2.4.
Naar aanleiding van de vastgoedtransactie is namens de inspecteur een boekenonderzoek ingesteld. De voorlopige bevindingen van het onderzoek zijn vastgelegd in het conceptrapport boekenonderzoek van 15 juli 2014. Daarin heeft de inspecteur onder meer geconcludeerd dat sprake is van inkomen wegens het ter beschikking stellen van vermogen, dat de waarde in het economisch verkeer van de geleverde onroerende zaken € 800.000 bedraagt en dat voor het verschil tussen € 2.545.000 en € 800.000 sprake is van een (netto) uitdeling. Na het conceptrapport is veelvuldig contact geweest tussen de inspecteur en belanghebbende.
2.5.
Belanghebbende is voor het jaar 2012 uitgenodigd om de aangifte IB/PVV (hierna: de aangifte) te doen via het, zogenoemde, M-biljet. Belanghebbende heeft bij brieven van 27 mei 2014 en 4 december 2014 verzocht om (verder) uitstel voor het indienen van de aangifte. In beide brieven heeft belanghebbende het lopende boekenonderzoek naar de vastgoedtransactie als reden voor (verder) uitstel genoemd. Bij brief van 29 december 2014 heeft de Belastingdienst bericht dat uitstel wordt verleend tot 1 januari 2015.
2.6.
Belanghebbende heeft vervolgens de aangifte gedaan door toezending van het aangiftebiljet. Daarbij is een brief, met dagtekening 21 januari 2015, gevoegd. Deze brief vermeldt onder meer het volgende:
“Namens client hebben wij diverse keren om bijzonder uitstel gevraagd voor het indienen van de (…) aangifte. Eén van de redenen voor het aanvragen van bijzonder uitstel is het lopende boekenonderzoek naar de verkoop van [de in 2.3 genoemde onroerende zaak] . Deze verkoop heeft in het jaar 2012 plaatsgevonden.
Ons laatste verzoek om bijzonder uitstel (…) is niet gehonoreerd, terwijl het voorgenoemde boekenonderzoek nog steeds gaande is. Eventuele correcties die voortvloeien uit het boekenonderzoek zijn dus niet in de aangifte verwerkt. In verband hiermee maken wij ook een voorbehoud met betrekking tot de ingediende aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2012.”
2.10.
Tussen de controlerend ambtenaar [naam controlerend ambtenaar] en ambtenaren die bij de (primitieve) aanslagregeling betrokken zijn geweest, heeft een e-mailcorrespondentie plaatsgevonden over de kwestie dat een primitieve aanslag is opgelegd terwijl (overleg over) een boekenonderzoek nog lopende was. De e-mailcorrespondentie luidt – voor zover van belang – als volgt, volgens een – niet bestreden – door belanghebbende gemaakte transcriptie:1
‘15-12-2015 [naam controlerend ambtenaar] aan [A]
(…)
“Beste collega,
Op 3 december jl. heb ik u een e-mail gestuurd met de volgende inhoud:
“Ik ben al geruime tijd bezig met een boekenonderzoek bij [belanghebbende] ( [BSN] ). Het betreft de aangifte IB 2012 van [belanghebbende] . Deze aangifte is al geruime tijd geblokkeerd met als reden (toegevoegd als tekst in [KB]:
Uitworp gewenst “Poject Fundament Vastgoed”
.
(…)
Vandaag had ik een bespreking met de adviseur en deze wees mij erop dat betreffende aangifte dgt. 2-12-2015 definitief is vastgesteld.
In IKB zag ik dat u deze aanslag definitief hebt vastgesteld.
Waarom heeft u deze aangifte definitief geregeld ondanks de aangebrachte blokkade?
(…)
Gisteren heb ik u telefonisch gesproken en aangegeven dat ik nog enkele aanvullende vragen heb.
Dit betreffen aanvullende vragen, waarop de antwoorden van belang zijn in verband met het door ons beoordelen of artikel 16-2-c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van toepassing is.
Ik heb van u begrepen dat de heer [B] de doorselectie heeft gedaan en heb met u afgesproken dat u deze vragen in samenspraak met uw collega de heer [B]
beantwoordt.
Wilt u mij een beschrijving geven van hoe het proces vanaf binnenkomst van de aangifte tot aan de uiteindelijke regeling door uzelf, is verlopen?
Wie heeft welke opdracht gegeven in dit proces?
Zijn deze opdrachten gegeven door een ervaren of een onervaren medewerker?
Zijn deze opdrachten gegeven aan een ervaren of een onervaren medewerker?
Waarom is niet in IKB gekeken?
Waarom is de in ABS aangebrachte blokkade genegeerd?
15-12-2015 dhr. [B] aan dhr. [naam controlerend ambtenaar]
(…)
“Tijdverslag n.a.v. vragen m.b.t. restantpost 2012 sofinummer [BSN]
(…) Post met sofinummer [BSN] is door mij in OKA gevonden nog onder de verwerking “door selecteren.” Na de administratieve verwerking te hebben uitgevoerd van “door selecteren” naar “toetsing fiscale uitworp” heb ik gekeken welke uitworp reden(en) er voor deze post waren.
Er waren 2 uitworpen (beoordeel bezittingen buitenland en Afwijkende behandeling) Gezien het feit dat in de uitworp redenen er nergens een uitworp stond dat het een MKB post was heb ik de post als heffing niet winstpost verder behandeld.
- Er is in Eindhoven een speciaal team voor buitenland problematiek (IBR) Door mij is daarna deze post doorgezet naar een ervaren buitenland/ PH specialist van het IBR team. (collega [A] )”
23-12-2015 Dhr. [A] aan dhr. [naam controlerend ambtenaar] (…)
“Dit M-biljet is aan mij opgeleverd door collega [B] (zie bijgevoegd tijdverslag). Ik heb deze aangifte versneld geregeld zonder inhoudelijk deze post te bekijken. Om reden hiervoor is dat M-biljetten over het algemeen relatief “gemakkelijke” posten zijn en ik deze aangifte daarom ook zo behandeld heb. Omdat ik werkzaam ben op een P-eenheid ga ik niet iedere post nakijken of het een O-post is. Ik heb geen idee waarom de blokkade genegeerd is.”
07-01-2016 Dhr. [C] aan dhr. [naam controlerend ambtenaar] (…)
“Collega
De aangifte 2012 is bij de fiscale voorcontrole aangepast. Dit om hem consistent te maken. Je kan deze wijzigingen in ABS herkennen bij de heffingsgrondslagen. Deze zijn in het geel gearceerd. Bij de weegmodule is de aangifte uitgeworpen, een van de uitworpredenen was dat een afwijkende behandeling was ingebracht. Door collega [B] is bij doorselecteren gekozen om de aangifte traditioneel te regelen. Door collega [A] is de post versneld geregeld. Bij het regelen komen altijd de uitworpredenen in beeld, deze zijn dus of niet gezien of bewust weggeklikt. De hot/hor is door mij afgedaan. Daar er sprake is van een bewuste keuze om de aangifte weg te stempelen (zie verslag eldoc) vindt geen inhoudelijke toetsing meer plaats. Dit is beleid wat wij dienen uit te voeren. (…)”