Procesverloop
1. Eisers hebben op 14 februari 2023 een verwijderingsverzoek ingediend op grond van artikel 17 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Het verzoek ziet op verwijdering van de BSN-nummers van eisers uit de ambtenarentabel.
2. Op 21 maart 2023 hebben eisers de minister in gebreke gesteld omdat nog niet op het verzoek was beslist.
3. Eisers hebben op 20 juni 2023 beroep ingesteld wegens het niet-tijdig reageren op het verzoek.
4. Bij besluit van 18 september 2023 heeft de minister inhoudelijk gereageerd op het verzoek (het bestreden besluit). Verweerder heeft daarnaast een dwangsombesluit genomen. Verweerder heeft de dwangsom gesteld op het maximale bedrag van € 1.442,-.
5. Eisers hebben het beroep wegens het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek niet ingetrokken, zodat het beroep wordt voortgezet. Eisers hebben de rechtbank laten weten het niet eens te zijn met het bestreden besluit en hebben de gronden van hun beroep aangevuld.
6. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
7. De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de heer [eiser 1] en de gemachtigden van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Over het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit (procesbelang)
8. Het beroep van eisers tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet- ontvankelijk. Eisers wilden met hun beroep namelijk bereiken dat de minister zou beslissen op hun aanvraag. Omdat de minister alsnog op het verzoek heeft beslist, hebben eisers geen belang meer bij een uitspraak op het beroep voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag.
Over het beroep tegen het bestreden besluit
9. In artikel 6:20, derde lid, van de Awb is bepaald dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking heeft op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt. Het bestreden besluit komt niet geheel tegemoet aan het verzoek van eisers. Daarom heeft het beroep van eisers ook betrekking op het bestreden besluit.
10. De rechtbank beoordeelt of de minister het AVG-verzoek tot wissing van het BSN-nummer uit de ambtenarentabel mocht afwijzen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers.
11. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen en bepalen dat verweerder de BSN-nummers van eisers uit de ambtenarentabel wist. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Wat is de ambtenarentabel?
12. De ambtenarentabel was een instrument om uitvoering te kunnen geven aan het fiscale integriteitsbeleid. De ambtenarentabel was nodig voor de controle op bijvoorbeeld de aangiftes inkomstenbelasting van medewerkers van het ministerie van Financiën en de Belastingdienst. De ambtenarentabel had tot doel medewerkers te identificeren, zodat hun aangiftes in speciale teams behandeld konden worden. Daarnaast voorkwam het gebruik van de ambtenarentabel dat een medewerker van de Belastingdienst zijn eigen aangifte kan behandelen. In de ambtenarentabel staat alleen het BSN-nummer van de ambtenaar en zijn fiscale partner en/of kinderen. De minister heeft op de zitting verklaard dat de ambtenarentabel elk jaar werd gevoed met de BSN-nummers van de medewerkers die op dat moment in dienst waren. Als de aangifte inkomstenbelasting van een medewerker door het systeem werd geselecteerd voor controle, dan routeerde de ambtenarentabel de aangifte van die medewerker van het ministerie van Financiën en de Belastingdienst naar een speciale behandelunit. De ambtenarentabel werd jaarlijks bijgewerkt. Hierbij werd de oude ambtenarentabel steeds overschreven. Inmiddels zit de ambtenarentabel niet meer in het operationele systeem. Er is wel een kopie van de ambtenarentabel van het jaar 2020 bewaard in een aparte (digitale) kluis. De minister kon op de zitting geen duidelijkheid geven of van alle belastingjaren een kopie van de ambtenarentabel wordt bewaard.
Gebruik BSN in ambtenarentabel is onrechtmatig
13. In het bestreden besluit heeft de minister erkend dat voor het gebruik van het BSN in de ambtenarentabel geen toereikende wettelijke grondslag bestond en dat de minister zich niet aan de AVG heeft gehouden. Op de zitting licht de minister toe dat hij dat de BSN-nummers onrechtmatig heeft verwerkt en verwijst naar een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage uit 2011.1
Waarom zijn eisers het niet eens met het bestreden besluit?
14. Eisers voeren aan dat hun BSN-nummers onrechtmatig zijn geregistreerd in de ambtenarentabel. Hierom mocht de minister hun verzoek om de BSN-nummers te wissen niet afwijzen. De minister heeft geen gerechtvaardigd belang bij het bewaren van de persoonsgegevens.
Waarom wil de minister het BSN-nummer in te ambtenarentabel niet wissen?
15. Het bestreden besluit suggereert dat het verzoek is geweigerd voor archiveringsdoeleinden. Op de zitting heeft de minister echter verklaard dat het verzoek niet is geweigerd vanwege archiveringsdoeleinden. De minister licht toe dat het verzoek is geweigerd omdat verwerking nodig is voor de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering, zoals bedoeld in artikel 17, derde lid, onder e, van de AVG. De persoonsgegevens in de ambtenarentabel moeten volgens de minister worden bewaard voor eventuele AVG-verzoeken. Daarnaast kunnen de gegevens niet worden gewist, omdat in fiscale procedures de persoonsgegevens in de ambtenarentabel een op de zaak betrekking hebbend stuk kunnen zijn.2 De ambtenarentabel is een op de zaak betrekking hebbend stuk omdat het werd gebruikt om uitvoering te kunnen geven aan het fiscale integriteitsbeleid. De minister stelt zich subsidiair op het standpunt dat het verwijderen van de persoonsgegevens uit de ambtenarentabel vraagt om een aparte bedrijfsvoering. Het verwijderen van de persoonsgegevens zou daarom een onevenredige inspanning zijn voor de minister.
Heeft de minister het verzoek mogen weigeren?
16. Op grond van artikel 17, eerste lid, onder d, van de AVG is de verwerkingsverantwoordelijke in beginsel verplicht om het persoonsgegeven te wissen wanneer het onrechtmatig is verwerkt, tenzij er sprake is van een uitzondering zoals genoemd in artikel 17, derde lid, van de AVG.
17. Tussen partijen is terecht niet in geschil dat de verwerking van het BSN in de ambtenarentabel onrechtmatig is. Daarmee is sprake van één van de in artikel 17, eerste lid, van de AVG genoemde gevallen, namelijk onder d, waarin de betrokkene op grond van dat artikellid recht heeft op wissing van zijn persoonsgegevens.
18. De rechtbank overweegt dat de argumenten van de minister om niet over te gaan tot wissing niet passen in de uitzonderingsgrond van artikel 17, derde lid, onder e, van de AVG. De rechtbank is van oordeel dat de minister het niet in redelijkheid noodzakelijk heeft kunnen achten om de BSN-nummer van eisers in verband met eventuele juridische procedures te bewaren. De minister heeft niet aangetoond dat de bewaarde persoonsgegevens nu of in de toekomst nodig zijn voor de afhandeling van een AVG-verzoek. Evenmin valt in te zien dat het bewaren van het BSN in de ambtenarentabel nodig is voor de procedures over fiscale beslissingen ten aanzien van eisers. De minister heeft niet aannemelijk gemaakt dat het nodig is om de persoonsgegevens te verwerken door deze op te slaan in een (digitale) kluis. Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat de minister, de verwerkingsverantwoordelijke, het verzoek om de persoonsgegevens te wissen niet mocht weigeren.
19. Over het subsidiaire standpunt van de minister overweegt de rechtbank het volgende. Het standpunt van de minister is dat het wissen van de onrechtmatig verwerkte persoonsgegevens een onevenredige inspanning is en dat daarom van wissing kan worden afgezien. De omstandigheid dat wissing een onevenredige inspanning zou zijn, valt echter niet onder in een van de uitzonderingsgronden van artikel 17, derde lid, van de AVG en artikel 41, eerste lid, van de Uitvoeringswet AVG. Dat voor het verwijderen van de persoonsgegevens uit de ambtenarentabel een aparte bedrijfsvoering zou moeten worden opgezet, is dan ook geen grond om het verzoek te weigeren. Overigens is door de minister niet onderbouwd welke inspanningen in welke mate zouden moeten worden verricht.
Conclusie en gevolgen
20. Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om verwijdering van de BSN-nummers uit de ambtenarentabel is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 17 van de AVG. Er is strijd met artikel 17 van de AVG, omdat verweerder het verzoek om eisers persoonsgegevens te wissen heeft afgewezen terwijl er geen weigeringsgrond van toepassing is. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.
21. Gelet op het voorgaande behoeven de overige beroepsgronden geen bespreking.
22. De rechtbank ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank herroept het besluit op het AVG-verzoek van eisers en neemt in plaats daarvan een nieuwe beslissing op het verzoek. De rechtbank beslist dat verweerder alsnog overgaat tot wissing van de BSN-nummers van eisers uit de ambtenarentabel. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.
23. De rechtbank ziet geen aanleiding om op dit moment een dwangsom te verbinden aan deze uitspraak.
24. Omdat het beroep gegrond is, moet de minister het griffierecht aan eisers vergoeden. Eisers hebben geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen de afwijzing van het verzoek om verwijdering van de BSN-nummers uit de ambtenarentabel gegrond;
- vernietigt het besluit van 18 september 2023;
- bepaalt dat de minister binnen zes weken na verzending van deze uitspraak de BSN-nummers van eisers uit de ambtenarentabel wist;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit;
- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 184,- aan eisers moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. N.A.P. Vrijsen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2025.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: