1 Tenlastelegging
Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging op de zitting van 30 september 2022, ten laste gelegd dat:
Feit 1.
hij op één of meer tijdstippen in de periode van 7 oktober 2009 tot en met 24 december 2014 te Alkmaar, in elk geval in Nederland, en/of in de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 maart 2018 te Zaandam, in elk geval in Nederland, zijn kind, [slachtoffer 1] (geboortedatum [geboortedatum 2] ) heeft (fysiek) mishandeld door die [slachtoffer 1] :
- meermalen op haar billen te slaan en/of
- meermalen in haar gezicht en/of op haar hoofd en/of op haar lichaam te stompen en/of te slaan en/of
- meermalen met diverse voorwerpen, waaronder een riem en/of stroomkabels en/of computersnoeren en/of een dweilstok en/of een lat op haar billen en/of rug en/of armen en/of benen en/of gezicht en/of op haar hoofd, in elk geval haar lichaam te slaan, waarbij die [slachtoffer 1] meerdere keren was vastgebonden en/of vastgetaped en/of geboeid en/of
- meermalen gemalen en/of gepureerde peper en/of gember tussen haar schaamlippen en/of op haar open wonden te smeren en/of hierbij die [slachtoffer 1] voor langere tijd te beletten deze gemalen en/of gepureerde peper en/of af te wassen en/of weg te halen en/of
- meermalen (langdurig) op haar knieën te laten zitten en/of haar hierbij te beletten op te staan,
waardoor zij pijn en/of letsel heeft bekomen
- urine over haar lichaam te gooien en/of hierbij die [slachtoffer 1] voor langere tijd te beletten zich af te spoelen met water en/of schoon te maken en/of
- te controleren op haar maagdelijkheid, in elk geval haar geslachtsdelen te bekijken en/of de overige zussen en/of familieleden te vragen de maagdelijkheid te controleren, terwijl verdachte hierbij toekeek en/of aanwezig was en/of
- te controleren op haar dagelijkse bewegingen door onder andere naar de school van die [slachtoffer 1] toe te gaan en/of daar te gaan kijken wat die [slachtoffer 1] aan het doen was en/of een audiorecorder, in elk geval een opnameapparaat, mee te geven om alle geluiden van de dag op te nemen en/of te verplichten een open telefoonverbinding te houden, waardoor verdachte mee kon luisteren naar alle bezigheden die die [slachtoffer 1] op een dag had en/of
- in de gaten te houden en/of haar bewegingen te controleren door in de woning van verdachte en/of die [slachtoffer 1] overal camera's op te hangen, al dan niet werkend, en/of audioapparatuur te plaatsen, al dan niet werkend, en/of hierbij andere gezinsleden de opdracht te geven haar in de gaten te houden en/of niet alleen te laten en/of tot zelfs in de badkamer en/of toilet aan toe in de gaten te houden en/of iemand mee te sturen en hierbij (het gevoel van) privacy van die [slachtoffer 1] enorm te beperken en/of
- ( naakt) op de foto te zetten en/of vervolgens te dreigen die foto's naar klasgenoten, in elk geval de school, van die [slachtoffer 1] te sturen, wanneer die [slachtoffer 1] verdachte niet zou gehoorzamen en/of
- te beletten contact te hebben met haar zusjes, in elk geval familie, in elk geval de zusjes/familie van die [slachtoffer 1] te beletten met haar contact op te nemen, gezien dat [slachtoffer 1] de familie zou hebben verraden en/of
- voortdurend te kleineren en/of uit te schelden en/of
- de haren heel kort af te knippen als straf,
waardoor opzettelijke benadeling van de gezondheid voor die [slachtoffer 1] is ontstaan.
(artikel 300 lid 1 en lid 4 Wetboek van Strafrecht, artikel 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
Feit 2.
hij één of meer tijdstippen in de periode van 7 oktober 2009 tot en met 31 december 2019 te Alkmaar en/of Zaandam, in elk geval in Nederland, zijn kind, [slachtoffer 2] (geboortedatum [datum] heeft (fysiek) mishandeld door die [slachtoffer 2] :
- meermalen in haar gezicht en/of op haar hoofd en/of op haar lichaam te stompen en/of te slaan en/of
- meermalen haar keel en/of hals dicht te knijpen en/of in haar wangen te knijpen en/of
- meermalen met diverse voorwerpen, waaronder (de gesp van) een riem en/of een snoer en/of een lat en/of met spijkers in een lat geslagen op haar billen en/of benen en/of rug en/of haar lichaam te slaan en/of
- meermalen gemalen en/of gepureerde peper en/of gember in haar geslachtsdeel en/of anus te stoppen en/of op haar geslachtsdeel en/of schaamlippen en/of anus te smeren en/of (vervolgens) te beletten dat die [slachtoffer 2] (voor langere tijd) deze gemalen en/of gepureerde peper en/of gember weg kan halen en/of
- meermalen in haar borsten te knijpen en/of in haar tepels te knijpen en/of (vervolgens deze) om te draaien en/of
- met een schroevendraaier in haar hand te steken, waardoor zij pijn en/of letsel heeft bekomen en/of
en/of (psychisch)
- meerdere keren dagenlang achter elkaar te beletten te eten en/of er zorg voor dragen dat die [slachtoffer 2] geen of weinig eten kreeg en/of
- te controleren op haar maagdelijkheid, in elk geval haar geslachtsdelen te bekijken en/of de overige zussen en/of familieleden te vragen de maagdelijkheid te controleren, terwijl verdachte hierbij toekeek en/of aanwezig was en/of
- te controleren op haar dagelijkse bewegingen door onder andere naar de school van die [slachtoffer 2] toe te gaan en/of daar te gaan kijken wat die [slachtoffer 2] aan het doen was en/of een audiorecorder, in elk geval een opnameapparaat, mee te geven om alle geluiden van de dag op te nemen en/of te verplichten een open telefoonverbinding te houden, waardoor verdachte mee kon luisteren naar alle bezigheden die die [slachtoffer 2] op een dag had en/of
- in de gaten te houden en/of haar bewegingen te controleren door in de woning van verdachte en/of die [slachtoffer 2] overal camera's op te hangen, al dan niet werkend, en/of audioapparatuur te plaatsen, al dan niet werkend, en/of hierbij andere gezinsleden de opdracht te geven haar in de gaten te houden en/of niet alleen te laten en/of tot zelfs in de badkamer en/of toilet aan toe in de gaten te houden en/of iemand mee te sturen en hierbij (het gevoel van) privacy van die [slachtoffer 2] enorm te beperken en/of
- ( naakt) op de foto te zetten en/of vervolgens te dreigen die foto's naar klasgenoten, in elk geval de school, van die [slachtoffer 2] te sturen, wanneer die [slachtoffer 2] verdachte niet zou gehoorzamen en/of
- te beletten contact te hebben met haar zusjes, in elk geval familie, in elk geval de zusjes/familie van die [slachtoffer 2] te beletten met haar contact op te nemen, gezien dat [slachtoffer 2] - net zoals [slachtoffer 1] - de familie zou hebben verraden en/of
- voortdurend te kleineren en/of uit te schelden,
waardoor opzettelijke benadeling van de gezondheid voor die [slachtoffer 2] is ontstaan.
(artikel 300 lid 1 en lid 4 Wetboek van Strafrecht, artikel 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
2.1
Geldigheid van de dagvaarding en bevoegdheid van de rechtbank
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak.
2.2.
Ontvankelijkheid van de officier van justitie ten aanzien van feit 1
2.2.1.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft betoogd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard (de rechtbank begrijpt: ten aanzien van feit 1). De raadsvrouw heeft hiertoe aangevoerd dat na het incident van 14 juli 2013 hulpverlening is ingezet die met goed gevolg is afgerond. Hierop heeft het Openbaar Ministerie besloten geen verdere strafrechtelijke vervolging in te zetten en de hulpverlening te laten prevaleren. Uit het onderliggende strafdossier is niet gebleken dat er – na 14 juli 2013 - nog andere incidenten hebben plaatsgevonden. De officier van justitie dient dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging.
2.2.2.
Standpunt van de officier van justitie
Het klopt dat ten aanzien van het incident van 14 juli 2013 is besloten tot een voorwaardelijk sepot. Dat voorwaardelijke sepot is vervolgens definitief geworden. De officier van justitie acht zichzelf daarom niet-ontvankelijk voor het geweld dat op die dag is gepleegd. Voor het overige is het Openbaar Ministerie wel ontvankelijk in de vervolging, aldus de officier van justitie. De officier van justitie wijst er nog op dat door de wijziging van de tenlastelegging met betrekking tot de pleegperiode, er geen sprake is van verjaring.
2.2.3
Oordeel van de rechtbank
Vast staat dat het Openbaar Ministerie ter zake van het verwijt met pleegdatum 14 juli 2013 op 11 maart 2014 heeft besloten tot een voorwaardelijk sepot met als einddatum van de proeftijd 13 maart 2015. Gezien het standpunt van de officier van justitie dat dit sepot definitief is geworden, zal de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging van het tenlastegelegde voor zover dat betrekking heeft op 14 juli 2013. Blijkens het dossier gaat het daarbij om de volgende tenlastegelegde feitelijkheden:
Onder feit 1:
- -
met een lat te slaan;
- -
meermalen (langdurig) op haar knieën te laten zitten en/of haar hierbij te beletten op te staan;
- -
te beletten contact te hebben met haar zusjes, in elk geval familie, in elk geval de zusjes/familie van die [slachtoffer 2] te beletten met haar contact op te nemen, gezien dat [slachtoffer 2] - net zoals [slachtoffer 1] - de familie zou hebben verraden
- -
de haren heel kort af te knippen als straf.
2.3.
Ontvankelijkheid van de officier van justitie ten aanzien van de rest van de tenlastelegging
De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie ten aanzien van de rest van de tenlastelegging ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. De rest van de tenlastelegging wordt niet geraakt door de eerdere sepotbeslissing.
10 Beslissing
De rechtbank:
Verklaart bewezen dat verdachte de 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3.3 weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 (zevenentwintig) maanden.
Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van vijf jaren.
Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
- Meldplicht bij reclassering
zich meldt zich bij Reclassering Nederland, locatie Zaandam. De verdachte meldt zich zo vaak en zolang de reclassering dat nodig acht;
- Ambulante behandeling
mee werkt aan behandeling dan wel begeleiding in het gezin door Akwaaba Zorg of een nader te noemen instelling, te bepalen door de reclassering. De verdachte werkt mee aan de intakeprocedure en, indien geïndiceerd, aan een behandeling door een nader te noemen instelling voor forensische ggz;
De behandeling/begeleiding duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels, afspraken en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling/begeleiding.
- Contactverbod
gedurende de proeftijd van vijf jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig acht;
- Locatieverbod (zonder elektronische monitoring)
zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden in de gemeente [plaatsnaam] , zijnde de woonplaats van aangeefster [slachtoffer 2] , zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig acht.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de verdachte gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Beveelt dat de op grond van artikel 14c gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14c, zesde lid, Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 10.137,78, bestaande uit € 2.637,78 als vergoeding voor de materiële schade en € 7.500,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag.
Wijst de wettelijke rente als volgt toe:
- a)
o € 74,31 vanaf 6 april 2021;
o € 37,20 vanaf 21 september 2021;
o € 24,76, vanaf 21 december 2021;
- b) € 84,60 vanaf 6 april 2021;
c) € 250,05 vanaf 22 maart 2022;
- d) € 2.167,00 vanaf 22 september 2022;
en ten aanzien van de immateriële schade, groot € 7.500,00, vanaf 1 mei 2014.
Verklaart de vordering tot materiële schadevergoeding voor het overige niet-ontvankelijk.
Wijst de vordering tot immateriële schadevergoeding voor het overige af.
Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 1.126,00, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 10.137,78 vermeerderd met de wettelijke rente als hierboven is uitgesplitst, tot aan de dag der algehele voldoening.
Bepaalt dat gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 85 dagen indien volledig verhaal overeenkomstig de artikelen 6:4:4, 6:4:5 en 6:4:6 Sv niet mogelijk blijkt. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden schade tot een bedrag van € 7.732,00 , bestaande uit € 232,00 als vergoeding voor de materiële schade en € 7.500,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag.
Wijst de wettelijke rente als volgt toe:
- a)
o € 50,00 vanaf 24 oktober 2019;
o € 50,00 vanaf 11 november 2019;
o € 50,00 vanaf 9 december 2019;
o € 25,00 vanaf 21 september 2019;
- b) € 57,00 vanaf 1 februari 2022,
en ten aanzien van de immateriële schade, groot € 7.500,00, vanaf 1 januari 2020.
Wijst de vordering tot immateriële schadevergoeding voor het overige af.
Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 7.732,00, vermeerderd met de wettelijke rente als hierboven is uitgesplitst, tot aan de dag der algehele voldoening.
Bepaalt dat gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 73 dagen indien volledig verhaal overeenkomstig de artikelen 6:4:4, 6:4:5 en 6:4:6 Sv niet mogelijk blijkt. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. P.E. van der Veen, voorzitter,
mr. J.M. Jongkind en mr. H. Bakker, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. E. Boes,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 oktober 2022.
mr. Bakker en mr. Boes is zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
[bewijsmiddelenbijlage]