Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBOVE:2024:5022

Rechtbank Overijssel
24-09-2024
27-09-2024
10992382 \ CV EXPL 24-1082
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig

Eisers hebben bedrijf 1 opdracht gegeven de buitenkant van hun huis te stuken en te schilderen. Gedaagde is via een holding bestuurder van deze vennootschap en zou zelf het werk gaan uitvoeren. Uiteindelijk is de opdracht niet (volledig) uitgevoerd en hebben eisers een ander bedrijf ingeschakeld om de buitenkant van hun huis alsnog te stuken en te schilderen. Eisers willen dat gedaagde de door hen gemaakte kosten vergoedt voor het alsnog uitvoeren van het werk. De kantonrechter is van oordeel dat gedaagde niet aansprakelijk is voor de door eisers geleden schade. De vorderingen van eisers worden dus afgewezen.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 10992382 \ CV EXPL 24-1082

Vonnis van 24 september 2024

in de zaak van

1 [eiser 1],

2. [eiser 2],

beiden wonend te [woonplaats 1],

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eiser 1] en [eiser 2],

gemachtigde: M. Verstegen (ARAG SE Rechtsbijstand),

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. S.H.J. Buitenkamp.

1 De zaak in het kort

1.1.

[eiser 1] en [eiser 2] hebben [bedrijf 1] B.V. opdracht gegeven de buitenkant van hun huis te stuken en te schilderen. [gedaagde] is via een holding bestuurder van deze vennootschap en zou zelf het werk gaan uitvoeren. Uiteindelijk is de opdracht niet (volledig) uitgevoerd en hebben [eiser 1] en [eiser 2] een ander bedrijf ingeschakeld om de buitenkant van hun huis alsnog te stuken en te schilderen. [eiser 1] en [eiser 2] willen dat [gedaagde] de door hen gemaakte kosten vergoedt voor het alsnog uitvoeren van het werk. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] niet aansprakelijk is voor de door [eiser 1] en [eiser 2] geleden schade. De vorderingen van [eiser 1] en [eiser 2] worden dus afgewezen. De kantonrechter legt dat uit.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

- de mondelinge behandeling van 22 augustus 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 Wat is er gebeurd?

3.1.

[gedaagde] is bestuurder van [bedrijf 2] B.V. Deze holding was bestuurder van [bedrijf 3] B.V. en van [bedrijf 1] B.V. [bedrijf 3] B.V. is opgericht op 19 juli 2021 en is failliet verklaard op 9 augustus 2022. [bedrijf 1] B.V. is opgericht op 22 juli 2022 en op 1 maart 2023 ontbonden.

3.2.

Op 27 juli 2022 hebben [eiser 1] en [eiser 2] een overeenkomst gesloten met [bedrijf 1] B.V. voor het stuken en schilderen van de buitengevel van hun woning tegen betaling van € 13.000,00 incl. btw. [gedaagde] heeft [eiser 1] en [eiser 2] gevraagd de overeengekomen prijs over te maken op zijn privébankrekening.

3.3.

In oktober 2022 is [gedaagde] gestart met de uitvoering van de werkzaamheden aan de woning van [eiser 1] en [eiser 2]. Hij heeft destijds alleen de uitbouw en voorgevel van de woning gestuct. De rest van de werkzaamheden is niet uitgevoerd.

3.4.

Op 2 juni 2023 hebben [eiser 1] en [eiser 2] zowel [bedrijf 1] B.V. als [bedrijf 3] B.V. in gebreke gesteld.

3.5.

In de zomer van 2023 hebben [eiser 1] en [eiser 2] opdracht gegeven aan [bedrijf 4] om de buitenzijde van de woning te stuken en te schilderen. Zij hebben hier € 15.107,40 voor betaald.

3.6.

Op 12 december 2023 hebben [eiser 1] en [eiser 2] [gedaagde] in persoon aansprakelijk gesteld voor de door hen geleden schade, bestaande uit het aan [bedrijf 4] betaalde bedrag.

4 Wat vorderen partijen?

Wat vorderen [eiser 1] en [eiser 2]?

4.1.

[eiser 1] en [eiser 2] vorderen dat [gedaagde] de door hen geleden schade van € 15.107,40 vergoedt, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 december 2023. Ook willen [eiser 1] en [eiser 2] dat [gedaagde] aan hen buitengerechtelijke kosten van € 1.120,55 betaalt, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding. Ten slotte vorderen [eiser 1] en [eiser 2] dat [gedaagde] aan hen de kosten van deze procedure vergoedt.

4.2.

[eiser 1] en [eiser 2] vinden dat zij ten onrechte aan [gedaagde] in persoon hebben betaald in plaats van aan zijn bedrijf. Bovendien is [gedaagde] aansprakelijk voor de door hen geleden schade, omdat hij als bestuurder van [bedrijf 1] B.V. wist dat zijn vennootschap de overeenkomst met [eiser 1] en [eiser 2] nooit zou kunnen nakomen.

Wat vindt [gedaagde] daarvan?

4.3.

[gedaagde] is het niet met [eiser 1] en [eiser 2] eens. Er is volgens hem terecht op zijn privérekening betaald, omdat partijen dat hebben afgesproken. [gedaagde] is daarnaast van mening dat hij niet aansprakelijk is voor de schade van [eiser 1] en [eiser 2]. Hij wist niet dat hij het werk niet zou kunnen afmaken. [gedaagde] wil dat [eiser 1] en [eiser 2] de kosten van deze procedure aan hem vergoeden.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt vast dat de overeenkomst is aangegaan tussen [eiser 1] en [eiser 2] en [bedrijf 1] B.V. Op de offerte en de factuur staan de naam en adresgegevens van deze vennootschap. Dat alleen het KvK-nummer van de andere vennootschap is, maakt niet dat de overeenkomst door de andere vennootschap is aangegaan.

[eiser 1] en [eiser 2] hebben niet zonder rechtsgrond aan [gedaagde] betaald

5.2.

Van een betaling die niet is verschuldigd en die moet worden terugbetaald, is sprake als er geen rechtsgrond bestaat voor de betaling die heeft plaatsgevonden.1 Er is bijvoorbeeld geen overeenkomst of de betaling is gedaan aan de verkeerde persoon. In dit geval was er wel een grond voor de betaling aan [gedaagde], namelijk de overeenkomst van 27 juli 2022 tussen [eiser 1] en [eiser 2] en [bedrijf 1] B.V. De overeenkomst is weliswaar gesloten met de vennootschap van [gedaagde], maar [gedaagde] is als bestuurder bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen. [gedaagde] kan in die hoedanigheid een betaling namens de vennootschap in ontvangst nemen of bepalen dat [eiser 1] en [eiser 2] aan hun betalingsverplichting aan de vennootschap hebben voldaan als zij aan hem in privé hebben betaald. Uit de whatsapp-berichten tussen [eiser 2] en [gedaagde] blijkt ook dat [gedaagde] de bedoeling had het geld namens zijn bedrijf in ontvangst te nemen en over te maken naar de nieuwe rekening van de vennootschap. Aangezien de overeenkomst tussen [eiser 1] en [eiser 2] en [bedrijf 1] B.V. een rechtsgrond voor de betaling aan [gedaagde] is, hebben [eiser 1] en [eiser 2] niet onverschuldigd aan [gedaagde] betaald en kunnen zij op die grond ook geen terugbetaling vragen.

[gedaagde] is niet aansprakelijk voor de schade van [eiser 1] en [eiser 2]

5.3.

Als een overeenkomst is gesloten met een besloten vennootschap en de vennootschap komt haar verplichtingen uit die overeenkomst niet na, dan is het uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is.2 De bestuurder van de vennootschap kan alleen in zeer uitzonderlijke gevallen aansprakelijk worden geacht voor de door de tekortkoming van de vennootschap veroorzaakte schade, namelijk als hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.3 Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de bestuurder een overeenkomst aangaat waarvan hij weet dat zijn vennootschap die afspraken niet zal kunnen nakomen.4 Het is aan degene die de bestuurder aansprakelijk stelt om te onderbouwen dat de bestuurder dit wist.

5.4.

[eiser 1] en [eiser 2] stellen dat de twee besloten vennootschappen van [gedaagde] in feite eenmanszaken zijn. [gedaagde] is de enige bestuurder en enige medewerker. Hij weet wat er speelt in de vennootschappen. Hij wist dat [bedrijf 3] B.V. failliet zou gaan, maar heeft dat niet gezegd tegen [eiser 1] en [eiser 2]. [gedaagde] heeft een deel van zijn vermogen willen afsplitsen en onderbrengen in [bedrijf 1] B.V., maar dat is kennelijk niet gelukt. Door het faillissement van [bedrijf 3] B.V. had het voor [gedaagde] voorzienbaar moeten zijn dat [bedrijf 1] B.V. de afspraken met [eiser 1] en [eiser 2] niet zou kunnen nakomen.

5.5.

De omstandigheden die [eiser 1] en [eiser 2] stellen, zijn onvoldoende om [gedaagde] aansprakelijk te achten.

5.5.1.

Dat [gedaagde] de enige medewerker is van beide vennootschappen maakt niet dat het uitgangspunt, zoals omschreven in 5.1., niet meer geldt. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan [gedaagde] daarom aansprakelijk zijn voor het schenden van de afspraken door zijn vennootschap.

5.5.2.

Het is niet netjes dat [gedaagde] niet met [eiser 1] en [eiser 2] heeft besproken dat zijn andere vennootschap failliet zou gaan terwijl hij dat wel wist. [eiser 1] en [eiser 2] zijn hier zelf tijdens de vakantie van [gedaagde] via internet achter gekomen en toen, zeer begrijpelijk, heel erg geschrokken. Dat [gedaagde] de overeenkomst met [eiser 1] en [eiser 2] met zijn nieuwe vennootschap is aangegaan terwijl zijn andere vennootschap failliet zou gaan, maakt hem nog niet aansprakelijk. Doordat het om besloten vennootschappen gaat, is het vermogen van de verschillende bedrijven van elkaar gescheiden. In het faillissement van [bedrijf 3] B.V. kan niet zomaar het vermogen van [bedrijf 1] B.V. of [gedaagde] zelf worden betrokken. Dat [bedrijf 3] B.V. failliet zou gaan, had dan ook niet zonder meer gevolgen voor [bedrijf 1] B.V.

5.5.3.

[eiser 1] en [eiser 2] hebben geen omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat [gedaagde] wist of had kunnen voorzien dat zijn nieuwe vennootschap de afspraken niet zou kunnen nakomen. Dat hadden zij wel moeten doen. Zeker gelet op de verklaring van [gedaagde] dat het werk uiteindelijk definitief stil is komen te liggen door zijn gezondheidsproblemen. Omdat [eiser 1] en [eiser 2] deze omstandigheden niet hebben gesteld, kan de kantonrechter niet vaststellen dat [gedaagde] persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt en dus ook niet dat hij aansprakelijk is voor de door [eiser 1] en [eiser 2] geleden schade.

Conclusie

5.6.

Gelet op het voorgaande worden de vorderingen van [eiser 1] en [eiser 2] afgewezen. Zij worden in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

812,00

(2,00 punten × € 406,00)

- nakosten

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

947,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.7.

De proceskostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

6 De beslissing

De kantonrechter

6.1.

wijst de vorderingen van [eiser 1] en [eiser 2] af;

6.2.

veroordeelt [eiser 1] en [eiser 2] in de proceskosten van € 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser 1] en [eiser 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;

6.3.

veroordeelt [eiser 1] en [eiser 2] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Scheeper en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2024.

1 Zie artikel 6:203 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

2 Zie o.a. Hoge Raad, 5 september 2014, JOR 2014/325.

3 Zie artikel 6:162 jo. 2:9 BW.

4 Zie Hoge Raad, 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.