ACM voert aan dat de rechtbank een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd door bij gebreke van een exacte marktafbakening het bestreden besluit in strijd te achten met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb. Anders dan de rechtbank veronderstelt, moet de marktafbakening worden gezien als een instrument en niet als een doel op zich. ACM heeft het marktonderzoek gedaan om te kunnen beoordelen of de afspraak of afstemming concreet geschikt is om de mededinging te beperken, in het kader van artikel 6, eerste lid, van de Mw en artikel 101 VWEU te kunnen vaststellen dat de betrokken ondernemingen geen verwaarloosbare positie hadden, en of de grenzen van artikel 7, tweede lid, van de Mw zijn overschreden.
De rechtbank heeft verder ten onrechte geconcludeerd dat het marktonderzoek onvoldoende is om te concluderen dat van buitenlandse aanbieders geen reële concurrentiedruk uitging. Het onderzoek moet een voldoende beeld geven van het voor de afspraken relevante concurrentieveld en de specifieke actoren binnen dat veld.
Vruchtensappen en –concentraten komen vooral vanuit overzeese gebieden. Dit betreft geen voor consumptie gerede vruchtensappen. De ingevroren vruchtensappen en –concentraten moeten nog worden bewerkt. Dit wordt blending genoemd. De bewerkte vruchtensappen worden vervolgens verder verwerkt tot een eindproduct en verpakt in voor consumptie geschikte verpakkingen. Deze verdere verwerking/verpakking doen bottelaars/afvullers. Daarna wordt het eindproduct via retail/supermarkten aan consumenten verkocht.
Deze zaak gaat over de afstemming tussen [naam 8] en [naam 7] / [naam 1] over tarieven en offertes en andere concurrentiegevoelige informatie van klanten die de geïntegreerde dienst van opslag en blending afnemen. Voor het marktonderzoek gaat het dus om het in kaart brengen van het concurrentieproces bij die dienstverlening en de daadwerkelijke alternatieve bevoorradingsbronnen. ACM heeft klanten van [naam 7] , [naam 8] en [naam 16] bevraagd, waaronder fruitproducenten, handelaren en bottelaars/afvullers. Zij konden directe informatie geven over dit specifieke stuk van de keten. Het waren top 10 klanten van [naam 8] en [naam 7] . Het waren klanten die zich zelf ook zagen als een belangrijke marktspeler. Ook zijn directe concurrenten bevraagd. Dit marktonderzoek gaf samen met de informatie van de betrokken ondernemingen een voldoende beeld van het concurrentieveld waarbinnen informatie-uitwisseling effect kon hebben en van de positie van de betrokken ondernemingen.
De geïntegreerde dienst is een apart segment. Een koel- en vrieshuis dat alleen kan opslaan kan niet zomaar overschakelen op blending. Dat vereist investeringen en kennis. Ook vraagt het vertrouwen van de klanten omtrent kwaliteit. Als de afnemer een bottelaar is moet ook de receptuur worden gedeeld.
Er wordt een koel- en vrieshuis gekozen dat gunstig ligt ten opzichte van de aanvoerhaven en/of de volgende bestemming van het (eind)product. De transportkosten zijn hoog en de afnemer kan de geografische route niet altijd beïnvloeden. De aanvoerhaven wordt bepaald in een samenspel tussen rederijen, handelaren, verwerkende bedrijven en retailketens. Als de aanvoerhaven in Nederland is en/of de productielocatie van een afnemer in Nederland is, dan is er feitelijk weinig te kiezen. In die situatie worden [naam 8] , [naam 7] en [naam 16] genoemd als aanbieders. Vanwege de totale (transport)kosten zal een prijsverhoging van een koel- en vrieshuis niet leiden tot het kiezen van een andere aanvoerhaven (voor zover een afnemer die aanvoerhaven al kan bepalen). Een prijsverhoging zal niet leiden tot een verplaatsing naar een buitenlandse aanbieder als de geografische route voor het overige gelijk blijft. Nader onderzoek om de conclusies van de context en de gezamenlijke marktpositie verder te staven was volgens ACM niet nodig.
De door de rechtbank genoemde verklaringen zien niet op reële buitenlandse alternatieven. Die aanbieders kunnen niet de geïntegreerde dienst van opslag en verwerking leveren of betreffen aanbieders die in de toekomst bij andere omstandigheden niet op voorhand als aanbieders worden uitgesloten. Van die aanbieders gaat geen reële concurrentiedruk uit. Zij zijn immers geen reële alternatieven. De verklaringen vormden daarom voor ACM geen aanwijzingen dat meer onderzoek moest plaatsvinden naar andere (buitenlandse) spelers.
Het rapport van E.CA Economics doet ook niet af aan de conclusies van het marktonderzoek. Het rapport gaat niet in op het voor deze zaak relevante concurrentieproces, maar ziet voornamelijk op de fases voor en na die waarin de markt is gelegen voor opslag en verwerking (de aanvoer van de te bewerken vruchtsappen en concentraten en de markt voor het te consumeren vruchtensap). De genoemde eventuele aanbieders in België en Duitsland zijn evenmin reële alternatieven. De genoemde [naam 12] in België, [naam 9] in Duitsland en [naam 13] ( [naam 13] ) in het Verenigd Koninkrijk betreffen allemaal bottelaars/afvullers met een blendinginstallatie. Aanvoer in België betreft vooral sinaasappelsap en aanlevering in bulk. De afstemming tussen [naam 7] en [naam 8] ziet echter op klanten die veelal bevroren producten in vaten/bins in reefer/containerschepen aangevoerd krijgen, vooral via een Nederlandse haven. Daarbij gingen de contacten ook over andere tropische vruchtensappen zoals ananassap. Het verwerken van niet-bevroren bulk vereist pasteuriseren en een “aseptische lijn”. [naam 7] had deze mogelijkheden niet. (Buitenlandse) bottelaars zijn geen alternatief voor de opslag- en verwerkingsdiensten van koel- en vrieshuizen. Zij verlenen over het algemeen geen diensten aan concurrerende bottelaars. Bottelaars zullen niet geneigd zijn om diensten af te nemen van andere bottelaars waarmee zij concurreren, gelet op de vertrouwelijke receptuur. Bottelaars hebben ook geen opslag voor derden beschikbaar. Zij worden ook niet genoemd als alternatief voor de geïntegreerde dienst waar zowel opslag als verwerking aan te pas komt.