Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBZWB:2022:8636

Rechtbank Zeeland-West-Brabant
19-10-2022
31-10-2023
9650692 CV EXPL 22-253
Verbintenissenrecht
Bodemzaak

Aanneming van werk (herstelkosten, vervangende schadevergoeding, exoneratie)

Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 9650692 \ CV EXPL 22-253

vonnis d.d. 19 oktober 2022

inzake

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiser,

verder te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. B. Blom,

tegen

[gedaagde] , h.o.d.n. [bedrijf gedaagde] ,

kantoorhoudende en woonachtig te [woonplaats 1] ,

gedaagde,

verder te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. T.C. Warnsinck.

1 Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit het volgende:

  1. het tussenvonnis van 30 maart 2022 en de daarin genoemde stukken;

  2. de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling gehouden op 7 september 2022.

2 De feiten

2.1

Partijen hebben op 4 december 2020 een overeenkomst gesloten. Op grond van deze overeenkomst zou [gedaagde] isolatiewerkzaamheden uitvoeren aan de woning van [eiser] (meer specifiek: het aanbrengen van isolatiemateriaal in de spouwmuur, gevel, kruipruimte en het schuin dak). Op de overeenkomst staat de (door [gedaagde] ) handgeschreven tekst:

“Bekend met spouw vervuiling + vullen op eigen risico”

2.2

[gedaagde] heeft algemene voorwaarden (“Algemene Voorwaarden Isolatie koop en/of Installatie consumenten”) aan [eiser] ter hand gesteld. In de algemene voorwaarden zijn onder andere de volgende bepalingen opgenomen:

“(…) Opdrachtgever draagt zorg voor de goederen en objecten in de omgeving waarop geen neerslag of vervuiling mag komen. Opdrachtgever zet deze materialen vast, dekt ze af, plakt ze af of verwijderd ze. Opdrachtgever dient zelf toezicht te houden op de naleving hiervan en vrijwaart opdrachtnemer voor aanspraken hiervoor door derden. [Artikel 7 lid 1 sub e]

(…)

De opdrachtgever draagt het risico voor (schade veroorzaakt door);

  • -

    onjuistheden in de opgedragen werkzaamheden,

  • -

    onjuistheden in de door de opdrachtgever verlangde constructies en werkwijzen,

  • -

    gebreken of niet als standaard aan te merken constructies aan op of in de (on)roerende zaak waaraan het isolatiewerk wordt verricht [Artikel 7 lid 4]

(…)

De opdrachtnemer is niet aansprakelijk voor schade welke veroorzaakt is door vervuiling in de spouw. Vervuiling kan op verzoek tegen geldende dag tarieven verwijderd worden, echter maakt dit geen onderdeel uit van de overeenkomst. (…)” [Artikel 7 lid 4]

2.3

Eind 2020/begin 2021 waren de isolatiewerkzaamheden door [gedaagde] grotendeels uitgevoerd.

2.4

Met dagtekening 11 december 2020 heeft [gedaagde] een factuur gestuurd naar [eiser] , met een totaalbedrag van € 4.391,37 inclusief btw.

2.5

Tijdens de werkzaamheden is purschuim door de geboorde gaten weer naar buiten gestroomd. Dit heeft ertoe geleid dat er purschuim op muren, deuren en andere delen van de woning is gekomen. De werkzaamheden zijn toen stopgezet.

2.6

In april 2021 heeft [gedaagde] geprobeerd het purschuim te verwijderen door middel van een hogedrukreiniger. Dit is niet gelukt.

2.7

[eiser] heeft een offerte aangevraagd bij [bedrijf] voor het schoonmaken van de gevel van zijn woning. Op 31 mei 2021 heeft [bedrijf] een offerte uitgebracht met daarin de volgende passage:

“(…) De gevel is zodanig vervuilt door werkzaamheden aannemersbedrijf

Dat de gehele gevel gereinigd dient te worden

Als ik alleen de vlekken purschuim zal verwijderen

Blijft men vlekken houden dus dient de gehele gevel chemisch

Gereinigd te worden even als de bestrating

Als er spouwmuur vervuiling is door het verkeerd aanbrengen

Van de spouwmuur isolatie zullen er lekkages ontstaan op langere termijn dit is zo onprofessioneel

aangebracht dat ook de ventilatie gaten dicht zitten

Voor het reinigen moet u hiervoor op een bedrag rekenen van 2750 € exclusief btw

Hier voor wordt de gehele gevel chemisch gereinigd en kozijnen schoon gemaakt

Dit is exclusief steigerhuur

Dit is dag prijs (…)”

3 Het geschil

3.1

[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. te verklaren voor recht dat artikel 7 lid 4 van de algemene voorwaarden is vernietigd, althans te vernietigen, voor zover de kantonrechter van oordeel is dat deze voorwaarden van toepassing zijn;

  2. [gedaagde] te veroordelen om aan [eiser] te betalen de hoofdsom ter grootte van in totaal € 4.300,90;

  3. [gedaagde] te veroordelen om de wettelijke rente over € 3.327,50 te voldoen, vanaf 28 juli 2021 tot aan het moment der algehele voldoening;

  4. [gedaagde] te veroordelen om de wettelijke rente over € 973,40 te voldoen, vanaf 12 september 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;

  5. [gedaagde] te veroordelen om de buitengerechtelijke incassokosten ter grootte van € 555,09 te voldoen;

  6. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten van € 124,00, vermeerderd met de wettelijke rente over de proces- en de nakosten, indien deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis aan [eiser] zijn betaald.

3.2

[eiser] legt – samengevat – aan zijn vordering ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de tussen hen gesloten overeenkomst. [gedaagde] heeft immers schade veroorzaakt aan de woning van [eiser] en daarnaast zijn de overeengekomen werkzaamheden niet afgerond (de resterende werkzaamheden bestaan hoofdzakelijk uit het dichtmaken van de boorgaten). [eiser] heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om de schade te herstellen en de werkzaamheden af te ronden. [gedaagde] is hiertoe niet overgegaan. Om die reden heeft [eiser] zijn vordering tot nakoming omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. Volgens [eiser] is [gedaagde] tevens herstelkosten verschuldigd ten aanzien van de veroorzaakte schade.

3.3

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiser] in de proces- en de nakosten. [gedaagde] voert aan de werkzaamheden conform de opdracht te hebben uitgevoerd. Volgens [gedaagde] heeft hij voorafgaand aan de opdracht aangekaart dat hij niet het risico wenste te dragen van eventuele schade die het gevolg is van spouwvervuiling. [gedaagde] heeft in dat kader dan ook met pen een opmerking opgenomen in de overeenkomst (zie r.o. 2.1). [gedaagde] voert aan dat hij [eiser] voorafgaand aan de werkzaamheden heeft gewaarschuwd voor de risico’s van spouwvervuiling. Daarnaast is in de algemene voorwaarden expliciet bepaald welke verantwoordelijkheden de opdrachtgever heeft. Ook is bepaald dat de opdrachtnemer niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de door spouwvervuiling ontstane schade (zie r.o. 2.2). Uit coulance heeft [gedaagde] geprobeerd om de gevel schoon te maken. Dit betekent echter niet dat [gedaagde] hiermee aansprakelijkheid erkent. Verder is [gedaagde] steeds bereid geweest om de overeengekomen werkzaamheden af te ronden. [gedaagde] is hier door [eiser] echter niet toe in de gelegenheid gesteld. Ten slotte betwist [gedaagde] dat er sprake is van schade. Volgens [gedaagde] is [eiser] niet in een nadeliger (financiële) positie gekomen. In het geval dat er wordt geoordeeld dat er wel sprake is van schade, wijst [gedaagde] erop dat het reinigen van de gehele gevel zal leiden tot een financieel voordeel aan de zijde van [eiser] . [gedaagde] voert aan dat het reinigen van de gevel leidt tot een meerwaarde van de woning.

4 De beoordeling

4.1

Niet in geschil is dat tussen partijen een overeenkomst tot aanneming van werk ex artikel 7:750 BW tot stand is gekomen. Verder staat vast dat er tijdens de werkzaamheden isolatiemateriaal (purschuim) naar buiten is gestroomd, waardoor dit op (delen van) de binnen- en buitenkant van de woning van [eiser] is terechtgekomen. Partijen verschillen echter van mening over het antwoord op de vraag of er sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de voornoemde overeenkomst. De vordering van [eiser] bestaat uit twee onderdelen, te weten: herstelkosten ten behoeve van het verwijderen/schoonmaken van het ‘uitgestroomde’ isolatiemateriaal en vervangende schadevergoeding in verband met de onvoltooide werkzaamheden. De kantonrechter zal beide onderdelen separaat beoordelen.

4.2

Ten aanzien van de gevorderde herstelkosten, oordeelt de kantonrechter als volgt. De kantonrechter begrijpt dat [eiser] stelt dat er sprake is van gebreken in de zin van artikel 7:759 BW. Uit artikel 7:759 lid 1 BW volgt dat als het werk na oplevering gebreken vertoont waarvoor de aannemer aansprakelijk is, de opdrachtgever, tenzij zulks in verband met de omstandigheden niet van hem kan worden gevergd, aan de aannemer de gelegenheid moet geven gebreken binnen een redelijke termijn weg te nemen, onverminderd de aansprakelijkheid van de aannemer voor schade ten gevolge van de gebrekkige oplevering. Vast staat dat [eiser] [gedaagde] meermaals heeft gevraagd om de schade te komen herstellen. [gedaagde] heeft – afgezien van de poging met de hogedrukspuit – van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt, omdat hij betwist aansprakelijk te zijn voor de betreffende gebreken. Volgens [gedaagde] heeft hij voorafgaand aan de werkzaamheden [eiser] gewaarschuwd voor mogelijke schade in verband met de geconstateerde spouwvervuiling. [gedaagde] wijst in dat kader ook op zijn handgeschreven opmerking in de offerte (zie r.o. 2.1).

4.3

Vooropgesteld wordt dat [eiser] een consument is en dat [gedaagde] de positie heeft van een professional. [gedaagde] houdt zich bedrijfsmatig bezig met (onder meer) het isoleren van woningen. Gelet hierop rust op [gedaagde] een waarschuwingsplicht als bedoeld in artikel 7:754 BW. Op grond van het bepaalde in dit artikel is een aannemer/opdrachtnemer bij het aangaan of uitvoeren van de overeenkomst tussen partijen verplicht de opdrachtgever te waarschuwen voor onjuistheden in de opdracht voor zover hij deze kende of redelijkerwijs behoorde te kennen. Of dit het geval is hangt af van de deskundigheid die van hem als opdrachtnemer mocht worden verwacht en van de onder de omstandigheden van het geval van hem te vragen zorgvuldigheid. Van [gedaagde] mag als professional verwacht worden dat hij redelijkerwijs behoorde te weten dat het isoleren van een woning met (volgens [gedaagde] : aanzienlijke) spouwvervuiling tot schade aan de woning kan leiden. In dat kader mag ook van [gedaagde] worden verwacht dat hij [eiser] hierover voldoende inlicht. [gedaagde] heeft weliswaar aan [eiser] laten weten dat er sprake is van spouwvervuiling en dat het isoleren op eigen risico zal geschieden, maar niet is gebleken dat [gedaagde] expliciet heeft gewaarschuwd voor de mogelijkheid van uitstromend (en lastig te verwijderen) purschuim. De kantonrechter is van oordeel dat voor het geven van een dergelijke expliciete waarschuwing temeer aanleiding bestond nu [gedaagde] ter zitting heeft verklaard dat hij de werkzaamheden eigenlijk liever niet wilde uitvoeren in verband met de spouwvervuiling. In zijn hoedanigheid van professional, had het daarom op de weg van [gedaagde] gelegen om – gelet op de risico’s – de opdracht te weigeren, dan wel [eiser] heel nadrukkelijk te waarschuwen voor de mogelijke gevolgen. De kantonrechter neemt hierbij ook in overweging dat [gedaagde] , naar ter zitting is gebleken, reeds bij de aanvang van de werkzaamheden constateerde dat delen van de woning onvoldoende waren afgeplakt. Hoewel het afplakken in beginsel een verantwoordelijkheid is van de opdrachtgever, had [gedaagde] , alvorens de werkzaamheden uit te voeren, [eiser] heel duidelijk op de gevolgen moeten wijzen. Uit niets blijkt dat [gedaagde] dit heeft gedaan.

4.4

De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in zijn hij betoog dat uit de exoneratie voor schade veroorzaakt door spouwvervuiling en/of onjuist afplakken/afdekken (artikel 7 lid 4 van de algemene voorwaarden, zie r.o. 2.2) volgt dat [eiser] hierdoor voldoende gewaarschuwd was. Door [gedaagde] is onvoldoende gesteld dat [eiser] redelijkerwijs zou hebben moeten begrijpen dat, ook indien een waarschuwing waartoe artikel 7:754 BW [gedaagde] verplicht, achterwege zou blijven, [gedaagde] niet aansprakelijk zou zijn op basis van de algemene voorwaarden. Voor zover [gedaagde] aanvoert dat schending van de waarschuwingsplicht alleen het in artikel 7:760 lid 2 BW geregelde rechtsgevolg zou hebben en hij zich voor die aansprakelijkheid – in alle gevallen – heeft geëxonereerd, volgt de kantonrechter hem daar evenmin in. De waarschuwing stelt de opdrachtgever immers in de gelegenheid om maatregelen te treffen ter voorkoming van schadelijke gevolgen (TM, Kamerstukken II, 1992/1993, 23095, 3, p. 3). Het niet voldoen aan de waarschuwingsplicht heeft niet alleen het in artikel 7:760 lid 2 BW neergelegde rechtsgevolg, maar bestaat ook als zelfstandige verplichting jegens [eiser] , ook als [gedaagde] in de overeenkomst een exoneratie heeft opgenomen voor de betreffende aansprakelijkheid (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 januari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:550). Een exoneratie voor het niet nakomen van de waarschuwingsplicht zelf is in de exoneraties van de overeenkomst niet inbegrepen.

4.5

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [gedaagde] tekort is geschoten in zijn waarschuwingsplicht en reeds hierom aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade. [gedaagde] wordt derhalve veroordeeld tot het betalen van herstelkosten aan [eiser] .

4.6

De omvang van de door [eiser] gevorderde herstelkosten wordt door [gedaagde] betwist. Primair voert [gedaagde] aan dat er geen sprake is van schade, omdat [eiser] niet in een nadeliger financiële positie is gekomen. Volgens [gedaagde] doen de betreffende gedeeltes van de muren nog altijd waarvoor ze geplaatst zijn. Subsidiair wijst [gedaagde] erop dat er sprake is van een financieel voordeel aan de zijde van [eiser] wanneer de gehele gevel gereinigd wordt, aangezien een gereinigde gevel direct een meerwaarde zou opleveren voor een woning. Naast het feit dat de door [gedaagde] aangevoerde argumenten haaks op elkaar lijken te staan, overweegt de kantonrechter dat hoewel er sprake is van esthetische schade in plaats van bijvoorbeeld constructieve schade, dit niet betekent dat er geen sprake kan zijn van een financieel nadeel. In het onderhavige geval is dit financiële nadeel door een derde partij begroot op € 3.327,50 inclusief btw (zie r.o. 2.7). [gedaagde] heeft geen contra-expertise laten verrichten, waaruit blijkt dat het voornoemde bedrag te hoog is en/of dat de betreffende herstelwerkzaamheden zouden leiden tot een meerwaarde van de woning. De kantonrechter gaat daarom aan dit verweer voorbij en sluit aan bij de door [eiser] overgelegde offerte.

4.7

Ten aanzien van de gevorderde vervangende schadevergoeding in verband met onvoltooide werkzaamheden, overweegt de kantonrechter dat uit de correspondentie blijkt dat [gedaagde] meermaals heeft aangeboden de werkzaamheden te willen af te ronden. [gedaagde] heeft hierbij steeds opgemerkt dat het echter geen zin heeft om dit voorafgaand aan de reinigingswerkzaamheden te doen, omdat het risico bestaat dat het aangebrachte cement dan wordt ‘weggespoten’. Door [eiser] is niet weersproken dat de gevel eerst gereinigd moet worden alvorens de werkzaamheden kunnen worden afgerond. Dit betekent dat [gedaagde] niet in verzuim is geraakt ten aanzien van de onvoltooide werkzaamheden. De kantonrechter oordeelt derhalve dat de door [eiser] gevorderde vervangende schadevergoeding niet voor toewijzing in aanmerking komt.

4.8

[gedaagde] vordert wettelijke rente over het bedrag van € 3.327,50 vanaf 28 juli 2021 tot aan het moment der algehele voldoening. Aangezien de gemachtigde van [eiser] in de brief van 12 juli 2021 een termijn van 15 dagen voor nakoming heeft gegeven, is [gedaagde] ten aanzien van de herstelkosten vanaf 28 juli 2021 in verzuim geraakt. De gevorderde wettelijke rente zal daarom over het voornoemde bedrag worden toegewezen.

4.9

Tevens vordert [gedaagde] buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter

stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. De door de [eiser] verzonden aanmaning (d.d. 27 augustus 2021) voldoet niet aan de in artikel 6:96 lid 6 BW gestelde eisen, nu daarin een lager bedrag is genoemd dan het bedrag waarop het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten in dit geval recht geeft. Door deze afwijking is [gedaagde] echter niet in zijn belangen geschaad. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden daarom slechts toegewezen tot het in de aanmaning vermelde bedrag van € 457,75.

4.10

[gedaagde] zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten van [eiser] worden tot dusver begroot op:

- griffierecht:

244,00

- explootkosten:

126,83

- salaris gemachtigde (2 punten à € 249,00):

498,00

+

totaal:

868,83

De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen indien en voor zover gedaagde de proceskosten niet binnen veertien dagen na de betekening van het vonnis zal hebben voldaan. Daarbij overweegt de kantonrechter dat [gedaagde] , indien deze door de betekening van het vonnis kennis heeft kunnen nemen van de inhoud daarvan, de gelegenheid moet worden geboden om binnen een redelijke termijn aan de proceskostenveroordeling in dit vonnis te voldoen, waarbij een termijn van veertien dagen als een redelijke termijn voor nakoming wordt gezien.

4.11

De nakosten – en de wettelijke rente daarover – zullen op de in de beslissing weergegeven wijze worden begroot.

5 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 3.785,25 (€ 3.327,50 aan hoofdsom en € 457,75 aan buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met de wettelijke rente over € 3.327,50 vanaf 28 juli 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 868,83, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de 15e dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten die zijn ontstaan na dit vonnis, begroot op € 124,00 aan salaris gemachtigde, als niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis is voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na die aanschrijving tot de dag van betaling;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Boom, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2022.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.