2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het wetboek van strafvordering. Verdachte wordt, met inachtneming hiervan ten laste gelegd dat
1.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 1998
tot en met 5 april 2000 te Oosterland, gemeente Schouwen-Duiveland, en/of
Middelburg, met [slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer]), zijnde zijn kind zoals bedoeld op de wijze zoals opgenomen in artikel 248 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd,
die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het
lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte zijn penis in de mond van die [slachtoffer]
gebracht/geduwd.
2.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 april 2000
tot en met 6 april 2003 te Oosterland, gemeente Schouwen-Duiveland, en/of
Middelburg, met [slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer]), zijnde zijn kind zoals bedoeld op de wijze zoals opgenomen in artikel 248 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of
meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede
bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],
hebbende verdachte zijn, verdachtes penis in de mond van die [slachtoffer]
gebracht/geduwd.
3.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari
1998 tot en met 6 april 2003 te Oosterland, gemeente Schouwen-Duiveland, en/of
Middelburg, met [slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer]), zijnde zijn kind zoals bedoeld op de wijze zoals opgenomen in artikel 248 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige
handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het wrijven over en/of betasten
van de penis van die [slachtoffer] en/of het laten wrijven over en/of betasten van de
penis van verdachte door die [slachtoffer] en/of het in de mond nemen door verdachte
van de penis van die [slachtoffer] en/of het zich in de anus laten penetreren met de
penis van die [slachtoffer].
9 De beslissing
De rechtbank:
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.10. is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1: Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan
uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het
zijn kind betreft;
feit 2: Met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren
heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede
bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het zijn kind
betreft;
feit 3: Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige
handelingen plegen, terwijl het zijn kind betreft;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden, waarvan 8 (acht) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
* omdat verdachte, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht niet ter inzage aanbiedt;
* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich binnen drie werkdagen na het onherroepelijk worden van het vonnis, tussen 9:00 uur en 12:00 uur meldt bij Reclassering Nederland, Vrijlandstraat 33, 4337 EA te Middelburg. Hierna moet verdachte zich gedurende de proeftijd blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
* dat verdachte meewerkt aan een intake bij forensisch centrum De Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg, en indien geïndiceerd daar een behandeling volgt met het oog op het voorkomen van seksueel overschrijdend gedrag, en dat verdachte zich, indien behandeling is geïndiceerd, zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling of behandelaar zullen worden gegeven.
- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- bepaalt dat als algemene voorwaarde wordt toegevoegd:
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking van huisbezoeken daaronder begrepen;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 8.497,15. waarvan € 997,15 ter zake van materiële schade en € 7.500,- ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 6 april 2003 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], € 8.497,15 te betalen, en vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 6 april 2003 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 77 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.K.N, Vos, voorzitter, mr. J.J.A. Groen en mr. J.B. Smits, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Moggré-Hengst, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 13 februari 2014.
Mr. Groen is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.