arrest
___________________________________________________________________ _ _
afdeling civiel recht en belastingrecht, team II
zaaknummer : 200.151.872/01 KG
zaaknummer rechtbank Noord-Holland : C/15/211880/KG ZA 14-106
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 23 december 2014 (bij vervroeging)
[appellant]
,
wonend te [woonplaats],
appellant,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
[geïntimeerde]
,
wonend te [woonplaats], gemeente [gemeente],
geïntimeerde,
advocaat: mr. D. Knottenbelt te Amsterdam.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.
[appellant] is bij dagvaarding van 27 mei 2014 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Holland van 29 april 2014, in kort geding gewezen tussen [appellant] als eiser en [geïntimeerde] als gedaagde.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, met een productie;
- memorie van antwoord, met producties.
Partijen hebben de zaak ter zitting van 1 december 2014 doen bepleiten, [appellant] door mr. F.W.P. Wolters, advocaat te Amsterdam, [geïntimeerde] door mr. J.S. Hofhuis, advocaat te Amsterdam, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd.
Ten slotte is arrest gevraagd.
[appellant] heeft geconcludeerd dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, het bestreden vonnis zal vernietigen en [geïntimeerde] (alsnog) zal veroordelen om terstond na betekening van dit arrest:
- aan [appellant] opgave te doen, met vermelding van de juiste en actuele woonplaats, vestigingsplaats en/of de plaats waar wordt kantoor gehouden, van de natuurlijke en of rechtspersonen aan wie [geïntimeerde] de vervalste en/of gekopieerde tekeningen in eigendom heeft overgedragen, heeft uitgeleend, heeft verhuurd of op welke andere wijze dan ook ter beschikking heeft gesteld;
- aan [appellant] opgave te doen van derden die de productielijn SAO PAULO aan de hand van deze tekeningen hebben gebouwd en/of in aanbouw hebben genomen;
- alle vervalsingen en/of kopieën die [geïntimeerde] onder zich heeft en/of aan derden ter beschikking heeft gesteld, aan [appellant] in persoon ter hand te stellen;
- [geïntimeerde] te verbieden [appellant] tekeningen te vervalsen en/of te kopiëren en/of te vermenigvuldigen;
een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom, met beslissing over de proceskosten.
[geïntimeerde] heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van [appellant] - uitvoerbaar bij voorraad - in de kosten van het hoger beroep.
2 Beoordeling
2.1.
Stellende dat hij een productielijn ten behoeve van halffabricaten in de snackindustrie heeft ontworpen en laten tekenen, dat deze productielijn in zijn opdracht in 2000/2001 in een fabriek in Libanon is gebouwd en geïnstalleerd, dat hij zijn tekeningen aan [geïntimeerde] - in verband met een door deze te coördineren bouw van een derde productielijn in Nederland - heeft uitgeleend en dat hij weliswaar die tekeningen van [geïntimeerde] heeft teruggekregen maar [geïntimeerde] in strijd met het bepaalde in art. 7A:1781 BW en/of art. 6:162 BW de tekeningen heeft veranderd (vervalst) en/of gekopieerd, heeft [appellant] in de eerste aanleg van dit kort geding de hiervoor onder 1 vermelde vorderingen tegen [geïntimeerde] ingesteld. Na verweer van [geïntimeerde] heeft de voorzieningenrechter de vorderingen bij het bestreden vonnis afgewezen en [appellant] in de proceskosten verwezen. Tegen deze beslissing en de gronden waarop zij berust komt [appellant] in dit hoger beroep op. Het hof oordeelt als volgt.
2.2.
[appellant] heeft bij herhaling, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, aangegeven dat hij zijn vorderingen niet baseert op hem toekomende auteursrechten, een hem toekomend octrooirecht of op bescherming van knowhow: dergelijke rechten heeft hij niet, zo heeft hij bij pleidooi in hoger beroep nog eens met zoveel woorden gesteld. Tegen deze achtergrond kan, mede gelet op het feit dat [appellant] zijn tekeningen (kennelijk in ongeschonden staat) heeft teruggekregen, in art. 7A: 1781 BW geen deugdelijke grondslag van het gevorderde worden gevonden evenmin als, bij gebreke van daartoe aangevoerde relevante feiten en omstandigheden, in art. 6:162 BW.
2.3.
Reeds vanwege het voorgaande zijn de vorderingen van [appellant] terecht afgewezen en dient het bestreden vonnis te worden bekrachtigd. De grieven, indien en voor zover al gegrond, kunnen niet tot een andere beslissing leiden, evenmin als de overige door [appellant] in hoger beroep geponeerde stellingen. [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in appel.
3 Beslissing
bekrachtigt het bestreden vonnis;
verwijst [appellant] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] gevallen en tot op heden begroot op € 308,= aan verschotten en € 2.682,= aan salaris advocaat;
verklaart dit arrest ten aanzien van deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, E.J.H. Schrage en J.H. Huijzer en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2014 door de rolraadsheer.