7 Motivering straf
Bij de beslissing over de straf die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, alsmede de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft samen met anderen in een periode van enkele maanden zesmaal een grote tot zeer grote partij cocaïne in Nederland ingevoerd, variërend van 130 kg, via honderden kilo’s, tot ruim 4.100 kg. In totaal gaat het om bijna 7.000 kg.
De verdachte had daarbij in de regel de leiding, hij was dan degene die aan anderen, vaak dwingend en tot in detail, opdrachten gaf voor de afhandeling van de ladingen. De verdachte had het overzicht en stond in contact met alle relevante spelers: van de contacten in de bronlanden waar de cocaïne wordt geplaatst tot aan de uithalers op het haventerrein, en de havenmedewerkers daartussenin.
De cocaïne-import vond kennelijk op zo grote schaal plaats, dat verlies van een flinke partij als een kleinigheid werd opgevat, omdat een volgende partij alweer in aantocht was. De zeer grote bedragen die met deze handel worden verdiend gaan ten koste van de gezondheidsrisico’s van de gebruikers. Uit een van de aangetroffen kasboekberekeningen volgt dat de verdachte met een transport van 130 kg cocaïne, na aftrek van alle kosten gemaakt voor onder andere chauffeurs, uithalers en omgekochte beveiliging een winst van 2,3 miljoen euro maakt. Die wordt met drie personen gedeeld, per persoon komt dat neer op bijna 8 ton. Aangezien de partij van 130 kg in deze zaak de kleinste partij is, moet de verdachte met zijn handel vele miljoenen hebben verdiend. Daar komt bij dat er aanwijzingen in het dossier zijn dat de tenlastegelegde transporten nog maar een klein deel vormden van de totale handel van de verdachte.
Een criminele handel als deze kan alleen maar plaatsvinden wanneer daarin allerlei anderen – mensen met reguliere banen in de haven en in het transport – worden meegesleept. Een handel als deze kan verder alleen maar plaatsvinden als anderen met de belofte van een beloning worden verleid het vuile handwerk op en om het haventerrein op te knappen. Beloningen die in het niet vallen bij de hoogte van de enorme illegale winsten die op het organisatieniveau van de verdachte met deze handel worden binnengehaald. En dat laatste gebeurt dan ogenschijnlijk buiten bereik van justitie, terwijl het de uithalers zijn die het grootste risico lopen te worden opgepakt.
Het ondermijnende en maatschappij-ontwrichtende effect van deze handel en van de grote rijkdom die daarmee illegaal wordt verworven is immens, ook in bron- en transitlanden zoals het openbaar ministerie heeft benadrukt.
Het gemak waarmee de verdachte geweld organiseert oogt haast nonchalant. In zeer korte tijd zijn ploegen mensen naar Finland gestuurd en daar ondergebracht met de instructie om met geweld een partij cocaïne terug te halen die daar per ongeluk bij een bedrijf was beland. Daar zijn rake klappen en ernstige bedreigingen geïncasseerd door nietsvermoedend personeel dat de pech had de bewuste container te moeten lossen. De chauffeur liep gebroken ribben, een longperforatie en hoofdletsel op; de magazijnmedewerker is ernstig bedreigd maar met de schrik vrijgekomen.
Ten slotte heeft de verdachte geprobeerd een ander tot de moord op [slachtoffer 3] uit te lokken. Hij heeft gedetailleerde instructies gegeven voor observatie van het beoogde slachtoffer en de plaats waar de moordaanslag het meest doelmatig (in het wooncomplex, niet op straat, met twee ‘heads’ in plaats van vier) kon worden uitgevoerd en wie voor die taak wel, of juist minder geschikt lijkt. Hij heeft adresgegevens en een pasfoto van [slachtoffer 3] verstrekt én een beloning van € 200.000, -- in het vooruitzicht gesteld. Deze poging heeft ook daadwerkelijk tot vervolgcontacten met derden en eerste verkenningen geleid. Het lijkt niet aan de verdachte te liggen dat het bij een poging is gebleven; het dossier suggereert eerder dat de kwestie gestrand is doordat de opdrachtnemer al snel in een ander onderzoek is aangehouden.
De slotsom moet zijn dat de verdachte uitsluitend uit is op zeer grote illegale winsten. Hij zet daarbij geweld en dreiging met geweld als instrument in tegen mensen die hem daarbij in de weg staan of die in zijn ogen hebben gefaald. Het gemak waarmee herhaaldelijk gezegd wordt dat iemand moet ‘gaan slapen’ is ijzingwekkend.
Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank ook gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals deze summier uit het dossier blijken. In Nederland is de verdachte in het recente verleden niet met politie of justitie in aanraking geweest. In België is de verdachte recent voor de invoer en handel in verdovende middelen en het leiding geven aan een crimineel samenwerkingsverband onder meer veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar. De feiten in deze zaak spelen zich af vóór die veroordeling, zodat deze niet strafverzwarend wordt meegewogen. In Spanje heeft hij een blanco strafblad.
De rechtbank heeft zich afgevraagd welke straf passend zou zijn geweest als de feiten – per soort – afzonderlijk aan haar zouden worden voorgelegd. Het gaat hier om zeer ernstige feiten. Voor zijn leidende rol bij zesmaal invoer van grote partijen cocaïne van in totaal bijna 7.000 kilo zou de rechtbank een gevangenisstraf in de bandbreedte van 12 tot 16 jaar hebben opgelegd.
Voor de gewapende overval op het bedrijf in Espoo, Finland, tegen de achtergrond van de drugshandel, zou een gevangenisstraf voor de duur van 3 tot 5 jaar passend zijn.
Voor de poging tot uitlokking van moord zou de rechtbank 8 tot 12 jaar gevangenisstraf opleggen. Strafverminderende factoren heeft de rechtbank in het dossier niet kunnen terugvinden en de rechtbank heeft de verdachte daarnaar ook niet kunnen vragen.
De rechtbank vindt daarom een gevangenisstraf voor de duur van 24 jaar, zoals ook geëist door de officier van justitie, een passende straf.
Enerzijds dient dit als vergelding voor de ontwrichting waar verdachte (in)direct aan heeft bijgedragen. Anderzijds heeft het opleggen van zware straffen tot doel om anderen ervan te weerhouden zich met gewelddadige georganiseerde drugscriminaliteit in te laten.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv, aan de orde is.
12 Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 primair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) jaren.
Dit vonnis is gewezen door
mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,
mr. T.M. Riemens en mr. E. IJspeerd, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Ince, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 25 juni 2024.
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1.
hij in of omstreeks de periode van 14 november 2019 tot en met 8 december 2019, te Rotterdam, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht,
ongeveer 361 kilogram cocaïne,
in elk geval een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
2.
hij op of omstreeks 16 december 2019 te Espoo, Finland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om
een hoeveelheid van ongeveer 176 kilogram cocaïne, in elk geval een grote hoeveelheid cocaïne,
dat/die geheel of ten dele aan Algol Chemicals Oy, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld
en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ,
te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het
misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
en/of
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot afgifte van een goed, te weten een hoeveelheid van ongeveer 176 kilogram cocaïne, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde, toebehoorde met het oogmerk om zich en/of een ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,
* een vuurwapen op het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gericht en/of
* die [slachtoffer 1] één of meermalen met dit vuurwapen tegen het hoofd heeft geslagen en/of
* die [slachtoffer 1] één of meermalen tegen het lichaam heeft getrapt en/of
* naar die [slachtoffer 2] de woorden heeft geroepen: “get down, face down”, of woorden van gelijk aard en/of strekking en/of
* een wapen tegen het hoofd en/of in de nek van die [slachtoffer 2] heeft gehouden en/of
* aan die [slachtoffer 2] heeft gevraagd “wil jij je kinderen nog terug zien”, of woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
* tie-wraps om de polsen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft getracht aan te brengen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
3.
hij in of omstreeks de periode van 12 november 2019 tot en met 26 december 2019, te Rotterdam, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht,
ongeveer 1554 kilogram cocaïne,
in elk geval een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
4.
hij in of omstreeks de periode van 2 oktober 2019 tot en met 22 februari 2020 via de
Westerschelde en/of de Nederlandse territoriale wateren en/of te Antwerpen, in elk geval in
Nederland en/of in België,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht,
ongeveer 259 kilogram cocaïne,
in elk geval een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
5.
hij in of omstreeks in de periode van 28 februari 2020 tot en met 3 maart 2020, te Rotterdam, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht,
ongeveer 399 kilogram cocaïne,
in elk geval een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
6.
hij in of omstreeks de periode van 9 april 2020 tot en met 22 april 2020, via de Westerschelde en/of de Nederlandse territoriale wateren en/of te Rotterdam en/of te Antwerpen, in elk geval in Nederland en/of in België,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of opzettelijk heeft vervoerd, althans opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer 4.159 kilogram cocaïne,
in elk geval een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
7.
hij in of omstreeks de periode van 6 mei 2020 tot en met 7 mei 2020, te Rotterdam, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht,
ongeveer 130 kilogram cocaïne,
in elk geval een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
8.
hij in of omstreeks de periode van 31 januari 2020 tot en met 4 februari 2020, te Den Haag en/of Amsterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
heeft gepoogd om [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 7] en/of (een) ander(en) door giften en/of beloften en/of door het verschaffen van middelen en/of inlichtingen te bewegen tot het plegen van het navolgende strafbare feit, te weten: het opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven van [slachtoffer 3] ;
en met dat opzet voornoemde perso(o)n(en) (meermalen) heeft benaderd om dit strafbare feit te plegen, althans te laten plegen en/of die perso(o)n(en) daartoe de personalia en/of adresgegevens en/of een signalement en/of een foto van die [slachtoffer 3] heeft verstrekt en/of (een van) die perso(o)n(en) een geldbedrag van 200.000 euro, in elk geval enig geldbedrag, in het vooruitzicht heeft gesteld;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 31 januari 2020 tot en met 4 februari 2020, te Den Haag en/of Amsterdam, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
ter voorbereiding van het misdrijf om een persoon, te weten [slachtoffer 3] , opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven (zijnde moord, strafbaar gesteld in artikel 289 Wetboek van Strafrecht), waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld,
opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, te weten:
* één of meerdere PGP-toestellen bevattende één of meerdere foto’s van die [slachtoffer 3] en/of informatie over de verblijfplaats en/of het adres van die [slachtoffer 3] ; en/of
* een voertuig, Volkswagen Golf, voorzien van het kenteken [kentekennummer] ,
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad.