MSD stelt dat het vonnis berust op een cruciale feitelijke misslag met betrekking tot een door [A.] (hierna: [A.]) gepubliceerd abstract (uittreksel) en dat deze misslag van dien aard is dat Ono geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij de tenuitvoerlegging van het vonnis, hetgeen meebrengt dat deze geschorst dient te worden.
MSD heeft ter toelichting het volgende opgemerkt
De misslag speelt een doorslaggevende rol in de beoordeling in een van de door MSD naar voren gebrachte nietigheidsargumenten. In het kader van de inventiviteit oordeelt de rechtbank dat er geen sprake zou zijn een zogenaamde “try and see”-situatie. Deze overweging is cruciaal omdat een “try and see”-situatie de uitvinding berooft van zijn inventieve karakter en daarmee van zijn octrooieerbaarheid. Als de rechtbank de “try and see”-situatie wél had aangenomen, dan was daarmee de nietigheid van het octrooi gegeven en hadden de (reconventionele) vorderingen van Ono moeten worden afgewezen.
Het oordeel van de rechtbank berust blijkens het vonnis op één specifieke openbaarmaking: een publicatie van [A.]. Deze publicatie zou de vakman er destijds van hebben weerhouden de weg in te slaan die tot de uitvinding leidde. Anders gezegd: hij raakte erdoor ontmoedigd en verloor zijn interesse “to try and see”. De rechtbank verwoordde dit als volgt:
“5.40. In de jurisprudentie van de kamers van beroep van het EOB is aanvaard dat indien 1) de stand van de techniek de vakman in de richting van een bepaald nader onderzoek stuurt en 2) de vakman dat onderzoek door routine-experimenten kan uitvoeren aan de expectation of succes minder zware eisen gesteld moeten worden. Wanneer in een dergelijk geval de vakman niet een bepaalde verwachting heeft van het resultaat van de experimenten maar een neutrale try and see-houding aanneemt, is een reasonable expectation of success volgens deze jurisprudentie niet afwezig. Een dergelijke situatie doet zich hier echter niet voor omdat, zoals hiervoor is overwogen, de vakman door het onderzoek van [A.] zou zijn ontmoedigd en daarin reden vond aan te nemen dat de uitvoering van zijn experimenten mogelijk niet tot een positief resultaat zou leiden”
Met de terugverwijzing doelt de rechtbank op haar rov. 5.33, waar ze tot de slotsom kwam dat de vakman zich zou hebben laten ontmoedigen door de resultaten van [A.]. Om tot
die conclusie te komen, moest de rechtbank echter het argument van MSD terzijde schuiven dat de resultaten van [A.] niet verifieerbaar waren en de vakman zich er dus niet door zou hebben laten ontmoedigen. De rechtbank schuift het argument van MSD terzijde, omdat MSD zou hebben nagelaten om naast het abstract het artikel van [A.] in het geding te brengen, terwijl volgens de rechtbank uit de Biosis Previews-database zou blijken dat dit artikel wél gepubliceerd zou zijn:
“5.33. De vakman was bovendien inmiddels geconfronteerd met de resultaten van het onderzoek van [A.] die de suggestie uit de stand van de techniek om de modulering van de PD-1:PD-L (of Li) pathway te onderzoeken op werking tegen kanker had gevolgd middels in vivo muistests in een tumormodel, maar daarbij tot negatieve resultaten was gekomen. Dat deze resultaten niet
gepubliceerd zijn omdat zij niet verifieerbaar zouden zijn, zoals MSD bij pleidooi heeft betoogd, is niet in te zien nu de database aangeeft dat het artikel was gepubliceerd in Blood in de uitgave van 16 november 2001. Het artikel zelf is door MSD niet overgelegd zodat haar speculaties over het niet verifieerbaar zijn van de testresultaten terzijde geschoven moeten worden. De vakman zou door de resultaten van [A.], zo hij aanvankelijk al enige verwachting zou hebben gehad, bepaald en op redelijke gronden zijn ontmoedigd.”
Volgens MSD maakt de rechtbank maakt hier een cruciale fout als zij overweegt dat uit de
Biosis Previews-database zou blijken dat [A.] naast een abstract ook een geheel artikel zou hebben gepubliceerd. Dat is namelijk niet zo en dat is ook nooit door partijen in de procedure gesteld. De rechtbank dacht echter uit de Biosis Previews-database te kunnen opmaken dat er naast het in de database opgenomen abstract ook een artikel zou zijn gepubliceerd, zoals is te lezen in rov. 2.9.13 van het vonnis:
2.9.13.
In de database Biosis Previews is op 21 februari 2002 een abstract opgenomen van het artikel “The role of in vivo PD-1/PD-L1 interactions in syngeneic and allogeneic antitumor responses in murine tumor models” van [A.] e.a. Het artikel is blijkens de database kennelijk gepubliceerd in het tijdschrift Blood, 16 november 2001 Vol. 98, Nr. 11 deel 2, p. 42b. Dit abstract houdt onder meer het volgende in: (…)
De rechtbank heeft aldus, zonder dat dit door een der partijen is gesteld, aangenomen dat in het tijdschrift Blood een volledig artikel was gepubliceerd, waarvan een uittreksel in genoemde database is opgenomen. Een volledig artikel met de onderliggende experimentele gegevens is echter nimmer gepubliceerd. De in het abstract opgenomen conclusies konden dus niet door de vakman geverifieerd worden.
De waardering van het onderzoek van [A.] heeft vervolgens een doorslaggevende rol gespeeld bij de beoordeling of de vakman een try-and-see-houding zou hebben aangenomen. De rechtbank concludeert immers uitsluitend op basis van het onderzoek van [A.] dat dat niet het geval zou zijn geweest.