Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBROT:2022:5672

Rechtbank Rotterdam
08-07-2022
13-07-2022
9643226 CV EXPL 22-2120
Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig

Huurachterstand, ontbinding, ontruiming, artikel 2 Bgs

Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 9643226 CV EXPL 22-2120

datum uitspraak: 8 juli 2022

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

de stichting

De Leeuw van Putten,

vestigingsplaats: Spijkenisse,

eiseres,

gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V. te Rotterdam,

tegen:

1. [gedaagde 1],

woonplaats: [woonplaats gedaagde 1],

die niet in de procedure is verschenen,

2. [gedaagde 2],

woonplaats: [woonplaats gedaagde 2],

gemachtigde: mr. J. Pearson te Den Haag,

gedaagden.

De partijen worden hierna ‘De Leeuw van Putten’, ‘[gedaagde 1]’ en ‘[gedaagde 2]’ genoemd. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden hierna tezamen ‘[gedaagden]’ genoemd.

1. De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • -

    de dagvaarding van 17 januari 2022, met bijlagen;

  • -

    het antwoord van [gedaagde 2];

  • -

    de brief van 4 april 2022 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

  • -

    de nadere productie van de zijde van De Leeuw van Putten.

1.2.

Op 2 juni 2022 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met partijen en de gemachtigden besproken.

2. De feiten

[gedaagden] huren van De Leeuw van Putten de woning aan het adres [adres]. De maandelijkse huurprijs bedraagt op dit moment € 744,93 per maand en moet bij vooruitbetaling worden betaald. In de betaling van de huur is een achterstand ontstaan.

3. Het geschil

3.1.

De Leeuw van Putten eist samengevat:

  • -

    de huurovereenkomst te ontbinden en [gedaagden] te veroordelen om het gehuurde te ontruimen;

  • -

    [gedaagden] hoofdelijk, in die zin dat wanneer de één betaalt, de andere tot de hoogte van die betaling van zijn betalingsverplichting is bevrijd, te veroordelen om aan haar te betalen € 3.564,38 met rente en de lopende huur vanaf februari 2022;

  • -

    [gedaagden] (hoofdelijk) te veroordelen in de proceskosten;

  • -

    het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit € 1.986,50 aan hoofdsom, € 8.942,01 aan vervallen termijnen tot en met de maand januari 2022, rente van € 48,62 (berekend tot 17 januari 2022) en buitengerechtelijke kosten van € 225,25 (inclusief btw) verminderd met betalingen/verrekeningen ten bedrage van € 5.218,50 en € 2.419,50.

3.2.

De Leeuw van Putten baseert de eis op het volgende. [gedaagden] hebben een huurachterstand laten ontstaan. Deze huurachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst.

3.3.

[gedaagde 2] is het niet eens met de eis en voert het volgende aan. De huurachterstand is ontstaan omdat [gedaagde 1] geen inkomsten had. [gedaagde 2] en [gedaagde 1] zijn inmiddels uit elkaar en [gedaagde 1] heeft de woning verlaten. [gedaagde 2] heeft nu recht op toeslagen en verder heeft zij zich aangemeld voor schuldhulpverlening. Primair stelt [gedaagde 2] zich op het standpunt dat er geen sprake is van een tekortkoming die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Subsidiair stelt zij dat ontbinding van de huurovereenkomst in strijd is met de redelijkheid en billijkheid vanwege haar persoonlijke omstandigheden. Zij is immers een alleenstaande moeder van twee minderjarige kinderen.

4. De beoordeling

4.1.

Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat mr. Pearson alleen optreedt als gemachtigde van [gedaagde 2], en niet van [gedaagde 1]. Dit heeft tot gevolg dat [gedaagde 1] niet in de procedure is verschenen en dat tegen hem verstek is verleend. Nu [gedaagde 2] wel in de procedure is verschenen, wordt één vonnis gewezen dat als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd.

huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten en rente

4.2.

De Leeuw van Putten heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 2 juni 2022 een actuele specificatie van de huurachterstand in het geding gebracht en daarbij gesteld dat de huurachterstand, berekend tot en met de maand mei 2022, € 4.779,23 bedraagt (exclusief rente en kosten). [gedaagde 2] heeft het voorgaande erkend, met dien verstande dat zij inmiddels de huur over de maand juni 2022 en een bedrag van € 0,57 heeft betaald. De Leeuw van Putten heeft dit ter zitting erkend. Gelet op het voorgaande worden [gedaagden] veroordeeld tot betaling aan De Leeuw van Putten van de huurachterstand van € 4.778,66 (€ 4.779,23 – € 0,57), berekend tot en met de maand juni 2022. De gestelde persoonlijke omstandigheden, hoe moeilijk ook, ontslaan [gedaagden] niet van hun betalingsverplichtingen jegens De Leeuw van Putten en maken dit dus niet anders.

4.3.

De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen tot € 225,24, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om een vergoeding voor deze kosten te krijgen.

4.4.

De rente wordt toegewezen op de wijze zoals onder de beslissing staat vermeld, omdat uit de stellingen van De Leeuw van Putten volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagden] deze stellingen niet hebben betwist.

ontbinding huurovereenkomst

4.5.

Als de huurder zijn verplichting om tijdig de huur betalen niet nakomt, mag de verhuurder de rechter vragen om de huurovereenkomst te ontbinden. De rechter wijst deze vordering alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Meestal zal een achterstand van meer dan drie maanden voldoende zijn, maar de rechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen1.

4.6.

De huurachterstand bedraagt ruim 6 maanden. Dit rechtvaardigt in beginsel de ontbinding van de huurovereenkomst. Toch laat de kantonrechter het belang van [gedaagden] in dit geval zwaarder wegen dan het belang van De Leeuw van Putten en zal niet worden overgegaan tot ontbinding van de huurovereenkomst. De redenen van deze beslissing zijn als volgt.

4.7.

Artikel 2 Bgs bepaalt dat de verhuurder van een woning bij een huurachterstand de contactgegevens van de huurder en de hoogte van de achterstand dient te verstrekken aan het college voor schuldhulpverlening, als hij inspanning heeft geleverd om in persoonlijk contact te treden met de huurder om deze te wijzen op mogelijkheden om betalingsachterstanden te voorkomen en te beëindigen, de huurder gewezen heeft op de mogelijkheden voor schuldhulpverlening, de huurder ten minste eenmaal een schriftelijke herinnering heeft gestuurd over de betalingsachterstand en bij die schriftelijke herinnering heeft aangeboden om met schriftelijke toestemming van de huurder zijn contactgegevens aan het college te verstrekken en de huurder daarop niet afwijzend heeft gereageerd. De gedachte hierachter is dat schulden in een zo vroeg mogelijk stadium worden gesignaleerd. Er is geen sanctie gesteld op het niet naleven van artikel 2 Bgs en de verhuurder houdt de mogelijkheid om aan de rechter te vragen om de huurovereenkomst te ontbinden. Dat laat onverlet dat de rechter deze omstandigheden wel kan laten meewegen bij de beantwoording van de vraag of de ontbinding te rechtvaardigen is.

4.8.

Tussen partijen staat vast – zoals besproken tijdens de mondelinge behandeling - dat er geen vroegsignalering zoals bedoeld in artikel 2 Bgs heeft plaatsgevonden. Naar het oordeel van de kantonrechter kan niet uitgesloten worden dat de huurachterstand niet zo hoog was opgelopen als De Leeuw van Putten wel had voldaan aan haar verplichtingen uit hoofde van artikel 2 Bgs. Met de start van een schuldhulpverleningstraject is inmiddels voldoende gewaarborgd dat de lopende huur door [gedaagde 2] wordt betaald. Tegen deze achtergrond weegt het belang van [gedaagden] bij voortzetting van de huurovereenkomst op dit moment zwaarder dan het belang van De Leeuw van Putten bij beëindiging van de huurrelatie. Gelet op het voorgaande worden de gevorderde ontbinding en de daarmee samenhangende ontruiming afgewezen.

proceskosten

4.9.

In de omstandigheid dat partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt.

uitvoerbaarheid bij voorraad

4.10.

Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

5. De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, in die zin dat wanneer de één betaalt, de andere tot de hoogte van die betaling van zijn betalingsverplichting is bevrijd, om aan De Leeuw van Putten te betalen € 5.052,52 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over het saldo vanaf 17 januari 2022 dat aan betalingsachterstand, exclusief kosten, telkens, na elke debetmutatie, heeft uitgestaan tot de dag van volledige betaling;

5.2.

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.

43416

1 Zie Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.