De vrouw heeft niet betwist dat deze berichten van haar hand zijn. Het hof heeft haar ter zitting een aantal daarvan voorgehouden en om een verklaring daarvoor gevraagd. De vrouw heeft daarop geantwoord dat [x] voor haar heeft gezorgd toen zij veel hulp nodig had in verband met twee ingrijpende operaties die zij ten behoeve van een noodzakelijke gewichts-vermindering heeft ondergaan. Zij heeft er ter zitting nogmaals op gewezen dat zij een kamer huurt bij [x] .
Naar het oordeel van het hof vormen de bovenstaande berichten, in onderlinge samenhang bezien en tevens bezien tegen de achtergrond dat de vrouw en [x] een duurzame affectieve relatie hebben en in dezelfde woning wonen, voldoende aanwijzing dat zij samenwoont met [x] als waren zij gehuwd in de zin van artikel 1:160 BW. Uit de berichten blijkt dat de vrouw ’s morgens brood smeert voor [x] en voor hem kookt. Ter zitting heeft de vrouw desgevraagd verklaard dat de woning over één keuken beschikt. Verder blijkt uit de berichten dat de vrouw huishoudelijke taken verricht en samen met [x] twee honden heeft, die zij uitlaat. [x] zorgt volgens de vrouw niet alleen goed voor haar, maar ook voor haar beide kinderen, die hij mede opvoedt. Hij koopt een zonnebank en rozen voor de vrouw, en een fiets voor haar dochter [naam dochter] , aldus de berichten. Dit alles rechtvaardigt naar het oordeel van het hof de conclusie dat tussen de vrouw en [x] sprake is van een duurzame affectieve relatie die meebrengt dat zij elkaar wederzijds verzorgen, met elkaar samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. De vrouw heeft onvoldoende feiten of omstandigheden aangevoerd die deze conclusie weerleggen en daarmee de stelling van de man onvoldoende gemotiveerd betwist. De verwijzing naar haar gezondheidssituatie volstaat niet. Verder staat de omstandigheid dat de vrouw met [x] een huurovereenkomst heeft gesloten en hem huur betaalt er niet aan in de weg dat zij met hem samenwoont als ware zij met hem gehuwd. Uit die omstandigheid kan immers evenzeer worden afgeleid dat de vrouw en [x] de kosten van de woning samen delen.
Nu aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 1:160 BW is voldaan, is de verplichting van de man tot het verstrekken van levensonderhoud van de vrouw geëindigd, en wel met ingang van 1 juli 2014, de datum waarop de vrouw volgens de huurovereenkomst op hetzelfde adres woont als [x] . Dat de vrouw al vóór 1 juli 2014 met [x] samenwoonde als waren zij gehuwd, acht het hof onvoldoende aannemelijk geworden. Derhalve ligt ter beoordeling aan het hof nog voor de uitkering tot levensonderhoud van de vrouw over de periode van 16 april 2014 tot 1 juli 2014. De man heeft subsidiair betoogd dat de vrouw geen behoefte heeft aan een uitkering tot haar levensonderhoud, omdat zij inkomsten genereert uit haar optredens als zangeres. De man heeft deze stelling onderbouwd met onder meer een uitdraai van de website van het bedrijf dat de boekingen van de vrouw regelt, een foto van een optreden van de vrouw en een aantal aankondigingen van optredens van de vrouw. Uit de door hem overgelegde stukken blijkt verder dat zij heeft deelgenomen aan talentenjacht […] die door [tv zender] is uitgezonden en dat zij begin 2015 een muziekalbum heeft uitgebracht.
De vrouw heeft op haar beurt acht zogenoemde Pro deo verklaringen overgelegd over de periode van 3 september 2013 tot en met 16 juni 2014, waaruit blijkt dat zij, op één keer na, geen vergoeding voor haar optredens heeft gekregen. .