Op 13 maart 2013 is [appellant 1] verhoord door de FIOD. In het proces-verbaal van dit verhoor is onder meer opgenomen:
“Vraag: Wie moesten er namens SNS PF goedkeuring geven aan het uurtarief (en overige kosten) en welke informatie is daarvoor verstrekt?
Antwoord:
[appellant 2] en ik in 1e instantie hebben onze originele declaratie gezamenlijk ingediend in een enveloppe bij mevrouw [secretaresse van S], de secretaresse van [S]. Zij zorgde voor verdere verwerking. Het duurde lang met betalen. Bovendien was het ongemakkelijk dat het via het secretariaat ging, het lag open en bloot voor iedereen zichtbaar. De Fee voor [Q] liep op zijn verzoek vanaf het begin via [R].
[R] ontving van de declaratie een kopie, zodat hij dan de Fee voor [Q] aan hem kon betalen. [secretaresse van S] zorgde voor de verwerking van de declaraties in het systeem. [R] zorgde voor het uitbetalen van de Fee aan [Q]. [R] stelde begin 2011 voor dat wij onze urenfacturen voortaan rechtstreeks aan hem zouden toesturen. Hij gaf aan dat hij ervoor kon zorgdragen dat onze declaraties in het systeem kwamen, zodat er voor tijdige betaling van de door mij gemaakte uren zou worden zorg gedragen. Ik vond dat wel gemakkelijk.
Het deel van het afdragen van de Fee was 30% zijnde € 75,00 per gewerkt uur. Deze afspraak heb ik met [Q] gemaakt, dat was nadat wij het definitieve contract met SNS PF hadden gemaakt. [Q] zijn vennootschap lag op dat moment onder vuur, gezien het faillissement van CEG en ik vermoedde dat [Q] het risico liep dat er beslag op zijn inkomsten zou worden gelegd.
(…)
Vraag:
Door wie en op welke wijze is aangegeven dat hij/zij een deel van uw beloning wenste te ontvangen?
Antwoord:
Dat is een mondelinge afspraak die ik heb gemaakt met [Q]. Deze afspraak ging bijna vanzelf. Het intiatief tot uitbetalen van de Fee aan [Q] is van mijzelf uitgegaan, omdat ik het normaal vind dat je bij een opdracht als deze een Fee betaald aan degene die je hiervoor binnen brengt. Ik gunde de Fee ook meer aan [Q] dan aan het recruitment bureau, door wie ik ook was benaderd. Er is voordat het contract in de eindfase kwam niet over de hoogte van de Fee gesproken.
(…)
Vraag:
Als u deze factuur kreeg wat wist u dan?
Antwoord:
Ik mailde mijn factuur aan [R] en ik kreeg van [R] en het bedrag correspondeerde precies met het aantal uren keer het tarief van € 75,00.
Vraag:
Op de factuur staat als aard van de werkzaamheden ‘adviesdiensten’?
Antwoord:
Ik heb daar verder niet bij stil gestaan. Dat deze factuur correspondeerde met de materiële werkelijkheid dat ik een afspraak heb gemaakt met [Q] en dat het op zijn verzoek liep via [R] en dat de eerder ingediende factuur correspondeerde met het aantal uren keer het bedrag van € 75,00. Meneer [R] betaalde [Q] weer.
(…)
Vraag:
Zijn de Fee’s die daarop betrekking hebben uitbetaald?
Antwoord:
Daar ben ik vanuit gegaan, omdat [Q] aan mij heeft bevestigd dat hij Fee heeft ontvangen. Ik weet echter niet of dit het volledige bedrag is geweest wat ik met [Q] had afgesproken.
(…)
Vraag:
Komen de omschrijvingen van de advieswerkzaamheden zoals vermeld op de facturen overeen met de werkelijk door [R] geleverde prestaties?
Antwoord:
Nee.
(…)
Vraag:
Heeft u een vergoeding voor het aanbrengen van nieuwe mensen ontvangen?
Antwoord:
Ik heb daar zelf niet over onderhandeld, maar [appellant 2] heeft op eigen titel overleg gehad met [Q] en daar kwam een korting op zijn Fee van € 15,00 uit. Deze Fee heeft [appellant 2] vrijwillig met mij gedeeld.
Vraag:
Kent u namen van de personen die door [appellant 2] zijn aangebracht?
Antwoord:
[W] en [V].
(…)
Vraag:
Is de omschrijving van de werkzaamheden op de door u gemaakte factuur correct?
Antwoord:
Ja, voor mij wel want die luidt werkzaamheden inzake [P]. De factuur is helemaal helder en volledig te herleiden. Als u mij vraagt of ik ook de werkzaamheden zoals die op de factuur staan vermeld verricht heb. Ik heb geen werkzaamheden verricht maar de Fee was wel afgesproken, er is geen sprake van een valse declaratie. Voor mij zien ‘de werkzaamheden’ op de afspraak voortvloeiend uit de basis afspraak zoals die met [Q] is gemaakt.
(…)
Vraag:
Heeft u ooit aan uw opdrachtgever SNS aangegeven dat u per gewerkt uur een beloning ontving van de door uw opdrachtgever ingehuurde/aangebrachte werknemers?
Antwoord:
Nee.
(…)
Vraag:
Waren er naast [S] en/of [R] en/of [Q] gezamenlijk afspraken gemaakt omtrent de gang van zaken met de Fee’s?
Antwoord:
Nee, ik had een afspraak met [Q] en de afspraak was de hele Fee voor [Q]. Deze wijze van uitbetalen was zo gedaan omdat dat met persoonlijke omstandigheden van [Q] te maken had op zijn verzoek. Omdat ik op de hoogte was van de persoonlijke omstandigheden van [Q]. Het bedrijf waarvan hij directeur was is (buiten zijn schuld om) failliet gegaan. Hij kreeg de schuld van een heleboel zaken. Hij kon niet eens een bankrekening openen en hij kon geen andere vennootschap oprichten. Dat hij het even parkeerde, totdat hij een eigen BV had opgericht kon ik snappen. Er waren meerdere partijen die [Q] een lening hadden verstrekt. Ik vermoed ook van [R]. [Q] is persoonlijk niet failliet gegaan. Hij had meerdere borgstelling ondertekend. In mijn beleving was het zo dat [Q] eigenaar was van een BV met een zwaar negatief vermogen en deze activiteiten was een nieuwe activiteit die hij in een nieuwe rechtspersoon wilde doen. Hij wilde niet in de situatie komen dat er meteen beslag op deze inkomsten werd gelegd.
(…)
Na doorlezing van deze tekst verklaar ik dat dit een juiste weergave is van war ik heb gezegd.”
[appellant 1] heeft deze verklaring ondertekend.