Aan personen die diplomatieke immuniteit genieten kan geen administratieve sanctie worden opgelegd. De stelling van het openbaar ministerie dat aan dergelijke personen wel een sanctie kan worden opgelegd, maar dat die vervolgens niet ten uitvoer kan worden gelegd, is onjuist.
Rechtspraak.nl VR 2014/166 NJ 2014/465 met annotatie van
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Den Haag genomen beslissing gegrond verklaard en die beslissing vernietigd. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De gemachtigde van de betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1.
Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 75,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximumsnelheid binnen de bebouwde kom, (verkeersbord A1) met 13 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 21 september 2011 om 17.42 uur op de Landscheidingsweg te Wassenaar met het voertuig met het kenteken [kenteken].
2.
De kantonrechter heeft het beroep gegrond verklaard, omdat naar het oordeel van de kantonrechter de betrokkene diplomatieke immuniteit geniet ten aanzien van de Nederlandse strafrechtelijke rechtsmacht.
3.
De officier van justitie voert in hoger beroep aan dat het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer (Verdrag van Wenen) slechts meebrengt dat een opgelegde sanctie niet in rechte afdwingbaar is. De sanctie is evenwel terecht opgelegd, omdat het Verdrag van Wenen onverlet laat dat ook diplomaten zich onverkort dienen te houden aan de wetten en regels van de ontvangende staat, aldus de officier van justitie. Hij verwijst in dat verband naar het arrest van het hof van 23 september 2010 (WAHV 200.065.014).
4.
De betrokkene beroept zich, kort gezegd, op de diplomatieke immuniteit die hij als rechter in het Internationale Gerechtshof geniet. De betrokkene voert aan dat de diplomatieke immuniteit zich niet beperkt tot de afdwingbaarheid van de betaling, maar ook het recht een sanctie op te leggen uitsluit.
5.
Het hof stelt vast dat de betrokkene, [naam], sinds [datum] als rechter in dienst is bij het Internationaal Gerechtshof van de Verenigde Naties dat is gevestigd in het Vredespaleis aan het Carnegieplein 2 te Den Haag.
6.
Artikel 19 van het Statuut van het Internationaal Gerechtshof (Nederlandse vertaling) luidt:
"De leden van het Hof genieten in de uitoefening van hun functie diplomatieke voorrechten en immuniteiten."
7.
In de "Notawisseling nopens de voorrechten en immuniteiten van het Internationaal Gerechtshof" d.d. 26 juni 1946 tussen de president van het Internationaal Gerechtshof en de Minister van Buitenlandse Zaken is met betrekking tot de voorrechten, immuniteiten, faciliteiten en prerogatieven, op Nederlands grondgebied, van niet-Nederlanders verbonden aan het Internationaal Gerechtshof - voor zover hier van belang - het navolgende vastgelegd:
"De leden van het Hof genieten in het algemeen dezelfde behandeling als de hoofden van diplomatieke missies, geaccrediteerd bij H.M. de Koningin der Nederlanden".
8.
Artikel 31 van het Verdrag van Wenen (Nederlandse vertaling) luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
"1. De diplomatieke ambtenaar geniet immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat. Hij geniet eveneens immuniteit ten aanzien van de burger- en administratiefrechtelijke rechtsmacht."
9.
Het bovenstaande in samenhang beschouwend, concludeert het hof dat de betrokkene ten tijde in geding immuniteit geniet ten aanzien van het opleggen van administratieve sancties op grond van de WAHV.
10.
Anders dan de officier van justitie meent, bieden de onder 6, 7 en 8 genoemde bepalingen geen grond voor de opvatting dat de immuniteit van rechtsmacht die de betrokkene geniet beperkt is tot maatregelen ter executie van een opgelegde sanctie. Een dergelijke beperkte immuniteit volgt evenmin uit het door de officier van justitie aangehaalde arrest van het hof, nu het hof zich daarin slechts heeft uitgelaten over de vraag of het Nederlandse handhavingsbeleid geprivilegieerden zou begunstigen op een wijze die in strijd het is gelijkheidsbeginsel. Het hof is van oordeel dat aan de betrokkene, gelet op diens immuniteit, in het geheel geen administratieve sanctie kan worden opgelegd. Daaraan kan niet afdoen dat het Ministerie van Buitenlandse zaken blijkens de "Handleiding voor omgang met geprivilegieerden" de opvatting huldigt dat WAHV-beschikkingen wel aan geprivilegieerden kunnen worden opgelegd.
11.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de kantonrechter terecht tot het oordeel gekomen dat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond is en dat diens beslissing moet worden vernietigd. Dit oordeel had er echter ook toe moeten leiden dat de kantonrechter, met gegrondverklaring van het beroep daartegen, de inleidende beschikking, waarbij aan de betrokkene een sanctie is opgelegd, zou vernietigen. Nu de kantonrechter dit heeft nagelaten zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen.
12.
Het hof merkt ten overvloede nog op dat het vorenstaande onverlet laat dat, hoewel naleving niet kan worden afgedwongen, ook geprivilegieerden zich onverkort dienen te houden aan de wetten en regels van de ontvangende staat.
Beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie van 20 februari 2012 en - met gegrondverklaring van het beroep daartegen - de beschikking van 10 oktober 2011 waarbij onder CJIB-nummer 155943621 aan de betrokkene een sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 WAHV tot zekerheid is gesteld, door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mrs. Beswerda, Van Schuijlenburg en De Witt in tegenwoordigheid van mr. De Ruijter als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.
De gegevens worden opgehaald
Hulp bij zoeken
Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over: