Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBZWB:2024:6684

Rechtbank Zeeland-West-Brabant
25-09-2024
15-10-2024
C/02/415495 / HA ZA 23-576 (T)
Verbintenissenrecht
Bodemzaak

Inbreuk op auteursrecht. Primaire vorderingen ingesteld tot schadevergoeding bestaande uit licentievergoeding, royalties en inbreuk op persoonlijkheidsrechten. Voornemen benoeming deskundige voor bepaling wat een redelijke licentievergoeding is. Partijen worden verzocht een deskundige aan te dragen. Indien partijen daartoe niet in staat zijn, is er aanleiding tot toewijzing van de subsidiair gevorderde winstafdracht.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: C/02/415495 / HA ZA 23-576

Vonnis van 25 september 2024

in de zaak van

1 [eiser 1] B.V.,

gevestigd te [plaats 1] ,

hierna te noemen: [eiser 1] ,
2. [eiser 2],

wonende te [plaats 2] ( [land] ),

hierna te noemen: [eiser 2] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eisers] ,

advocaat: mr. J.C. Rijnierse,

tegen

1 [gedaagde 1] B.V.,

gevestigd te [plaats 3] ,

hierna te noemen: [gedaagde 1] ,
2. [gedaagde 2],

wonende te [plaats 3] ,

hierna te noemen: [gedaagde 2] ,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: [gedaagden] .,

advocaat: mr. M.J. Odink.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

− het tussenvonnis van 24 januari 2024 en de daarin genoemde processtukken;

− de door [gedaagden] . ingediende producties GP 10 tot en met 13;

− de door [eisers] ingediende akte overlegging producties tevens houdende akte wijziging van eis met producties 27 tot en met 36;

− de mondelinge behandeling van 11 juni 2024;

− de door partijen overgelegde spreekaantekeningen.

1.1

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1

[eiser 2] , werkzaam onder de [artiestennaam 1] , is als componist en tekstschrijver rechthebbende van het auteursrecht op het muziekwerk ‘ [muziekwerk 1] ’, dat op 26 april 2013 is uitgebracht. Op 4 februari 2014 heeft [eiser 2] in samenwerking met de Duitse DJ en producer [naam 1] een remix versie uitgebracht: [artiestennaam 1] - [muziekwerk 1] ( [muziekwerk 2] ).

2.2

[eiser 2] heeft zijn auteursrechten op 24 april 2015 overgedragen aan [eiser 1]1, een vennootschap waarvan hij bestuurder en enig aandeelhouder is. De voornaamste activiteiten van [eiser 1] bestaan uit de exploitatie van de auteursrechten op de muziekwerken van [eiser 2] . [eiser 2] heeft geen afstand gedaan van zijn persoonlijkheidsrechten op [muziekwerk 1] .

2.3

[gedaagde 1] is een Nederlands entertainment-, marketing- en technologiebedrijf, dat zich met name richt op de exploitatie van een platenlabel, een publishing fonds, een online platform voor artiesten en het vervaardigen en uitgeven van geluidsopnamen. [gedaagde 1] is wereldwijd zeer succesvol geworden met zogenaamde playlist promotion op platforms zoals Spotify. [gedaagde 2] is enig bestuurder van [gedaagde 1] .

2.4

Op 21 januari 2020 heeft [gedaagde 1] een (dance) bewerking van het [muziekwerk 1] uitgebracht onder de artiestennaam [artiestennaam 2] , [artiestennaam 3] en [artiestennaam 4] (hierna: [muziekwerk 3] en/of de Track ).

2.5

Op 10 februari 2023 heeft de advocaat van [eisers] [gedaagde 1] gesommeerd om het openbaar maken van de Track te staken en gestaakt te houden, omdat daarmee inbreuk wordt gemaakt op het auteursrecht van [eiser 1] en de persoonlijkheidsrechten van [eiser 2] .2

2.6

[gedaagde 1] heeft op 23 februari 2023 de Track op Spotify geblokkeerd en op 19 juli 2023 haar distributeurs gesommeerd ervoor te zorgen dat de Track overal wordt verwijderd.

2.7

[eisers] heeft [deskundige] als deskundige gevraagd te beoordelen of de Track een cover dan wel een bewerking is van het [muziekwerk 1] . In zijn rapport van 23 maart 2023 is hij tot het oordeel gekomen dat er geen sprake is van een cover, maar van een nieuw arrangement of een bewerking.3

2.8

[eisers] heeft het [advieskantoor] opdracht gegeven om een opgave te doen van de schade die [eiser 1] en [eiser 2] hebben geleden als gevolg van de bewerking van het [muziekwerk 1] door [gedaagde 1] . [B.V. 1] heeft zijn bevindingen en berekeningen uiteengezet in een rapport van 28 september 2023.4

2.9

Na verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft [eisers] conservatoir beslag laten leggen op de bankrekening van [gedaagde 1] en de woning van [gedaagde 2] . Na een door [gedaagden] . gestelde bankgarantie zijn de beslagen door [eisers] opgeheven.

3 Het geschil

3.1

[eisers] vordert – na eiswijziging – bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

  1. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot vergoeding van de schade als gevolg van het mislopen van licentiegelden door [eiser 1] , ter hoogte van € 74.740,00,

  2. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot vergoeding van de schade als gevolg van het mislopen van royalty's op de fonogrammen van [muziekwerk 3] door [eiser 1] , ter hoogte van € 17.236,00,

  3. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot vergoeding van de schade als gevolg van het mislopen van royalty's op de auteursrechten voor [muziekwerk 1] door [eiser 1] , ter hoogte van € 16.685,00,

  4. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot vergoeding van de schade als gevolg van de waardevermindering voor [eiser 1] van de intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot [muziekwerk 1] , ter hoogte van € 50.717,00,

  5. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot het vergoeden van de schade als gevolg van de inbreuken op de persoonlijkheidsrechten van [eiser 2] met betrekking tot [muziekwerk 1] , ter hoogte van € 185.000,00,

  6. alle geëiste bedragen onder 1 tot en met 5 te vermeerderen met de wettelijke rente ex 6:119 Burgerlijk Wetboek (BW) te berekenen vanaf de datum van opeisbaarheid,

subsidiair:

7. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot vergoeding van de schade als gevolg van de waardevermindering voor [eiser 1] van intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot [muziekwerk 1] , ter hoogte van € 50.717,00,

8. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen, eventueel op straffe van het verbeurd verklaren van een door de rechtbank te bepalen en op te leggen dwangsom, de ten gevolge van de inbreuk genoten winst binnen 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis af te dragen en dienaangaande rekening en verantwoording af te leggen. Dit door middel van een deugdelijk onderbouwde, gedetailleerde schriftelijke berekening, voorzien van een accountantscontrole en accountantsverklaring door een door [eiser 1] en [eiser 2] aan te wijzen accountant ter zake van de juistheid van die berekening,

9. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen de kosten van het vaststellen van de genoten winst door een accountant te vergoeden, nader op te maken bij staat,

10. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , in het geval dat [gedaagde 1] geen rekening en verantwoording kan afleggen met betrekking tot de door haar genoten winst ten gevolge van de inbreuk, te veroordelen tot vergoeding van een bedrag binnen 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis, berekend op basis van de geschatte winst voor [gedaagde 1] met betrekking tot de inbreuk op de auteursrechten via streamingdiensten, ter hoogte van € 69.176,44,

11. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot het vergoeden van de schade als gevolg van de inbreuken op de persoonlijkheidsrechten van [eiser 2] , met betrekking tot [muziekwerk 1] ter hoogte van € 185.000,00,

12. alle geëiste bedragen onder 7 tot en met 11 te vermeerderen met de wettelijke rente ex 6:119 BW te berekenen vanaf de datum van opeisbaarheid,

primair en subsidiair:

13. te verklaren voor recht dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] inbreuk maakten op de auteursrechten van [eiser 1] en [eiser 2] met betrekking tot [muziekwerk 1] door [muziekwerk 3] zonder toestemming van de rechthebbenden openbaar te maken, te verveelvoudigen, te wijzigen, het werk [muziekwerk 1] openbaar te maken onder een andere naam dan die van [eiser 2] ,

13. te verklaren voor recht dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aansprakelijk zijn voor de schade die zij veroorzaakten met de inbreuken op de auteursrechten van [eiser 1] en [eiser 2] met betrekking tot [muziekwerk 1] ,

13. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen, eventueel op straffe van het verbeurd verklaren van een door de rechtbank te bepalen en op te leggen dwangsom, binnen 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis en onder behoorlijk bewijs van kwijting, al hetgeen hen bekend is omtrent de herkomst en distributiekanalen van hun diensten en muziekwerk die inbreuk maken op de auteursrechten van [eiser 1] , aan [eiser 1] en [eiser 2] mee te delen en alle daarop betrekking hebbende gegevens aan hen te verstrekken,

13. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen, eventueel op straffe van het verbeurd verklaren van een door de rechtbank te bepalen en op te leggen dwangsom, binnen 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis en onder behoorlijk bewijs van kwijting, op kosten van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] passende maatregelen te treffen tot verspreiding van informatie over de uitspraak door publicatie in de vorm van een advertentie in geschreven media (zoals landelijke dagbladen) in gedrukte vorm en op internet, en op alle eigen websites en sociale media van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ,

13. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen, eventueel op straffe van het verbeurdverklaren van een door de rechtbank te bepalen en op te leggen dwangsom, tot, voor zover dit nog niet gebeurd is, binnen 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis en onder behoorlijk bewijs van kwijting de inbreuk op de auteursrechten van [eiser 1] en [eiser 2] te staken en gestaakt te houden,

13. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen, eventueel op straffe van het verbeurdverklaren van een door de rechtbank te bepalen en op te leggen dwangsom, tot het binnen 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis en onder behoorlijk bewijs van kwijting alle gebruikte en niet gebruikte muziek met betrekking tot [muziekwerk 3] te vernietigen,

13. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot vergoeding van de kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, ter hoogte van € 1.682,63 voor het advies van [naam 2] , en ter hoogte van € 2.800,00 voor het rapport van [B.V. 1] , ter hoogte van € 2.783,00 voor de juridische bijstand door [B.V. 2] ,

13. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot betaling van alle door [eiser 1] en [eiser 2] gemaakte gerechtskosten ex 1019h Rv met betrekking tot onderhavige zaak, waaronder begrepen de kosten voor juridische bijstand begroot op € 14.931,40, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid, binnen 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis en onder behoorlijk bewijs van kwijting,

13. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , met betrekking tot alle in dagvaarding door [eiser 1] en [eiser 2] gevorderde bedragen, te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente tot de datum van dagvaarding vermeerderd met wettelijke rente over deze bedragen vanaf datum van dagvaarding tot aan de dag van betaling,

13. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten tot een beloop van € 6.775,00,

13. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot vergoeding van de door [eiser 1] en [eiser 2] gemaakte beslagkosten en de kosten voor de bankgaranties, ter hoogte van € 658,30 aan kosten voor de deurwaarder, ter hoogte van € 3.968,80 aan kosten voor de advocaat van [B.V. 2] , en ter hoogte van € 16.308,06 aan kosten voor de advocaat van [naam 3] .,

13. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot betaling van alle nader te begroten kosten van dit geding, (waaronder voor zover van toepassing de taxe betaald in het kader van het voorlopig getuigenverhoor/schadeloosstelling en het loon betaald in het kader van het voorlopig deskundigenbericht) te vermeerderen met de nakosten begroot op € 163,00 zonder betekening, te vermeerderen met € 85,00 in het geval van betekening van het vonnis, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening,

13. al die voorzieningen te treffen die de rechtbank in goede justitie aangewezen acht, al dan niet verzwaard met een dwangsom.

3.2

[eisers] stelt dat [gedaagde 1] de in artikel 1 jo. artikel 13 van de Auteurswet (Aw) omschreven auteursrechten van [eiser 1] heeft geschonden, door het [muziekwerk 1] zonder toestemming van [eiser 1] te bewerken, openbaar te maken en te verveelvoudigen. [eiser 1] heeft daardoor schade geleden, bestaande uit een misgelopen licentievergoeding van € 74.740,00, een misgelopen percentage op de royalty’s van de fonogrammen van € 17.236,00, niet ontvangen royalty’s voor de auteursrechten van € 16.686,00 en een waardevermindering van het intellectuele eigendom met betrekking tot [muziekwerk 1] van € 50.717,00. Daarnaast heeft [gedaagde 1] ook de in artikel 25 Aw omschreven persoonlijkheidsrechten van [eiser 2] geschonden, door [muziekwerk 3] onder een andere naam dan die van [eiser 2] openbaar te maken en door het [muziekwerk 1] te wijzigen. [eiser 2] heeft hierdoor schade geleden ten bedrage van respectievelijk € 130.000,00 en € 65.000,00. [eisers] stelt dat [gedaagde 1] onrechtmatig heeft gehandeld en daardoor aansprakelijk is voor de door [eisers] geleden schade. [gedaagde 2] is als bestuurder van [gedaagde 1] aansprakelijk voor het onrechtmatig handelen van [gedaagde 1] en daarnaast ook persoonlijk aansprakelijk op grond van een eigen onrechtmatige daad, zodat ook [gedaagde 2] gehouden is de door [eisers] geleden schade te vergoeden, aldus [eisers]

3.3

Hoewel [gedaagde 1] van mening is dat zij te goeder trouw een coverversie van het [muziekwerk 1] heeft gemaakt en zich gehouden heeft aan de internationale gebruiken ten aanzien van covers in de muziekindustrie, voert zij geen verweer tegen de gestelde inbreuk op het auteursrecht van [eiser 1] . [gedaagden] . is bereid te erkennen dat er sprake is van een bewerking en dat zij daarvoor toestemming had moeten vragen aan [eiser 1] . Om een discussie over de door [gedaagde 1] gemaakte kosten te voorkomen, is [gedaagde 1] bereid om de omzet die zij met de Track heeft behaald aan [eiser 1] af te dragen. Met deze afdracht is [eisers] volgens [gedaagde 1] voldoende gecompenseerd voor de geleden schade. [gedaagde 1] betwist naast deze afdracht nog (aanvullende) schadevergoeding aan [eisers] verschuldigd te zijn. De gevorderde schadeposten komen volgens [gedaagde 1] niet voor vergoeding in aanmerking, zijn buitensporig hoog en onvoldoende onderbouwd. Gevoegd bij het feit dat [gedaagde 1] het gebruik van de Track heeft gestaakt en gestaakt zal houden, heeft [eisers] geen belang meer bij het voeren van deze procedure. [gedaagde 1] betwist inbreuk te hebben gemaakt op de persoonlijkheidsrechten van [eiser 2] . Tot slot betwist zij dat [gedaagde 2] , al dan niet als bestuurder van [gedaagde 1] , hoofdelijk aansprakelijk is voor de door [eisers] geleden schade.

3.4

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid en toepasselijk recht

4.1

Het geschil heeft een internationaal karakter, omdat [eiser 2] in [plaats 2] woont. Daarom moet eerst ambtshalve worden beoordeeld of de rechtbank bevoegd is de onderhavige zaak te behandelen en te beslissen en, zo ja, aan de hand van welk recht.

4.2

De rechtbank is op grond van artikel 4 lid 1 van de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken bevoegd tot kennisname van het geschil. Partijen hebben zich niet uitgelaten over het toepasselijke recht. Uit het feit dat partijen in hun stellingen aansluiting zoeken bij het Nederlandse recht, begrijpt de rechtbank dat zij voor de toepasselijkheid van het Nederlandse recht hebben gekozen. De rechtbank zal daarom Nederlands recht toepassen.

Inbreuk op het auteursrecht en schade

4.3

Door zonder toestemming van [eiser 1] een bewerking te maken van het [muziekwerk 1] en deze Track te exploiteren, heeft [gedaagde 1] inbreuk gemaakt op het auteursrecht van [eiser 1] . Niet in geschil is dat [gedaagde 1] daarmee onrechtmatig jegens [eiser 1] heeft gehandeld en schadeplichtig is. De vraag is welk vergoeding [gedaagde 1] aan [eiser 1] moet betalen.

4.4

[eiser 1] vordert primair schadevergoeding en subsidiair winstafdracht. Ter onderbouwing van haar vordering tot schadevergoeding verwijst zij naar het rapport van [B.V. 1] van 28 september 20235. [gedaagde 1] voert als verweer aan dat [B.V. 1] de fiscaal adviseur van [eiser 1] is en het rapport gebaseerd is op onjuiste en ongefundeerde aannames, zodat het rapport niet kan dienen als bewijs voor de (hoogte van de) door [eiser 1] geleden schade. Daar komt bij dat de gevorderde schadeposten niets te maken hebben met de daadwerkelijk door [eiser 1] geleden schade, aldus [gedaagde 1] .

4.5

Naar de rechtbank begrijpt, vordert [eiser 1] primair op grond van artikel 6:97 BW jo artikel 27 lid 2 Aw een forfaitair bedrag aan schadevergoeding. Deze methode van abstracte schadebegroting is een implementatie van artikel 13 lid 1 onder b. van de Richtlijn 2004/48/EC betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten. [eiser 1] baseert haar vordering op de licentievergoeding en een percentage van de royalty’s van de fonogrammen die zij zou hebben bedongen als [gedaagde 1] toestemming zou hebben gevraagd voor de bewerking van [muziekwerk 1] , en op een waardevermindering van het intellectuele eigendom van [muziekwerk 1] . Daarnaast vordert zij de niet ontvangen royalty’s voor de auteursrechten.

4.6

De rechtbank is van oordeel dat de door [eiser 1] gevorderde licentievergoeding als aanknopingspunt kan dienen voor de begroting van de door haar geleden vermogensschade. [eiser 1] heeft voldoende gesteld, en [gedaagde 1] onvoldoende weersproken, dat [eiser 1] een licentievergoeding in rekening zou hebben gebracht als [gedaagde 1] toestemming zou hebben gevraagd voor het bewerken van [muziekwerk 1] , en dat [gedaagde 1] een redelijke vergoeding zou hebben geaccepteerd.

4.7

Daarentegen vormen de misgelopen royalty’s voor de fonogrammen geen goed aanknopingspunt voor de begroting van de door [eiser 1] geleden vermogensschade. Daarvoor heeft [eiser 1] onvoldoende gesteld, laat staan onderbouwd. Weliswaar stelt [eiser 1] dat zij tegelijk met de verlening van een licentie ook een royalty percentage op de exploitatie van de fonogrammen zou hebben bedongen van ten minste 25% van de bruto-opbrengst, maar gesteld noch gebleken is dat dit door [gedaagde 1] zou zijn geaccepteerd. [gedaagde 1] heeft in dit verband als verweer aangevoerd dat er geen sprake kan zijn van een licentievergoeding én een variabele vergoeding, bestaande uit een royaltypercentage. Voor zover er al een percentage zou zijn bedongen, zou de te betalen licentievergoeding als een verrekenbaar voorschot op de royalty’s dienen, aldus [gedaagde 1] . De rechtbank is dan ook van oordeel dat er geen reden is om bij de begroting van de schade de licentievergoeding te verhogen met een percentage van de royalty’s voor de fonogrammen.

4.8

Datzelfde geldt voor de door [eiser 1] gestelde waardevermindering van de intellectuele eigendomsrechten. Het is de rechtbank niet duidelijk waarom de waardevermindering van het originele muziekwerk, welke waardevermindering volgens [eiser 1] onder normale omstandigheden in een licentie is verdisconteerd, in dit geval bovenop de licentievergoeding verschuldigd zou zijn. Daar komt bij dat [gedaagde 1] betwist dat de Track tot waardevermindering van het origineel heeft geleid. Volgens [gedaagde 1] verliest [eiser 1] uit het oog dat het originele [muziekwerk 1] inmiddels al meer dan 10 jaar oud is, de Track pas in 2020, 7 jaar na de release van [muziekwerk 1] , is uitgebracht en er inmiddels zo veel (dance) coverversies en remixen zijn gemaakt dat het nagenoeg onmogelijk is om te bepalen of de Track schade aan het origineel en/of de remix van [muziekwerk 1] heeft toegebracht. Bovendien kunnen originele auteurs ook profijt trekken van alle covers en remixen. In directe zin, doordat zij als auteurs alle publishing inkomsten van een cover of remix ontvangen via BumaStemra, en in indirecte zin, doordat de covers en remixen voor hernieuwde bekendheid zorgen, aldus [gedaagde 1] . [eiser 1] heeft dit naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende weersproken. Voor wat betreft de covers en remixen geldt dat [eiser 2] ter zitting heeft erkend dat er veel covers en bewerkingen zijn van zijn [muziekwerk 1] . Onder verwijzing naar haar uitpuilende mailbox6 stelt [eiser 1] alleen al de afgelopen twee jaar zo’n 150 verzoeken te hebben gedaan voor het verwijderen van illegale versies van het [muziekwerk 1] . De producenten van de tien door [gedaagde 1] overgelegde bewerkingen van het [muziekwerk 1]7 zijn nog niet aangeschreven, aldus [eiser 2] .

4.9

Met de ‘publishing inkomsten’ doelt [gedaagde 1] op de royalty’s die door Spotify via BumaStemra worden afgedragen aan auteursrechthebbende. [gedaagde 1] heeft in dit verband aangevoerd dat zij de Track bij Spotify heeft aangemeld onder de naam van [eiser 2] als oorspronkelijk rechthebbende, zodat Spotify de royalty’s op de auteursrechten aan BumaStemra, en daarmee aan [eiser 1] , kan afdragen. [gedaagde 1] stelt van Spotify geen royalty’s op de auteursrechten te hebben ontvangen, alleen de royalty’s op de fonogrammen van de Track . Zij betwist dan ook het door [eiser 1] gevorderde bedrag aan royalty’s op de auteursrechten van € 16.685,00 verschuldigd te zijn. Voor zover [eiser 1] deze royalty’s niet heeft ontvangen, kan zij deze bij Spotify opvragen, aldus [gedaagde 1] .

4.10

[eiser 1] heeft de door [gedaagde 1] gestelde werkwijze van Spotify niet betwist. Dat er royalty’s voor het [muziekwerk 1] aan [eiser 1] worden afgedragen via BumaStemra, blijkt ook uit de door [eiser 1] overgelegde print van BumaStemra statements van de afgelopen vijf jaar8. De rechtbank is het met [gedaagde 1] eens dat voor zover er inderdaad geen royalty’s mochten zijn afgedragen aan [eiser 1] voor de bewerking van [muziekwerk 1] , [eiser 1] deze vordering zal moeten indienen bij Spotify. De vordering tot betaling van € 16.685,00 zal daarom te zijner tijd worden afgewezen.

4.11

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de rechtbank bij de begroting van de door [eiser 1] geleden vermogensschade uit zal gaan van een licentievergoeding. Voor wat betreft de hoogte van deze licentievergoeding kan niet worden aangeknoopt bij een gebruikelijk door [eiser 1] te verlenen licentie, omdat [eiser 1] niet eerder een licentie voor het gebruik van het [muziekwerk 1] heeft verleend. Om die reden gaat [eiser 1] uit van het bedrag dat zij in 2015 heeft moeten betalen voor de vocale bijdrage van [naam 4] aan de remix van [muziekwerk 1] . Dit was een bedrag van 75.000,00 US Dollar. Rekeninghoudend met een inflatiecorrectie komt dat neer op een bedrag van € 74.740,00, aldus [eiser 1] . De rechtbank is het eens met [gedaagde 1] , dat dit een onjuist uitgangspunt is voor de berekening van een licentievergoeding. Het gaat in deze procedure immers om een vergoeding die [eiser 1] had kunnen vragen voor het gebruik van haar muziekwerk. Nu [eiser 1] niet eerder een licentie heeft verleend, zal een reële licentievergoeding moeten worden vastgesteld aan de hand van in de branche gebruikelijke tarieven, omdat die tarieven een reëel aanknopingspunt kunnen vormen voor de licentievergoeding die [gedaagde 1] als de inbreukmaker had moeten betalen als zij toestemming had gevraagd voor het gebruik van het auteursrecht. Hiervoor is een deskundigenonderzoek nodig. Dat betekent dat de rechtbank een deskundige zal benoemen, aan wie de vraag zal worden voorgelegd wat in 2020 een redelijke licentievergoeding zou zijn geweest voor het gebruik van het [muziekwerk 1] .

Inbreuk op de persoonlijkheidsrechten en schade

4.12

[eiser 2] stelt dat [gedaagde 1] inbreuk heeft gemaakt op zijn persoonlijkheidsrechten door een bewerking van [muziekwerk 1] uit te brengen onder een andere naam dan zijn naam, namelijk [artiestennaam 2] , [artiestennaam 3] en [artiestennaam 4] . [eiser 2] berekent de schade op een bedrag van € 130.000,00.

4.13

[gedaagde 1] voert als verweer aan dat zij overeenkomstig de richtlijnen van Spotify de naam [eiser 2] in de muziekcredits bij de Track op Spotify heeft vermeld. Zij verwijst naar een door haar in het geding gebrachte screenshot van de Track9, waar onder ‘written by’ de naam ‘ [eiser 2] ’ staat vermeld. Volgens [gedaagde 1] bevat artikel 25 Aw geen nadere regels omtrent naamsvermelding en is het in de branche gebruikelijk om op deze wijze de naam van de maker van een muziekwerk te vermelden.

4.14

[eiser 2] heeft de stelling van [gedaagde 1] , dat het gebruikelijk is om de zogenaamde songwriter- en producer credits op Spotify te vermelden in de metagegeven, niet betwist en evenmin dat deze credits voor de luisteraar zichtbaar zijn door met de rechtermuisknop op een nummer te klikken en ‘credits tonen’ te kiezen in het menu met opties. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er geen sprake is van inbreuk op de persoonlijkheidsrechten van [eiser 2] . De vordering tot betaling van € 130.000,00 zal daarom te zijner tijd worden afgewezen.

4.15

Voorts stelt [eiser 2] dat [gedaagde 1] inbreuk heeft gemaakt op zijn persoonlijkheidsrechten door wijzigingen in zijn muziekwerk aan te brengen. Daartoe voert hij het volgende aan: ‘ [eiser 2] hecht zeer veel waarde aan de originele compositie en tekst. Dit komt mede doordat [eiser 2] in de aanloop naar het uitbrengen van de muziek verschillende grote tegenslagen moest verwerken, waaronder een brand in zijn huis waarbij nagenoeg zijn hele studio afbrandde. Slechts twee dagen na deze brand kwam [muziekwerk 1] uit, doordat [eiser 2] het muziekwerk live bij ‘De Wereld Draait Door’ zong. Een van de redenen waarom de muziek doorbrak was juist al het sentiment dat [eiser 2] in het opvoeren van zijn tekst legde. [muziekwerk 1] representeert voor [eiser 2] een zeer belangrijk moment. Het betekent een ommekeer in zijn leven en carrière waarbij hij bekend werd door zijn gevoelens in de muziek bloot te leggen. [muziekwerk 1] is door de allesverwoestende brand daarbij het enige tastbare wat [eiser 2] heeft dat een schakel is tussen de pijn en het verdriet voor, tijdens en na de brand dat [eiser 2] ervoer en de ommekeer van zowel zijn privéleven als zijn leven als kunstenaar. De muziek betekent zoveel voor [eiser 2] dat hij bij het maken van de [muziekwerk 5] de volledige leiding behield over de totstandkoming van dit werk en ook hier zijn eigen gevoelens in de muziek verwerkte. De muziek in combinatie met de tekst van [muziekwerk 1] en de [muziekwerk 5] hebben als doel het verwerken van verdriet door het verliezen van relaties en mensen. Voor [eiser 2] , maar ook voor de miljoenen mensen over de hele wereld die het muziekwerk voor dit doel gebruiken. De oorspronkelijke [muziekwerk 1] en de [muziekwerk 5] hebben het verdriet en de verwerking uitgedrukt op de manier zoals [eiser 2] dit bedoelde. Dit in tegenstelling tot de donkere Deephouse en de stampende Electronic Dance die de grondslag zijn voor [muziekwerk 3] dat vooral dient als partymuziek. Het levert [eiser 2] veel stress en verdriet op dat [gedaagden] . zonder toestemming en zonder enige vorm van gêne de muziek en tekst van [eiser 2] wijzigen en met [muziekwerk 3] in juist dat soort partymuziek dat haaks staat op het gevoel dat hij aan [muziekwerk 1] heeft meegegeven. [muziekwerk 1] komt hierdoor in een heel andere muzikale sfeer terecht dan waar het voor bedoeld is. [eiser 2] ervaart dat als een enorme inbreuk op zijn persoonlijkheidsrechten.’

4.16

[gedaagde 1] heeft geen verweer gevoerd tegen de stelling van [eiser 2] dat de bewerking van het [muziekwerk 1] een wijziging in het werk is als bedoeld in artikel 25 lid 1 sub c Aw. Ingevolge artikel 25 lid 1 sub c Aw kan [eiser 2] zich tegen een wijziging in het werk verzetten, tenzij dat verzet in strijd zou zijn met de redelijkheid. Dit verzet biedt [eiser 2] een aanvullende bescherming van zijn rechten als maker van het muziekwerk. Of verzet redelijk is, moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. [gedaagde 1] heeft in dit verband aangevoerd dat [eiser 2] zelf in 2014 een uptempo remix van het oorspronkelijke nummer heeft laten uitbrengen en er al jarenlang meerdere vergelijkbare dancecovers van [muziekwerk 1] in omloop zijn. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden niet meebrengen dat [eiser 2] zich in redelijkheid niet meer tegen de bewerking van zijn muziekwerk door [gedaagde 1] kan verzetten. Het staat [eiser 2] immers vrij zijn eigen muziekwerk te bewerken, zonder dat dit derden een vrijbrief geeft om ook tot bewerking en exploitatie van zijn muziekwerk over te gaan. [eiser 2] heeft voldoende onderbouwd dat hij zich ook verzet heeft, en nog steeds verzet, tegen andere bewerkingen van zijn muziekwerk. Het verweer van [gedaagde 1] , dat aard en omvang van de wijzigingen beperkt zijn en respectvol blijven ten aanzien van het auteursrecht van [eiser 2] , zodat de reputatie van [eiser 2] niet in het gedrang is, kan niet tot een ander oordeel leiden. Voor verzet op grond van artikel 25 lid 1 sub c Aw is immers niet vereist dat een bewerking tot reputatieschade leidt.

4.17

Door inbreuk te maken op de persoonlijkheidsrechten van [eiser 2] handelt [gedaagde 1] onrechtmatig jegens [eiser 2] . [eiser 2] vordert op grond daarvan schadevergoeding ten bedrage van € 65.000,00. [eiser 2] komt tot dit bedrag door de 13.000.000 streams van [muziekwerk 3] op Spotify10 te vermenigvuldigen met een halve eurocent voor elke keer dat iemand zijn muziek en tekst op Spotify hoorde op een manier zoals deze niet bedoeld was, aldus [eiser 2] . [gedaagde 1] voert als verweer aan dat dit bedrag disproportioneel is en niet onderbouwd.

4.18

De rechtbank stelt vast dat [gedaagde 1] niet betwist dat [eiser 2] schade heeft geleden. Omdat deze schade moeilijk vast te stellen is, gaat [eiser 2] uit van een abstracte schadeberekening. [eiser 2] heeft niet onderbouwd waarom er in het kader van deze schadeberekening aangeknoopt moet worden bij een halve cent per streaming van de Track . De rechtbank acht dat ook niet redelijk. De Track heeft drie jaar op Spotify gestaan, voordat [eiser 2] zich heeft verzet tegen het gebruik van zijn muziekwerk. In zoverre heeft hij het zelf in de hand gehad dat deze bewerking ruim 13.000.000 keer is gestreamd. Gelet hierop, en het gebrek aan andere aanknopingspunten, zal de rechtbank de schade ex aequo et bono begroten op een bedrag van € 5.000,00.


[gedaagde 2] hoofdelijk aansprakelijk?

4.19

[eisers] stelt dat [gedaagde 2] hoofdelijk aansprakelijk is voor de geleden schade. Zij beroept zich zowel op de aansprakelijkheid van [gedaagde 2] als bestuurder van [gedaagde 1] als de aansprakelijk [gedaagde 2] op grond van een eigen onrechtmatige daad. [gedaagde 2] betwist persoonlijk aansprakelijk te zijn voor de schade.

4.20

Wil er sprake zijn van persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder voor het onrechtmatig handelen van de vennootschap, dan zal een schuldeiser niet alleen moeten stellen dat de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld, maar ook dat de vennootschap geen verhaal biedt voor de door de schuldeiser geleden schade. Uitgangspunt is immers dat primair de vennootschap aansprakelijk is voor haar handelen en de daardoor door de derde geleden schade. Alleen onder bijzondere omstandigheden kan ook een bestuurder aansprakelijk zijn wanneer een schuldeiser van de vennootschap wordt benadeeld door het onrechtmatig handelen van de vennootschap en het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering op de vennootschap, namelijk wanneer de bestuurder persoonlijk een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt van de rol die hij heeft gespeeld bij het onrechtmatig handelen door de vennootschap.

4.21

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eisers] onvoldoende gesteld, laat staan onderbouwd, dat aan de vereisten voor bestuurdersaansprakelijkheid is voldaan. Zo heeft [eisers] onvoldoende gesteld dat [gedaagde 1] niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen en geen verhaal zal bieden, voor het geval zij veroordeeld zal worden tot betaling van schadevergoeding aan [eisers] Weliswaar stelt [eisers] dat [gedaagde 1] 11 van haar ondernemingen heeft ‘opgedoekt’, dat er een uitloop is van personeel en [gedaagde 1] al een tijd lang als ‘gesloten’ wordt aangeduid op Google, maar [gedaagde 1] heeft hier ter zitting tegenin gebracht dat twee jaar geleden is besloten om verschillende BV’s, die ieder een eigen genre hadden, onder te brengen in een BV. Dat is nu gebeurd. De reden dat [gedaagde 1] op haar website als permanent gesloten staat, heeft te maken met het feit dat er dagelijks mensen aanbellen die muziek willen maken. [gedaagde 1] heeft geen financiële problemen, aldus [gedaagde 2] . [eisers] heeft dit niet weersproken. De rechtbank merkt nog op dat er een bankgarantie is verleend ter opheffing van de door [eisers] gelegde beslagen. Kennelijk heeft de bank in de financiële situatie van [gedaagde 1] geen reden gezien om een bankgarantie te weigeren.

4.22

Het voorgaande betekent dat het beroep op bestuurdersaansprakelijkheid niet slaag.

4.23

Naast de aansprakelijkheid als bestuurder, kan een bestuurder ook op grond van een eigen onrechtmatige daad aansprakelijk zijn (Hoge Raad 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881). Daarvoor is nodig dat hij heeft gehandeld in strijd met een op hem persoonlijk rustende zorgvuldigheidsnorm jegens een benadeelde. Voor een dergelijke aansprakelijkheid van een bestuurder – die niet een tekortschietende of onbehoorlijke taakuitoefening als bestuurder betreft, maar berust op een daarvan losstaande zorgvuldigheidsnorm – gelden de gewone regels van onrechtmatige daad.

4.24

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eisers] onvoldoende gesteld, laat staan onderbouwd, dat [gedaagde 2] een persoonlijk op hem rustende zorgvuldigheidsnorm jegens [eisers] heeft geschonden.

4.25

Het voorgaande leidt er toe dat de vorderingen tegen [gedaagde 2] te zijner tijd zullen worden afgewezen.

Deskundige

1. Zoals hiervoor overwogen, is de rechtbank voornemens een onderzoek door een deskundige bevelen. Aan de te benoemen deskundige zullen de volgende vragen worden voorgelegd:
1. wat zou in 2020 een redelijke licentievergoeding zijn geweest voor het

gebruik van het [muziekwerk 1] ?
2. Kunt u aangeven op basis van welke feiten en omstandigheden u tot deze

vergoeding bent gekomen?
3. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter

volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

4.26

De rechtbank is op zoek gegaan naar een deskundige. Twee personen hebben aangegeven niet de vereiste deskundigheid te bezitten en vier personen hebben aangegeven niet vrij te staan. Nu de rechtbank niet in staat is gebleken een deskundige te vinden, zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld om in onderlinge overleg een deskundige voor te dragen die vrij staat en de vereiste deskundigheid bezit. Daarbij dient tevens te worden aangegeven op welk bedrag inclusief btw de kosten van het onderzoek door de deskundige worden begroot.

4.27

Voor wat betreft de kosten van het onderzoek ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige door de eisende partij moet worden gedeponeerd. Dit voorschot moet daarom door [eiser 1] worden betaald. In het eindvonnis zal de rechtbank beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige draagt.

4.28

De rechtbank zal de zaak verwijzen naar na te melden rolzitting, zodat partijen bij akte kunnen aangeven welke deskundige moet worden benoemd en wat de omvang is van het door deze deskundige begrote bedrag aan voorschot. Partijen kunnen zich tevens uitlaten over de aan deze deskundige voor te leggen vragen. Partijen moeten de concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar toesturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren.

4.29

Mochten partijen niet in staat zijn om een deskundige aan te dragen, dan gaat de rechtbank ervan uit dat de door [eiser 1] primair gevorderde licentievergoeding niet als aanknopingspunt kan dienen voor de begroting van de door haar geleden vermogensschade. In dat geval zal de rechtbank de subsidiair gevorderde winstafdracht toewijzen, nadat deze is vastgesteld op de wijze zoals onder 8. is gevorderd.

4.30

In afwachting van de door partijen te nemen akte wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

verwijst de zaak naar de rol van 6 november 2024 voor uitlating partijen zoals bedoeld in rechtsoverweging 4.28;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Hermans en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2024.

1 Productie 3 bij dagvaarding

2 Productie 11 bij dagvaarding

3 Productie 14 bij dagvaarding

4 Productie 15 bij dagvaarding

5 Productie 15 bij dagvaarding

6 Productie 30 bij akte overlegging producties

7 Productie 5 bij conclusie van antwoord

8 Productie 31 bij akte overlegging producties

9 Productie 3 bij conclusie van antwoord

10 Productie 10 bij dagvaarding

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.