leidinggevende. De heer [A] geeft bij u aan dat alles in overweging is genomen. Het feit dat uw vriendin bij [verzoekster] werkt en dat ook u nog een heel leven voor u heeft binnen [verzoekster] . Dit heeft ons doen besluiten u niet uit uw functie te zetten. Wel krijgt u voor dit vergrijp een
schriftelijke waarschuwing
.
Wij geven bij u aan dat wij, gelet op de eerdere gebeurtenissen, (zie brief d.d. 6 april 2010) bij een volgend voorval passende maatregelen zullen nemen. De heer [A] en de heer [B] zullen u de komende tijd extra begeleiden.
Bij een volgend voorval zullen passende maatregelen genomen worden.
De heer [A] geeft een duidelijk advies aan u mee. Bewaar afstand!”
[verweerder] heeft deze brief voor akkoord ondertekend.
3.6
[verzoekster] heeft een onderzoek ingesteld. Daarbij zijn (ex)medewerk(st)ers gehoord. Van deze gesprekken zijn door [verzoekster] verklaringen opgesteld. Daarin is onder andere opgenomen:
- van het gesprek op 20 januari 2016 met [medewerker 2] (hierna: [medewerker 2] ):
“Ik sta achter aan de lijn bij het inpakken, dus je ziet niet wat er achter je gebeurt. Hij heeft mij bij mijn middel gepakt en drukte zich tegen mij aan en zei:‘he schatje, hoe is het’. Ik keek hem aan en zei geschrokken: ‘doe dat anders even niet’. Ik hoorde later dat [medewerker 1] in de buurt stond en het heeft gezien en naar [medewerker 3] is gegaan om het te melden. Het is vaker gebeurd dat hij zijn handen in mijn zij legt, maar hij kwam nu wel heel dichtbij. Als dit gebeurt dan laat hij zijn handen opvallend lang in mijn zij liggen en knijpt dan een paar keer, waardoor dit extra ongemakkeljk wordt.
Ik heb het met mijn vriend besproken en met [medewerker 4] .
Hij noemt me wel vaker schatje. Dan denk ik: ‘doe maar liever niet’.
Op onze vraag of u vaker met vergelijkbare incidenten bij [verzoekster] bent geconfronteerd en/of daarover verhalen hebt gehoord, hebt u geantwoord:
Ik heb [medewerker 4] erover gesproken. Het gebeurt ook bij haar en dat heb ik ook gezien. Wij staan bij het inpakken en niet iedereen heeft daar goed zicht op, dus misschien dat hij het daarom bij ons doet. Ik weet niet of het bij anderen gebeurt, maar ik heb via via gehoord dat hij [medewerker 5] via facebook aan heeft gesproken en dat dit volgens haar te ver ging.
(…)
Het is vervelend en je gaat met een bepaald gevoel aan het werk als hij leidinggevende is.
Ik vond het fijn dat [medewerker 1] maandag het voorval heeft gemeld bij [medewerker 3] .”
- van het gesprek op 20 januari 2016 met [medewerker 4] (hierna: [medewerker 4] ):
“Hij heeft mij een aantal keer schatje genoemd. Dit was een tijd voor 9 januari. Toen was hij net aan het werk op K&S. Ik wist niet wat ik er mee moest en dacht: ‘Oke…. en nu….’
Ik heb hem maar laten gaan en er verder niet op gereageerd. Later heeft hij mij nog een keer schatje genoemd en toen heb ik erop gereageerd: ‘Ik ben je schatje niet’. Een ander voorval was: we hadden pauze gehad en we stonden bij de kast om ons schort etc. aan te trekken. Dames opschieten zei [verweerder] . Rustig maar we zijn bijna klaar zei ik toen. Vervolgens maakt hij voor de gein een ‘vechtende beweging’, ik deed dit terug en toen prikte hij mij in de buik. Ik vond dit erg onprettig. Ik ben altijd op mijn hoede als [verweerder] werkt. Het is een keer gebeurt dat hij achter mij stond en mij met beide handen in mijn zij kneep. Volgens mij heb ik hier niet op gereageerd.
Op onze vraag of u vaker met vergelijkbare incidenten bij [verzoekster] bent geconfronteerd en/of daarover verhalen hebt gehoord, hebt u geantwoord: Ja, vooral bij [medewerker 2] . Voorval van 9 januari heb ik niet gezien, maar [medewerker 1] volgens mij wel.
(…)
[medewerker 2] en ik weten dat we op onze hoede moeten zijn als [verweerder] werkt.
Ik had een keer verkeerde sleeves om de bakjes gedaan en toen gaf hij aan dat ik na werktijd naar de OVB zou moeten om de juiste sleeves om de bakjes te doen en hij zou dan meelopen.
Toen dacht ik: ‘dat wil ik niet’. Gelukkig kwam de OVB naar ons toe.
In het begin toen hij onze chef werd heb ik gehoord dat we moesten uitkijken met hem want het zou een beetje een apart ventje zijn. Ik weet niet meer wie dat heeft gezegd. Toen dacht ik: ‘nou we zien het wel’.
Wij hebben u gevraagd hoe u het voorval hebt ervaren en of u behoefte hebt aan hulp of ondersteuning van [verzoekster] . U hebt meegedeeld:
Ik voel mer er erg onprettig bij. Opluchting dat er wat mee wordt gedaan.”
- van het gesprek op 21 januari 2016 met [medewerker 5] (hierna: [medewerker 5] ):
“Ik kan wel tegen een grapje, maat hij bleef maar doorgaan over de massages die ik geef vanuit mijn werk als schoonheidsspecialist: ‘krijg ik korting of krijg ik een fullbody massage’ zei hij dan steeds.
Hij heeft mij ook priveberichten gestuurd via facebook. Ik reageer er maar lacherig op om het af te wimpelen. Ik ben dan ook bang dat als ik boos reageer of er iets van zeg dat ik dan mijn baan misschien kwijt raak. Ik heb de tekstberichten naar mijn vader gestuurd en hij heeft wel aangegeven dat als hij nog een keer wat zou sturen, hij er wat mee zou doen.
Op mijn tijdlijn van facebook heeft hij ook een keer iets geplaatst van: graag een massage met 65% korting. Ik heb dit gelijk verwijderd, want dat wil ik niet op mijn tijdlijn hebben.
Ik werk hier 5 jaar en ben nog nooit met tegenzin naar het werk gegaan. Na de berichten op facebook ging ik voor het eerst met tegenzin naar het werk.
Hij pakt ook meisjes van achter bij hun middel. Hij pakt mij ook vast op de afdeling. In het begin vond ik het niet zo erg, maar na de berichten op facebookk ging ik toch twijfelen over wat hij ermee bedoelt.”
[medewerker 5] heeft aan [verzoekster] facebookberichten overhandigd van 11 november 2015,
12 november 2015, 22 november 2015, 26 november 2015, 28 december 2015 en
30 december 2015.
- van het gesprek op 21 januari 2016 met [medewerker 1] :
“Vandaag heeft er een gesprek plaatsgevonden over de gedragingen van uw collega, de heer [verweerder] . U heeft bij de heer [medewerker 3] een melding gedaan van zijn gedragingen.
Dit gesprek is onder andere bedoeld om uw kant van het verhaal te horen. Daarnaast hebben wij u gevraagd op u vaker met vergelijkbare incidenten bij [verzoekster] bent geconfronteerd en/of daarover verhalen hebt gehoord. U hebt daarover het volgende verteld:
Ik heb een vrije functie, ik werk op zaterdag bij lijn 3 en 4. Ik zag dat [verweerder] een arm om [medewerker 2] deed en dat zij hysterisch reageerde. Ze schrok heel erg. Vervolgens kwam [verweerder] naar mij toe en gaf hij aan: ‘dat had ik beter niet kunnen doen.’ Toen zei ik: ‘het gebeurd wel vaker’.
Bij [medewerker 5] gebeurt het ook regelmatig; arm om haar heen slaan terwijl ze het eigenlijk niet wil. Op facebook valt hij haar ook lastig. Ook bij [medewerker 6] ; hij valt haar lastig op facebook en raakt haar ook aan. Ze heeft mij verteld dat ze het niet prettig vindt en dat ze hem ook heeft geblokkeerd op facebook.
[medewerker 5] is schoonheidsspecialist en doet ook massages. Hij heeft haar gevraagd:‘mag ik ook komen voor een massage met een happy end’.
We zijn zaterdag 9 januari met de scholieren naar de Wok geweest en toen begonnen ze er ook over; [medewerker 5] en [medewerker 7] . Ze gaven aan dat het een vieze vent is.
Ik heb ook gehoord van [medewerker 8] dat hij haar zus, [zus van medewerker 8] , lastig valt en het is al een tijd dat er onder het vaste personeel ook over wordt gesproken.
(…)
Hij heeft mij een keer verteld dat hij een scholier na werktijd naar huis heeft gebracht en haar heeft geprobeerd te zoenen. (…) Ik weet haar naam niet. Ze werkt niet op K&S.
(…)
Ik vind het heel vervelend voor die meiden. Ik voel me daar best verantwoordelijk voor en ik vind dat het moet stoppen.
De sfeer is anders als [verweerder] werkt; je kunt het merken aan sommige mensen; [medewerker 6] kwam deze week aan mij vragen waar [verweerder] is en ze gaf aan dat ze het fijn vond dat hij er niet was.”
- van het gesprek op 25 januari 2016 met [zus van medewerker 8] (hierna: [zus van medewerker 8] ):
“Hij stuurde mijn priveberichten via facebook. In eerste instantie dacht ik: acht, een geintje. Eind november/begin december is dit begonnen. ‘He lekker ding, kom je koffie drinken bij mij thuis?’ stuurde hij dan. Dit zou dan ons geheim zijn en daar mocht ik met niemand over praten. Ik heb de berichten niet meer, ik heb hem geblokkeerd op facebook.
Hij vroeg op het werk: heb je mij geblokkeerd. Ik vind het dan zo lastig om ja te zeggen dat ik heb gezegd: o, er zal wel wat misgegaan zijn.
De hele dag door op het werk, misschien wel 20 keer: he schatje, hou je nog van mij? Ik draai dan weg. Zo dat is ook duidelijk zegt hij dan. Maar de volgende dag zegt hij het gewoon weer tegen mij.
In november is er van vrijdag op zaterdagnacht gewerkt er toen heeft hij mij via facebook gevraagd of ik koffie kwam drinken. Ik hoefde hier niet te zijn, want ik hoefde niet te werken en ben ook niet geweest.
Ik voel me niet prettig als hij bij mij in de buurt was. Hij is opdringerig.
Een collega van mij gaf bij mij aan dat hij mij continue in de gaten houdt. Ik heb dat zelf niet door want ik ontwijk hem. Als ik de sleeves moet ophalen in het magazijn en ik weet dat hij daar is, dan wacht ik tot hij terug op de afdeling is. Ik wil niet ergens alleen met hem zijn.
Op onze vraag of u vaker met vergelijkbare incidenten bij [verzoekster] bent geconfronteerd en/of daarover verhalen hebt gehoord, het u geantwoord:
Ik heb eerder wel eens gezien dat hij andere dames heeft aangeraakt. Dat heeft hij bij mij niet gedaan.
Ik heb [medewerker 6] erover gesproken.
Hij pikt ze er uit. Hij weet heel goed bij mij wie hij dit wel en niet kan doen. Hij weet dat ik er niet zo snel tegen in zal gaan.
Wij hebben u gevraagd hoe u het voorval hebt ervaren en of u behoefte hebt aan hulp of ondersteuning van [verzoekster] . U hebt meegedeeld:
Het knaagte aan mij. Ik wist niet of ik er iets mee moest doen.”
(…)”
-
van het gesprek op 25 januari 2016 met [medewerker 6] (hierna: [medewerker 6] ):
“Ik had hem als vriend op facebook en toen kreeg ik priveberichten van:‘he lekker ding, hoe is het ermee, kom je een keer op de koffie’. Ik heb hem toen geblokkeerd op facebook.
Vervolgens sprak hij mij op het werk aan met: ‘he lekker ding’.
Met kerst vroeg hij of ik een jurkje aan ging trekken op het werk. Toen heb ik gezegd: nee, ik kom hier om te werken en trek geen jurkje aan.
Hij pakt je soms beet en dan reageer ik van: ik ben je vriendin niet. Maar dit heeft niet geholpen, daarna heeft hij het nog wel een aantal keer gedaan. Ik merk dat hij er andere bedoelingen mee heeft dan alleen vriendschappelijk is. De manier waarop hij je vastpakt, dat doe je meer als je een relatie hebt met elkaar.
Ik was er blij mee dat [medewerker 1] er melding van heeft gemaakt. Ik was bang dat als ik het had gezegd, dat het misschien niet werd geloofd. Ik had de berichten op facebook ook verwijderd en dus geen bewijs.
Op onze vraag of u vaker met vergelijkbare incidenten bij [verzoekster] bent geconfronteerd en/of daarover verhalen hebt gehoord, het u geantwoord:
Ik heb [zus van medewerker 8] erover gesproken. Zij werd ook door hem lastig gevallen op facebook.
Ik heb ook een keer gezien dat hij [zus van medewerker 8] heeft vastgepakt.
Ik merk dat de sfeer anders is als [verweerder] niet werkt. Dit merk ik vooral aan mezelf dat ik het fijn vindt als hij er niet is.
Wij hebben u gevraagd hoe u het voorval hebt ervaren en of u behoefte hebt aan hulp of ondersteuning van [verzoekster] . U hebt meegedeeld:
Ik heb wel behoefte aan hulp vanuit [verzoekster] , omdat ik er toch een naar gevoel bij heb. Ik heb de afgelopen periode vaak gedacht: moet ik het wel of niet gaan melden.”
- van het telefoongesprek op 25 januari 2016 met [medewerker 9] (hierna: [medewerker 9] ):
“Het is ongeveer 3 jaar geleden en ik was toen 18 jaar. Ik weet dat nog omdat ik dacht nu ben ik niet meer minderjarig en dan sta ik misschien minder sterk. Ik kwam toen net te werken op zijn afdeling. Toen deed hij al bepaalde opmerkingen: ‘ [verweerder] . Love is in mijn naam’. Hij zocht later meer toenadering en ging mij kietelen. Hij stond dan achter mij en legde zijn handen in mijn zij. Toen gaven collega’s al aan: ‘wat heeft [verweerder] toch met je’. Later vroeg hij ook of hij mij naar huis mocht brengen. Ik verzon altijd smoesjes om eronder uit te komen. Hij heeft mij een keer naar het station in [Plaats] gebracht. Ik vond dat ook eng en zat helemaal te trillen. Hij stopte toen op een andere plek. Hij heeft zijn hand op mijn bovenbenen gelegd en vroeg toen wel of ik het wilde en toen bracht hij mij naar het station en bij het station heeft hij mij gezoend. Hij gaf aan dat als ik het niet wou ik het moest aangeven, maar het voelde alsof ik geen keuze had en ik durfde dat niet aan te geven omdat hij mijn baas was. Thuis heb ik heel hard gehuild. Ik schaamde mij ook heel erg. (...)
Op facebook stuurde hij mij berichten: jij bent mijn droom en hij was verliefd op mij en wilde voor mij vechten (via priveberichten). In het begin heb ik nog veel geantwoord op zijn berichten, omdat ik dan normaal kon blijven werken. Later heb ik aangegeven dat ik dat niet wou en dat dit onmogelijk was omdat hij ook mijn baas is. Toen heeft hij mij vervolgens genegeerd en moest ik rotklusjes doen. Hij heeft mij via facebook geblokkeerd met de opmerking: dan geef ik bij deze mijn droom op.”
[medewerker 9] heeft aan [verzoekster] facebookberichten overhandigd van 2 juli 2013, 3 juli 2013,
1 mei 2014 en 26 juni 2014.
-
van het gesprek op 2 februari 2016 met [medewerker 10] (hierna: [medewerker 10] ):
“Voordat hij naar K&S kwam wist ik al hoe hij in elkaar zat. Wij zijn toen al gewaarschuwd. Er werd aangegeven dat hij graag van meiden houdt en dat hij er hier al wel meerdere heeft gehad bij de [andere afdeling] . Voordat hij naar K&S kwam had hij via facebook ook veel contact met iemand anders. Hij vroeg dan of zij langs wou komen koffie drinken bij hem thuis.
Hij heeft ook met mij contact gezocht via facebook. Ik heb deze gesprekken niet meer en volgens mij was de laatste keer afgelopen oudjaarsdag. De gesprekken gingen voornamelijk over het werk. Ik trek me er verder niet zoveel van aan.
Hij heeft volgens mij 1 keer zijn arm om mij heen geslagen.
Op onze vraag of u vaker met vergelijkbare incidenten bij [verzoekster] bent geconfronteerd en/of daarover verhalen hebt gehoord, het u geantwoord:
Nee, ik ben toen gewaarschuwd en verder niet.
Wij hebben u gevraagd hoe u het contact zoeken via facebook hebt ervaren (…). U hebt meegedeeld:
Ik trek me er niet veel van aan.”
3.7 De leidinggevende van [verweerder] , de heer [B] (hierna: [B] ), heeft in een
e-mail van 5 februari 2016 aan [verzoekster] met betrekking tot de gebeurtenissen in 2013 onder andere het volgende vermeld:
“Op uw vraag wat ik mij kan herinneren over de gebeurtenissen rond de heer [verweerder] in 2013 kan ik het volgende melden:
Als leidinggevende van de heer [verweerder] heb ik in mei 2013 samen met [A] en onze personeelsfunctionaris een gesprek gehad met de heer [verweerder] over het feit dat hij zich niet aan de juiste omgangsvormen hield en dan met name richting een dame op de afdeling.
Dit heeft geleid tot een officiële waarschuwing. Wij hebben aangegeven dat wij hem zouden begeleiden. Dat heb ik ook vanaf dag 1 opgepakt.
Ik heb [verweerder] meerdere keren gesproken over het gedrag wat uiteindelijk had geleid tot een officiële waarschuwing. Ook mijn leidinggevenden hebben hierover met [verweerder] gesproken en samen hebben wij zijn gedrag extra gemonitord. [verweerder] heeft meerdere keren bij ons gemeld: “Nee, ik ga het niet meer doen, ik doe het nooit meer. Het is echt afgelopen.”
Na verloop van tijd hebben wij de indruk gekregen dat [verweerder] zijn gedrag werkelijk verbeterd had.
Tot onze verbazing kregen wij recent te horen dat [verweerder] toch vrij kort na onze begeleiding opnieuw betrokken was bij onaanvaardbaar gedrag.”