[verzoeker] heeft aan zijn verzoek - samengevat - de volgende stellingen ten grondslag gelegd.
[verzoeker] heeft recht op loon vanaf 25 mei 2020. [verzoeker] heeft meteen na 25 mei 2020 - mede op advies van Maat - een deskundigenoordeel aangevraagd en had recht om met behoud van loon het deskundigenoordeel af te wachten. [verzoeker] heeft zich meteen na het deskundigenoordeel bij Maat gemeld voor re-integratie. Het advies van de bedrijfsarts hield in dat [verzoeker] voor 50% inzetbaar was voor licht werk in de loods. De overige 50% van het loon dient sowieso betaald te worden, nu Maat voor 50% arbeidsongeschikt was.
Maat heeft ten onrechte de cao loonindexering in 2020 niet toegepast. Het achterstallig loon ter zake bedraagt € 453,20 (824 uren x € 0,55). Daarnaast heeft [verzoeker] recht op uitbetaling van de vakantietoeslag, een uitkering wegens een niet genoten vakantiedag ten bedrage van
€ 165,86 (11,68 x € 14,20), een niet uitbetaalde gewerkte zaterdag (18 januari 2020) ten bedrage van € 85,20 (6 uur x € 14,20), de wettelijke verhoging en de transitievergoeding. De transitievergoeding bedraagt € 1.664,19, uitgaande van het maandelijks salaris van 2019 en nog zonder rekening te houden met de cao loonindexering.
[verzoeker] heeft, om te trachten deze kwestie buiten rechte op te lossen, buitengerechtelijke kosten moeten maken ten bedrage van € 907,50 exclusief btw. De totale juridische kosten die [verzoeker] in deze zaak heeft gemaakt en de nog te verwachten kosten zullen € 5.000,- exclusief btw (€ 6.050,- netto) bedragen. [verzoeker] verzoekt de gemaakte juridische kosten toe te wijzen als schadevergoeding op grond van artikel 7:611 jo. 6:96 BW. Uit een arrest van het Hof Den Haag van 8 oktober 2019 (ECLI:NL:GHDHA:2019:2618) volgt dat Maat, door niet uit eigen beweging tot betaling van de transitievergoeding over te gaan, maar af te wachten of daarop door [verzoeker] in rechte aanspraak wordt gemaakt, in strijd handelt met haar verplichtingen uit hoofde van artikel 7:673 BW en de eisen van goed werkgeverschap schendt. Maat heeft [verzoeker] bovendien gedwongen om binnen de vervaltermijn van drie maanden een procedure bij de rechter aanhangig te maken. [verzoeker] heeft tegen wil en dank juridisch advies moeten inwinnen om alsnog zijn transitievergoeding en nevenvorderingen uitbetaald te krijgen. Uit recente jurisprudentie, waarin de juridische kosten aan de billijke vergoeding werden toegerekend, volgt dat tegen wil en dank gemaakte juridische kosten kunnen worden toegewezen indien deze in direct verband kunnen worden gebracht met ernstig handelen of nalaten van de werkgever. Het verzoek tot toewijzing van door [verzoeker] gemaakte juridische kosten staat los van de reguliere proceskostenveroordeling, aldus steeds [verzoeker] .