Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBOVE:2025:881

Rechtbank Overijssel
13-02-2025
14-02-2025
05.050320.22 (P)
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig

De rechtbank veroordeelt een 25-jarige man tot een taakstraf van 80 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand met een proeftijd van een jaar. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplichtigheid aan witwassen. Hij heeft op initiatief van een onbekend gebleven persoon een bedrijf opgericht en een bedrijfspand gehuurd waar hij pakketten in ontvangst nam die van enig misdrijf afkomstig waren.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 05.050320.22 (P)

Datum vonnis: 13 februari 2025

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 januari 2025.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. A.C. Huisman, advocaat in Deventer, naar voren is gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennis genomen van wat namens de benadeelde partij [bedrijf 1] B.V. door mr. [naam 1] , waarnemend voor mr. [naam 2] , is aangevoerd.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging van 30 januari 2025, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1:

primair: zich samen met anderen, schuldig heeft gemaakt aan oplichting van [bedrijf 2] GmbH;

subsidiair: medeplichtig is geweest aan oplichting van [bedrijf 2] GmbH;

meer subsidiair: medeplichtig is geweest aan medeplegen van witwassen;

feit 2:

primair: zich samen met anderen, schuldig heeft gemaakt aan oplichting van [bedrijf 1] en/of [bedrijf 3] ;

subsidiair: medeplichtig is geweest aan oplichting van [bedrijf 1] en/of [bedrijf 3] ;

meer subsidiair: medeplichtig is geweest aan het medeplegen van witwassen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

hij op één of meer tijdstippen in op of omstreeks de periode van 20 februari 2018 tot

en met 2 maart 2018 te Zutphen en/of Ede althans in Nederland en/of Köln, althans in Duitsland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens)

[bedrijf 2] GmbH heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een

dienst,

het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het

teniet doen van een inschuld, te weten

de afgifte van goederen, te weten:

- 50 Samsung LED monitoren,

- 1000 Xiaomi Mi Band 2 horloges en/of

- 2000 Xiaomi Mi Band 2 horloges,

door

zich of een of meer mededader(s) zich

- in het contact met [bedrijf 2] GmbH voor te doen als [alias 1] , wie zou werken

voor [bedrijf 4] (terwijl die [alias 1] daar niet werkzaam was),

- gebruik te maken van de (valse) website [internetsite] en/of een (vals)

emailadres [e-mailadres] ,

- één of meer bestellingen bij [bedrijf 2] GmbH te doen en daarbij gebruik te maken van

(valse) bestelformulieren met daarop de bedrijfsnaam van [bedrijf 5]

(waardoor bij [bedrijf 2] GmbH de indruk werd gewekt dat er bestellingen door

[bedrijf 5] werden gedaan) en/of

- daarbij het afleveradres te gebruiken/te wijzigen in [adres 2] (in

plaats van [adres 3] zijnde het adres van [bedrijf 5]

);

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

[medeverdachte] en/of één of meer mededader(s) op één of meer tijdstippen in op of

omstreeks de periode van 20 februari 2018 tot en met 2 maart 2018 te Zutphen,

althans in Nederland en/of Köln, althans in Duitsland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens)

[bedrijf 2] GmbH heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een

dienst,

het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het

teniet doen van een inschuld, te weten

de afgifte van goederen, te weten:

- 50 Samsung LED monitoren,

- 1000 Xiaomi Mi Band 2 horloges en/of

- 2000 Xiaomi Mi Band 2 horloges,

door

zich of een of meer mededader(s) zich

- in het contact met [bedrijf 2] GmbH voor te doen als [alias 1] , wie zou werken

voor [bedrijf 4] (terwijl die [alias 1] daar niet werkzaam was),

- gebruik te maken van de (valse) website [internetsite] en/of een (vals)

emailadres [e-mailadres] ,

- één of meer bestellingen bij [bedrijf 2] GmbH te doen en daarbij gebruik te maken van

(valse) bestelformulieren met daarop de bedrijfsnaam van [bedrijf 5]

(waardoor bij [bedrijf 2] GmbH de indruk werd gewekt dat er bestellingen door

[bedrijf 5] werden gedaan) en/of

- daarbij het afleveradres te gebruiken/te wijzigen in [adres 2] (in

plaats van [adres 3] zijnde het adres van [bedrijf 5]

);

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks de periode van

01 februari 2018 tot en met 02 maart 2018

te Zutphen en/of Ede althans in Nederland,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft, door

- het huren van een pand aan de [adres 4] ,

- het (laten) huren van een bestelbus voor het ophalen van één of meer van

voornoemde goederen in [plaats] ;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[medeverdachte] en/of één of meer mededaders op, in of omstreeks de periode van 20

februari 2018 tot en met 2 maart 2018, te Zutphen en/of Ede althans te Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

(van) een of meer voorwerpen te weten:

- 50 Samsung LED monitoren,

- 1000 Xiaomi Mi Band 2 horloges en/of

- 2000 Xiaomi Mi Band 2 horloges,

Sub a

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die

voorwerp(en) was/waren, en/of

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden

had(den)

Sub b

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,

en/of

- gebruik heeft gemaakt

terwijl die [medeverdachte] en/of die mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks de periode van

01 februari 2018 tot en met 02 maart 2018 te Ede althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- het huren van een pand aan de [adres 2] ,

- het (meermalen) in ontvangst nemen van pakketten met daarin één of meer genoemde voorwerpen op het adres [adres 2] ,

- het (laten) huren van een bestelbus voor het ophalen van één of meer van

voornoemde goederen in [plaats] ;

2

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 februari 2018 tot en

Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[bedrijf 1] en/of [bedrijf 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,

het verlenen van een dienst,

het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het

teniet doen van een inschuld, te weten

de afgifte van goederen te weten:

één of meer

- SSD schijven (Samsung)

- mobiele telefoons van het merk Apple,

- mobiele telefoons van het merk Samsung en/of

- mobiele telefoons van het merk OnePlus

(met een totale waarde van 855.610 euro)

door

zich en/of een of meer mededader(s) zich

- in het contact met [bedrijf 1] en/of [bedrijf 3] voor te doen als [alias 1]

, wie zou werken voor [bedrijf 4] (terwijl die [alias 1]

daar niet werkzaam was),

- gebruik te maken van de (valse) website [internetsite] en/of een (vals)

emailadres [e-mailadres] , ),

- één of meer bestellingen bij [bedrijf 1] en/of [bedrijf 3] te doen en

daarbij gebruik te maken van (valse) bestelformulieren met daarop de bedrijfsnaam

van [bedrijf 5] (waardoor bij [bedrijf 1] en/of [bedrijf 3]

de indruk werd gewekt dat er bestellingen door [bedrijf 5] werden

gedaan) en/of

- daarbij het afleveradres te gebruiken/te wijzigen in [adres 2] (in

plaats van [adres 3] zijnde het adres van [bedrijf 5]

);

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

[medeverdachte] en/of één of meer andere (mede)verdachten op één of meer tijdstippen in

of omstreeks de periode van 21 februari 2018 tot en met 07 maart 2018 te Zutphen,

Ede en/of Schiphol althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[bedrijf 1] en/of [bedrijf 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,

het verlenen van een dienst,

het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het

teniet doen van een inschuld, te weten

de afgifte van goederen te weten:

één of meer

- SSD schijven (Samsung)

- mobiele telefoons van het merk Apple,

- mobiele telefoons van het merk Samsung en/of

- mobiele telefoons van het merk OnePlus

(met een totale waarde van 855.610 euro)

door

zich en/of een of meer mededader(s) zich

- in het contact met [bedrijf 1] en/of [bedrijf 3] voor te doen als [alias 1]

, wie zou werken voor [bedrijf 4] (terwijl die [alias 1]

daar niet werkzaam was),

- gebruik te maken van de (valse) website [internetsite] en/of een (vals)

emailadres [e-mailadres] , ),

- één of meer bestellingen bij [bedrijf 1] en/of [bedrijf 3] te doen en

daarbij gebruik te maken van (valse) bestelformulieren met daarop de bedrijfsnaam

van [bedrijf 5] (waardoor bij [bedrijf 1] en/of [bedrijf 3]

de indruk werd gewekt dat er bestellingen door [bedrijf 5] werden

gedaan) en/of

- daarbij het afleveradres te gebruiken/te wijzigen in [adres 2] (in

plaats van [adres 3] zijnde het adres van [bedrijf 5]

);

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks de periode van

01 februari 2018 tot en met 07 maart 2018

te Zutphen, Ede en/of Schiphol althans in Nederland,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft, door

- het huren van een pand aan de [adres 4] ,

- het (laten) huren van een bestelbus voor het ophalen van één of meer van

voornoemde goederen in [plaats] en/of Schiphol;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[medeverdachte] en/of één of meer mededader(s) in op of omstreeks de periode van 21

februari 2018 tot en met 07 maart 2018, te Zutphen, Ede, Schiphol althans te Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (van) een of meer voorwerpen te weten:

één of meer

- SSD schijven (Samsung)

- mobiele telefoons van het merk Apple,

- mobiele telefoons van het merk Samsung en/of

- mobiele telefoons van het merk OnePlus

(met een totale waarde van 855.610 euro)

Sub a

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die

voorwerp(en) was/waren, en/of

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden

had(den)

Sub b

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,

en/of

- gebruik heeft gemaakt

terwijl die [medeverdachte] en/of die mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks de periode van

01 februari 2018 tot en met 07 maart 2018

te Zutphen, Ede en/of Schiphol althans in Nederland,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft, door

- het huren van een pand aan de [adres 2] ,

- het (meermalen) in ontvangst nemen van pakketten met daarin één of meer genoemde voorwerpen op het adres [adres 2] ,

- het (laten) huren van een bestelbus voor het ophalen van één of meer van

voornoemde goederen in [plaats] en/of Schiphol.

3 De bewijsmotivering

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich, overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegd schriftelijk requisitoir, op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het hem onder 1 primair en subsidiair en 2 primair en subsidiair ten laste gelegde. Het onder 1 en 2, beide meer subsidiair, ten laste gelegde medeplichtig zijn aan het medeplegen van witwassen kan wel wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich, overeenkomstig de inhoud van aan de rechtbank overgelegde pleitaantekeningen, op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de gehele tenlastelegging, omdat het dubbel opzet op het plegen van de ten laste gelegde feiten door verdachte ontbreekt. Ook heeft verdachte niet samengewerkt of een intellectuele bijdrage geleverd ten aanzien van de ten laste gelegde feiten, zodat hij niet als medepleger van de feiten aangemerkt kan worden.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

3.3.1

Feiten 1 primair en subsidiair en 2 primair en subsidiair

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 primair en subsidiair en 2 primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

3.3.2

Feiten 1 meer subsidiair en 2 meer subsidiair

Vaststelling van de feiten 1

De rechtbank stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

Bij twee bedrijven die handelen in telecommunicatieapparatuur genaamd [bedrijf 1] (verder: [bedrijf 1] ) en [bedrijf 2] GmbH (verder: [bedrijf 2] ) zijn door ‘ [alias 1] ’, een persoon die stelt werkzaam te zijn bij [bedrijf 5] (verder: [bedrijf 5] ), in de periode van 20 februari 2018 tot en met 7 maart 2018 een groot aantal elektronische apparaten besteld. Bij [bedrijf 2] ging het om diverse bestellingen met een totale waarde van € 60.050,-, bestaande uit 50 Samsung beeldschermen, 1000 Xiaomi smarthorloges en 2000 Xiaomi smarthorloges..2 Bij [bedrijf 1] ging het om diverse bestellingen met een totale waarde van € 855.610,00 en bestaande uit 1.750 Apple, OnePlus en Samsung telefoons en 550 Samsung SSD type 850.3

‘ [alias 1] ’ bleek echter niet werkzaam te zijn voor [bedrijf 5] .4 Het bedrijf [bedrijf 5] bestaat wel, maar heeft de bestellingen niet geplaatst.5 [bedrijf 1] en [bedrijf 2] GmbH hebben aangifte gedaan van oplichting. Zij hebben goederen geleverd, maar niets betaald gekregen.6

Verdachte heeft op verzoek van een persoon wiens naam hij niet wil noemen de Kamer van Koophandel (verder: KvK) bezocht en vervolgens aldaar een bedrijf genaamd [bedrijf 6] ingeschreven. Hierna heeft hij een bedrijfspand aan de [adres 2] (verder: het bedrijfspand) bezichtigd en vanaf 7 februari 2018 in [plaats] op naam van [bedrijf 6] dat bedrijfspand gehuurd.7 Ter aanbetaling van de huur heeft verdachte aan de makelaar van dat bedrijfspand, de heer [getuige] , contant een bedrag betaald van € 1.090,008. Dat bedrag heeft verdachte eerder van een persoon wiens naam hij niet wil noemen gekregen om de waarborgsom mee te kunnen voldoen.9 Verdachte heeft met deze persoon de afspraak gemaakt dat hij per pakket dat hij zou aannemen en ontvangen in het bedrijfspand een geldbedrag van € 50,00 zou ontvangen.10 Verdachte heeft een onbekend gebleven persoon de sleutel gegeven van het bedrijfspand, zodat de geleverde goederen vanuit het bedrijfspand weer konden worden opgehaald.11 Verdachte heeft verklaard dat hij in dit bedrijfspand zes of zeven pakketten in ontvangst genomen heeft. Verdachte wist niet wat er in de pakketten zat. Op vragen van de politie waarom bij sommige leveringen de naam ‘ [alias 2] ’ genoteerd staat, verklaart verdachte dat het waarschijnlijk om een spellingsfout gaat. Verdachte moest zijn naam zeggen en dan werd het door de bezorger opgeschreven.12

Bestellingen [bedrijf 2]

Op 21 februari 2018 is door [bedrijf 5] een bestelling geplaatst bij [bedrijf 2] van 50 Samsung Led monitoren. Als afleveradres is opgegeven “ [bedrijf 5] [adres 2] ”.13

Op 28 februari 2018 is door UPS bij het bedrijfspand in [plaats] een bestelling met verzendnummer [verzendnummer 1] afgeleverd afkomstig van [bedrijf 2] . De bestelling betrof 1.000 Xiami Mi Band 2 ter waarde van in totaal € 18.000,00. Als afleveradres van de bestelling werd opgegeven: “ [bedrijf 5] [adres 2] ”Als ontvanger van deze bestelling werd door bezorgdienst UPS genoteerd: “ [alias 2] ”.14

Op 2 maart 2018 is bij het bedrijfspand een bestelling afgeleverd afkomstig van [bedrijf 2] . De bestelling betrof 2.000 Xiami Mi Band 2 ter waarde van in totaal € 38.500,00 met ‘purchase order no.’: [nummer] . Als afleveradres van de bestelling werd opgegeven: “ [bedrijf 5] [adres 2] ”. Als ontvanger van deze bestelling werd door bezorgdienst UPS genoteerd: “ [alias 2] ”.15

Bestellingen [bedrijf 1]

Op 22 februari 2018 is bij het bedrijfspand een bestelling met referentienummer [verzendnummer 2] afgeleverd afkomstig van [bedrijf 1] . Het betrof 180 stuks Samsung SSD 850 ter waarde van in totaal € 19.110,00. Als afleveradres van de bestelling is opgegeven: “ [bedrijf 5] [adres 2] ”. Als ontvanger van deze bestelling is door bezorgdienst DHL genoteerd: “ [verdachte] ”.16

Op 23 februari 2018 is bij het bedrijfspand een bestelling met verzendnummer [verzendnummer 3] afgeleverd afkomstig van [bedrijf 1] . Het betrof 370 stuks Samsung SSD 850 ter waarde van in totaal € 38.850,00. Als ontvanger van deze bestelling is door bezorgdienst DHL genoteerd: “ [alias 2] ”.17

Telkens als verdachte in het pand aan de [adres 2] kwam om opnieuw een pakket aan te nemen, waren de eerder ontvangen pakketten weg. Alleen de pallets of de verpakking lag er dan nog.18

Medeplichtigheid bij het medeplegen van witwassen?

Allereerst dient de rechtbank vast te stellen of sprake is van witwassen. Daarvoor is vereist dat de goederen zoals omschreven in de tenlastelegging van enig misdrijf afkomstig waren.

De rechtbank stelt op basis van de stukken in het dossier vast dat de bedrijven [bedrijf 1] en [bedrijf 2] zijn opgelicht door een onbekend gebleven persoon die zich heeft voorgedaan als ‘ [alias 1] ’ werkzaam bij [bedrijf 5] . Deze ‘ [alias 1] ’ heeft bij deze bedrijven middels vals opgemaakte bestelformulieren goederen besteld en geleverd gekregen zonder daarvoor te betalen. Een deel van deze goederen heeft deze onbekende persoon laten bezorgen bij het door verdachte gehuurde bedrijfspand in [plaats]. De rechtbank stelt dan ook vast dat de goederen die deze onbekende persoon heeft buitgemaakt van enig misdrijf afkomstig zijn.

De rechtbank overweegt dat de onbekend gebleven persoon de bij [bedrijf 1] en [bedrijf 2] bestelde goederen voorhanden heeft gehad. Van het voorhanden hebben van uit misdrijf verkregen goederen is sprake wanneer de persoon feitelijke zeggenschap heeft over deze goederen. De onbekend gebleven persoon heeft, zo blijkt uit het dossier, het adres van het bedrijfspand aan de [adres 2] te Ede meerdere keren opgegeven als het afleveradres voor de uit oplichting verkregen goederen. Als verdachte in het pand kwam om een nieuw pakket in ontvangst te nemen, waren de eerder afgeleverde goederen weg. Kennelijk heeft de onbekend gebleven persoon dus ook zeggenschap gehad over waar de goederen naar toe moesten na de levering in het bedrijfspand in [plaats] .

Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld of de onbekend gebleven persoon nauw en bewust heeft samengewerkt met een ander of anderen bij het voorhanden krijgen van de uit misdrijf verkregen goederen. Dat sprake was van medeplegen, kan niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. De rechtbank zal verdachte van dit onderdeel vrijspreken.

De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is of sprake is van medeplichtigheid van verdachte bij het witwassen door de onbekend gebleven persoon.

De rechtbank stelt voorop dat voor de bewezenverklaring van medeplichtigheid aan een misdrijf is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op zijn handelingen als medeplichtige als bedoeld in artikel 48, aanhef en onder 1 of 2 Wetboek van Strafrecht (verder: Sr), maar ook dat zijn opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het door de dader gepleegde misdrijf (het gronddelict). In dit geval dus het witwassen door de onbekend gebleven persoon. Het opzet van de medeplichtige behoeft niet te zijn gericht op de precieze wijze waarop het gronddelict wordt begaan.

Verdachte heeft op verzoek van een onbekend gebleven persoon bij de KvK een bedrijf ingeschreven dat zich richtte op de handel in telecommunicatie, genaamd [bedrijf 6] . Vervolgens heeft verdachte eveneens op verzoek van een onbekend gebleven persoon op naam van [bedrijf 6] het bedrijfspand in [plaats] gehuurd en als waarborgsom voor de huur contant een bedrag van € 1.090,00 aanbetaald. Een bedrag dat hij van deze onbekende persoon heeft verkregen. Hierna heeft verdachte het bedrijfspand gebruikt om tegen betaling pakketten aan te nemen en een ander de sleutel van het bedrijfspand gegeven zodat iemand anders dan verdachte vervolgens deze pakketten weer kon ophalen. Daarbij kende verdachte de inhoud van deze pakketten volgens zijn eigen verklaring niet. De rechtbank acht de feiten en omstandigheden zoals die uit de bewijsmiddelen zijn gebleken, in onderling verband en samenhang bezien met wat hiervoor is overwogen, van dien aard dat verdachte naar het oordeel van de rechtbank willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de (door hem) bij het bedrijfspand ontvangen en vervolgens door een onbekend gebleven ander opgehaalde pakketten van misdrijf afkomstig waren. Aldus heeft hij op zijn minst genomen voorwaardelijk opzet gehad op het witwassen. Verdachte is daarbij opzettelijk behulpzaam geweest door het bedrijfspand in [plaats] te huren en door zelf op 22, 23 en 28 februari en op

2 maart 2018 pakketten in ontvangst te nemen. De rechtbank acht dus ook bewezen dat verdachte de pakketten heeft aangenomen waarvan door een pakketbezorger op het afleverbewijs werd genoteerd “ [alias 2] ” of “ [alias 2] ”. Deze naam lijkt veel op die van verdachte. Dat in die gevallen “ [alias 2] ” of “ [alias 2] ” is genoteerd, beschouwt de rechtbank als een kennelijke spellingsfout van de pakketbezorgers.

Dat verdachte betrokken was bij het (laten) huren van een bestelbus voor het ophalen van één of meer in de onder 1 en 2, beiden meer subsidiair, genoemden goederen in [plaats] en/of Schiphol, kan niet wettig en overtuigend worden bewezen. Daarvan zal de rechtbank verdachte vrijspreken.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1. meer subsidiair
één mededader in de periode van 20 februari 2018 tot en met 2 maart 2018, te Nederland voorwerpen te weten:
- 50 Samsung LED monitoren, en
- 1000 Xiaomi Mi Band 2 horloges en
- 2000 Xiaomi Mi Band 2 horloges,
voorhanden heeft gehad, terwijl die mededader wist dat die voorwerpen - onmiddellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks de periode van 1 februari 2018 tot en met 2 maart 2018 te Ede, opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk middelen heeft verschaft, door
- het huren van een pand aan de [adres 2] en

- het meermalen in ontvangst nemen van pakketten met daarin genoemde voorwerpen op het adres [adres 2] ;

2 meer subsidiair

één mededader in de periode van 21 februari 2018 tot en met 7 maart 2018 te Nederland voorwerpen te weten:

- SSD schijven (Samsung)

voorhanden heeft gehad,

terwijl die mededader wist dat die voorwerpen - onmiddellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks de periode van

1 februari 2018 tot en met 7 maart 2018 te Ede opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk middelen heeft verschaft, door

- het huren van een pand aan de [adres 2] en

- het meermalen in ontvangst nemen van pakketten met daarin genoemde voorwerpen op het adres [adres 2] .

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 48 en 420bis Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 meer subsidiair en feit 2 meer subsidiair

telkens het misdrijf: medeplichtigheid aan eenvoudig witwassen, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6 De op te leggen straf of maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

Bij een strafoplegging heeft de raadsman bepleit dat een schuldverklaring zonder oplegging van straf dan wel een geheel voorwaardelijke taakstraf volstaat.

6.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan witwassen. Hij heeft op initiatief van een onbekend gebleven persoon een bedrijf opgericht en vervolgens een bedrijfspand gehuurd waar hij pakketten in ontvangst heeft genomen tegen betaling. Gelet op alle omstandigheden lag het zeer voor de hand dat de inhoud van deze pakketten van enig misdrijf afkomstig was.

Door het handelen van verdachte, wordt de integriteit van het financieel en economische verkeer aangetast. Bovendien bevordert witwassen, en dus ook het medeplichtig zijn daaraan, het plegen van delicten. Bij zijn handelen heeft verdachte slechts oog gehad voor zijn eigen financiële gewin en de nadelige gevolgen van zijn handelen voor anderen op de koop toegenomen. Verder heeft verdachte tijdens de zitting maar beperkt openheid van zaken willen geven.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad verdachte van 20 december 2024. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Wel is aan verdachte middels een onherroepelijke strafbeschikking van 18 september 2019 een taakstraf van 40 uur opgelegd in verband met een overtreding van de Opiumwet. Daarom is artikel 63 Sr van toepassing.

De rechtbank heeft ook kennis genomen van het advies van Reclassering Nederland van

21 januari 2025 waaruit blijkt dat verdachte bij de reclassering beperkt heeft willen ingaan op de verdenking. De reclassering beschrijft dat een verklaring voor het plegen van het feit zou kunnen zijn dat verdachte dit heeft gedaan om zijn ouders financieel te ondersteunen, gezien de aanwezige geldzorgen van het gezin destijds. Verdachte lijkt volgens de reclassering oprecht te zijn geschrokken van de ernst en de aard van de verdenking. Hier was hij zich ogenschijnlijk niet bewust van. Echter lijkt verdachte beperkt verantwoordelijkheid te nemen voor zijn aandeel/rol in het geheel, gezien zijn proceshouding. Tegelijkertijd is hij na de onderhavige verdenking niet meer in beeld geweest bij justitie en politie. Verdachte heeft zich vooral gericht op zijn werk en het financieel stabiel worden door een legaal inkomen. Op dit moment is hij nog bezig met het behalen van een mbo 3 opleiding in de zorg

De reclassering schat het risico op herhaling in als laag.

De op te leggen straf of maatregel

De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Een eindvonnis dient vervolgens in de regel binnen twee jaren te volgen.

Verdachte is eerst op 11 maart 2019 in verzekering gesteld. Op dat moment is de redelijke termijn aangevangen. Op 13 februari 2025 wijst de rechtbank vonnis in de zaak van verdachte. De rechtbank houdt er echter wel rekening mee dat verdachte tijdens de openbare terechtzittingen van 18 januari 2024 en 10 oktober 2024 zelf heeft verzocht de zaak aan te houden. Indien deze aanhoudingsverzoeken niet waren gedaan, dan had de rechtbank, zoals dat ook in de zaken van de medeverdachten is gedaan, naar alle waarschijnlijkheid in de zaak van verdachte op 1 februari 2024 vonnis gewezen. Deze datum zal de rechtbank dan ook als uitgangspunt nemen.

Dit betekent, uitgaande van een redelijke termijn van twee jaren, dat dit vonnis bijna twee jaren en 11 maanden na het verstrijken van de redelijke termijn wordt gewezen. De rechtbank is van oordeel dat deze aanzienlijke overschrijding, matiging van de hierna te vermelden op te leggen straf tot gevolg moet hebben. De rechtbank zal deze overschrijding compenseren door de op te leggen straf te verminderen met 20%.

Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 100 uren passend en geboden, wat na de hiervoor genoemde compensatie wegens overschrijding van de redelijke termijn resulteert in een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van 80 uur met aftrek van het voorarrest. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte opleggen een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van een jaar. Dit om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

7 De schade van benadeelden

7.1.1

De vordering van de benadeelde partij [bedrijf 2] GmbH

[bedrijf 2] GmbH heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen ter hoogte van € 61.002,90, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de waarde van de geleverde goederen.

7.1.2

De vordering van de benadeelde partij [bedrijf 1]

B.V. heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen ter hoogte van
€ 867.781,60, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de waarde van de geleverde goederen.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [bedrijf 2] geheel toe te wijzen is. Ten aanzien van de vordering van [bedrijf 1] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat een bedrag van € ‭57.960‬,00 toe te wijzen is. Dit is de totaalsom van de waarde van de goederen die op 22 februari 2023 (€ 19.110,00) en op 23 februari 2023 ‬‬‬‬‬‬‬

(€ 38.850,00) zijn afgeleverd. Verder dienen volgens de officier van justitie beide vorderingen, voor zover toewijsbaar, te worden vermeerderd met de wettelijke rente en dient de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht te worden opgelegd.‬‬‬

7.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de vorderingen van [bedrijf 2] en [bedrijf 1] bepleit dat zij in hun vorderingen primair niet-ontvankelijk zijn, omdat begeleidend bij de vorderingen geen machtiging is meegestuurd. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat alleen de schade van [bedrijf 1] kan worden toegewezen voor zover die betrekking heeft op de goederen die daadwerkelijk bij het bedrijfspand in [plaats] zijn afgeleverd. Verder heeft de verdediging gesteld dat voor zover uit de facturen van [bedrijf 1] blijkt dat de BTW als schade is opgevoerd, de BTW geen schade is, nu de btw kan worden verrekend. Tot slot heeft de verdediging bepleit dat de schadevergoedingsmaatregel niet moet worden opgelegd omdat beide benadeelde partijen professionele bedrijven zijn en daarom zelf in staat zijn om een eventueel toegewezen vordering te incasseren.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partijen [bedrijf 2] en [bedrijf 1] beiden niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen. De rechtbank ziet onvoldoende rechtstreeks verband tussen de schade en het bewezen verklaarde feit, zoals bedoeld in artikel 361 lid 2 onder b Sv.

In dit specifieke geval stelt de rechtbank voorop dat niet is gebleken dat verdachte zelf enige bijdrage heeft geleverd aan de oplichting van benadeelden. De oplichting van benadeelden is de feitelijke schadeveroorzakende gebeurtenis.

De bewezenverklaarde strafbare gedragingen van verdachte staan in een te ver verwijderd verband van de schadeveroorzakende oplichting.

8. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair en subsidiair en 2 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 meer subsidiair en 2 meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 meer subsidiair en feit 2 meer subsidiair,

telkens het misdrijf: medeplichtigheid aan eenvoudig witwassen, meermalen gepleegd;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 meer subsidiair en 2 meer subsidiair bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand;

- bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 1 (één) jaar de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 80 (tachtig) uren;

- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 (veertig) dagen;

- beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste zestig dagen doorgebracht in verzekering of voorlopige hechtenis, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;

schadevergoeding

- verklaart de benadeelde partijen [bedrijf 2] GmbH (feit 1 meer subsidiair) en [bedrijf 1] (feit 2 meer subsidiair ) niet-ontvankelijk in hun vorderingen. De vorderingen kunnen slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door A.N. Neumann, voorzitter, mr. J. de Ruiter en mr. D.E. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2025.

Buiten staat

Mr. Neumann is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie-eenheid Oost-Nederland met nummer BVH 2018093522, onderzoek Estafa. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal;

2 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever] van 2 maart 2018, pagina’s 1 en 2;

3 Een schriftelijk bescheid, te weten de vertaling van een voorlopige onderzoeksrapportage betreffende mogelijke fraude met mobiele telefoontoestellen van 14 maart 2018, pagina’s 357 t/m 358;

4 Het proces-verbaal van bevindingen van 5 maart 2018, pagina 30 en 31;

5 Het proces-verbaal van bevindingen van 28 februari 2019, pagina 542;

6 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever] van 2 maart 2018, pagina’s 1 en 2 en het proces-verbaal van aangifte van M. Sannes van 9 maart 2018, pagina’s 242 en 243;

7 Een schriftelijk bescheid, te weten een huurovereenkomst kantoorruimte [adres 2] , pagina’s 67 en 73 en het proces-verbaal van verhoor van getuige A. van de Bunt van 26 maart 2019, pagina 132;

8 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 6 maart 2018, pagina 64;

9 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 30 januari 2025, voor zover inhoudende, de verklaring van verdachte;

10 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 11 maart 2019, pagina 1033;

11 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 11 maart 2019, pagina 1036;

12 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 13 maart 2019, pagina 1080 en het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 14 maart 2019, pagina 1086;

13 Een schriftelijk bescheid, te weten een ‘purchase order’ van 21 februari 2018, pagina 8.

14 Een schriftelijk bescheid, te weten een ‘purchase order’ van 26 februari 2018, pagina 504 en een schriftelijk bescheid, te weten een e-mail van 2 maart 2018, pagina 27 en een schriftelijk bescheid, te weten een overzicht van UPS, pagina 14.

15 Een schriftelijk bescheid, te weten een ‘purchase order’ van 28 februari 2018, pagina 17 en een schriftelijk bescheid, te weten een overzicht van UPS, pagina 19.

16 Een schriftelijk bescheid, te weten een verzendbewijs van DHL van 19 maart 2018, pagina’s 251 en 252 en een schriftelijk bescheid, te weten een ‘Voorlopige onderzoeksrapportage betreffende mogelijke fraude met mobiele telefoontoestellen’, van 14 maart 2018, pagina 317 en een schriftelijk bescheid, te weten een ‘purchase order’ van 20 februari 2018, pagina 433.

17 Een schriftelijk bescheid, te weten een verzendbewijs van DHL van 23 februari 2018, pagina’s 255 en 256 en een schriftelijk bescheid, te weten een ‘Voorlopige onderzoeksrapportage betreffende mogelijke fraude met mobiele telefoontoestellen’, van 14 maart 2018, pagina 317.

18 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 11 maart 2019, pagina 1036.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.