3.1.
ETZ verzoekt om de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden wegens - kort gezegd - ernstig verwijtbaar handelen, zodanig dat van ETZ redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.
Indien het verzoek op voormelde grond niet wordt toegewezen, verzoekt ETZ om ontbinding wegens verwijtbaar handelen door [werknemer] , zodanig dat van ETZ redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.
Wanneer het verzoek op geen van voormelde gronden wordt toegewezen, verzoekt ETZ om ontbinding wegens een verstoorde arbeidsverhouding, die zodanig is dat van ETZ redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.
ETZ verzoekt tevens om bij het bepalen van de dag waartegen de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, geen rekening te houden met de geldende opzegtermijn indien de ontbinding plaatsvindt op grond van het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door [werknemer] , althans, in alle gevallen, de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de kortst mogelijke termijn, althans tegen een in goede justitie te bepalen datum.
Ter zitting heeft ETZ nog opgemerkt dat zij meent geen transitievergoeding verschuldigd te zijn en heeft zij voor het geval dat anders wordt geoordeeld verzocht om die vergoeding niet volledig, maar slechts gedeeltelijk toe te wijzen aangezien het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn de transitievergoeding volledig toe te kennen.
3.4.
Door de ongenuanceerde houding van [werknemer] , die tijdens de coronapandemie intensiveerde, is door hem -aldus ETZ- een sfeer gecreëerd waardoor voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet langer van ETZ kan worden gevergd. In een het Facebookbericht van 28 maart 2020, aangehaald in de brief van ETZ van 2 april 2020, liet hij zich negatief uit over artsen, waar hij schreef dat die zijn “gehersenspoeld”. Met zijn uitlatingen heeft [werknemer] onder andere de artikelen 7.9, 7.10 en 9.3 van de Gedragscode telefonie, e-mail, internet waaronder social media geschonden. Uit de omstandigheid dat door een andere persoon op Twitter melding werd gemaakt van dit bericht, waarbij de naam ETZ werd genoemd, bleek dat gemakkelijk te achterhalen is geweest dat [werknemer] voor ETZ werkzaam is en wat zijn functie is. Naar aanleiding van dit Facebookbericht heeft [werknemer] op 2 april 2020 een officiële waarschuwing gekregen. Die officiële waarschuwing bleek echter voor [werknemer] onvoldoende om zich op sociale media te onthouden van (ongepaste) uitlatingen over ETZ en negatieve geluiden over de coronavaccinatie. Na een gesprek hierover is [werknemer] bij brief van 11 februari 2021 er nogmaals op gewezen, dat van hem wordt verwacht dat hij bij het gebruik van sociale media rekening houdt met de belangen van ETZ en de gevolgen die zijn uitlatingen zouden kunnen hebben voor de beeldvorming omtrent ETZ en voor de relatie met zijn collega’s. In die brief is hij nog eens gewezen op de eerdere officiële waarschuwing.
3.5.
De directe aanleiding om het verzoekschrift in te dienen is een interview dat [werknemer] op 11 september 2021 heeft gegeven aan de Buitenparlementaire Onderzoekscommissie (hierna: BPOC). Deze organisatie presenteert zich als onafhankelijk onderzoeker, maar duidelijk is dat het gekozen frame ‘anti vaccinatie en anti algemene coronamaatregelen’ is. [werknemer] heeft zelf contact gezocht met deze partij en was niet verplicht om dit interview te geven. In het interview put [werknemer] veelvuldig uit hetgeen hem uit hoofde van zijn functie ter kennis is gekomen op de IC tijdens de coronapandemie. Daarmee heeft hij de normen van goed werknemerschap, zoals bedoeld in artikel 7:611 BW, geschonden, zijn geheimhoudingsplicht, zoals die is vastgelegd in de cao Ziekenhuizen en artikel 7:457 BW en artikel 88 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. In het interview liet [werknemer] zich negatief uit over (de effectiviteit van) de gebruikte behandelmethoden en over collega’s (artsen), en sprak hij over specifieke patiënten en over gesprekken met familie van overleden patiënten.
ETZ beschrijft in dit verband een achttal passages uit het interview -zie hierna onder 1 t/m 8- en geeft daarop ook per passage haar visie, welke visie hierna telkens vermeld is onder de letter a. Zo geeft ETZ -samengevat- aan dat in het interview onder meer het volgende aan de orde komt:
1) [werknemer] beschreef dat er in het begin van de covidperiode volgens zijn werkgever nog geen geneesmiddelen bekend waren. Hij had gelezen over behandelingen met vitamine C en heeft gevraagd om dit te onderzoeken. Zijn werkgever heeft hiermee niets gedaan. Ook werd hydroxychloroquine door zijn werkgever te laat toegepast; dit middel is bedoeld om in een vroeg stadium van de behandeling toe te dienen. Zijn werkgever zou zich richten op (dure) medicijnen die door de farmaceutische industrie worden voorgeschreven en die veel bijwerkingen zouden hebben.
a. a) Hiermee schept [werknemer] volgens ETZ publiekelijk een beeld alsof ETZ zich voor het karretje van de farmaceutische industrie laat spannen en niet open zou staan voor andere behandelmethoden. ETZ houdt zich aan de voorschriften van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care. Zij rekent het [werknemer] zwaar aan dat hij publiekelijk dergelijke kritiek richting zijn werkgever naar buiten brengt, terwijl hij niet een van de (vele) daarvoor bestaande interne routes/mogelijkheden heeft benut.
2) [werknemer] beschreef dat door zijn werkgever in het elektronisch patiëntendossier (hierna: EPD) een tabblad is gemaakt om bij te houden welke vaccinaties een patiënt heeft gehad. Het bijhouden daarvan is nog niet verplicht gesteld. Hiervoor is nog geen protocol. Bij 90% van de patiënten zou dit tabblad niet worden ingevuld.
a. a) Met deze bewering schendt [werknemer] naar de mening van ETZ zijn geheimhoudingsplicht en handelt hij als een slecht werknemer door -niet onderbouwd met data of feiten- te stellen dat ETZ het eigen protocol niet zou volgen. Daarnaast leidt ETZ uit deze mededeling af, dat [werknemer] zich onbevoegd toegang tot patiëntgegevens heeft verschaft aangezien hij dergelijke uitspraken alleen kon doen wanneer hij ook kennis heeft genomen van andere patiëntgegevens dan die van de patiënten die hij tijdens zijn dienst verzorgt.
3) In het interview stelde [werknemer] dat soms in de anamnese staat of een patiënt is gevaccineerd maar dat het bij ongeveer 70% van de covidpatiënten de vraag is of de patiënt is gevaccineerd. Wanneer dit alleen in de anamnese vermeld staat, dan kunnen volgens [werknemer] geen geautomatiseerde gegevens worden gegeneerd.
a. a) Hiermee impliceert [werknemer] , dat de overheid geen juiste cijfers zou hebben over de vaccinatiegraad bij in het ziekenhuis opgenomen covidpatiënten. Los van het feit dat [werknemer] zijn geheimhoudingsplicht schendt, wordt door hem een beeld geschetst alsof ETZ zou meewerken aan onjuiste informatieverstrekking over de vaccinatiecijfers.
4) [werknemer] heeft in het interview twee specifieke patiënten naar voren gebracht die volgens hem binnen twee weken na de tweede vaccinatie een hartinfarct of hartstilstand hebben gekregen. Volgens [werknemer] is het geen protocol om dan te vragen of sprake is van een bijwerking van het vaccin.
a. a) Wat [werknemer] heeft gezegd is uit de lucht gegrepen. Het zou betekenen dat ETZ de mortaliteitscijfers van corona zou opkloppen. Het is een publiekelijk geuite, ongefundeerde claim over zijn eigen werkgever die ETZ schaadt c.q. kan schaden.
5) [werknemer] stelde dat zijn werkgever bij Bijwerkingencentrum Lareb geen meldingen zou doen van (mogelijke) bijwerkingen van het vaccin omdat zij er niet bij stilstaat dat een overlijden daarvan het gevolg is.
a. a) Dit is een directe aanval op de integriteit van ETZ. [werknemer] schept hiermee een beeld alsof ETZ er voor zorgt dat Lareb van haar geen helder beeld krijgt van eventuele bijwerkingen van het coronavaccin.
6) [werknemer] vertelde over de situatie van een patiënt en een gesprek met diens familie. Zijn werkgever zou hebben aangegeven dat de patiënt is overleden aan covid, terwijl die volgens [werknemer] is overleden aan een hersenbloeding als mogelijk gevolg van de vaccinatie.
a. a) Hiermee is door [werknemer] ingegaan op gevoelige medische informatie over een patiënt die hij mede heeft verzorgd. Met zo’n actie ondermijnt [werknemer] het in hem gestelde vertrouwen en handelt hij ernstig verwijtbaar jegens zijn werkgever en jegens de familie van de overleden patiënt(en).
7) In het interview vertelde [werknemer] , dat een intensivist tegen hem heeft gezegd dat een obductie op een overleden patiënt niet nodig zou zijn omdat de oorzaak van het overlijden duidelijk was (covid). Een andere intensivist zou hebben gezegd dat er geen obducties werden gedaan omdat pathologen angst hebben voor infectiegevaar.
a. a) Ook dit zijn ongefundeerde uitspraken van [werknemer] . Obducties hebben tot circa eind 2020 niet plaatsgevonden wegens een tekort aan beschermingsmiddelen. Als [werknemer] de interne wegen zou hebben gevolgd, dan had ETZ hem kunnen uitleggen hoe de vork in de steel zit. ETZ neemt hem zeer kwalijk dat hij eigen (foutieve) aannames publiekelijk maakt en daarmee een kwetsend en gevaarlijk beeld in het collectieve geheugen brengt.
8) Tegen het einde van het interview stelde [werknemer] , dat er allerlei behandelingen mogelijk zijn die door zijn werkgever niet worden ingezet. Alles zou zijn gericht op het vaccin, waardoor zijn werkgever zorgt voor ernstig zieke mensen terwijl dit niet nodig zou zijn. [werknemer] stelde zelfs dat zijn werkgever handelt in strijd met de afgelegde eed om patiënten zo goed mogelijk te helpen.
a. a) Ook hiermee laat [werknemer] zien dat hij bereid is om ongefundeerde informatie over zijn werkgever publiekelijk te berde te brengen. ETZ acht het onaanvaardbaar en ernstig verwijtbaat dat [werknemer] klaarblijkelijk ETZ verantwoordelijk acht voor het ziek houden van eigen patiënten.
3.7.
[werknemer] heeft ernstig verwijtbaar gehandeld. In het verleden heeft hij al laten zien ondoordacht en op eigen houtje te handelen, zonder rekening te houden met schade die hij aan ETZ en collega’s of patiënten zou kunnen toebrengen. Hiervoor is hij al meermaals gewaarschuwd. Voor het interview is hij weloverwogen te werk gegaan. Hij heeft twee intensivisten gesproken om informatie te vergaren. Hij heeft op internet gezocht naar de juiste partij om zijn interview aan te geven en heeft na zijn eerste contact met BPOC een maand de tijd genomen om erover na te denken of hij aan het interview wilde meewerken. Dat [werknemer] zijn verklaringen welbewust heeft gedaan en wist, of had behoren te weten, welke impact deze verklaringen op ETZ zouden hebben, maakt dat deze gedragingen niet anders zijn te kwalificeren dan als ernstig verwijtbaar. Met zijn handelwijze brengt hij ETZ ernstig in diskrediet. Door te stellen dat ETZ verantwoordelijk zou zijn voor het ernstig ziek houden van patiënten, het laten overlijden van patiënten en het verdoezelen van (vaccinatie-) cijfers en de reden van overlijden van patiënten stelt [werknemer] ETZ onterecht in een érg kwaad daglicht. Zijn verklaringen kunnen niet worden gekwalificeerd als gematigde, opiniërende en/of informatieve uitingen gericht op kennisdeling en/of uitwisseling van standpunten. [werknemer] kan ook niet worden beschouwd als een klokkenluider. ETZ staat niet onwelwillend tegenover een kritische houding van haar werknemers. Zij heeft talloze interne mogelijkheden om het gesprek aan te gaan. [werknemer] heeft daar geen gebruik van gemaakt. Dat hij al 42 jaren bij ETZ in dienst is en bovendien vakbondsconsulent maakt dat zijn gedragingen en uitingen hem nog meer zijn aan te rekenen.